Zeg het met bloemen

Met een groot bos in haar hand en nog een op het bagagerekje voorop haar fiets, gaat ze op hoog tempo op het fietspad door het zonovergoten park. Maar haar gezicht staat op onweer.
Fysiognomie, daar moet je geen waarde aan hechten, zei mijn ex geregeld. Hij heeft psychologie gestudeerd.
Maar ik kan het niet laten om eerste indrukken te krijgen van mensen die me om wat voor reden dan ook opvallen in het voorbijgaan.
Kijkt die fietsende vrouw met haar prachtige boeketten zo omdat ze haar bril niet op heeft? Of omdat ze al haar aandacht bij het verkeer nodig heeft en tevens bij de twee boeketten?
Of is er iets in haar leven aan de hand waardoor ze niet kan genieten van zo’n stralende aankoop bij stralend weer?
Ik moet denken aan hoe vaak ik bloemen kreeg van mijn ex.
Meestal als er iets vervelends tussen ons was voorgevallen. Of als er echt iets te vieren viel. Jarenlang heb ik verlangd naar een mondeling excuus en liefst een lange ‘hug’ i.p.v. die bloemen. Maar op den duur kon ik niet anders dan accepteren dat hij kennelijk zo in elkaar zat. Mijn ex dus.
Ik schat de vrouw op de fiets in als een werkende. Wellicht gaat ze met die twee boeketten twee medewerkers in het zonnetje zetten.
Zou ze dan wel de zon op haar gezicht kunnen toveren?
In onze samenleving worden de boeketten steeds groter, veelzijdiger en prachtiger.
Maar de bloemen ruiken al jaren niet meer.

Ik koop nog maar zelden bloemen. Ik pluk ze, vooral uit eigen tuin. En liever pluk ik er eentje die ruikt om weg te geven, dan die vooral uiterlijk fraaie boeketten te geven.
Bijna drie jaar geleden kreeg ik met kerst een groot boeket met daarin vooral rode rozen. De rozen waren in een soort kaarsvet gedoopt en met glitters bestrooid.
Toen het levende groen lelijk begon te worden stonden de rozen er nog steeds florissant bij. Ik heb de stelen verwijderd en de rozen zien er in hun schaaltje nog steeds even fraai uit als toen ik ze kreeg.
Het heeft wel wat, die combinatie van kunst en natuur.
Maar blij word ik van die ene roos aan een struik, in de prachtige nazomerzon vandaag. Zo mooi om te zien. En hij ruikt ook nog!

Advertenties

Siliconen in haarproducten

Kappers moeten een deel van hun inkomsten halen uit de producten die ze verkopen, dus als zij je vertellen dat alle producten die je in de winkel kunt kopen siliconen bevatten en dat slecht is voor je haar, is dat iets wat ik een beetje wantrouw.
Die siliconen vormen een laagje om je haar, waardoor je haar zacht aanvoelt en gaat glanzen. Maar in feite vindt er geen echte verzorging plaats van je haar. Vooral mensen met droog haar herkennen vast wel dit probleem: als je je haar verzorgd hebt ziet het er goed uit. Maar een of twee dagen later is het alweer droog.
Dit zou kunnen duiden op dat de kappers gelijk hebben.
Tijd voor onderzoek dus.

Er bestaan in water oplosbare siliconen. Die wassen gemakkelijk uit. Siliconen die niet in water oplosbaar zijn bouwen een steeds dikker laagje rond je haar.
Siliconen hebben veel verschillende namen, die kun je niet allemaal onthouden, maar dit kun je misschien wel onthouden: alles wat eindigt op -cone, -conol, -col of -xane is niet in water oplosbaar.
Ik pak er de loep maar eens bij en bekijk de kleine lettertjes op conditioners::

Loving Blends: amodimethocone, propylene glycol (houdt vocht vast)
Andrelon: Dimethicone (maakt filmpje om het haar), amodimethicone
Elvive: amodimethocone

De kappers hebben gelijk dus. Maar eh, de kapper die het me vanmorgen vertelde gebruikt kappersmerk Matrix en wat lees ik op hun conditioner: amodiomethcone.
Hoe zit het dan met die silicone (die kennelijk door elke fabrikant net ietsje anders wordt gespeld)?
Ik lees: ” aminopropyl dimethicone en amodimethicone zijn niet water oplosbare siliconen, maar het veroorzaakt niet zo snel build up. Deze siliconen kun je uit je haar wassen met een shampoo dat cocoamidopropyl betaine bevat. Je hebt dus geen sulfaat shampoo nodig.”

Ik lees “: “Cocamidopropyl betaïne is een amfoteer surfactans (= oppervlaktespanning verlagend middel) dat wordt gebruikt als schuimmaker in vele ‘rinse off’ huidverzorgingsproducten. Deze stof is de uitzondering op de regel dat contactallergie op cosmetica wordt veroorzaakt door de ‘stay on’ producten.”
Even goed lezen. Het betekent dus “potentieel beroepsrisico voor mensen werkzaam in het kappersvak en in de schoonheidssalons”.

Ik heb er maar vanaf gezien de etiketten van shampoos te controleren op Cocamidopropyl betaïne.

Van nature

Van nature ben ik lid van het Simplistisch Verbond.
Al jong had ik het inzicht dat als het splitsen van stofjes de bedoeling van de natuur was, die stofjes wel vrij in de natuur te vinden zouden zijn.

Over de evidente gevolgen van kernsplitsing wil ik het nu niet hebben, ook op minder zichtbare wijze blijkt keer op keer dat de mens de gevolgen van het uiteenrafelen van in de natuur voorkomende stoffen niet kan overzien.
De eerste keer dat het op zeer grote schaal pijnlijk duidelijk werd was met de freons. Stoffen die gebruikt werden als koelstoffen in onze koelkasten en als drijfgas in spuitbussen. Die stoffen zijn nu verboden maar zijn voor het grootste deel verantwoordelijk voor het aantasten van de ozonlaag.
De jongste ontdekking van een luchtvervuilende stof is Siloxaan. Of eigenlijk zijn dat meerdere stoffen. Van sommige siloxanen is bekend dat ze zeer slecht afbreekbaar zijn en zeer toxisch voor waterorganismen. Siloxanen worden in toenemende mate aangetroffen bij luchtmetingen, vooral in de ochtendspits. Naar wat dat precies betekent voor ons milieu is het voorlopig nog gissen…

We gaan maar door met splitsen.
Want zo zouden we goede medicijnen vinden.
Maar al die middelen van de farmaceutische industrie hebben bijwerkingen.
Ik heb nog nooit gehoord van bijwerkingen van natuurlijke geneesmiddelen zoals fytotherapie en homeopathie. Maar die worden weggezet als kwakzalverij. Elke vorm van holisme schijnt daar tegenwoordig onder te vallen.
Logisch want de hele chemische industrie verliest haar bestaansrecht als we het anders gaan bekijken.

Het grappige is dat in science fiction films geneeswijzen te zien zijn die uiterst holistisch zijn.
Er wordt niet meer gesneden, er zijn geen medicijnen meer nodig, maar je gaat onder een apparaat liggen dat meet wat er mis is en het met bepaalde frequenties herstelt.
In de oude Startrek films was al sprake van een eenvoudig handapparaatje waarmee de arts het lichaam scant voor diagnose.
Jongere films gaan nog een stapje verder, zoals Elysium uit 2013. Daar hebben de welgestelden een zogenaamd MedBay, die eruit ziet als een soort zonnebank die het lichaam scant op ziektes en ook meteen geneest.
Het lijkt heel futurisch, maar er zijn al diverse geneesmethoden die uitgaan van de trillingen in ons lichaam, zoals Mora-therapie. Het idee is dat alles in de materie een eigen trillingsgetal heeft, ook virussen en bacteriën. De trillingen worden gemeten met behulp van elektro acupunctuur en computers. Die laatste kunnen de trillingen ook omzetten in hun tegendeel, om je op die manier te helpen genezen.
Maar nog steeds worden ook deze methoden weggezet als kwakzalverij.
Uiteraard zou ik bijna zeggen.
Want de gezondheidszorg is een enorme industrie.
Die gaat niet uit van heel de mens.
De winstmaximalisatie van de farmaceutische industrie op van de natuur afgesplitste stofjes werkt bovendien als een splijtzwam in de samenleving.
Wie geld genoeg heeft kan elk medicijn kopen.
De vraag is zo langzamerhand of we dit soort medicijnen wel moeten willen…
Ondertussen gaat de zorgpremie alweer omhoog…

Twee fietsers

In de fietsstraat halen ze me in;
zij op een knaloranje fiets en met modern geknipt afrokapsel en bijpassende huidskleur, hij op een degelijke stadsfiets met grote rode fietstassen over zijn bagagedrager. Kort haar, bril, bleke kleur.
Je zou kunnen stellen dat de rode fietstassen goed passen bij haar oranje fiets, maar in mijn ogen vormen ze een onwaarschijnlijke combinatie. Niet alleen door hun totaal andere kledingstijl, maar vooral door de lichaamshouding. Die van haar is rechtop, fier en relaxed tegelijk. Je kunt aan haar levendigheid zien dat ze een opgewekt karakter heeft.
Hij heeft zo jong als hij is nu al een beetje een kromme rug, zijn schouders zijn opgetrokken.
Ze zijn bijna klaar met hun studie, of heel jonge docenten, schat ik in.
Terwijl ik achter ze blijf fietsen stel ik me ze voor, over 20 jaar.
Ik ken tenslotte wel meer onwaarschijnlijke combinaties, die heel gelukkig zijn met elkaar.
Zijn rug is nog krommer, hij oogt nog aangepaster.
Zij heeft na aanvankelijk hetzelfde saaie beroep als hij uit te hebben geoefend, gekozen voor minder carrière.
Ze zorgt voor hun twee kinderen en ze heeft een parttime job en daarnaast alle gelegenheid voor haar creatieve hobby’s. Als ze op het punt staat van haar hobby’s haar beroep te maken, krijgen ze ruzie omdat haar kleding bij een feestje van het bedrijf waar hij werkt te flamboyant is naar zijn smaak.
De verschillen beginnen haar nu zo op te breken dat ze nog geen jaar later een scheiding aanvraagt.

Of misschien vinden ze een modes en blijven ze dikke vrienden tot een van hen overlijdt. Opposites attract.

Het is een leuke prozaïstische oefening om willekeurige voorbijgangers voor te stellen als hoofdpersonen in een verhaal.
Je kunt van alles fantaseren over mensen die je toevallig op je pad even ziet in het voorbijgaan.

Maar zo kun je ook oordelen vellen, zelfs als je geleerd hebt dat niet meer te doen..

Ik ga wat langzamer fietsen.
Even later zie ik ze niet meer.

Zomer

Steeds minder bloemen
Veel bessen, noten, slakken
De zomer eindigt…

Zegeningen

Ik heb een vriend die niet mijn partner is, ik laat honden uit die niet mijn honden zijn, dagelijks komt er een poes op bezoek die niet mijn kat is, parttime verzorg ik een kind dat kleinkind is en ik zorg voor konijnen, poezen, honden en andere levende have tijdens de vakanties van diverse straat- en buurtbewoners.
Count your blessings 🙂
Maar gisteren nadat ik weer eens afscheid had genomen van een hond en een kat die ik een poos had verzorgd, viel het me ineens zwaar.
Ooit woonde ik samen, minimaal met kinderen, had zelf honden en katten.
De laatste hond is ruim anderhalf jaar geleden verhuisd wegens verregaande pesterijen van een mede straatbewoonster.
Sinds die tijd heb ik geen verplichtingen meer jegens levende wezens, anders dan die ik op vrijwillige basis voor korte periodes aan ga. Deze veranderde levensstijl valt bijna naadloos samen met dat ik dankzij onze goede sociale voorzieningen niet meer hoef te werken.
Ik moet niks meer, ik mag nog alleen maar.
Count your blessings.
Maar gisteren vond ik het ineens erg stil in huis en zag ik in de agenda voor deze week alleen afspraken om voor dieren te zorgen, 4 x met vrienden de warme maaltijd te genieten en een opening van een expositie.
Daarnaast heb ik genoeg te doen aan o.a. de organisatie van een straatfeest, mijn moestuin en werken aan het volgende boek.
Count your blessings.
Maar gisteren voelde mijn leven ineens saai.
Ik draai op routines en er zijn weinig echte uitdagingen.
Ik leef in het hier en nu maar heb daardoor af en toe moeite om feiten uit mijn geheugen te vissen die geen relatie hebben met dit moment.
Mijn zegeningen zijn tevens mijn valkuilen geworden.

En toch, ik heb eigenlijk niets te klagen.
De poes die niet mijn poes is ligt alweer uren gezellig bij me op het bureau en in de stilte die soms valt zet ik met éen aaitje haar motortje aan.
Wat een zegening om een poes als vriendin te hebben waar ik niet zelf mee naar de dierenarts hoef. Wat geweldig om met honden lange wandelingen te kunnen maken zonder dat ik aan vachtverzorging hoef te doen. Wat bijzonder toch dat zoveel dieren me op allerlei manieren opzoeken. Dankbaar voel ik me iedere keer als ik wat voor een dier mag betekenen.
Wat gezegend ben ik met zoveel vrienden om samen mee te koken en eten en lekkere lange knuffels mee uit te wisselen, met zo’n geweldig kleinkind waar ik een diepe liefde mee deel, een minnaar enz. enz.

Gisteren is niet vandaag. Het dipje is weer over.
Maar zo af en toe je realiseren dat er twee kanten aan dezelfde medaille zitten is nuttig. Al was het maar om creatief met deze levensfase te blijven omgaan. En mezelf van tijd tot tijd even op te schudden 😉
Even een andere omgeving helpt daarbij. Ik ben een paar dagen elders dus 🙂

L1115036

foto: Francis van Boxtel

Grootouder zijn

Graag liep ik met mijn eerste baby op mijn arm door het huis en dan keek ik mee waarnaar zij keek en benoemde dat. In het begin waren dat vooral lichtjes, later dingen die bewogen. Zo mooi om te zien hoe ze alles vol verwondering tot zich nam.
Met mijn tweede kind deed ik hetzelfde en ik genoot er minstens zo intens van. Maar ik had er minder tijd voor. Praatte mijn zoon daardoor later dan zijn zusje? of was het simpelweg het verschil tussen jongens en meisjes? Ik vermoed sterk het laatste, want ook mijn eerste kleindochter praat net zo snel als haar moeder.
Ze is nu net zo oud als toen haar moeder, 2 jaar en 4 maanden jong, huilend terugkwam van de speelhal waar we met 5 gezinnen aan woonden.
Ze zei letterlijk: “Ik snap het niet mam, ze leven in een heel andere wereld dan ik, maar daarom kun je toch wel aardig voor elkaar zijn?”
Met mijn kleindochtertje liep ik ook graag op de arm rond en volgde wat zij zag om dat te benoemen. In de tijd dat ze haar eerste woordjes begon te zeggen, ging haar aandacht vooral uit naar planten. Ze wilde ze graag aanraken, maar dat ging nog onbeholpen waardoor ze blaadjes knakte of misschien zelfs hele planten van de vensterbank dreigde te trekken. Dus legde ik haar uit dat ze planten zachtjes moet aanraken en liet haar daarbij zien hoe ze de planten kon aaien.
Een dag later wandelde ik met haar in een park waar ook een prachtige bloementuin wordt bijgehouden. Het hek daarvan stond toevallig open en met kleindochter in het wandelwagentje gingen we de tuin in. Ze raakte helemaal opgetogen. “Kijk!” riep ze uit en met haar arm zwaaiend met aan het uiteinde een uitgestoken vingertje naar alle kanten wijzend: “Aai! Aai! Aai! Aai!”
Tegenwoordig moeten we helemaal uitkijken wat je zegt, want ze hoort en ziet alles en neemt het echt ook allemaal over.
We gaan wekelijks samen naar mijn moestuin of ergens de natuur in. Hoewel ze een kletskous is, is ze dan heel stil. In de tuin helpt ze mee met poten en zaaien, we oogsten samen fruit en groenten en zo ongeveer het meest enthousiast ontvangen cadeautje dat ik haar dit jaar gaf is het kleine zwarte gietertje van 2 liter waarmee ze kan helpen de plantjes in de moestuin water geven.
Ondertussen praat ze tegen planten en insecten, bestudeert ze een slak of schrikt ze soms van een vogel of een wegspringende pad. Of ik hoor haar in zichzelf repeteren waar ze wel en niet mag lopen, dat ze voorzichtig moet zijn, ze de gieter schuin moet houden in de emmer water zodat de gieter vol loopt enz. enz.
Als we pauzeren in de tuin of ergens in de natuur na een wandeling, of soms zomaar in huis, gaat ze stil naast me zitten en zegt dan ineens zacht en liefdevol: “He oma..”
“He lieverd..”
Als ik nog meer geluk heb krijg ik ook nog een kusje of knuf.
De liefde is wederzijds en ik ben daar zo enorm dankbaar voor!
Ik besef dat ik geluk heb met zo’n lieve kleindochter en dat ik veel geluk heb gehad dat ik de tijd had mijn kinderen zelf op te voeden. Maar toen vonden we dat nog gewoon. Ik was een bommoeder avant la lettre en mijn dochter is nu een bammoeder. Ze is blij met alle momentjes die ze met haar dochter kan doorbrengen tijdens de vier dagen per week dat ze werkt. Ze genieten samen op de andere dagen vooral van lekker samen zijn, lummelend of dingen doend.
Begin van de middag kreeg ik een videocall van ze. Na een kort gesprekje met zijn drieën stelde dochterlief haar dochtertjelief voor dat zij met oma bleef praten en dan ging mama onder de douche.
Ik vind het toch zo heerlijk om op dit soort manieren als grootmoeder gebruikt te worden.
Soms denk ik dat het onnatuurlijk is dat alle generaties binnen een familie apart en zelfstandig wonen. De moderne communicatiemiddelen repareren dat een beetje 😉