Grootouder zijn

Graag liep ik met mijn eerste baby op mijn arm door het huis en dan keek ik mee waarnaar zij keek en benoemde dat. In het begin waren dat vooral lichtjes, later dingen die bewogen. Zo mooi om te zien hoe ze alles vol verwondering tot zich nam.
Met mijn tweede kind deed ik hetzelfde en ik genoot er minstens zo intens van. Maar ik had er minder tijd voor. Praatte mijn zoon daardoor later dan zijn zusje? of was het simpelweg het verschil tussen jongens en meisjes? Ik vermoed sterk het laatste, want ook mijn eerste kleindochter praat net zo snel als haar moeder.
Ze is nu net zo oud als toen haar moeder, 2 jaar en 4 maanden jong, huilend terugkwam van de speelhal waar we met 5 gezinnen aan woonden.
Ze zei letterlijk: “Ik snap het niet mam, ze leven in een heel andere wereld dan ik, maar daarom kun je toch wel aardig voor elkaar zijn?”
Met mijn kleindochtertje liep ik ook graag op de arm rond en volgde wat zij zag om dat te benoemen. In de tijd dat ze haar eerste woordjes begon te zeggen, ging haar aandacht vooral uit naar planten. Ze wilde ze graag aanraken, maar dat ging nog onbeholpen waardoor ze blaadjes knakte of misschien zelfs hele planten van de vensterbank dreigde te trekken. Dus legde ik haar uit dat ze planten zachtjes moet aanraken en liet haar daarbij zien hoe ze de planten kon aaien.
Een dag later wandelde ik met haar in een park waar ook een prachtige bloementuin wordt bijgehouden. Het hek daarvan stond toevallig open en met kleindochter in het wandelwagentje gingen we de tuin in. Ze raakte helemaal opgetogen. “Kijk!” riep ze uit en met haar arm zwaaiend met aan het uiteinde een uitgestoken vingertje naar alle kanten wijzend: “Aai! Aai! Aai! Aai!”
Tegenwoordig moeten we helemaal uitkijken wat je zegt, want ze hoort en ziet alles en neemt het echt ook allemaal over.
We gaan wekelijks samen naar mijn moestuin of ergens de natuur in. Hoewel ze een kletskous is, is ze dan heel stil. In de tuin helpt ze mee met poten en zaaien, we oogsten samen fruit en groenten en zo ongeveer het meest enthousiast ontvangen cadeautje dat ik haar dit jaar gaf is het kleine zwarte gietertje van 2 liter waarmee ze kan helpen de plantjes in de moestuin water geven.
Ondertussen praat ze tegen planten en insecten, bestudeert ze een slak of schrikt ze soms van een vogel of een wegspringende pad. Of ik hoor haar in zichzelf repeteren waar ze wel en niet mag lopen, dat ze voorzichtig moet zijn, ze de gieter schuin moet houden in de emmer water zodat de gieter vol loopt enz. enz.
Als we pauzeren in de tuin of ergens in de natuur na een wandeling, of soms zomaar in huis, gaat ze stil naast me zitten en zegt dan ineens zacht en liefdevol: “He oma..”
“He lieverd..”
Als ik nog meer geluk heb krijg ik ook nog een kusje of knuf.
De liefde is wederzijds en ik ben daar zo enorm dankbaar voor!
Ik besef dat ik geluk heb met zo’n lieve kleindochter en dat ik veel geluk heb gehad dat ik de tijd had mijn kinderen zelf op te voeden. Maar toen vonden we dat nog gewoon. Ik was een bommoeder avant la lettre en mijn dochter is nu een bammoeder. Ze is blij met alle momentjes die ze met haar dochter kan doorbrengen tijdens de vier dagen per week dat ze werkt. Ze genieten samen op de andere dagen vooral van lekker samen zijn, lummelend of dingen doend.
Begin van de middag kreeg ik een videocall van ze. Na een kort gesprekje met zijn drie√ęn stelde dochterlief haar dochtertjelief voor dat zij met oma bleef praten en dan ging mama onder de douche.
Ik vind het toch zo heerlijk om op dit soort manieren als grootmoeder gebruikt te worden.
Soms denk ik dat het onnatuurlijk is dat alle generaties binnen een familie apart en zelfstandig wonen. De moderne communicatiemiddelen repareren dat een beetje ūüėČ

Advertenties

Wespen

Een vriend van mij zou het liefst de elektrische vliegenmepper gebruiken als we samen in mijn stadstuintje zitten.  Hij is heel vaardig met dat ding en heeft in mijn huiskamer in de loop der jaren menige vlieg en mug ermee doodgeslagen. Daar heb ik gemengde gevoelens over maar ik snap dat hij dat graag doet. Maar buiten moeten die beestjes toch echt alle vrijheid hebben vind ik.
Samen buiten eten is momenteel niet echt een feestje. De vriend slaat steeds vliegen van zich weg. Dat zijn smerige beesten; ze schijnen als ze op je eten gaan zitten een stofje daarover uit te spugen vertelde de vriend onlangs.  Ik heb niet opgezocht wat voor stofje dat is maar als hij zo om zich heen slaat denk ik bij mezelf misschien is dat stofje nog wel ergens in je lijf goed voor en eet rustig door. 
Met wespen gaat dat niet. Als die met een groepje het op ons eten voorzien hebben kunnen we vanwege de paniek van mijn¬†vriend beter naar binnen. En eerlijk gezegd wordt zo’n groepje mij soms ook teveel.

Een vriendin gaat in de wespentijd helemaal niet naar buiten. Ze is allergisch voor wespensteken en daarin is ze niet alleen.
Ik  ben nog nooit door een wesp gestoken, maar dat het pijn doet kan ik me heel goed voorstellen.
Toen mijn zoon een jaar of 8,9 was, zat er een keer een wesp op zijn blote schouder. Ik raadde hem aan stil te zitten en niet bang te zijn. Tot onze onaangename verrassing stak de wesp toch. Misschien was het al in een eerder stadium mis gegaan tussen zoonlief en die wesp, misschien was die wesp sowieso van een agressieve soort. Het was in de Ardeche en daar komen erg grote wespen voor. Dat jaar hoorden we ook diverse verhalen van mensen die ergens op een camping stonden en vanwege wespensteken in het ziekenhuis belandden. Tsja, met zulke grote joekels kijk ik ook extra uit. Toen daar een paar van in de Franse keuken kwamen, ben ik maar even in de huiskamer gaan zitten tot ze weg waren. Wat snel kan zijn als ze niks van hun gading vinden.

Als ik buiten ben let ik eigenlijk nooit zo op wespen of andere insecten. Als eentje me opvalt, neem ik soms nauwkeurig waar en constateer doorgaans dat ze best mooi zijn om te zien.
Dat geldt helemaal voor de hommels die elk jaar een nieuw nest maken in mijn spouwmuur. Hommels zijn zachtaardige dieren, als je ze niet lastig valt, vallen ze dat jou ook niet en doorgaans zijn ze al begin juli klaar met hun seizoen en zie je ze vrijwel niet meer.
Een wespennest daarentegen heb ik wel een keer weg laten halen. Met zoveel van die opdringerige beestjes is mijn stadstuintje gauw te klein.

Toen ik jaren her in mijn toenmalige grote woonkeuken een wesp op een keukenkastje zag zitten, stond ik voorzichtig op van mijn stoel aan de andere kant van de ruimte. Zodra ik stond kwam de wesp op ooghoogte in éen strakke rechte lijn op me af gesjeesd. Mijn mind schreeuwde: Terug jij! en midden in de lucht draaide hij zich om en zat weer op het kastje.

Een vriend was in diezelfde tijd minder gelukkig. Toen hij werd gebeld en de hoorn van de telefoon oppakte kreeg degene die belde ongeveer dit te horen: “Met Robe….aaaaaaaaaaaaaagggwaaaaaaaaai!” De wesp die kennelijk op de hoorn zat had hem in zijn lip gestoken. De opbeller is meteen op zijn motor gesprongen om te kijken wat er aan de hand was.

Het heeft zin om in deze tijd van het jaar vooral in huis goed je aandacht te houden bij wat je doet. En buiten gaan zitten zonder kijken is ook een afrader nu. Maar geldt zoiets niet het hele jaar? “Aandacht maakt alles mooier,” is een veel gehoorde¬†reclameslogan momenteel.
Het ligt er maar aan wat voor aandacht.
Ik ben meer van de boeddhistische aandacht. Anders gezegd: van de liefdevolle aandacht vanuit verstilling en tevens verbinding met al dat is. Alles wat leeft mag er zijn en i.p.v. doodslaan zet ik insecten liever buiten.
Maar soms is die elektrische vliegenmepper best handig.

Zomerse nonchalance

Een vriend van mij constateert al geruime tijd een toename van hufterig gedrag. En de groei is er nog niet uit als ik hem zo van tijd tot tijd hoor.
Het gaat hem daarbij vaak om gedrag in het verkeer.
Zo signaleerde hij twee mensen die vanuit de open raampjes van hun auto een enthousiast gesprek met elkaar voerden. Midden op een drukke kruising waardoor er verkeerschaos ontstond. En hij zag een groepje mensen dat op hun gemak met elkaar stond te praten op het fietspad. Zijn fietsbel gebruiken had geen enkel effect en toen hij er wat van zei werd hem toegebeten dat hij maar om hen heen moest fietsen.
Ik maakte prompt de volgende dag iets dergelijks mee, maar erom heen fietsen was op dat fietspad niet eens een mogelijkheid. (Dus maakte ik maar een grapje over vergaderen in het openbaar. Lachend gingen ze met hun fietsen aan de hand de stoep op.)
Maar is dat hufterig gedrag?
Een hufter is volgens Wikipedia iemand die zich bij herhaling niet conformeert aan de geldende sociale regels en omgangsvormen en zich daarmee schuldig maakt aan asociaal gedrag. Zo gedefinieerd moet ik helaas erkennen dat ook ik toename zie van hufterig gedrag. Op tal van plekken en in tal van situaties.
Maar toch, die nonchalance tegenover verkeersregels, het heeft ook wel iets relaxed.
En het past wel bij de zomer. Vooral zo’n zomer als deze die ons laat proeven van het klimaat dat voor onze regio voorspeld is.
De Utrechtse wijk Lombok heeft al jaren een mediterrane uitstraling. De winkeltjes zijn er leuk, maar de verkeerschaos is soms levensgevaarlijk voor fietsers en voetgangers. Dubbel parkeren lijkt men er normaal te vinden, om te wachten op iemand die winkelt of lekker even vanuit je autoraampje bij te keuvelen.
Ik vraag me nog steeds af, hoe erg is dat?
Voor mij persoonlijk erg genoeg om er niet graag meer doorheen te fietsen. Maar zegt dat niet vooral iets over mij? Een jongere vriendin fietst er graag heen om boodschappen te doen.
Nederland is een strak georganiseerd land. Naast alle verkeersregels die worden ondersteund met borden, wegbelijning, paaltjes, spiegels enz., barst het van de aanwijzingen over tal van andere zaken.
Toeristen negeren die doorgaans.
Dus ergeren we ons steeds meer aan toeristen die midden op de rijweg lopen en niet reageren op je fietsbel.
Er zijn vooral in de steden teveel toeristen, wordt nu steeds vaker gezegd.
Er zijn teveel wijken die een zuidelijke uitstraling hebben, vinden de mensen die op populistische partijen stemmen.
Het zijn vaak dezelfde mensen die graag een hoge schutting om hun tuin zetten of die tuin bestraten omdat ze geen zin hebben in onkruid wieden of zodat niemand ziet hoe hun badkleding er uit ziet.
Maar veranderen is niet tegen te houden. Veranderingen zijn er altijd geweest en wellicht is dit een tijd waarin het wel heel erg snel gaat met die veranderingen.
Het klimaat verandert, de hele wereld verandert.
We zullen er mee moeten dealen.
Misschien door een voorbeeld te nemen aan het langzamere tempo van mensen wier (familiaire) oorsprong een stuk zuidelijker ligt.
Met zo’n warme zomer gaat dat wellicht vanzelf.
Maar als we toch graag regeltjes fucken: kunnen die hufters die met de telefoon in de hand zitten te bellen op hun fiets worden beboet alstublieft?
Dan kunnen fietsers wellicht de regels die ze op de basisschool hebben geleerd weer gaan toepassen en hun hand uitsteken om aan te geven waar ze heen gaan?

Pen

Aan de rand van de stad komt een groep jongens me tegemoet fietsen over het fietspad. Ze dollen en joelen. Als ze net gepasseerd zijn hoor ik een jongen roepen: “Oh mijn pen!” Er volgt gelach en het groepje jonge tieners fietst door. De verliezer van de pen kijkt nog een keer achterom maar fietst dan ook door.
Ik zie de pen liggen op het fietspad.
Zo gaat dat dus, denk ik en na enige aarzeling loop ik een paar passen terug het fietspad op en pak de pen. Het is een blauwe Bic pen. Zulke pennen kocht ik, maar dan zwart schrijvend, voor mijn bedrijfje in per doos van 50 stuks voor een paar euro. Als het zo weinig kost is het je kennelijk ook niets waard. In mijn jeugd waren pennen duur en zou ik het niet in mijn hoofd hebben gehaald om die te laten liggen. Even los van dat we toen nog liefst met een vulpen schreven, vele malen duurder dan een ballpoint.
Maar ook nu zou ik het niet in mijn hoofd halen zo’n pen te laten liggen.
Zouden die jongens dan totaal geen besef hebben wat zo’n pen teweeg brengt in de natuur?
Ik geloof niet in de oplossing dat vervuilende zaken duurder moeten worden gemaakt.
Maar ik kan er met mijn pet niet bij dat de huidige jeugd geen moer lijkt te geven om hun leefomgeving. Ook volwassenen zie ik nog steeds slordig omgaan met hun afval.
Waar blijft de mentaliteitsomslag?
Wordt die bemoeilijkt omdat er nog steeds malloten zijn die de klimaatverandering pogen te ontkennen?

De pen schrijft prima.
Ik schrijf er o.a. mijn boodschappenlijstjes mee.
Dat doe ik op de achterkant van kassabonnen.
Want sedert de zelfscankassa’s in de supermarkt is de kassabon weer verplicht. Je hebt immers de code op die bon nodig om door het poortje naar buiten te kunnen.
Vernieuwingen zijn niet altijd goed voor het milieu.
Die zelfscankassa’s lijken handig, maar je verliest er een stukje persoonlijk contact door. Contactloos slaat niet meer alleen op betalen.
Het lijkt me de vervreemding van onze leefomgeving alleen maar in de hand te werken.

.

Stenen verleggen

De linden bloeien. In sommige straten komt hun zoete parfum je tegemoet waaien. Als de wind niet te hard waait tenminste, dat doet hij vandaag helaas wel.
In het park pluk ik lindebloesem. Minder dan andere jaren, want de bomen zijn vergeven van een kleverig goedje, vermoedelijk van een insect. Mijn handen plakken helemaal als ik een hoeveelheid ter grootte van een mok heb geplukt.
Dichtbij de bomen staat langs het pad een reclame bord van de Ex Bunker. De naam is exact wat het is maar van binnen is het al een paar jaar een kleine expositieruimte.
Met mijn plastic tasje met bloesem steek ik een grasveldje over en probeer me buiten de bunker op de hoogte te stellen van wie er exposeert. Een video gaat over bunkers en ik leg geen verband met de expositie. Onterecht zou blijken.
Achter de deuropening zit een lange jonge man.
“Ben jij de kunstenaar?” vraag ik, want meestal is dat bij deze maandelijkse exposities het geval.
Hij is een vrijwilliger die op de zaak past. Ik loop een metertje naar links en zie de lens van een projector. “Videokunst dus?” vraag ik retorisch. De blonde jongeman knikt. Ik sta op een vierkante meter grind en kijk de donkere ruimte in. Welke spannende sensatie gaat me nu weer hier bezorgd worden?
Na het grind komt een deurbreed en bijna vierkant stuk hout op de vloer waarop ik mijn voeten zet met het doel de expositieruimte in te lopen. Maar ik hoor steentjes vallen. Even denk ik dat het bij de expositie hoort, maar als ik twee keer heen en weer loop van de houten plank naar de grindbak besef ik dat het mijn schoenen zijn. De kleverige spullen van de bomen zijn kennelijk niet alleen op mijn handen maar ook onder mijn zolen terecht gekomen.
Zonder die vallende steentjes zou ik zo de donkere ruimte ingelopen zijn, maar pas nu krijg ik te horen dat dat niet de bedoeling is en dat ik het moet kunnen zien vanaf die bijna vierkante houten plank. Het is maar een kleine ruimte dus dat moet kunnen.
Als mijn ogen wennen aan het duister zie ik een glanzende vloer met allerlei kunstig gestapelde grote kiezels.
De video aan de rechter wand vertoont een man in een roeiboot waaraan twee touwen zijn gebonden waarmee hij een in het water staande bunker probeert vooruit te trekken.
De expo is van de hand van Jacob Oosting verneem ik en heeft als titel meegekregen: Verleg een steen.
Dankzij de plaaggeesten van de lindebomen heb ik heel wat stenen verlegd vandaag.

Inundatie

Alerte wachter
wijst de weg naar klompenpad
door laarzenlandschap

Waterhoentje

Het is weer de tijd van het jaar dat er veel wordt gepicknickt. Ellendig genoeg schijnt dat gepaard te moeten gaan met het achterlaten van afval op plekken waar dieren en vogels komen. Alleen al de filmpjes op internet waarin je dieren ziet die verstrikt zijn geraakt in plastic, zijn niet meer te tellen. Schildpadden, knaagdieren, vissen, zwanen en andere vogels raken verstrikt in ons afval waar ze zonder onze hulp niet vrij van komen en een afschuwelijke dood door sterven. Hoeveel van die filmpjes moeten mensen zien voor ze hun ego√Įstische gemakzucht staken?! Van de talloze keren dat een dier gewond raakt door glas of blik e.d. zijn geen filmpjes ūüė¶
Mens ruim toch je troep op! Neem je afval mee naar huis!

Behalve door afval raken dieren ook in de problemen door constructies van mensen.
Herten komen vast te zitten in een hek, jonge eendjes vallen in een put of worden weggeblazen door de sterke winden die veel voorkomen om de hoeken van hoge gebouwen. Dieren kunnen moeite hebben met voor mensen de gewoonste zaken van de wereld.
Gelukkig zijn er ook mensen die oplettend zijn en dieren in nood helpen.
Een facebook vriendin noemt ze steevast helden en filmpjes van reddingen van dieren door dit soort helden wisselen we actief uit.

Er zijn ook constructies waar simpelweg niet goed over na is gedacht. Zo heeft de stad Utrecht een paar jaar geleden een hoge stenen beschoeiing aangebracht langs de singels, waardoor geen dier zonder vleugels meer uit het water kan komen. Misschien is er wel over nagedacht en wil de gemeente het loslopen van honden in dit losloop gebied op deze manier ontmoedigen. Want houdt een loslopende hond maar eens uit het water met dit weer…
In het Griftpark (waar ik was voor een picknick) ontdekte ik deze week een constructie waar echt niet goed genoeg over na is gedacht. Er is daar een serie trapsgewijze waterbassins gemaakt waarvoor het water in het bovenste bassin wordt aangevoerd vanuit de grote vijver middels een klein gat in de betonnen constructie die de rest van het vijverwater tegenhoudt. In het bovenste terras zwom een jong waterhoentje. Een kuiken nog, dat panische geluiden slakend uit het water probeerde te komen. Daartoe wilde hij terug naar waar hij vandaan kwam; het kleine watervalletje in de opening in de betonnen wal. Niet alleen het watervalletje was onneembaar voor het kuiken, ook de betonnen wal was veel te hoog. Ouders waren nergens te bekennen. Die hadden kennelijk hun kuiken al opgegeven.
Ik niet, dus deed ik mijn best om het uitgeputte beestje te vangen. Het water is er nog geen halve meter diep, maar door diverse snijwonden aan de poten van mijn honden weet ik dat er allerlei afval op de bodem van het begroeide bassin kan liggen waar ik mijn blote voeten aan kon openhalen dus durfde ik het water niet in. Andere pogingen mislukten jammerlijk. Eerlijk gezegd ontdekte ik de leeftijd te hebben bereikt waarop je te langzaam wordt voor dat soort dingen.
Diverse voorbijgangers keken even en liepen weer door.
Ik begon actief op voorbijgangers te letten. En ja, daar zag ik een geschikte jonge man en vriendin met een prachtige Viszla. Ik rende op ze af en vroeg “Ben jij een held?” Zijn vriendin moest het voor hem in het Engels vertalen. Lacherig over mijn vraag liepen ze na enige uitleg mee. Terwijl de jongen allerlei opties actief overwoog, kon het meisje de Viszla kennelijk niet meer houden. De jachthond sprong in het water en dook bovenop het waterhoentje. Meer dan een minuut lang leek het er op dat het kuiken verdronken was.
Maar toen zagen we een deel van zijn koppie boven water uitsteken. Wat een slimme truc! om je te verstoppen voor belagers. Toen de jonge man hem bijna te pakken had, verstopte het kuiken zich nog een keer, maar nu wisten we wat ons te doen stond. Nou ja ons, de man.
Even later kon de man het kuiken loslaten in de vijver. Hij was dus echt een held!
Het waterhoentje verschool zich in de waterplanten aan de rand van de vijver. Ik hoop maar dat hij na uitrusten daaruit is gezwommen en zijn ouders aan de andere kant van de grote vijver heeft bereikt.