Als Lemmingen…

Zo’n vijftig jaar geleden bedacht ik een boek met als titel

Als lemmingen…

Ik heb het boek nooit afgeschreven, al was het maar omdat wetenschappers denken te hebben aangetoond dat het verhaal dat lemmingen zich massaal van de rotsen storten bij overbevolking een  mythe is.  Misschien is dat waar, misschien is het ook niet meer voorgekomen omdat er steeds minder lemmingen zijn. Zoals er ook steeds minder diersoorten zijn en van de soorten die er nog wel zijn steeds minder per soort. Behalve van de diersoort mens.

Recent is de diersoort mens de 8 miljard gepasseerd. Die laatste miljard hebben we in amper 11 jaar erbij gefokt. Dus de volgende miljard kunnen we ruim binnen 10 jaar verwachten. Alles nog sneller dan verwacht. Daar heeft Covid19 weinig aan kunnen veranderen.

Toch blijven veel mensen denken dat het best kan, zoveel mensen op deze planeet, die zien allerlei niet verlichte plekken op Aarde kennelijk als ruimte die ook nog best door mensen kan worden ingenomen. En al die weilanden in Nederland, daar kunnen toch ook nog best huizen op worden gebouwd? We kunnen best minder koeien houden, dat doen we toch voor het grootste deel voor mensen in andere landen.  En als we in eigen land minder vlees eten,  kunnen we op de weilanden die overblijven voldoende voedsel verbouwen. Niet dan?

Afgezien van dat minder koeien, varkens en kippen de dreiging van pandemieën zou verminderen en daarom zinnig zou zijn, is het kortzichtig denken. Door de ruimte die we als mensheid innemen, kunnen andere soorten niet meer blijven bestaan, wordt natuur minder terwijl we om gezond te kunnen blijven, zowel mentaal als fysiek, die zelf nodig hebben.

En al die 8 miljard mensen willen toch graag de levenstandaard hebben die we hier hebben, dus graven we de planeet overal af naar grondstoffen voor onze apparaten.

Ik ben heel dankbaar dat ik in deze tijd heb mogen leven. Het was de beste tijd voor gewone burgers ooit in de geschiedenis. Maar de omslag naar een onleefbare aarde is volop bezig. De omslag van vrije democratische samenlevingen naar schijn democratieën en totalitaire staten eveneens.

Regeringen schijnen te denken dat een samenleving van zoveel mensen niet anders te organiseren is. De scheidslijn tussen rijk en arm, macht en onmacht, wordt steeds scherper. Het gaat steeds meer lijken op de film Elysium, waar de meeste mensen moeten zien te overleven op een desolate planeet, de rijken schiepen hun eigen paradijselijk plek.

Wij storten ons niet van de rotsen, wij bevuilen gewoon ons nest en de nesten van alles en iedereen. En proberen te zorgen dat ons eigen leventje zo prettig mogelijk blijft en daar het beste van te maken (op zich een verstandige instelling), ook al merken we nu als gewone burger kouwelijk de gevolgen van de al jaren wereldwijd bezig zijnde energieoorlog. De oorlogen om andere tekorten zullen volgen.

Elysium

Afwassen met warm water onder de stromende kraan. Het had vele voordelen:  de vaat kon zo in het afdruiprek drogen zonder dat er een theedoek aan te pas hoefde te komen, er bleef geen sop achter op onze borden, glazen en bestek en dat was beter voor onze gezondheid, onze handen werden eindelijk bevrijd van eczeem omdat ze niet meer in heet water hoefden, noch sop aan hun huid kregen. En hoe hadden in vredesnaam vele generaties hun complete vaat kunnen doen in een teiltje met steeds viezer wordend zeepwater?

Het alternatief bleek de vaatwasser, maar die was ons te min.  Zo’n energie en chemische wasmiddelen slurper, niks voor ons.  De disk-matic was een welkome uitvinding: het schuursponsje met een holle steel waar je het afwasmiddel in kan doen, kon het bekertje met sop en de afwasborstel in éen keer vervangen.

Liefst had ik in mijn aanrecht een dubbele spoelbak gekregen om water en gas te besparen, dat wel, maar die had ik niet en die wilde de woningcorporatie ook niet plaatsen, zelfs niet toen nog geen 2 jaar geleden mijn keuken vernieuwd werd.

Maar nu de energieoorlog is losgebarsten en het 5-minuten zandlopertje dagelijks in tv-spotjes wordt aanbevolen als noodzakelijk hulpmiddel bij het douchen om energie te besparen, kon dat stromend afwassen natuurlijk ook niet meer. Ik heb mezelf verbaasd over de inventiviteit waarmee ik nu eerst spoel tot mijn zuinig afgestelde verwarmingsketel eindelijk warm water geeft en ik de stop in de wasbak kan doen, waarna afwassen met de disk-matic voldoende sop creëert om als de bak een beetje gevuld is de kraan dicht te kunnen doen en de rest van de vaat.

Met dit soort bewust omgaan met de energie was in de zomermaanden mijn gasverbruik al gehalveerd t.o.v. vorig jaar. Een extra vest ’s avonds moet ook deze maanden het gasverbruik verminderen.

Lastiger blijkt het verminderen van het gebruik van elektriciteit, alle tips ten spijt. Minder lampen zet nauwelijks zoden aan de dijk, ledlampen blijken echt erg zuinig. Maar alle apparaten in huis gaan gewoon door. Koelkast, vriezer, laptop, af en toe tv enz, En niemand wil terug naar vegen en stoffer en blik.

Elk Nederlands huishouden  krijgt deze maanden 2x 190 euro belastinggeld terug. Uitgekeerd door de energiemaatschappijen.  Dat kon niet anders, beweerde Rob Jetten bij o.a. Nieuwsuur, want de belastingdienst was al overbelast. Presentatrice Mariëlle Tweebeeke vroeg niet door.

Hoezo kon dat niet anders? Wat een gelul. Even een code invoeren om elk huishouden dat huurtoeslag krijgt een of twee keer dubbel te betalen is eenvoudig te programmeren en was al een grote stap in de goede richting geweest. De werkelijkheid is dat de regering met de energiemaatschappijen een convenant heeft gesloten waarin gegarandeerd wordt dat de winst van de energiemaatschappijen niet zal verminderen. Voor wie het nog niet wist: de regeringen Rutte zijn er voor de bedrijven, niet voor de burgers.

De rijkere burgers onder ons gaan met die 380 euro vooral een middagjes shoppen bleek uit een straat enquête van een actualiteitsprogramma.

En de echt rijken? Die gaan gewoon door zoals ze gewend waren. Energie slurpend en vervuilend. Die schijnen te denken dat ze straks, als de Aarde slecht leefbaar is geworden, ergens in hun eigen Elysium nergens last van zullen hebben.

Suikerverslaving

Ik gebruik weinig suiker. Ik kan er niet goed tegen, heb (inmiddels latente) hypoglykemie.

Dus las ik wat af op etiketjes om geen al dan niet verborgen suikers tot me te nemen.

Tot begin vorig jaar.  Ik besloot per 1 januari volledig te stoppen met producten van de voedingsindustrie.  Voor mij geen etiketjes meer. De aanleiding was dat ik ontdekt had dat ik ook niet tegen gemodificeerde zetmelen kan.  En ook niet tegen vele andere technologisch bewerkte ‘voedingsmiddelen’, zoals gehydrogeniseerde en weet ik veel hoe het allemaal heet wat ze allemaal voor technologie op voeding loslaten. Ik werd er binnen een half uur letterlijk doodmoe van.

Ik verloor vorig jaar zonder enige vorm van dieet maar liefst 11 kilo en dit jaar is dat al opgelopen tot 14 kilo. Ik eet gewoon waar ik zin in heb en ‘s avonds schep ik een flink bord op van heerlijke maaltijden van verse producten. Dat afvallen is een leuke bijkomstigheid van niet meer nuttigen van producten van de voedingsindustrie.

Maar, ik ontdekte nog meer.

Ik bleek heel goed tegen zelf gemaakte koekjes, gebak en jams e.d. te kunnen. Waar ik gewoon… suiker in doe, zij het met mate.

Recent was de Heinz sandwichspread in de bonus. Had dat goedje jaren niet gegeten maar al een paar keer voor de aanbieding verlekkerd naar gekeken.  Dus aangespoord door de aanbieding keek ik toch maar weer eens op een etiket. Daar zaten niet veel technologisch bewerkte voedingsmiddelen in, las ik op het etiket. Nou ja, de kleurstof was paprika-extract en er zat gemodificeerd zetmeel in. En suiker natuurlijk, maar gelet op hoe ik van mijn eigen gebak kon eten, moest dit toch een keertje kunnen.

Wat een lekker spul was dat zeg. In plaats van een boterham nam ik er twee met de sandwichspread..

De volgende dag zelfs drie. Uhm.. een boterham meer dan anders, maar dat moest toch ook kunnen voor een keertje. Met moeite weerstond ik de verleiding een 4e te nemen,

Het potje was binnen een paar dagen leeg. Het leek me beter om met de 2e pot uit de reclame een paar dagen te wachten, dat wel.

Maar waarom had ik ineens zo’n trek? Waarom at ik ineens zoveel (zelfgebakken) boterhammen? Eerst dacht ik nog dat het te maken had met het kouder wordende weer. Was ik spek aan het verzamelen voor de winter?

Maar hé, dat had ik vorig jaar niet…

Nadat ik begonnen was aan de 2e pot, begon het langzaam te dagen…

Door de Heinz sandwichspread kreeg ik flinke trek en… de rest van de dag zin in zoets.

Slim gemaakt Heinz! En bedankt, ik kan weer gaan afkicken…..

Volksverhuizing

Het was die dag 27 graden. Mijn hond en ik maakten die week onze eerste echt substantiële wandeling, het was er steeds te warm voor. In het park waren de grasvelden op een enkel stukje na helemaal geel. Ik probeerde me voor te stellen  hoe het er over een week uit zou zien als er dan nog steeds geen regen was gevallen. En hoe het zou zijn als er nog twee weken geen regen zou vallen, of twee maanden.

De associatie met verdroogde gebieden elders in de wereld kon niet uitblijven. Hoe asociaal zijn we hier in  het noorden toch eigenlijk. Enerzijds hebben wij noordelingen de industrieën waar de zogenoemde ‘westerse’ landen de economische vruchten van plukken, maar die voor de grote vervuilingen op Aarde hebben gezorgd, anderzijds zijn we niet bereid om de gevolgen van onze daden te aanvaarden en een gastvrij Europa te zijn voor klimaatvluchtelingen.

Ik liet die gedachten met moeite weer los om toch nog te kunnen genieten van de wandeling.

Inmiddels is er veel regen gevallen, zijn de graslanden weer groen en is de lange, droge zomer voorbij.

Maar de gedachten van die warme dag komen steeds weer terug in mijn bewustzijn. Het is immers duidelijk dat het klimaat verandert. Wij schijnen hier het klimaat te krijgen van Bordeaux. Maar hoe wordt het dan in Bordeaux? Als de klimaatgrenzen zo’n 1000 kilometer opschuiven, hoe leefbaar wordt het dan nog in Noord-Afrika en rond de evenaar?

We zijn nog steeds een rijk land, maar de hyperinflatie slaat toe en armoede grijpt om zich heen. Nu zijn er al kinderen die niet meer kunnen douchen, zonder ontbijt naar school gaan en hun aantal neemt in hoog tempo toe.  Hoe gaan we daar mee om?

Zou het voor meer begrip zorgen voor de vaders en moeders die hier in Europa op zoek zijn naar een beter bestaan? Die vaders en moeders die proberen hun kinderen een leven te bezorgen met genoeg voedsel en veiligheid kunnen we kennelijk niet meer huisvesten.

De regering probeert grasland te verminderen ten bate van meer woningen, Parkstad Nederland moet een megacity worden volgens onze huidige leiders.

Niet alleen Nederland, maar de hele wereld ziet zich geplaatst voor gigantische opgaven. Mondiale volksverhuizingen zijn daar onderdeel van.  Door de hele geschiedenis hebben volksverhuizingen plaats gevonden. Voor deze die nog maar aan het begin lijkt te staan, zouden we meer begrip moeten kunnen opbrengen. De gedachte ‘eigen volk eerst’ is heel begrijpelijk, maar niet passend bij een land dat rijk is geworden door uitbuiting van andere landen en volken.

Wanneer gaan we nu eindelijk beseffen dat de Aarde één groot ecosysteem is en dat we allemaal energetisch met elkaar zijn verbonden?

Stoepen

Het is weer schildertijd! Op vrijwel elke stoep bij mij in de buurt staan weer steigers. Er bestaan steigers waar je onder door kunt lopen, waarom worden die zo weinig gebruikt?

Met mijn hond is wandelen in de periferie van de binnenstad één grote slalom geworden. Steigers dwingen ons op de rijweg, dikke rijen fietsen eveneens en in de kleine straatjes doen mensen met de stoep voor hun huis alsof ze op een woonerf wonen. Bakken met planten en bloemen zetten hun stukje af, steeds meer mensen schromen er zelfs niet voor om ze zo neer te zetten dat er op de stoep helemaal geen doorgang meer mogelijk is

Hoe zou een blindengeleidehond hier nog de weg kunnen vinden? Ze zijn opgeleid om hun baas alleen door plekken te leiden die minimaal een meter breed en twee meter hoog zijn.

Al jaren geleden nam een blinde vriend liever een taxi naar mij toe dan het stukje tussen zijn en mijn woning te lopen. Voor mij is die afstand op mijn kuierlatten nog geen tien minuten, maar voor hem met zijn hond was het een complete nachtmerrie met al die versperde stoepen, fietsen op een smal stoepje op een brug, plantenbakken, vuilniszakken, steigers en wat er nog meer allemaal op stoepen wordt gezet.

Inmiddels is het als ziende ook moeilijk om met mijn hond rond alle obstakels te laveren. De hang naar groen heeft brede stoepen versmald met geveltuintjes en met leuke perkjes die soms bijgehouden worden door straatbewoners, soms een woestenij worden door gebrek aan o.a. water. Daar komen dan de vele katten nog bij en het eten en voedselverpakkingen die mensen kennelijk overal neergooien of achterlaten en een grote aantrekkingskracht hebben op mijn viervoeter.

Sinds steeds meer woningen vooral gekocht worden om studenten in te huisvesten, is bij het minste mooie weer met grote groepen op de stoep dineren en chillen gewoon geworden. Doorgaans op de hoeken, waar nog ruimte is zonder groen.

In een enkele straat waar weinig doorgaand verkeer is, wordt in de zomer een deel van de straat afgezet met rode hekken en CO1 borden en vertelt het bordje ‘Leefstraat’ wat de bewoners daar op straat doen. Dat de vele bezorgdiensten zich voor die afzettingen soms in rijen van twee opstellen mag hun pret niet drukken.

Kortom: de warme zomers en de toegenomen hoeveelheden groen hebben het gebruik van de openbare ruimte flink veranderd.

Nu in de halve stad wegen zijn veranderd in fietsstraten is misschien ook de indeling van de rest van de openbare weg aan herziening toe, vooral in de oudere, voormalige volkswijken.

Als we nou eens veel tegels langs de huizen verwijderen en daar grote groenstroken van maken die we door een looppad scheiden van de rijweg? Hoewel.. waar laat je dan de huur-, stads- en bakfietsen, hoe zorg je voor de bereikbaarheid van de huizen en zo nog het e.e.a. aan obstakels.

Misschien moeten we het maar zo laten, het heeft wel wat dat vrolijke, individuele bijna anarchistische gerommel. Ik zie rolstoelers al overal over de rijweg gaan… Dat is helaas niet veilig genoeg voor die blindengeleidehonden. Maar als iedereen zijn afval opruimt, loopt het een stuk prettiger.

Welke natuur?

“In de stikstofcrisis dringt zich de vraag op: hoeveel houdt Nederland van zijn natuur?” Het was de enige kop op de voorpagina van de Volkskrant van 9 juli en verwees naar een artikel in de zaterdagbijlage.

Mijn eerste reactie was: Het zal toch niet waar zijn dat de Volkskrant begonnen is met het masseren van plannen voor Nederland als Megacity?! Met tegenzin zocht ik het artikel op en ook de kop daar stemde me meteen somber: “Iedereen lijkt vóór natuur, maar voor welke?”

Hoezo welke natuur? Natuur is natuur al denken allerlei natuurbeherende instanties in Nederland dat natuur maakbaar is.

Het artikel maakt onderscheid tussen o.a. ‘wilde’ natuur en ‘functionele’. Met functionele natuur wordt dan vooral landbouwgrond bedoeld.

Eerder deze week reisde ik per OV naar Otterlo op de Veluwe. In de trein viel me vooral op hoe georganiseerd ons landje is. Alles is geregeld, van verkeer tot huizen, van stukjes groen tot weiland en overal staan bordjes en signalen die je vertellen wat de betreffende regels zijn. Hoe dichter ik bij Ede kwam, hoe meer groen ik zag, maar vooral viel me het grote aantal distributie’dozen’ op die het zicht vanuit de trein op dat groen flink hebben verminderd.

De bus van Ede naar Otterlo reed over goed georganiseerde wegen tussen ogenschijnlijk ondoordringbaar groen. Ogenschijnlijk, want waar ik ook wandel in Nederlandse natuur, er zijn altijd paden, wegbewijzers, bankjes en zelfs picknicktafels. Ook in de ‘wilde’ ‘natuur die de Veluwe lijkt te zijn, lopen overal paden. Ok, ze zijn vooral zanderig maar de meeste zijn breed genoeg om grote voertuigen door te laten waarvan je dan ook van tijd tot tijd bandensporen ziet. Na nog geen uur zulke paden te hebben gevolgd, bleek de bewoonde wereld te beginnen met een vakantiepark dat een flink stuk Veluwe in beslag nam.

Hoe uitgestrekt en wild de Veluwe ook lijkt, hoe hoopgevend ook al dat groen is dat stikstof opneemt, ook deze zogenaamd ‘wilde’ natuur is in feite functionele natuur. Het zijn steeds schaarser wordende plekjes waar je even op adem kunt komen, even kortstondig tijdens een wandeling geen verkeer hoort (als de wind gunstig staat).

Die paden zijn wel handig, je kunt er zelfs zonder echte wandelschoenen goed op vooruit, maar ze blijven ook een teken dat de natuur waar dan ook in Nederland goed georganiseerd is.

Al vele jaren is het me niet gelukt om een uur in de natuur te lopen, zonder op zijn minst weer huizen of een over te steken weg tegen te komen. De Nederlandse natuur bestaat uit allemaal stukjes, een soort lappendeken waar ecologen ecologische linten tussen proberen te krijgen of in stand houden.

Goed beschouwd is Nederland al één grote stad met veel parken die nog natuur genoemd worden. En de hele wereld is bezig zo te worden.

Zo bezien is het niet gek dat je steeds meer hoort over plannen voor Nederland als Megacity.

Die plannen worden gemaakt door mensen die zelf meestal geen tijd hebben om in de natuur te zijn, laat staan zich daarmee verbonden te voelen.

En daar zit de crux: de diersoort mens zegt wel dat ze van natuur houdt maar het moet vooral niet in de weg staan voor plannen voor onze ‘welvaart’.

Dat welvaart zonder natuur weinig tot geen welzijn meer bevat, wordt nog steeds vergeten. Dat de natuur ons op ontelbare wijzen probeert duidelijk te maken dat we als diersoort moeten krimpen i.p.v. groeien om ook andere levensvormen een kans tot overleven te geven, vinden we op zijn best begrijpelijk. Maar onszelf zien als een deel van de natuur, dat complexe goddelijke stelsel waarin ontelbare levensvormen met elkaar voor evenwicht zorgen, is iets anders dan over gebaande paden lopen.

Het verdwijnen van dier- en plantensoorten vindt een ruime meerderheid der Nederlanders erg (80% volgens Volkskrant), maar na dat geconstateerd te hebben stapt men weer in de auto of het vliegtuig… Hoe bereid zijn we eigenlijk om ons consumeer-, vervoer- en vertiergedrag te veranderen?

De vraag welke natuur we willen, geeft een boeiende inventarisatie, maar laat nog tevens zien dat de mens zich superieur waant t.o.v. ‘natuur’ en nog steeds niet beseft dat we er deel van zijn en nodig hebben om te overleven.

Ongelooflijke veranderingen

In 1968 werd ik n.a.v. mijn activiteiten voor scholieren uitgenodigd om te komen praten met de toenmalige staatssecretaris van onderwijs, de heer Grosheide. Het was een genoeglijk gesprekje, waarbij me werd gevraagd of het ministerie kon bijdragen in de kosten. Ik diende kort daarop een A4tje in met kosten voor postzegels, stencils en dat soort zaken. Niet lang daarna stond er een paar duizend gulden op mijn rekening. Zo eenvoudig kon contact met de overheid toen nog zijn.

Een jaar later werd ik weer door het ministerie uitgenodigd voor overleg. Dit keer ging ik met twee kompanen. In het voormalig Domhotel in de later gesloopte Utrechtse stationswijk zaten vele mensen rond een grote tafel en verliep naar onze mening het gesprek veel minder plezierig. We kregen het gevoel dat het om een poging tot afzwakken via institutionalisering ging. Ik maakte een opmerking in de trant van als de heren hun stropdas zouden afdoen en hun keurige jasjes aan de kapstok hingen, er misschien te praten viel. Wat natuurlijk niet gebeurde, waarna we zijn opgestapt. De Scholieren Belangen Organisatie was een actiegroep die met het van school gaan van de oorspronkelijke actievoerders als vanzelf ophield te bestaan. Het zou tot 1984 duren voor er een solidere organisatie voor scholieren ontstond: het LAKS. Apart genoeg is de volledige naam gespeld in de schrijftaal uit de zestiger jaren: Landelijk Aktie Komitee Scholieren.

Wat ik bij de SBO meemaakte met de politiek en overheid, heb ik daarna op een steeds vileiner manier met tal van andere protesten zien gebeuren.

Op de School voor de Journalistiek hadden we begin zeventiger jaren al het vak massacommunicatie. Het is onderdeel van het sociaal wetenschappelijk vakgebied van de communicatiewetenschap en behelst alle vormen van communiceren met grote groepen mensen, met name via de massamedia. De kennis en toepassing van massacommunicatietechnieken is sedert mijn opleiding flink toegenomen.

Begon psychologie aanvankelijk als iets wat met persoonlijke groei en bewustwording te maken heeft (Freud!), sociale psychologie is een wetenschappelijke benadering van beïnvloeding van mensen. Al in WOII bestudeerden Amerikaanse sociaal psychologen beïnvloeding en propaganda voor het leger van de Verenigde Staten.

Psychologie, sociologie, communicatiewetenschappen en niet te vergeten de ontwikkeling van marketingtechnieken worden volop toegepast door onze overheden. Sinds Rutte is het gebruik daarvan steeds zichtbaarder geworden, maar nog steeds lijkt een grote meerderheid van de bevolking zich daar niet van bewust of misschien is er wel iets anders aan de hand: vindt een groot deel van de bevolking het gebruik van die technieken prima omdat ze al dan niet terecht denken dat het hen ten goede komt. Dat denken in ieder geval de VVD-stemmers.

Al die beïnvloedingstechnieken worden door zowel overheden als bedrijfsleven ingezet om hun positie te consolideren of simplistisch samengevat: om de rijken steeds rijker en de machtigen machtiger te maken. Het zorgt voor grote en kleine veranderingen in de manier waarop onze samenleving en het bedrijfsleven georganiseerd is.

Een voorbeeld: Een vriend die sociale psychologie had gestudeerd, wat hij gekscherend wel eens demagogie noemde, kwam begin tachtiger jaren te werken bij het toenmalige PTT telecom, nu KPN, op de afdeling ‘vorming training en begeleiding’. Zijn werk viel onder Human Resources Management en leek in zijn ogen heel progressief werk dat er vooral op gericht was te zorgen dat werknemers het naar hun zin hadden.

De vertaling van HRM is ‘beheer van van menselijke productiemiddelen’ en in de loop der jaren begon ik me steeds meer af te vragen of de trainingen die mijn vriend en zijn collega’s gaven, nog wel in het belang van de werknemers waren of vooral gericht op het belang van de werkgever, De steeds wisselende namen van zijn afdeling begonnen dat ook steeds meer te illustreren. Uiteindelijk is hij na ruim twintig jaar dienstverband met een nikkelen handdruk aan de kant gezet omdat bij een assessment (beoordeling) was gebleken dat hij te weinig commerciële skills had. Tsja, commerciële skills ontwikkelen zit niet bij de psychologie opleiding.

We zien de inzet van al de beïnvloedingswetenschappen ook bij demonstraties. Zo waren er bij de eerste demonstraties tegen de coronamaatregelen volgens de organisatie minstens 100.000 mensen aanwezig en volgens mensen die in die demonstraties meeliepen klopt dat getal waarschijnlijk aardig. Maar de massamedia deden het voorkomen alsof het slechts enkele duizenden deelnemers betrof.

Een samenvattend woord voor de inzet van al die beïnvloedingstechnieken is: Manipulatie.

U, ik, wij als burgers, worden gemanipuleerd. Een knap staaltje manipulatie is het gebruik van het woord wappie voor mensen die protesteerden tegen de coronamaatregelen van de overheid. Nog steeds gelooft een groot deel van de bevolking dat wappies idioten met waandenkbeelden zijn. Terwijl je veel van hun denkbeelden gewoon kunt verifiëren.

Maar verifiëren doen we tegenwoordig vooral via sociale media. En ook daar wordt flink gemanipuleerd.

Naast al die wetenschappelijk onderbouwde beïnvloedingstechnieken is er nog iets aan de hand: de technologische ontwikkelingen. Samen nemen ze stap voor stap onze vrijheden af.

Het gaat inmiddels in zo’n rap tempo, dat je bijna geen tijd hebt om het te beseffen. En als je het eindelijk beseft, is het moeilijk om te geloven dat het echt gebeurt.

Poepzuigers

Diverse steden hebben ooit in de strijd tegen de hondenpoep hondentoiletten gerealiseerd: stukjes groen met een heg om minstens twee, vaker drie zijden. Ook Utrecht, de stad waar ik woon, kent vele van dat soort plekjes.

Inmiddels zijn hele generaties honden opgevoed met het idee dat ze op zulke stinkplekken hun behoeften moeten doen.

Apart genoeg is het een steeds kleiner wordende categorie hondeneigenaren die hun honden op zulke plekken uitlaat en een groot deel van hen neemt zelden of nooit de moeite om lange wandelingen met hun hond te maken, een iets kleiner deel laat ook hun hond nergens los. (Bron: Bijna 20 jaar gesprekken met hondenbaasjes). Ik vind dat opvallend.

De meeste hondenbezitters die ik ken, weigeren hun hond op zo’n openbaar toilet te laten schijten. O.a. omdat ze bang zijn dat hun hond er ziektes oploopt. Honden immers ruiken graag aan de uitwerpselen en urine van hun soortgenoten, ze lezen er hele boodschappen aan af. Ik probeer me dat wel eens voor te stellen: Lisa is hier pas geweest, Bo al een paar dagen geleden, hey new kid in town, vriend Wim moet verderop in het park te vinden zijn, Silva heeft kennelijk iets verkeerds gegeten, enz.

Al die geurtjes bij elkaar op één plekje is behoorlijk arbeidsintensief voor de hondenneuzen om nog maar te zwijgen over de moeite die het kost om een plekje te vinden zonder dat al die boodschappen verstoord of niet gerespecteerd worden. Op zoek naar zo’n plekje lopen de hondenpoten natuurlijk ook nog eens door restanten… Ik ben dan ook blij dat mijn honden hooguit aan de rand van zulke veldjes ruiken en hun poot op tillen, want ik zou er nog niet eens op mijn regenlaarzen doorheen willen lopen..

En dan die stank.. nu met het warme weer moet het voor mensen die in de buurt wonen ondraaglijk zijn…

Maar het allerergste aan die hondentoiletten vind ik het opruimen.

Heeft u ze wel eens goed bekeken: die poepzuigers? Kleine karretjes met een doorzichtige net de man erin omhullende cabine erop, achterop een grote kliko waar de poep in terecht komt. Die komt daar via een lange flexibele metalen slang die vanuit de cabine te bedienen is. Wat een mensonterende job om de hele dag in zo’n karretje met zo’n slingerende zuigslang naar poep te moeten speuren! en die lucht te ruiken!. Alleen daarom al moeten die hondentoiletten afgeschaft worden! De stank en de ziektes zijn twee andere goede redenen.

Bovendien: hondenpoep opruimen met een plastic zakje o.i.d. is inmiddels behoorlijk ingeburgerd. Als je nergens meer hondentoiletten hebt, vervalt het argument wat luie hondeneigenaren nog wel eens hebben: ‘Oh ik dacht dat dit een hondentoilet was…’

Er zijn ook steden zonder hondentoiletten. Deventer bijvoorbeeld. Overal hangen rolletjes met poepzakjes en staan speciale prullenbakken om de gevulde zakjes in te kunnen doen.

Al jaren geleden, toen in Utrecht ondanks de hondentoiletten de stoepen nog vol lagen, viel me in Deventer op dat ik nergens hondendrollen zag liggen.

Wel hier en daar kattendrolletjes.

Maar katten lopen dan ook niet aan de lijn.

.

.

Verliefdheid

Mijn ex was de mening toegedaan dat verliefdheid niets anders is dan geilheid. Voor hem was dat wellicht zo, maar ik zie dat anders.

Ik ben in mijn leven vele malen verliefd geweest en ik heb daarvan geleerd dat het een gevoel is, een emotie, zoals elke andere emotie. En emoties mogen er zijn, altijd. Of het nu gaat om vreugde, verdriet of boosheid, een emotie is er altijd met een reden en door dat gevoel er helemaal te laten zijn, valt er steevast iets te leren. Er helemaal laten zijn, is iets anders dan je emoties op een ander botvieren. Als ik boos ben op iemand, kan ik kiezen: val ik die ander lastig met mijn boosheid, ga ik tekeer of wat dan ook, of houd ik het bij mezelf, kijk naar waarom ik boos ben. En al dat dan echt door die ander komt, zeg ik op een rustige manier wat me boos maakt(e), wat meestal bij die emotie neerkomt op dat ik aangeef waar mijn grens ligt of nog simpeler, dat ik het er niet mee eens ben, er niet van gediend ben of daar anders over denk.

Van alle emoties is verliefdheid misschien wel de meest complexe.

Verliefdheid heeft ontegenzeggelijk met aantrekkingskracht te maken. Maar aantrekkingskracht is niet per definitie een kwestie van geilheid.

Ik kan me aangetrokken voelen tot zowel mannen als vrouwen, maar ik ben van het soort dat niet geil wordt van een vrouw. Toch kan ik me ineens sterk aangetrokken voelen door een vrouw. Omdat ze bijzonder is, lief, aandachtig of wat dan ook dat ik in haar geval heel aantrekkelijk vind. Die aantrekking zorgt bijna altijd voor het ontwikkelen van een diepe vriendschap. Daar moet ik dan wel in investeren, maar als de aantrekking wederzijds is komt die investering vroeg of laat van twee kanten.

Bij mannen ligt dat voor mij complexer.

Vorig jaar nog, werd ik tot mijn verrassing ineens verliefd op een man. Bij onze eerste kennismaking voelde ik meteen een klik en al bij de tweede keer was geheel duidelijk dat we veel gemeen hadden, onze ideeën over veel zaken zorgden er zelfs voor dat we makkelijk dingen aanvulden van wat we elkaar vertelden. Ik vond onze gesprekken uiterst prettig en al snel kwamen daar wandelingen bij. Maar wat moest ik in vredesnaam met die verliefde gevoelens? Ik ben heel tevreden met mijn single zijn sinds mijn relatie zes jaar geleden werd beëindigd en zit bepaald niet te wachten op allerlei ingewikkeldheden rond het starten van een nieuwe. Gelukkig bleek hij daar ook helemaal geen behoefte aan te hebben en al snel herkende ik mijn gevoelens als hetzelfde bij vrouwen: de potentie van een diepe vriendschap.

Voor het zover was moest ik langs de opvatting van mijn ex heen en ik kwam tot de conclusie dat ik er niet aan moest denken om met deze man seks te hebben. Daarmee was de verliefdheid duidelijk geworden en kon ik gewoon blij zijn met de nieuwe ontwikkelende vriendschap.

Ik voel me een gezegend mens met tal van mooie vriendschappen met uiteenlopende types. En met het geleerde vermogen om emoties er altijd te laten zijn en te kunnen beschouwen, benoemen en desgewenst weer los te kunnen laten.

Hoe anders ligt dat voor mensen die emoties uit de weg gaan. Ik voel compassie voor mensen die de emotie verliefdheid uit de weg gaan, wat meestal te maken heeft met angst om gekwetst te worden, niet zelden gebaseerd op een nare ervaring met een relatie of soms zelfs teruggaand tot iets in hun jeugd.

Verliefdheid is een vreugdevolle emotie. Het kan pas lastig worden als je daar andere emoties zoals verlangens (naar iets wat je niet hebt bijvoorbeeld) aan gaat koppelen Een verlangen naar intimiteit is volkomen legitiem natuurlijk, maar wordt lastig als het niet wederzijds is of de beleving van intimiteit ver uiteenloopt.

Ben je verliefd, dan heb ik eigenlijk maar éen advies: laat je gevoelens bij jezelf toe en onderzoek ze, bijvoorbeeld door er over te mediteren en als je dan nog steeds vindt dat je die gevoelens moet uiten: veel plezier ermee. Ik gun je een positieve reactie, maar ook een nee kan heel bevredigend en leerzaam zijn.

.

Mainstream

Er wordt nogal wat gefoeterd op de mainstream media, in kringen waar dat veel gebeurd vaak MSM genoemd. De mainstream media zouden aan de leiband lopen van regeringen en meedoen aan al het gelieg en gedraai waar onze overheid al vele jaren in uitblinkt.

Ik kan niet ontkennen dat dit soort zaken gebeuren. Zo herinner ik me een uitzending van het Nos-journaal waarin beweerd werd dat Poetin op een vraag van de Nos-verslaggevers geen antwoord had willen geven. Het bijbehorende beeld was dat van een weglopende Russische president. Ik weet niet meer waar het over ging, Poetin was in Nederland om zijn toen nog hier wonende dochter te bezoeken en de verslaggevers maakten van dat moment gebruik.

Een week of drie later gaf de cameraman van dat item blijk van gewetenswroeging. Hij postte op social media de oorspronkelijke beelden: Poetin was in een goede bui en gaf een uitgebreide reactie, het hele item bleek wel een kwartier te duren.

Dit is dus ronduit manipulatieve nieuwsvoorziening geweest en dit soort dingen gebeuren ongetwijfeld nog. Maar dat wil niet zeggen dat alle journalisten die bij de mainstream media werken niet deugen.

Daar werken ook zeer integere en goed opgeleide mensen, maar die hebben soms grote moeite om hun werk te kunnen doen. Bijvoorbeeld: informatie van de overheid krijgen, vergt niet zelden een enorm uithoudings- en doorzettingsvermogen. Zo las ik in de Volkskrant een paar weken geleden over een verzoek dat journalisten al drie (!) jaar geleden hadden gedaan over inzage in specifieke overheidsstukken. Ze waren zelfs naar de rechter gestapt die had bepaald dat de overheid die stukken ter beschikking moest stellen. maar ze hebben die tot op de dag van vandaag niet gekregen. In diezelfde editie een relaas van een columnist die graag een bepaald debat in de Tweede Kamer wilde bijwonen maar als niet-parlementair redacteur daar accreditatie voor moest aanvragen. De aanvraag werd pas gehonoreerd nadat het debat geweest was.

Het zijn rare tijden als het gaat om informatievoorziening. Fake news, feiten die worden afgedaan alsof het fake news betreft, feiten die als leugens afgedaan worden en leugens die als feiten gepresenteerd worden.

Journalistiek is nog nooit zo ingewikkeld geweest als in deze tijd.

Maar het gemanipuleer met informatie is niet van vandaag of gisteren.

Zo herinner ik als de dag van gisteren hoe ik als jonge undercoverjournalist in 1970 met een story kwam over meiden die in de prostitutie belandden na verslaafd te zijn gemaakt. Ik kwam op het spoor daarvan omdat er een poos veel hash verkocht werd met opium erin. Wat vreemd was, omdat opium duurder was dan hash.

I.p.v. dat het stuk geplaatst werd, moest ik op het bureau van de hoofdredacteur komen waar ook de toenmalige hoofdcommissaris van politie aanwezig bleek. Samen legden de heren me uit dat het artikel niet geplaatst kon worden omdat het teveel onrust zou veroorzaken. Twee jaar later kwam de Volkskrant met een artikel over wat toen meteen heroïneprostitutie heette. Betrof het in 1970 nog maar enkele meiden, twee jaar later ging het om tientallen slachtoffers. Ik kan er nog steeds boos over worden, temeer daar het niet plaatsen van het stuk voor mij heel nare gevolgen had.

Iedereen mag zich journalist noemen. Maar journalist is desondanks een serieus, moeilijk en soms gevaarlijk vak. Het eerste dat ik op de School voor de Journalistiek leerde, was dat objectieve journalistiek niet bestaat. Veel van de opleiding ging over hoe je desondanks tot zo betrouwbaar mogelijke informatie komt.

Er zijn nu veel mensen die -al dan niet onbetaald- werken voor wat meestal alternatieve of onafhankelijke media worden genoemd. Soms is hun informatie van groot belang. Maar net zo vaak wordt die informatie bijeen gegaard door mensen die nooit als journalist zijn opgeleid. Het maakt het er allemaal niet eenvoudiger op om als lezer of zelfs kijker te weten wat waar is en wat niet.

Betrouwbare, goed opgeleide journalisten zijn harder nodig dan ooit. Je vindt ze zowel bij msm als onafhankelijke media.

.