De onverdraagzamen

Jaren her toen we nog spraken van crèche in plaats van kinderdagverblijf, bracht ik mijn peutertje geregeld met de auto naar de ouder crèche. Soms parkeerde ik mijn auto in een klein zijstraatje, maar toen ik dat een halve dag had gedaan tijdens mijn beurt om als ouder op de crèche te participeren, vond ik mijn auto met een lek gestoken band. En een briefje onder de ruitenwisser dat me duidelijk maakte dat ik weg moest blijven voortaan.

Met de hond liep ik geregeld door een autoloos straatje in de buurt de kortste weg naar het park. In éen huis sloeg steevast de daar wonende hond aan. Een ochtend om een uur of elf stoof de bazin van het hondje naar buiten die me in niet mis te verstane woorden te kennen gaf dat ik voortaan niet meer door het straatje mocht lopen omdat haar hond dan ging blaffen. Een paar dagen later deed in een parallel straatje een hondloze neef van haar ongeveer hetzelfde. Of we maar weg wilden blijven uit hun straat. Oprotten!
De auto heb ik nooit meer in dat kleine straatje geparkeerd, maar straatverboden laat ik me niet door eigen buurtgenoten opleggen.

Toen onze straat 10 jaar bestond hebben we dat gevierd met een straatfeest. Met subsidie van woningverhuurder en gemeente, omdat de onverdraagzaamheid van allerlei mensen zelfs voor de verdraagzamen in de straat niet meer te harden was. Ruiten sneuvelden, gescheld en geschreeuw en allerlei getreiter was schering en inslag en een keer werd er zelfs geschoten. Door de subsidie konden we een ruim aanbod aan muzikanten laten optreden. We vonden de meest uiteenlopende muzikanten bereid om tegen gereduceerd tarief op te treden voor het goede doel. De hele straat was er. Althans, als de muziek ook in de smaak viel van de onverdraagzamen. Was dat niet het geval, dan gingen zij naar binnen.
Bij een levensliedzanger stonden we er allemaal, bij een jazzy popbandje alleen de verdraagzamen.
Opvallend vond ik toen en nog steeds dat de onverdraagzamen in onze samenleving vaak lager opgeleiden zijn. Waarmee ik niet wil zeggen dat ze dommer zijn, want in menig opzicht zijn ze vaak slimmer dan hoog opgeleiden. Maar ze zijn sociaal vaak grover, directer, onbeschaafder.

Een overbuurvrouw hield op mij te begroeten als we elkaar tegen kwamen. Toen ik haar na een paar maanden eens aanschoot wat er aan de hand was, bleek ze kwaad omdat ik haar een keer vriendelijk gevraagd had of ze een paar weken geen brood wilde strooien. Daarbij had ik haar uitgelegd hoe moeilijk het zindelijk maken ging bij mijn pup en dat als ik hem bij de boomspiegel voor mijn huis zette zijn enige belangstelling uitging naar haar brood, een drietal metertjes bij hem vandaan.
“Ja en je zeg de hele tijd ‘plasje doen, plasje doen’. Gek worden we daarvan,” was haar reactie op mijn verzoek. “Ja daarom dus, des te eerder hoeft dat niet meer,” had ik geantwoord.
Achteraf bleek mijn verzoek opgevat als aantasting van haar vrijheid en het begin van allerlei getreiter.

De vraag is of onverdraagzaamheid vaker voorkomt bij lager opgeleiden of dat het slechts een kwestie is van dat educatie manieren van uiten aanleert die meer verbloemen. De verkiezing van Donald Trump geeft ook in dit opzicht te denken.
Van Donald Trump is bekend dat hij een lastige en trage leerling was. Er zijn mensen die beweren dat hij niet meer dan drie bladzijden achter elkaar kan lezen. Maar hij is een meester in opkomen voor zijn eigen belangen en daar moet je hem vooral geen haarbreed bij in de weg leggen want dan betoont hij zich uiterst onverdraagzaam.
 

Hondenburen

Een paar jaar terug keek ik naar binnen bij een net leeggekomen huurwoning in de buurt. Op de vloer, dicht tegen de muur die kennelijk grenst aan de huiskamer van de buren stond met dikke zwarte letters een boodschap geschreven voor potentiële nieuwe bewoners. Klaarblijkelijk waren de schrijvers daarvan verhuisd vanwege het lawaai aan de andere kant van de muur, veroorzaakt door honden. Ik kende die honden als lieve, rustige honden, maar ja ik woonde er niet naast.

Ik heb slechts éen keer buren gehad die een hond hadden. Geen kleintje die hond en zijn zware blaf was goed te horen. Maar ik had er geen last van, meestal viel zijn geblaf me pas op als hij echt erg tekeer ging en dan blockte ik dat geluid doorgaans uit mijn systeem. Zoals ik ook vroeger de klanken van mijn vioolspelende vriend uitblockte (“hoe klonk dat?” Wat? “Wat ik net speelde.” Sorry, niet naar geluisterd), of tegenwoordig het beginnend pianospel van mijn buurman. Ja zelfs het lawaai van de snelweg hoor ik niet als ik in het natuurgebied er pal naast met mijn hond wandel. Ik focus op de natuur en mijn hond, niet op het lawaai.
Maar daar zijn grenzen aan. Als ik niet jaarlijks minimaal een periode in een natuurgebied van de stilte geniet gaat het continue geluid van de stad me vroeg of laat opbreken en ga ik steeds vaker midden in de nacht met mijn hond wandelen om van de stilte te genieten, eindelijk mijn eigen voetstappen te kunnen horen, het ritselen van blad, het wegschieten van een rat, geluidjes van nachtdieren. Het mooiste vind ik die momenten dat het volledige windstil is en alles stil wordt.. Oorverdovende stilte.. Mijn oren moeten er aan wennen…

I.h.k.v. mijn pup wennen aan alleen zijn, had ik weer een keer de duur van mijn afwezigheid verlengd en vroeg ik bij thuiskomst mijn buurman of de hond lawaai had gemaakt. Ik schrok van het antwoord: “Dat weet ik niet. Hij blaft altijd.” Naar mijn idee viel het wel mee, maar voor buurman was er kennelijk een grens gepasseerd. Ik nam me voor er strenger mee om te gaan maar het leek wel hoe meer ik het aanpakte, de hond steeds meer begon te blaffen. Niets te zien of te horen in de straat, maar de snel groeiende pup vloog naar het raam of er buiten vreselijk kabaal gemaakt werd of iemand voor de deur stond. We begonnen al grapjes te maken: “die hond ziet spoken” maar er leken steeds meer spoken te zijn en allengs werd het steeds minder grappig en sommige bezoekers opperden al dat er misschien een steekje los zat bij de hond. Hij kon op allerlei tijdstippen gaan waakblaffen alsof er werd aangebeld, maar vooral ’s avonds ergens tussen half 10 en 10 uur was het dagelijkse kost. Ik begon op te letten of er in die tijd iets gebeurde in de straat, ging buurman misschien rond die tijd naar bed? Maar nee, buurman ging sedert hij met pensioen was een tikkie later naar bed.
Lang verhaal kort makend: na ruim 4 maanden onverklaarbaar en steeds irritanter waakblaffen wat ook ’s nachts gebeurde, kwam ik er achter dat een buurvrouw schuin aan de overkant aan het treiteren was met een hondenfluitje. Mijn hond kreeg er pijn aan zijn oren van, blafte naar buiten en naar mij om duidelijk te maken wat er was, maar ik snapte er niets van want ik hoorde niets. Van dat fluitje dan, zijn irritante geblaf des te meer. Evenzo mijn buren. De buren aan beide kanten vonden het al beter als ik een andere plek voor de hond zou zoeken, die hond van mij hoorde volgens hen niet in de stad…

Ik vertelde dit verhaal vanmiddag aan een kennis, een hondenuitlaatster. Ze had ook een treiter story: 11 jaar lang had ze last van lekkages.. wat ze ook deed, de oorzaak werd niet gevonden. Tot haar buren verhuisden en haar nieuwe buren kwamen vragen of ze niet veel last van lekkage had. Bleek dat er een ingenieuze omleiding was gemaakt om regenwater af te voeren:  via een paar kleine pijpjes kletterde dat van enige hoogte op het dak van de hondenuitlaatster.
“Ze waren zogenaamd ook hondenliefhebbers, maar ik had al vaker gemerkt dat ze in feite een hekel aan mijn hond hadden,” vertelde ze. Ja, wij hondenbezitters merken zulke dingen aan onze honden. Zo merken we ook dat de tolerantie jegens honden afneemt, de angst toe. De nu al bijna twintig jaar vrijwel overal geldende aanlijnplicht voor honden heeft ervoor gezorgd dat steeds minder mensen iets van honden snappen. Wie weet er nu nog dat rennend een hond passeren geen goed idee is? Wij hondenbezitters moeten steeds intensiever trainen met onze honden om te zorgen dat ze sociaal aanvaardbaar gedrag vertonen onder omstandigheden die vaak zeer hond onvriendelijk zijn.

Ik ben ook gaan trainen met mijn hond om het zijn oren pijnigende gefluit te verdragen, maar er zal nog wel ‘even’ tijd overheen gaan voor hij het wantrouwen jegens geluiden in onze straat kwijt raakt. Van mijn buren kan ik echter niet vragen of ze dat geduld nog zouden kunnen opbrengen. Het is ook nauwelijks uit te leggen. Cezar Milan kan dingen toch ook in korte tijd afleren? Nee, niet altijd. Soms moet een hond maandenlang naar Cezars rehabilitatiecentrum. Weg uit een voor de hond slechte situatie.
Inmiddels is toch de vraag aan de orde of zo’n gevoelige hond als de mijne nog wel tegen alle hectiek van de stad bestand is. Naast het pijn aan zijn oren veroorzakende hondenfluitje dat hij maandenlang tevergeefs aan zijn baasje heeft proberen duidelijk te maken waardoor zijn gevoelens van veiligheid in zijn eigen huis werden aangetast heeft hij nog tal van andere slechte ervaringen opgedaan. Ook maakt hij dagelijks mee dat mensen bang voor hem zijn. Het doet zijn gevoelige aard allemaal geen goed. Hij is mede door al die ervaringen snel overprikkeld en/of onzeker en ook dat zorgt dat hij sneller blaft dan wenselijk is.
De treiterende overbuurvrouw is inmiddels overgegaan tot midden in de nacht en in de heel vroege uurtjes bonzen op de ruiten. Politie noch woningcoöperatie kan iets voor ons doen.  Noch konden ze dat de afgelopen 31 jaar voor tal van andere bewoners waarvan er minstens 6 verhuisd zijn vanwege het getreiter. Ik ga niet verhuizen. Maar mijn hond waarschijnlijk wel… Ik kan hem dit ‘woonklimaat’ niet langer aandoen.

 

Oneerlijk schuim

We zijn massaal gehersenspoeld. Door reclamemedia o.a.. Over tal van al dan niet arbitraire zaken, maar ik wil me nu beperken tot het idee dat schoonmaken dient te gebeuren met middeltjes die schuimen. Een eigenaardig idee, dat zeker niet altijd zo geweest is en al helemaal niet voor baden. Cleopatra schijnt graag te hebben gebadderd met ezelinnenmelk en ook olie in je badwater is lang aangezien voor lekker luxe verwennerij. Tegenwoordig staan we vaker onder de douche dan dat we in bad liggen en de keur aan doucheproducten is inmiddels enorm.
Recent was er een reden om mij cadeautjes te geven en hadden de lieve gevers kennelijk collectief besloten dat het tijd werd dat ik de verzorgingsproducten anno 2016 tot me kon nemen en diverse keuzes gemaakt uit het gigantische aanbod. Producten die op tv worden aangeprezen omdat ze onder de douche zo ‘rijkelijk schuimen’ en je huid heel zacht maken.
Dat schuim wordt meestal veroorzaakt door Sodium Laureth Sulfate, kortweg SLS. (Nederlandse naam Natriumlaurylethersulfaat of NLES) Dat stofje is super goedkoop voor de industrie en schuimt extreem. Iets duurder is een van kokos gemaakte variant die vaak in ‘natuurlijke’ producten gebruikt wordt.
De stofjes hebben gemeen dat ze niet alleen schuimen, maar ook vet oplossen. Dus ook huidvet en ook je haar kan er van uitdrogen.
Dus voegt de industrie er weer stofjes aan toe die je huid dienen te ‘hydrateren’. Niks aan de hand dus?
Wel. Je wordt bedonderd en zo aangezet tot meer en duurdere producten kopen EN het is slecht voor je lichaam en het milieu. Want die ‘verzorgende’ producten spoel je grotendeels door het douche- of gootsteenputje. De beschermende laag van je huid wordt aangetast met alle risico’s van dien.
De ontvettende schuimmakers zitten in alle verzorgingsproducten die ‘moeten’ schuimen, van shampoo tot tandpasta. De SLS in tandpasta kan aften in je mond veroorzaken. Om maar eens wat te noemen. Omdat ik vaak mijn handen moet wassen werd de huid van mijn handen zo beschadigd door de stofjes in goedkope stukjes zeep of in de pompjes met handzeep, creamy of niet, dat ik nog steeds meerdere keren per dag handcrème op moet smeren. Kassa!
Wat was er mis met een eenvoudig stukje zeep en af en toe jezelf en je huid verwennen met een lekkere bodylotion o.i.d.?
Dat eenvoudige stukje zeep zonder die synthetische schuimmiddelen is moeilijk te krijgen en inmiddels vanwege de zeldzaamheid en omdat het vaak handwerk is, zeer duur geworden.

Ik heb ze geprobeerd die foams en gels voor onder de douche van gerenommeerde merken. Ze laten steevast een raar filmpje op mijn huid na dat zich slechts met moeite laat afwassen. Dat filmpje moet kennelijk er voor zorgen dat mijn huid zacht aanvoelt, maar je voelt dat filmpje dus, niet mijn huid…

Waar is de babyshampoo gebleven die niet prikte in de oogjes omdat het niet schuimde en waar mijn haar niet van uitdroogde??

Ik hoor u al denken: maar er zijn zoveel van die stofjes in schoonmaakmiddelen, in voedsel, in kleding en noem maar op. U kunt zich daar toch niet allemaal mee bezig gaan houden?
Maar als u tot hier gekomen bent met lezen, weet u alweer wat meer. Als het u allemaal teveel is geworden bevindt u zich in groot gezelschap. Dan is er in ieder geval éen simpel hulpmiddeltje: koop niets waarop namen van ingrediënten vermeld staan die u nauwelijks kunt uitspreken, laat staan van begrijpt wat het is.
Als we ophouden met oneerlijke producten kopen, moet de industrie wel met eerlijke producten gaan komen.

 

 

In 2012 schreef ik al dit artikel over SLS

Veranderen

John Lennon sprak ooit deze boodschap uit:

Maar wat doen we er aan?????
Blijven we kiezen voor mensen die belust zijn op macht?
Geen respect hebben voor het leven op deze aarde?
Laten we bedrijven en mensen hun ding doen waarbij geld belangrijker is dan onze gezondheid?
Blijven we producten kopen die niet deugen?
Bij verkiezingen vakjes aankruisen bij mensen die manipuleren en liegen?
Of niet kiezen ‘omdat er toch niets kan veranderen’?

Er is éen ding zeker in het leven: Alles verandert.
Veel dingen kunnen anders worden omdat je wilt dat het anders wordt en daar naar handelt.

Zorgkosten

Mijn vader was een belangrijk recept kwijt dat hij van de anesthesist had gekregen ter voorbereiding op een operatieve ingreep.
Telefonisch sprak ik de anesthesist die het recept digitaal stuurde naar de apotheek waar mijn vader is aangesloten en de apotheker heeft het medicijn bezorgd bij het zorgteam van het huis waar mijn vader een aanleunwoning heeft.
Dat het me toch een paar uur kostte kwam vooral omdat ik geen rechtstreekse telefoonnummers had van de diverse bij dit proces betrokkenen. Toen alles geregeld was voelde ik enig ontzag hoe tegenwoordig onze samenleving georganiseerd is en hoe de digitalisering zaken mogelijk en zelfs eenvoudig maakt.

De operatieve ingreep was op zich niet erg risicovol, maar mijn vader is bijna 92 en dat brengt wel extra risico’s met zich mee. Maar de eventuele voordelen van het effect van de operatie waren voor mijn vader zwaarwegend. Aspecten van mijn vaders geestelijke gesteldheid werden door hem of behandelaars nauwelijks meegewogen in het besluit.
De operatie verliep goed, maar na een dag concludeerde mijn vader dat de operatie hem niet had gebracht wat hij had gehoopt. Wat wie hem ook vertelde over dat het nog veel te vroeg was voor die conclusie; hij bleef er van overtuigd. In korte tijd werd hij zeer neerslachtig en ’s nachts kreeg hij hoge koorts. Overdag zakte de koorts doorgaans snel, maar de nachtelijke hoge temperaturen bleven. Antibiotica sloeg niet aan en tal van onderzoeken gaven geen uitslag over wat er aan de hand was. Hij kreeg steeds meer moeite met alles wat er gebeurde nog op een rijtje te houden. Uiteindelijk zakte de koorts na het stoppen met antibiotica. Na nog voor de zekerheid een hartonderzoek mag mijn vader binnenkort i.p.v. na de geplande twee dagen, na ruim twee weken weer naar huis.

Het brengt me weer eens bij de vraag:
Moet alles kunnen wat kan?
Voor mijn vader ging het om de kwaliteit van zijn leven. Misschien kan of kon hij wel 100 worden, maar dat wilde hij niet met de kwaal die hij had.
Toch is die kwaal niets meer of minder dan een ouderdomsverschijnsel. Ik kan me een andere manier van omgaan met de kwaal voorstellen dan een operatie met geringe slagingskans en heel grote risico’s, maar mijn vader heeft een heilig geloof in artsen en de maakbaarheid van het lichaam.

Ik hoorde van een jonge man die nog niet de helft van mijn vaders leeftijd heeft dat er een knobbeltje geconstateerd is in het lichaamsdeel waar mijn vader zijn ingreep aan kreeg. Bij hem gaat het niet alleen over de kwaliteit van maar misschien om zijn leven. Onderzoeken moeten uitwijzen of dat wel of niet zo is. Die onderzoeken gaan die jonge man zijn volledige eigen bijdrage kosten. Die 385 euro is meer dan hij maandelijks te besteden heeft na aftrek van vaste lasten. Nu heeft hij dus nog een zorg erbij…

Ik denk niet dat die eigen bijdrage de gezondheidszorg goedkoper maakt. Ik denk ook niet dat we onze ouderen onderzoeken of risico’s moeten ontzeggen in pogingen de kwaliteit van hun leven te handhaven of verbeteren. Maar ik denk wel dat de allopatische geneeskunde nog veel te leren heeft van oudere geneeswijzen die uitgaan van heel de mens.
Aan zo’n ontwikkeling kun je nauwelijks toekomen als je als behandelaar hele checklisten van zorgverzekeraars moet invullen, de zorg gezien wordt als iets waar je efficiency checks op los kunt laten en een behandeling voor kunt kiezen uit een lijstje waar kosten en baten op een rijtje worden gezet.

Van de marktwerking in de zorg is inmiddels bewezen dat het de zorg alleen maar duurder heeft gemaakt, de ‘handen aan het bed’ verminderd, en van wie daar nog werkt de salarissen verlaagd. Maar de specialisten verdienen niet minder, de zorgverzekeraars maken miljarden winst, allerlei slimmeriken zijn met particuliere zorgbureau’s e.d. miljonair geworden en de farmaceutische industrie heeft meer macht dan integere doktoren verantwoord vinden. Daar verandert die eigen bijdrage, vooral niet die van minder draagkrachtigen, helemaal niks aan!

Introductiedagen

Bij een nachtelijk uitlaten van de hond zie ik een jongeman roerloos midden op straat liggen, zijn benen nog half over zijn fiets. Hij ligt pal bij de plek waar de straat een verhoging krijgt naar de kruising. Neem daar de bocht niet helemaal goed en je glijdt uit, zeker als je evenwicht door alcoholgebruik sterk verminderd is. Ik heb mijn mobiel niet bij me, maar gelukkig zie ik een eindje verderop drie studenten thuiskomen. “Hebben jullie een mobiel bij je? Er ligt hier iemand roerloos op straat! Wil je alsjeblieft de hulpdiensten bellen?!” Ze komen aarzelend dichterbij, twee meisjes en een jongen. De jongen vraagt: “Wie moet ik dan bellen?”
“112 natuurlijk!”
Het kleinste meisje staat bijna verlamd van schrik naar de gevallen jongeman te kijken, het andere meisje is al doortastend aan het bellen. Mijn hond trekt aan de lijn, hij wil het liefst zelf poolshoogte nemen. Het kleine meisje zegt zachtjes: “Ik kan niet zo goed tegen honden.” Ik ook niet tegen zijn getrek en ik besluit hem naar huis te brengen, amper 200 meer verderop. Binnen enkele minuten ben ik terug en blijkt de ambulance al gearriveerd. Rond het hoofd van de gevallen jongeman, ik schat hem op 19, 20 jaar, is zich een enorme plas bloed aan het vormen. Het komt uit zijn achterhoofd vandaan, maar het ambulance personeel richt zich op het meten van vitale functies.
Het kleinste meisje staat frontaal tegen de jonge student die zijn armen beschermend en troostend om haar heen heeft. Het meisje dat gebeld heeft moet even later tal van vragen van de politie beantwoorden. Ze zegt dat ‘die mevrouw hem gevonden heeft’, maar daar heeft de politie kennelijk geen boodschap aan. Ze zoeken naar sporen op de straat en op geparkeerde auto’s. Op éen auto menen ze een gedeelte van een voetafdruk te vinden, naast de buitenspiegel. Het kan kloppen met hoe de ongelukkige pal daarbij schuin met zijn achterhoofd op de straatstenen geklapt is. Misschien reed de jongen bijna tegen de geparkeerde auto aan en heeft hij net de verkeerde beslissing genomen door zijn voet te gebruiken om de aanrijding (met de stilstaande auto?) te voorkomen.
Of er is iets anders gebeurd. Dat kan de politie niet uitsluiten.
Ik kan alleen maar vertellen dat ik hem vermoedelijk kort na zijn val gevonden heb, want toen zag ik nog geen bloed. Nee, ik heb hem niet zien vallen.

De volgende ochtend zie ik twee agenten druk doende met nog meer sporenonderzoek, ook op de fiets van de jongen, maar die ziet er vrijwel onbeschadigd uit. Later hoor ik dat de politie ook een buurtonderzoek heeft gedaan en de lokale nieuwszender brengt ’s middags een bericht dat niet duidelijk is of de jongen door eigen toedoen gevallen is of er iets anders is gebeurd en roept getuigen op zich te melden.
De jongeman kan niet getuigen, hij ligt op de IC vertelt de politie. Het is niet best, zeker niet gelet op het alcohol promillage in zijn bloed…

Hoogst waarschijnlijk zijn er geen getuigen. ’s Nachts om twee uur is het doodstil bij ons in de wijk, op enkele thuiskomende of vertrekkende studenten na. Ze komen in deze dagen ’s nachts thuis van de feesten tijdens de introductiedagen waar traditiegetrouw de alcohol rijkelijk vloeit. Degenen die al huisvesting hebben in de stad bieden vaak logies aan eerstejaars. Zo ook het kleine meisje aan de twee andere studenten.
De ontgroeningsrituelen zijn niet meer zo heftig als enkele decennia geleden, maar gebruikt wordt er meer dan ooit. Elk jaar eisen de introductieweken slachtoffers.
Je zal maar de ouders zijn van zo’n jong kind dat nu op de IC ligt.
Trots op deze nieuwe levensfase, vol vertrouwen of misschien een beetje onzeker zie je zoon of dochter voor het eerst het huis uitgaan en je wenst hem of haar het beste, het begin van een mooie toekomst. En dan krijg je ineens het bericht dat je kind op de IC voor zijn leven ligt te vechten.
Alcohol… het maakt kapot wat je lief is…

Vuil

Straatvuil is volgens sommigen een bejaarden onderwerp. Jeugd zul je er inderdaad zelden over horen en dat lijkt me een deel van het probleem. Tenzij die jeugd met een puppy over straat loopt. Want dan merk je pas goed hoe erg het gesteld is met de troep op straat. Mijn pup vond de eerste weken op ongeveer elke meter bestrating wel iets van zijn gading. Plastic dopjes, verpakkingsmaterialen, lege blikjes en koffiebekers, babysokjes, handschoenen, touwtjes enz. enz.. Na twee maanden hard trainen waren we eindelijk zover dat hij het meeste op commando weer los liet, maar papieren zakdoekjes en alles wat zelfs maar in de verte riekte naar eten moest ik nog steeds uit zijn bek zien te halen voor hij het misschien doorslikte. Hele sokken van een grote mannenmaat slikte hij door… We hebben geluk gehad dat hij die na een paar dagen weer uitkotste, als zo’n kunststof sok vast was komen te zitten in zijn darmen was de ellende niet te overzien geweest.
Mijn hond is nu tien maanden en “ahah!” en “viesbah” volstaan meestal en zo niet werkt het commando “los”. Nog slechts een enkele keer moet ik iets uit zijn bek halen.
Ik denk geregeld aan vissen en andere (zee)dieren waarbij niemand in de buurt is om ze te leren van plastic en andere troep af te blijven, laat staan het tijdig uit hun bek te halen.
Ik vraag me af: waarom is de mens zo’n vervuilend wezen?
Dat plastic zakjes nu een beetje geld kosten zorgt er zoals verwacht voor dat er minder daarvan over straat zwerven. Maar nog steeds barst het van andere plastic zakjes en bakjes waar broodjes, salade of god mag weten wat in heeft gezeten. Vooral lunchverpakkingen zijn veel op straat te vinden. Dat lijkt me toch vooral een mentaliteitskwestie al is de rol van vogels die zaken uit prullenbakken halen ook niet gering. Dat vogels veel plastic en andere gezondheid schadende troep binnen krijgen lijkt me evident, dat ze afvalmaterialen in hun nesten verwerken is niet alleen grappig.
Legio zijn de filmpjes op internet waarbij (zwem)vogels en allerlei andere diersoorten bevrijd worden van afval van de meest uiteenlopende materialen.
Bouwafval, netten e.d. buiten beschouwing latend, lijkt een belangrijk deel van het zwerfvuil probleem te beginnen bij onze veranderde leefgewoonten. Ik zie al jaren schooljeugd bij bushaltes hele zakken chips e.d. verorberen, al lopend (een stukje van) de verpakking van een candybar of ander snoepgoed laten vallen…
Op mooie dagen is het afval dat in de parken achterblijft van picknicks zo exorbitant dat de hoeveelheid prullenbakken nimmer toereikend zal zijn en er grote schoonmaakploegen in de vroege ochtenduurtjes de schade proberen te beperken. De in de vijver gegooide flessen en bekers zijn dan al lang naar de bodem gezakt.

Het broodtrommeltje lijkt aan een revival begonnen te zijn, maar niet zodanig dat er niet hele volksstammen zaken die moeten doorgaan voor een lunch bij supermarkten, bakkers en horeca aanschaffen, met alle verpakkingen vandien. Niet alleen de verpakkingsindustrie maar vooral de voedingsindustrie vaart er wel bij. Van de producten van de voedingsindustrie is gevoeglijk bekend dat het steeds minder met echte voeding te maken heeft.
Wanneer gaan we inzien dat de troep die we achterlaten het gevolg is van hoe we onszelf vervuilen?