Yoga

Veertig jaar geleden kreeg ik mijn eerste les in yoga en meditatie van Rita Beintema. Ze noemde het geen meditatie, maar stilzitten. Na de eerste keer stilzitten realiseerde ik me dat ik zoiets spontaan al vaker deed, alleen nooit zo lang.

Bij de derde les zag ik mezelf ineens als een stipje beneden zitten. Het was even opletten om niet in het vliegtuig te stappen 😉

Ik memoreer vaak een uitleg van Rita n.a.v. het stilzitten:

“Gedachten zijn als een trein.
Het is nu misschien nog een sneltrein
Maar als je zelf op het perron blijft staan en je observeert de trein
zul je merken dat de trein steeds langzamer gaat rijden
En kun je steeds beter elke wagon waarnemen.
Een gedachte is als een wagon.
De kunst is om niet in te stappen”

Een aantal jaren later kreeg ik yogales van Engelse Sheila. Gewoon, in het buurthuis. We deden elke week de ‘zonnegroet’ en de volgende dag had ik vreemde spierpijnen, vooral in mijn heupen en bovenbenen. Ook elke week.

“Nou Marja, dan is het nu kiezen,” zei Sheila. “Of je accepteert dat je vanaf nu langzaam stijver wordt, of je gaat elke dag yoga doen.” Ik was pas 35 en vond de keuze niet moeilijk. Een half jaar later vroeg Sheila of ik haar bij een les in een andere groep kon vervangen. De vervangingen werden de basis voor latere yogalessen die ik zelf aan kleine groepjes heb gegeven.

Ik volgde ook een aantal meditatiecursussen bij wat toen nog heette “The Friends of the Western Buddhist Order” (Nu Triratna Buddhist Community). Van Vasjragita leerde ik o.a. de metta bhavana meditatie. Ik heb nog een paar keer meegedaan aan yoga- en meditatiegroepjes. Eentje maar éen keer, de yogalessen leken er op gymnastiek. Een seizoen raja yoga heeft aan mijn eigen dagelijkse oefeningen wel een paar waardevolle asana’s kunnen toevoegen.

Van vrienden die vipassana retraites deden, leerde ik de volgorde om de dingen aan te gaan gaan; waarnemen, benoemen, accepteren en loslaten.

Goede leermeesters leren je hoe je eerlijk omgaat met jezelf, met emoties (ook een gedachte) en met de wereld om ons heen.

Uiteindelijk heb ik het meest geleerd via mijn eigen dagelijkse discipline. En van ontelbare mensen die op mijn pad kwamen en elk op hun eigen manier wat te leren hadden. Mijn grootste leermeester is niet in de stof, dat wist ik al vijftig jaar, maar wie het is werd vorige week zowaar bevestigd.

Vanmorgen zat ik zoals gebruikelijk voor de aanvang van mijn dagelijkse yoga op mijn hometrainer. In mijn hoofd al sinds gisteren Euphoria, de song die in 2012 één werd bij het Eurovisie songfestival. Ik besloot het nummer op mijn smartphone en bluetooth speaker op te zetten in de uitvoering van Floor Jansen.

En nog een keer en nog een keer in de uitvoering van Loreen met lyrics zodat ik eindelijk begreep waar het nummer over gaat. Tranen van vreugde en liefde stroomden over mijn wangen, beroerden mijn hele wezen.

Ik heb wat te vieren vandaag. Niet dat ik veertig jaar bewust beweeg met yoga en mediteer, want 40 is ook maar een getal.

Ik vier in het diepst van mijn hart dat ik mag zijn wie ik ben. Daar ben ik zo dankbaar gelukkig ontroerd om.

Keramiek

Bij keramiek denk je toch aan aardewerk? Allerlei soorten aardewerk, van terracotta tot Delfts blauw en Chinees porselein.

Nu begint door te dringen dat Tefal pannen en andere met PFAS bewerkte pannen slecht voor je gezondheid zijn, vind ik het dus niet zo gek dat de pannen van keramiek populair geworden zijn.

Maar wat voor keramiek is dat eigenlijk waar koekenpannen van gemaakt zijn en die in sommige gevallen wel tot 400 graden verhit kunnen worden? Keramiek is toch altijd breekbaar? Wat is er uitgevonden om keramische pannen hard en onbreekbaar te krijgen? Eenmaal bij die vraag uitgekomen, begon mijn wantrouwen wakker te worden, maar die werd helemaal wakker toen een vriend zijn gloednieuwe keramische koekenpan bij mij wilde ‘inbakken’ vanwege zijn vogeltje.

“Waarom dan?” vroeg ik. “Het is toch een PFAS vrije pan, dus dan hoef je toch niet bang te zijn dat je vogeltje ineens op zijn rug in zijn kooi ligt?” Maar mijn vriend was daar allerminst zeker van. Als een ongezonde stof verboden wordt, vinden ze altijd weer wat anders uit dat meestal net zo erg is, legde hij uit. Helaas moest ik beamen dat hij daar gelijk in had.

Met de keukendeur wagenwijd open begon mijn vriend de keramische pan te verwarmen, toen olie erin, liet de pan afkoelen, maakte hem schoon en opnieuw warm en bakte een eitje. Maar toen zat ik, wandelende gifmetertje dat ik ben, al met hoofdpijn buiten.

De verpakking van de pan gaf verder geen duidelijkheid dus begon ik met internet afzoeken. Al snel bleek dat het vertrouwde woord keramiek tegenwoordig niet meer alleen geldt voor aardewerk, maar dat er nu ook een ‘technische keramiek’ bestaat.

Dit is de samenvatting van mijn zoektocht:

(citaten vooral van Wikipedia)

Technische keramiek is:

Zuivere, kwalitatief hoogwaardige poeders – met kleine (sub-micron) korrels en een nauwe korrelgrootteverdeling – uit een synthetische productieroute vormen de basis voor technische keramiek. De vormstabiliteit bij zeer hoge temperaturen, de chemische bestendigheid en de hoge slijtvastheid bieden interessante mogelijkheden voor toepassing van dit materiaal.

Keramiek kan dus, doorgaans bij hoge temperaturen, van werkelijk alles wat je maar bedenken kunt, worden gemaakt.

Er zijn twee verschillende types technisch keramiek:

  • ionaire keramiek: een verbinding van een metaal en een niet-metaal, bijvoorbeeld keukenzout (NaCl), magnesiumoxide (MgO), zirconiumdioxide (ZrO2). De ionen stapelen zich in een zo dicht mogelijke stapeling.
  • covalente keramiek: een verbinding van twee niet-metalen, zoals siliciumdioxide (SiO2), diamant (C). De moleculen stapelen zich als kettingen, bladvormige structuren of tetraëdrisch.

Enkele gangbare technische keramieken zijn: (de meest voorkomende dus, maar er zijn er nog veel meer en ze blijven er uitvinden)

Technische keramieken zijn onder andere te vinden in:

Keramiek blijkt dus een misleidende term, een ten onrechte vertrouwen wekkende benaming.

Na dit alles weet ik nog niet waardoor ik hoofdpijn kreeg, maar dat we na PFAS weer het volgende probleem hebben, is me wel duidelijk.

.

Titeren

Met mijn hond ging ik naar een holistische dierenkliniek tussen Zeist en De Bilt om hem te laten titeren. Deze nog vrij jonge techniek wordt door slechts weinig dierenartsen gebruikt. De methode behelst het afnemen van een beetje bloed om te kunnen onderzoeken of je huisdier nog voldoende afweerstoffen tegen bepaalde ziektes heeft. Is dat het geval, dan scheelt dat weer een inenting en dus belasting van het systeem van je dier. Worden er voldoende antilichamen gevonden in het bloed, dan krijg je net zo goed een (speciale titer-) aantekening daarvan in het vaccinatiepaspoort als je ook zou krijgen van een inenting.

De kliniek bleek maar liefst negen mensen met elk minstens een en soms meer honden op dezelfde tijd te hebben uitgenodigd. Voor vragen was dan ook geen tijd. Als ik vragen had moest ik daar een andere afspraak voor maken. Ja ook met mijn vraag over het enige vaccin waarvoor ze niet konden titeren. Moest ik het nu wel of niet aan mijn hond laten geven? Dat moest ik dan maar zelf beslissen. Maar wat ik ook besliste, de dierenarts wist op voorhand niet zeker of ze er tijd voor had.

We waren gelukkig als eersten aan de beurt, maar omdat het er zoveel waren, kon het minimaal een uur gaan duren voor de uitslag van het bloedonderzoek klaar was. Dus gingen we ons in de tussentijd vermaken.

Groen genoeg in de buurt. Dat had ik gedacht op de wandeling van twintig minuten vanaf de bus naar de kliniek. Weliswaar had ik van tevoren gezien dat het eigenlijk maar een klein groenstrookje is tussen de bebouwde kom van Zeist West en Landgoed Oostbroek in De Bilt, maar lopend over de Schorteldoeksesteeg die overgaat in de Bisschopsweg, kreeg ik bijna de illusie in een bos te lopen. Niets bleek minder waar. Al snel nadat we de weg hadden verlaten, kwamen we dit bord tegen:

En op het openstaande hek nog een:

Maar als het niet toegankelijk was, waarom stond dat hek dan zo wijd open? Ik besloot poolshoogte te gaan nemen en liep het pad op.

Na tien meter zag ik tot mijn verbazing dit:

In dat kleine rustgebiedje waar we niet in mogen, wordt dus wel gebouwd…!

Toen we de titer-uitslag kregen (geen vaccinaties nodig, hoera!), bleek er definitief geen tijd voor de enige inenting waarop niet getiterd kon worden. Er ontspon zich tussen de assistentes en de enige dierenarts die zich met het titeren bezighield een eigenaardig gesprek over als ik speciaal terug moest komen voor die ene inenting, er naast de kosten voor het vaccin dan wel of niet consultkosten moesten worden gerekend.

Ik ga niet meer terug, dacht ik meteen maar zei het maar niet.

Soms denk ik dat de wereld der mensen echt aan het doordraaien is.

Het wordt weer drukker

Nadat de avondklok was afgeschaft verwachtte ik dat het afgelopen zou zijn met de stille straten ’s avonds laat. Maar dat was niet het geval. Het bleef stil. Op mijn laatste wandelingetjes met de hond zag ik soms een enkele fietser, hoorde ik heel af en toe een brommer of auto in de verte. Zelfs op de warme zomeravonden zaten er ’s avonds laat geen mensen meer buiten en waren de meeste ramen weer net zo donker als tijdens de avondklok.

Lag dat aan de vroege horecasluiting vroeg ik me af. Maar ook toen de horeca de terrassen weer tot 10 uur open mocht houden, was het na 11 uur alweer uitgestorven op straat.

Toen afgelopen zaterdag de meeste coronamaatregelen werden afgeschaft (of zou opgeschort een beter woord zijn? ) was ik heel benieuwd hoe dat op straat te merken zou zijn. Maar toen ik om half twaalf met mijn hond ging lopen, was het nauwelijks drukker dan de hele week daarvoor. En dat op een weekendavond!

Zouden we zo gewend zijn aan ons nieuwe ritme dat we daar aan vast houden?

Kranten stonden de afgelopen week vol met voorspellingen over ‘the summer of love’ en mensen die uit de band zouden gaan springen na zo lang beknot te zijn geweest. Massaal ook nog. Het woord ‘muilhonger’ werd zelfs geïntroduceerd. Wat een lelijk woord is dat. Nog veel erger dan huidhonger. Hebben die kranten het wel bij het goede eind?

Ik las in een heel ander soort medium, Flow magazine, dit artikel van Bente van de Wouw. Van haar hoeft het allemaal niet, dat het weer drukker wordt. Misschien heeft ze gelijk en zijn voor veel mensen hun gewoontes veranderd. Gaan we liever wandelen dan naar de kroeg, liever gezellig met vrienden een gezonde maaltijd bereiden dan naar een restaurant. Liever dicht bij huis op vakantie dat weer zo’n verre vliegreis.

Misschien, ja misschien zelfs hebben we door het coronavirus echt iets geleerd over hoe we met elkaar en het klimaat omgaan en maken we nu bewust andere keuzes.

Dat zou geweldig zijn!

Geen door vliegtuigstrepen verpeste blauwe luchten meer, geen door geo-engineering verduisterde zon meer, minder energieverbruik door vroeger naar bed en bewuster met energie omgaan, minder versteende tuinen, minder consumentisme.

Ja misschien krijgen we zelfs een overheid die niet langer slaaf is van God Geld.

Zouden we misschien eindelijk beseffen dat we allemaal met elkaar verbonden zijn? Wij mensen, maar ook de dieren en planten. Zou het virus ons misschien toch hebben geleerd dat we deel zijn van de natuur, dat we zonder deze niet kunnen bestaan op deze planeet? (En mocht u daar nog niet van doordrongen zijn: kijk dan hier eens naar )

Dan wordt het misschien nog wat met onze wereld in plaats van dat grote delen onleefbaar worden door verwoestijning en erger.

Radeloze mens

Ganzen zijn ons tot voorbeeld

ze werken samen

.

.

( N.a.v. docu: Zand in de machine )

.

Kankermongool

Met een vriend wandel ik over het jaagpad langs de Krommerijn. We lopen meer achter dan naast elkaar. Het pad is amper een meter breed, opzij gaan voor een jogger is soms al lastig. Maar ineens staan we in de brandnetels omdat een jongen op een scootertje er dwingend langs wil. Net als we door willen lopen komt er nog een scootertje aan, nu met twee jongens erop en nog dwingender. “Het fietspad is daar,” wijs ik. Meteen is het kankermongool dit en wat mot je nou dat en zal ik jou kankermongool eens in het water gooien? Het is niet tegen mij, maar tegen mijn vriend. Met enige moeite weerhoud ik hem ervan te reageren en de jongens verdwijnen snel uit het zicht. Gelukkig.

Twee dagen later wandel ik ’s avonds laat met mijn hond en krijg ineens een onveilig gevoel. Aanvankelijk snap ik de reden niet, maar dan dringt tot me door dat ik in de verte het geluid van meerdere scootertjes hoor. Ik zie het gezicht van de scheldende duorijder op het jaagpad weer voor me. Ik heb nog nimmer zo’n van haat vertrokken gezicht gezien en al helemaal niet van zo dichtbij. Met ogen die vuur leken te schieten.

Mijn vriend is 1.90, fors gebouwd en goed getraind, de jochies zijn klein en wegen minder dan de helft van mijn vriends gewicht. Hij maakt vaker dit soort situaties mee. Misschien begonnen ze meteen te schelden en dreigen omdat hij op hen imposant overkomt? Een soort aanval is de beste verdediging? Maar diezelfde vriend heeft meer van dit soort verhalen. Zoals over een bezoek aan een supermarkt op het Utrechtse Kanaleneiland. Zes jongens kwamen daar zonder mondkapje binnen, hielden zich niet aan afstand, noch onderling noch naar andere bezoekers. Toen hij eerst een medewerker en later de caissière bevroeg of ze daar niks van zeggen, reageerden ze beiden hetzelfde: “Ach meneer, dat heeft geen zin.” Mijn vriend belde later met de bedrijfsleider, die zich in dezelfde bewoordingen uitliet. De politie doet ook niets vertelde de bedrijfsleider. In andere winkels in het centrum gebeurt hetzelfde. Het winkelpersoneel wordt dus ronduit geterroriseerd.

Ik denk aan de aardige vrouw van de snackbar in de buurt, die jaren geleden ook mee ging doen met de toen opkomende trend van thuisbezorgen. Ze had o.a. een op het oog aardige jongen uit de buurt als bezorger aangenomen die al snel begon met haar te terroriseren. Hij ging gewoon ergens op een hoek staan wachten tot het eten koud was zodat degene die het besteld had niet hoefde te betalen om haar zo af te persen. Met heel veel moeite kwam ze uiteindelijk van hem af. Niet lang daarna werd hij loverboy, ik noem het nog gewoon pooier. Ik zag hem een keer in een rustig straatje een mooi donkerblond meisje trainen in verleidelijk langs de weg staan. Dat deze jongen het verkeerde pad op ging, verbaasde me niets. Als jong jochie reed hij me bijna van de sokken toen ik mijn deur uit wilde gaan. Hij was met volle vaart de stoep opgereden met een brommer waar hij nog lang niet de leeftijd voor had. Ik riep hem achterna: “Hee, je reed me zowat omver! Stop eens!” Hij stopte. En… draaide zich zo dreigend mogelijk om en riep allerlei verwensingen naar mijn hoofd, kankerhoer was daarbij duidelijk favoriet. Ik werd eerlijk gezegd razend en rende op hem af, maar hij koos het hazenpad.

Was hij toen nog enigszins een uitzondering, verbale agressie is nu schering en inslag. Agressie tegen mannen, minachting tegen vrouwen. Ze komen veel voor in de criminaliteitscijfers. Maar als je zulke dingen constateert, ben je aan het discrimineren. Maar wie discrimineert er nu eigenlijk?

Waarom weet ik wel wanneer het ramadan is en suikerfeest, maar geven te vroeg buiten gezette vuilniszakken na christelijke feestdagen precies aan waar Marokkaanse mensen wonen? (Overigens herken je zo ook studentenhuizen.) Waarom staat er voor hun huis nooit een gft bak? Zie je ze nooit bij afvalscheidingsstations? Waarom kan ik leuk omgaan met Marokkaanse gezinnen, maar groeten de zonen me nooit terug? Als we nu eens ophouden een andere kant op te kijken, maar bijvoorbeeld massaal gaan groeten, of we nu worden teruggegroet of niet, zou dat helpen?

Ik constateer een wij-zij denken dat de tegenstellingen alleen maar lijkt aan te scherpen. Als de jochies een vrouw krijgen, gaat het irritante gedrag meestal over, maar kunnen we daarop wachten?

Homo Ludens

In 1938 verscheen het boek Homo Ludens van Johan Huizinga. In dit cultuurwetenschappelijk werk heeft Huizinga het over het belang van spel voor het voortbrengen van cultuur. Eind zestiger jaren werd het begrip Homo Ludens nieuw leven ingeblazen door de provo’s en de kabouterbeweging met hun ludieke acties.

Ik moest er aan denken toen ik nadacht waarom we in onze samenleving tijdens de coronacrisis zo verlangend blijken te zijn naar entertainment.

Hebben we zo’n behoefte aan vermaakt worden of gaat het ons vooral om contacten hebben met anderen? De terrassen zitten nu ook bij slecht weer tamelijk vol, dankzij de mega parasols die de afgelopen jaren opgang maakten en terrasverwarming. Tegen dat laatste komen al protesten. Ik las ergens over een gemeente die de terrasverwarming als milieuonvriendelijk bestempelt en wil gaan verbieden. Daar valt iets voor te zeggen, maar mag het misschien even wachten tot het weer warmer is geworden? We vinden het klaarblijkelijk massaal heerlijk om buiten te zitten en bediend te worden met lekkere hapjes en drankjes en we zijn daar kennelijk ook nog steeds rijk genoeg voor.

Het steekt schril af bij de afschuwelijke situatie in India.

Eerder deze week was er iemand op tv die goed naar de cijfers gekeken had en concludeerde dat er wereldwijd 3,2 miljoen mensen zijn overleden aan covid19. Op een wereldbevolking van 7,7 miljard mensen is dat 0,41 % als ik goed gerekend heb. Maar dat is gebaseerd op cijfers tot maximaal 1 mei j.l.. Het dodenaantal door covid zal door uitbraken en situaties zoals in India nog flink stijgen.

Willen we graag massaal ontspannen om dit soort getallen te vergeten? Of simpelweg omdat we het zat zijn om met zo’n ‘klein’ percentage rekening te houden? Dat er naast doden ook nog flinke aantallen mensen chronisch vermoeid blijven of hun geur kwijt zijn of wat voor bijverschijnselen dan ook hebben, is in de cijfers niet goed terug te vinden.

Of heeft de behoefte aan ontspanning weinig of niets te maken met coronamaatregelen maar simpelweg met dat we allemaal homo ludens zijn?

Deelnemen aan kunst en cultuur is voor de spelende mens een noodzaak om goed te functioneren. We hebben kennelijk moeite met serieus blijven als we daarnaast niet ook allerlei ontspannende en speelse activiteiten kunnen ontplooien.

De veelzijdige kunstenaar Constant Nieuwenhuijs (1920-2005) omarmde het idee van de homo ludens en zag de belevingswereld van kinderen en mensen in primitieve culturen als de basis voor het uiten van gevoelens. Van hem is dit citaat: “Het kind kent geen andere wet dan zijn spontaan levensgevoel en heeft geen andere behoefte dan dit te uiten. Hetzelfde geldt voor de primitieve culturen, en het is deze eigenschap ook, die deze culturen een zo grote bekoring verleent voor de mens van heden die in een morbide sfeer van onechtheid, leugen en onvruchtbaarheid moet leven.”

We leven behalve in een periode waarin een virus ons leven beïnvloedt, in een tijd waarin steeds meer onrecht, leugens en andere onwaarachtigheden aan het licht komen.

Misschien hebben we daarom wel zoveel behoefte aan ontspannen vrij zijn wie we zijn, zonder ons (even) druk te hoeven maken over wat er allemaal aan vreselijks in de wereld, ook dicht om ons heen, gebeurt.

geo-engineering

Hooghartig de mens

waant zich geo-engineer

De natuur slaat terug

.

.

.

Artikel:

De zon een standje lager zetten

.

.

koud voorjaar

De struiken bloeien

maar bomen hebben het koud

en zijn nog bladarm

Natuurlijke producten

“Waarom heeft iedereen het over dit kurkumaproduct?” Een zin die moet opwekken om te klikken zodat je wellicht dit product gaat kopen. Reclame dus.

Hoezo hebben we een kurkumaproduct nodig? Of een kamille extract? Of een avocadozalfje? Of een afslankmiddel waar artisjokken in verwerkt zijn? Zouden we niet gewoon kurkuma aan ons eten kunnen toevoegen? Thee trekken van kamille? Avocado op ons brood smeren al dan niet met een plakje ham erop?

Het zijn zomaar een paar voorbeelden, de lijst van producten gemaakt van in de natuur voorkomende planten en vruchten is eindeloos.

O.a. de Europese Richtlijn voor Traditionele Kruidengeneesmiddelen verbiedt om op verpakkingen van natuurlijke kruiden te vermelden wat hun geneeskrachtige werking is. De vereniging tegen kwakzalverij staat te trappelen om je zwart te maken als je voorlichting geeft over de geneeskrachtige werking van kruiden. Maar al die ‘wondermiddeltjes’ waarin kruiden verwerkt zijn mogen dus wel?

De supplementen zoals al die ‘gezonde’ pillen en drankjes heten, vliegen als warme broodjes over de toonbank. Na de krachttraining moeten we supplementen tot ons nemen, weipoeder in een drankje verwerken en weet ik veel wat nog meer. Vroeger aten bodybuilders gewoon veel biefstuk om aan hun eiwitten te komen…

Als je ouder wordt moet je calciumtabletten gaan slikken, vitae pro voor je spieren en gewrichten, extra vitamine D ter ondersteuning van je immuunsysteem en zo nog het een en ander. Om met dat laatste te beginnen: het schijnt dat de ouder wordende huid minder goed in staat is om zonlicht in vitamine D om te zetten. Maar is niet het werkelijke probleem dat veel oudere mensen minder graag in de zon zitten en al helemaal niet meer in bikini? Die vitae pro is volgens consumentenprogramma’s helemaal niet bewezen als werkzaam, maar ik heb het toch een paar maanden uitgeprobeerd. Ja, ik had minder last van spieren en gewrichten, maar bleek dat ook op te kunnen vangen door verse (en in de winter gedroogde) brandnetel in mijn dagelijkse pot kruidenthee medicinaal mee te laten trekken. Mijn immuunsysteem wordt extra ondersteund door in diezelfde pot thee rozemarijn mee te laten trekken. En vooruit: omdat het coronavirus nog rondwaart wil ik wel een extra vitamine D pilletje slikken tot ik weer met blote armen naar buiten kan.

Ik denk dat het verbod om op verpakte kruiden te vermelden waar ze voor werken, voortkomt uit geldzucht. De industrie kan weinig verdienen aan natuurlijke ‘producten’. Daartoe wordt wat de natuur ons geeft bestempeld als natuurlijke grondstoffen en moet daar een ‘product’ van gemaakt worden waar dan een flinke prijs voor gerekend kan worden. De farmaceutische industrie is al een tijd de machtigste ter wereld. Artsen wordt vrijwel niets meer geleerd over de heilzame werking van gezonde voeding en over geneeskrachtige kruiden al helemaal niets. De kennis van natuurlijke geneeskrachtige kruiden is helaas nogal diffuus geworden. Je moet echt een beetje kennis van zaken hebben om op internet de juiste werking te vinden. Er zit veel kaf onder het koren 😉

Maar nadenken over en beginnen met natuurlijker leven kan iedereen.

Het is weer de tijd dat overal paardenbloemen bloeien. Pluk ze net boven de steel af, doe een handvol in een karaf water, laat een paar uur trekken in de koelkast en hupsakee, je hebt een heerlijk verfrissend watertje, dat ook nog eens de gal- en leverwerking ondersteunt en zo tevens helpt met ontgiften. Precies in de tijd van het jaar dat dat het meest zinvol is. In feite zorgt de natuur goed voor ons.