Van nature

Van nature ben ik lid van het Simplistisch Verbond.
Al jong had ik het inzicht dat als het splitsen van stofjes de bedoeling van de natuur was, die stofjes wel vrij in de natuur te vinden zouden zijn.

Over de evidente gevolgen van kernsplitsing wil ik het nu niet hebben, ook op minder zichtbare wijze blijkt keer op keer dat de mens de gevolgen van het uiteenrafelen van in de natuur voorkomende stoffen niet kan overzien.
De eerste keer dat het op zeer grote schaal pijnlijk duidelijk werd was met de freons. Stoffen die gebruikt werden als koelstoffen in onze koelkasten en als drijfgas in spuitbussen. Die stoffen zijn nu verboden maar zijn voor het grootste deel verantwoordelijk voor het aantasten van de ozonlaag.
De jongste ontdekking van een luchtvervuilende stof is Siloxaan. Of eigenlijk zijn dat meerdere stoffen. Van sommige siloxanen is bekend dat ze zeer slecht afbreekbaar zijn en zeer toxisch voor waterorganismen. Siloxanen worden in toenemende mate aangetroffen bij luchtmetingen, vooral in de ochtendspits. Naar wat dat precies betekent voor ons milieu is het voorlopig nog gissen…

We gaan maar door met splitsen.
Want zo zouden we goede medicijnen vinden.
Maar al die middelen van de farmaceutische industrie hebben bijwerkingen.
Ik heb nog nooit gehoord van bijwerkingen van natuurlijke geneesmiddelen zoals fytotherapie en homeopathie. Maar die worden weggezet als kwakzalverij. Elke vorm van holisme schijnt daar tegenwoordig onder te vallen.
Logisch want de hele chemische industrie verliest haar bestaansrecht als we het anders gaan bekijken.

Het grappige is dat in science fiction films geneeswijzen te zien zijn die uiterst holistisch zijn.
Er wordt niet meer gesneden, er zijn geen medicijnen meer nodig, maar je gaat onder een apparaat liggen dat meet wat er mis is en het met bepaalde frequenties herstelt.
In de oude Startrek films was al sprake van een eenvoudig handapparaatje waarmee de arts het lichaam scant voor diagnose.
Jongere films gaan nog een stapje verder, zoals Elysium uit 2013. Daar hebben de welgestelden een zogenaamd MedBay, die eruit ziet als een soort zonnebank die het lichaam scant op ziektes en ook meteen geneest.
Het lijkt heel futurisch, maar er zijn al diverse geneesmethoden die uitgaan van de trillingen in ons lichaam, zoals Mora-therapie. Het idee is dat alles in de materie een eigen trillingsgetal heeft, ook virussen en bacteriën. De trillingen worden gemeten met behulp van elektro acupunctuur en computers. Die laatste kunnen de trillingen ook omzetten in hun tegendeel, om je op die manier te helpen genezen.
Maar nog steeds worden ook deze methoden weggezet als kwakzalverij.
Uiteraard zou ik bijna zeggen.
Want de gezondheidszorg is een enorme industrie.
Die gaat niet uit van heel de mens.
De winstmaximalisatie van de farmaceutische industrie op van de natuur afgesplitste stofjes werkt bovendien als een splijtzwam in de samenleving.
Wie geld genoeg heeft kan elk medicijn kopen.
De vraag is zo langzamerhand of we dit soort medicijnen wel moeten willen…
Ondertussen gaat de zorgpremie alweer omhoog…

Advertenties

Twee fietsers

In de fietsstraat halen ze me in;
zij op een knaloranje fiets en met modern geknipt afrokapsel en bijpassende huidskleur, hij op een degelijke stadsfiets met grote rode fietstassen over zijn bagagedrager. Kort haar, bril, bleke kleur.
Je zou kunnen stellen dat de rode fietstassen goed passen bij haar oranje fiets, maar in mijn ogen vormen ze een onwaarschijnlijke combinatie. Niet alleen door hun totaal andere kledingstijl, maar vooral door de lichaamshouding. Die van haar is rechtop, fier en relaxed tegelijk. Je kunt aan haar levendigheid zien dat ze een opgewekt karakter heeft.
Hij heeft zo jong als hij is nu al een beetje een kromme rug, zijn schouders zijn opgetrokken.
Ze zijn bijna klaar met hun studie, of heel jonge docenten, schat ik in.
Terwijl ik achter ze blijf fietsen stel ik me ze voor, over 20 jaar.
Ik ken tenslotte wel meer onwaarschijnlijke combinaties, die heel gelukkig zijn met elkaar.
Zijn rug is nog krommer, hij oogt nog aangepaster.
Zij heeft na aanvankelijk hetzelfde saaie beroep als hij uit te hebben geoefend, gekozen voor minder carrière.
Ze zorgt voor hun twee kinderen en ze heeft een parttime job en daarnaast alle gelegenheid voor haar creatieve hobby’s. Als ze op het punt staat van haar hobby’s haar beroep te maken, krijgen ze ruzie omdat haar kleding bij een feestje van het bedrijf waar hij werkt te flamboyant is naar zijn smaak.
De verschillen beginnen haar nu zo op te breken dat ze nog geen jaar later een scheiding aanvraagt.

Of misschien vinden ze een modes en blijven ze dikke vrienden tot een van hen overlijdt. Opposites attract.

Het is een leuke prozaïstische oefening om willekeurige voorbijgangers voor te stellen als hoofdpersonen in een verhaal.
Je kunt van alles fantaseren over mensen die je toevallig op je pad even ziet in het voorbijgaan.

Maar zo kun je ook oordelen vellen, zelfs als je geleerd hebt dat niet meer te doen..

Ik ga wat langzamer fietsen.
Even later zie ik ze niet meer.

Zomer

Steeds minder bloemen
Veel bessen, noten, slakken
De zomer eindigt…

Zegeningen

Ik heb een vriend die niet mijn partner is, ik laat honden uit die niet mijn honden zijn, dagelijks komt er een poes op bezoek die niet mijn kat is, parttime verzorg ik een kind dat kleinkind is en ik zorg voor konijnen, poezen, honden en andere levende have tijdens de vakanties van diverse straat- en buurtbewoners.
Count your blessings 🙂
Maar gisteren nadat ik weer eens afscheid had genomen van een hond en een kat die ik een poos had verzorgd, viel het me ineens zwaar.
Ooit woonde ik samen, minimaal met kinderen, had zelf honden en katten.
De laatste hond is ruim anderhalf jaar geleden verhuisd wegens verregaande pesterijen van een mede straatbewoonster.
Sinds die tijd heb ik geen verplichtingen meer jegens levende wezens, anders dan die ik op vrijwillige basis voor korte periodes aan ga. Deze veranderde levensstijl valt bijna naadloos samen met dat ik dankzij onze goede sociale voorzieningen niet meer hoef te werken.
Ik moet niks meer, ik mag nog alleen maar.
Count your blessings.
Maar gisteren vond ik het ineens erg stil in huis en zag ik in de agenda voor deze week alleen afspraken om voor dieren te zorgen, 4 x met vrienden de warme maaltijd te genieten en een opening van een expositie.
Daarnaast heb ik genoeg te doen aan o.a. de organisatie van een straatfeest, mijn moestuin en werken aan het volgende boek.
Count your blessings.
Maar gisteren voelde mijn leven ineens saai.
Ik draai op routines en er zijn weinig echte uitdagingen.
Ik leef in het hier en nu maar heb daardoor af en toe moeite om feiten uit mijn geheugen te vissen die geen relatie hebben met dit moment.
Mijn zegeningen zijn tevens mijn valkuilen geworden.

En toch, ik heb eigenlijk niets te klagen.
De poes die niet mijn poes is ligt alweer uren gezellig bij me op het bureau en in de stilte die soms valt zet ik met éen aaitje haar motortje aan.
Wat een zegening om een poes als vriendin te hebben waar ik niet zelf mee naar de dierenarts hoef. Wat geweldig om met honden lange wandelingen te kunnen maken zonder dat ik aan vachtverzorging hoef te doen. Wat bijzonder toch dat zoveel dieren me op allerlei manieren opzoeken. Dankbaar voel ik me iedere keer als ik wat voor een dier mag betekenen.
Wat gezegend ben ik met zoveel vrienden om samen mee te koken en eten en lekkere lange knuffels mee uit te wisselen, met zo’n geweldig kleinkind waar ik een diepe liefde mee deel, een minnaar enz. enz.

Gisteren is niet vandaag. Het dipje is weer over.
Maar zo af en toe je realiseren dat er twee kanten aan dezelfde medaille zitten is nuttig. Al was het maar om creatief met deze levensfase te blijven omgaan. En mezelf van tijd tot tijd even op te schudden 😉
Even een andere omgeving helpt daarbij. Ik ben een paar dagen elders dus 🙂

L1115036

foto: Francis van Boxtel

Grootouder zijn

Graag liep ik met mijn eerste baby op mijn arm door het huis en dan keek ik mee waarnaar zij keek en benoemde dat. In het begin waren dat vooral lichtjes, later dingen die bewogen. Zo mooi om te zien hoe ze alles vol verwondering tot zich nam.
Met mijn tweede kind deed ik hetzelfde en ik genoot er minstens zo intens van. Maar ik had er minder tijd voor. Praatte mijn zoon daardoor later dan zijn zusje? of was het simpelweg het verschil tussen jongens en meisjes? Ik vermoed sterk het laatste, want ook mijn eerste kleindochter praat net zo snel als haar moeder.
Ze is nu net zo oud als toen haar moeder, 2 jaar en 4 maanden jong, huilend terugkwam van de speelhal waar we met 5 gezinnen aan woonden.
Ze zei letterlijk: “Ik snap het niet mam, ze leven in een heel andere wereld dan ik, maar daarom kun je toch wel aardig voor elkaar zijn?”
Met mijn kleindochtertje liep ik ook graag op de arm rond en volgde wat zij zag om dat te benoemen. In de tijd dat ze haar eerste woordjes begon te zeggen, ging haar aandacht vooral uit naar planten. Ze wilde ze graag aanraken, maar dat ging nog onbeholpen waardoor ze blaadjes knakte of misschien zelfs hele planten van de vensterbank dreigde te trekken. Dus legde ik haar uit dat ze planten zachtjes moet aanraken en liet haar daarbij zien hoe ze de planten kon aaien.
Een dag later wandelde ik met haar in een park waar ook een prachtige bloementuin wordt bijgehouden. Het hek daarvan stond toevallig open en met kleindochter in het wandelwagentje gingen we de tuin in. Ze raakte helemaal opgetogen. “Kijk!” riep ze uit en met haar arm zwaaiend met aan het uiteinde een uitgestoken vingertje naar alle kanten wijzend: “Aai! Aai! Aai! Aai!”
Tegenwoordig moeten we helemaal uitkijken wat je zegt, want ze hoort en ziet alles en neemt het echt ook allemaal over.
We gaan wekelijks samen naar mijn moestuin of ergens de natuur in. Hoewel ze een kletskous is, is ze dan heel stil. In de tuin helpt ze mee met poten en zaaien, we oogsten samen fruit en groenten en zo ongeveer het meest enthousiast ontvangen cadeautje dat ik haar dit jaar gaf is het kleine zwarte gietertje van 2 liter waarmee ze kan helpen de plantjes in de moestuin water geven.
Ondertussen praat ze tegen planten en insecten, bestudeert ze een slak of schrikt ze soms van een vogel of een wegspringende pad. Of ik hoor haar in zichzelf repeteren waar ze wel en niet mag lopen, dat ze voorzichtig moet zijn, ze de gieter schuin moet houden in de emmer water zodat de gieter vol loopt enz. enz.
Als we pauzeren in de tuin of ergens in de natuur na een wandeling, of soms zomaar in huis, gaat ze stil naast me zitten en zegt dan ineens zacht en liefdevol: “He oma..”
“He lieverd..”
Als ik nog meer geluk heb krijg ik ook nog een kusje of knuf.
De liefde is wederzijds en ik ben daar zo enorm dankbaar voor!
Ik besef dat ik geluk heb met zo’n lieve kleindochter en dat ik veel geluk heb gehad dat ik de tijd had mijn kinderen zelf op te voeden. Maar toen vonden we dat nog gewoon. Ik was een bommoeder avant la lettre en mijn dochter is nu een bammoeder. Ze is blij met alle momentjes die ze met haar dochter kan doorbrengen tijdens de vier dagen per week dat ze werkt. Ze genieten samen op de andere dagen vooral van lekker samen zijn, lummelend of dingen doend.
Begin van de middag kreeg ik een videocall van ze. Na een kort gesprekje met zijn drieën stelde dochterlief haar dochtertjelief voor dat zij met oma bleef praten en dan ging mama onder de douche.
Ik vind het toch zo heerlijk om op dit soort manieren als grootmoeder gebruikt te worden.
Soms denk ik dat het onnatuurlijk is dat alle generaties binnen een familie apart en zelfstandig wonen. De moderne communicatiemiddelen repareren dat een beetje 😉

Wespen

Een vriend van mij zou het liefst de elektrische vliegenmepper gebruiken als we samen in mijn stadstuintje zitten.  Hij is heel vaardig met dat ding en heeft in mijn huiskamer in de loop der jaren menige vlieg en mug ermee doodgeslagen. Daar heb ik gemengde gevoelens over maar ik snap dat hij dat graag doet. Maar buiten moeten die beestjes toch echt alle vrijheid hebben vind ik.
Samen buiten eten is momenteel niet echt een feestje. De vriend slaat steeds vliegen van zich weg. Dat zijn smerige beesten; ze schijnen als ze op je eten gaan zitten een stofje daarover uit te spugen vertelde de vriend onlangs.  Ik heb niet opgezocht wat voor stofje dat is maar als hij zo om zich heen slaat denk ik bij mezelf misschien is dat stofje nog wel ergens in je lijf goed voor en eet rustig door. 
Met wespen gaat dat niet. Als die met een groepje het op ons eten voorzien hebben kunnen we vanwege de paniek van mijn vriend beter naar binnen. En eerlijk gezegd wordt zo’n groepje mij soms ook teveel.

Een vriendin gaat in de wespentijd helemaal niet naar buiten. Ze is allergisch voor wespensteken en daarin is ze niet alleen.
Ik  ben nog nooit door een wesp gestoken, maar dat het pijn doet kan ik me heel goed voorstellen.
Toen mijn zoon een jaar of 8,9 was, zat er een keer een wesp op zijn blote schouder. Ik raadde hem aan stil te zitten en niet bang te zijn. Tot onze onaangename verrassing stak de wesp toch. Misschien was het al in een eerder stadium mis gegaan tussen zoonlief en die wesp, misschien was die wesp sowieso van een agressieve soort. Het was in de Ardeche en daar komen erg grote wespen voor. Dat jaar hoorden we ook diverse verhalen van mensen die ergens op een camping stonden en vanwege wespensteken in het ziekenhuis belandden. Tsja, met zulke grote joekels kijk ik ook extra uit. Toen daar een paar van in de Franse keuken kwamen, ben ik maar even in de huiskamer gaan zitten tot ze weg waren. Wat snel kan zijn als ze niks van hun gading vinden.

Als ik buiten ben let ik eigenlijk nooit zo op wespen of andere insecten. Als eentje me opvalt, neem ik soms nauwkeurig waar en constateer doorgaans dat ze best mooi zijn om te zien.
Dat geldt helemaal voor de hommels die elk jaar een nieuw nest maken in mijn spouwmuur. Hommels zijn zachtaardige dieren, als je ze niet lastig valt, vallen ze dat jou ook niet en doorgaans zijn ze al begin juli klaar met hun seizoen en zie je ze vrijwel niet meer.
Een wespennest daarentegen heb ik wel een keer weg laten halen. Met zoveel van die opdringerige beestjes is mijn stadstuintje gauw te klein.

Toen ik jaren her in mijn toenmalige grote woonkeuken een wesp op een keukenkastje zag zitten, stond ik voorzichtig op van mijn stoel aan de andere kant van de ruimte. Zodra ik stond kwam de wesp op ooghoogte in éen strakke rechte lijn op me af gesjeesd. Mijn mind schreeuwde: Terug jij! en midden in de lucht draaide hij zich om en zat weer op het kastje.

Een vriend was in diezelfde tijd minder gelukkig. Toen hij werd gebeld en de hoorn van de telefoon oppakte kreeg degene die belde ongeveer dit te horen: “Met Robe….aaaaaaaaaaaaaagggwaaaaaaaaai!” De wesp die kennelijk op de hoorn zat had hem in zijn lip gestoken. De opbeller is meteen op zijn motor gesprongen om te kijken wat er aan de hand was.

Het heeft zin om in deze tijd van het jaar vooral in huis goed je aandacht te houden bij wat je doet. En buiten gaan zitten zonder kijken is ook een afrader nu. Maar geldt zoiets niet het hele jaar? “Aandacht maakt alles mooier,” is een veel gehoorde reclameslogan momenteel.
Het ligt er maar aan wat voor aandacht.
Ik ben meer van de boeddhistische aandacht. Anders gezegd: van de liefdevolle aandacht vanuit verstilling en tevens verbinding met al dat is. Alles wat leeft mag er zijn en i.p.v. doodslaan zet ik insecten liever buiten.
Maar soms is die elektrische vliegenmepper best handig.

Zomerse nonchalance

Een vriend van mij constateert al geruime tijd een toename van hufterig gedrag. En de groei is er nog niet uit als ik hem zo van tijd tot tijd hoor.
Het gaat hem daarbij vaak om gedrag in het verkeer.
Zo signaleerde hij twee mensen die vanuit de open raampjes van hun auto een enthousiast gesprek met elkaar voerden. Midden op een drukke kruising waardoor er verkeerschaos ontstond. En hij zag een groepje mensen dat op hun gemak met elkaar stond te praten op het fietspad. Zijn fietsbel gebruiken had geen enkel effect en toen hij er wat van zei werd hem toegebeten dat hij maar om hen heen moest fietsen.
Ik maakte prompt de volgende dag iets dergelijks mee, maar erom heen fietsen was op dat fietspad niet eens een mogelijkheid. (Dus maakte ik maar een grapje over vergaderen in het openbaar. Lachend gingen ze met hun fietsen aan de hand de stoep op.)
Maar is dat hufterig gedrag?
Een hufter is volgens Wikipedia iemand die zich bij herhaling niet conformeert aan de geldende sociale regels en omgangsvormen en zich daarmee schuldig maakt aan asociaal gedrag. Zo gedefinieerd moet ik helaas erkennen dat ook ik toename zie van hufterig gedrag. Op tal van plekken en in tal van situaties.
Maar toch, die nonchalance tegenover verkeersregels, het heeft ook wel iets relaxed.
En het past wel bij de zomer. Vooral zo’n zomer als deze die ons laat proeven van het klimaat dat voor onze regio voorspeld is.
De Utrechtse wijk Lombok heeft al jaren een mediterrane uitstraling. De winkeltjes zijn er leuk, maar de verkeerschaos is soms levensgevaarlijk voor fietsers en voetgangers. Dubbel parkeren lijkt men er normaal te vinden, om te wachten op iemand die winkelt of lekker even vanuit je autoraampje bij te keuvelen.
Ik vraag me nog steeds af, hoe erg is dat?
Voor mij persoonlijk erg genoeg om er niet graag meer doorheen te fietsen. Maar zegt dat niet vooral iets over mij? Een jongere vriendin fietst er graag heen om boodschappen te doen.
Nederland is een strak georganiseerd land. Naast alle verkeersregels die worden ondersteund met borden, wegbelijning, paaltjes, spiegels enz., barst het van de aanwijzingen over tal van andere zaken.
Toeristen negeren die doorgaans.
Dus ergeren we ons steeds meer aan toeristen die midden op de rijweg lopen en niet reageren op je fietsbel.
Er zijn vooral in de steden teveel toeristen, wordt nu steeds vaker gezegd.
Er zijn teveel wijken die een zuidelijke uitstraling hebben, vinden de mensen die op populistische partijen stemmen.
Het zijn vaak dezelfde mensen die graag een hoge schutting om hun tuin zetten of die tuin bestraten omdat ze geen zin hebben in onkruid wieden of zodat niemand ziet hoe hun badkleding er uit ziet.
Maar veranderen is niet tegen te houden. Veranderingen zijn er altijd geweest en wellicht is dit een tijd waarin het wel heel erg snel gaat met die veranderingen.
Het klimaat verandert, de hele wereld verandert.
We zullen er mee moeten dealen.
Misschien door een voorbeeld te nemen aan het langzamere tempo van mensen wier (familiaire) oorsprong een stuk zuidelijker ligt.
Met zo’n warme zomer gaat dat wellicht vanzelf.
Maar als we toch graag regeltjes fucken: kunnen die hufters die met de telefoon in de hand zitten te bellen op hun fiets worden beboet alstublieft?
Dan kunnen fietsers wellicht de regels die ze op de basisschool hebben geleerd weer gaan toepassen en hun hand uitsteken om aan te geven waar ze heen gaan?