Geverfd gras

Naast het natuurpark zijn in een voormalig kantoorgebouw 700 studentenwoningen gerealiseerd. De stichting van vrijwilligers die zich bezighoudt met het park, vindt dat aanleiding om aan die kant van het park een hek te plaatsen, maar dat wil de gemeente niet. De studenten krijgen nu bij hun huurcontract een paar richtlijnen over het gebruik van het park en een speciale folder. Nu de laatste woningen opgeleverd worden, begint het gebruik van het doorgaans zeer stille park iets toe te nemen. Ik tref steeds meer jonge joggers in het park, er naast worden balspelen getraind.

Deze week trof ik er twee meiden bezig een fiets te spuiten in rood en zwart.  Een paar meter bij hen vandaan bleef ik staan kijken, maar de dames keken op noch om. Zelfs  ‘hallo’ zeggen zou me een soort p0litiestatus geven en voor hen zou ik ongetwijfeld behoren tot de categorie zeurende oudere. Maar de hoofdreden om door te lopen is dat ik niet zo snel argumenten kan bedenken waarom je niet midden in een groen veldje een fiets moet gaan spuiten. Ik vermoed dat ze denken dat ze juist handelen; er komt zo tenminste geen verf op de vernieuwde bestrating bij hun wooncomplex. Maar die zou je ook kunnen beleggen met kranten of een plastic dat ze vermoedelijk wel op hun vloer hebben gelegd bij het verven van een muur o.i.d.

Het is een raar soort onbewustheid als je denkt dat je in de natuur een fiets kunt spuiten. Hoe zouden ze als ze klaar zijn aankijken tegen het rood en zwart geverfde gras? Dat die chemicaliën nog meer schade aanrichten komt wellicht niet eens bij ze op.

Volgens recente onderzoeken en bevindingen neemt de vervreemding van de natuur nog steeds toe. Ik begin die stichting een beetje te begrijpen…

Matras

De eerste nacht dat zoonlief onverwacht kwam logeren was het kiezen tussen de lange schuimrubber kampeermatrasjes of het logeermatras dat stamt uit de tijd dat mijn nazaten nog niet op volle lengte waren. Hun 220 cm lange matras hebben ze ooit meegenomen. Nadat zoon gekozen had voor het oude matras en daar vermoeid op in slaap viel, maakte ik met mijn hond de gebruikelijke nachtwandeling. Eén hoek verder stonden spullen klaar voor de grofvuil ophaaldienst met daarbij een 220 cm lang matras.  Zo onder de straatlantaarn leek het matras gloednieuw, zonder enige smet en de kleurstelling van wit met een zwarte rechthoek in het midden deed het matras er luxe uitzien. Alsof het er voor ons was neergezet!  Zou ik straks als we terugkomen….? Toen inspecteerde ik het matras grondiger. Het leek echt gloednieuw.  Zou ik…? Maar ik durfde het niet.

De vraag waarom ik dat niet durfde houdt me sedertdien bezig. Het was een eenpersoons matras, wat kan daar nou op gebeurd zijn? Op de matrassen in hotels gebeurt vast meer… Toch zei ook zoonlief meteen “tsja je weet nooit wat er mee gebeurd is…” Maar kort nadat hij in zijn eerste eigen woning was getrokken, stond er net zo uitnodigend een gloednieuw ogend tweepersoonsmatras bijna voor zijn deur, dat hij wel had binnengehaald. Maar dit eenpersoons matras durfde ik niet mee te nemen… Waar was mijn vertrouwen in ‘het toeval’ gebleven die nacht?  Het was zo duidelijk dat dat nieuw ogende matras ons toeviel en het had kunnen voorkomen dat als zoonlief uitslaapt hij met pijnlijk aanvoelende spieren wakker wordt. Heb ik last van smetvrees? Word ik tuttiger naarmate ik ouder word? De gedachte dat ik een of andere spray had kunnen kopen kwam pas later bij me op.

Gelukkig kan zoonlief weer in zijn eigen huis en goed passend bed slapen.  Maar wat me nog dwars zit is dat ik kennelijk weinig vertrouwen heb in (de hygiëne van) mijn medemensen. Dat zegt iets over mij! Dat oude matras gaat weg. Niemand zal op de gedachte komen die mee te nemen.

Sotsji

Arthur Japin heeft een open brief geschreven aan Mark Rutte, waarin hij aanbiedt mee te gaan naar Sotsji.

Deze passage heeft me het diepst geraakt:

Verdragen of niet
Tolerantie is iets anders dan acceptatie. Eerder het tegenovergestelde. Iemand die je als gelijke aanneemt, omarm je onvoorwaardelijk, voor eens en voor altijd. Tolerantie komt van tolerare, verdragen. Door iemand te laten weten dat je hem verdraagt, suggereer je in één adem dat dit slechts een gunst is.

Inderdaad, Nederland staat bekend om tolerantie, niet om wezenlijke acceptatie. Vandaar misschien dat allerlei zaken zo snel kunnen veranderen hier, zoals voor buitenlanders en onze minima…

Voetbal

Tijdens zondagse wandelingen herken ik aan de groepjes mannen die vanuit alle windstreken naar éen punt lopen dat FC Utrecht thuis speelt.  Vandaag spot ik rond 13:00 een groepje van 3 mannen en 1 jongen. Als ik ze passeer zegt één van de mannen tegen zijn mobiele telefoon dat hij moet gaan ophangen.  “Je hebt nog wel even de tijd hoor,” grap ik brutaal, “de wedstrijd begint pas om half drie.” Maar ze gaan voor de goede plekken. “Ja het is bijna uitverkocht vandaag he,” weet ik. Dat maakt voor hem niet uit, hij heeft een seizoenskaart, maar het wordt een spannende wedstrijd. “De ploeg heeft vast een opkikker van het goede nieuws van deze week,” praat ik een toevallig opgevangen flard van een sportuitzending na.  “Die 27 miljoen bedoel je?  Dat geld zijn we toch al kwijt”. “Maar ze hoeven het niet meer terug te betalen, dat scheelt toch?” “Maar dat zegt niet dat we uit de problemen zijn,” zegt de voetballiefhebber.  “Geen dure spelers meer kopen he,”  stel ik schijnwijs en met een lach.  “Die hebben we al bijna niet meer,” zegt de man. “De meeste verdienen niet meer dan rond de 2 ton per jaar. Bruto he.” Da’s inderdaad niet zo veel. Ze moeten er hard voor werken en van al dat trainen enz. slijt hun lichaam sneller wellicht.  “We hebben nog een paar goede spelers,  het zou fijn zijn als die nog een paar jaar blijven, maar ik vrees dat dat niet kan.” “Omdat het geld nodig is?” “Ja, om niet weer in de financiële problemen te komen.”

“Nou geniet er dan nog maar van vanmiddag,” zeg ik.  “Ik hoor wel of het goed gaat. Als de wind uit de goede kant kom hoor ik het gejuich in het stadion. Maar ook als het stadion bomvol zit.” “Dan hoop ik dat je geniet van het luisteren,” zegt hij ter afscheid.

Aan het vele gejuich te horen vanmiddag waait er een goede sportwind door het stadion. Nu nog wel.

Geluk

Geluk is een subjectieve ervaring, maar je kunt t wel meten, legde de Belgische ‘geluksambassadeur’ Leo Bormans gisteravond uit bij De Wereld Draait Door.  Meer dan 10.000 Vlamingen nemen deze maand deel aan het geluksonderzoek van de KULeuven.  Hoe gelukkig voelt u zich vandaag? en voelde u zich gisteren? wat maakt u gelukkig? Bij DWDD zijn ze vast heel gelukkig want op hun nieuwe uitzendplek op Ned.1 braken ze vorige week alle kijkcijferrecords.

We willen allemaal gelukkig zijn, maar we weten niet altijd hoe we dat kunnen zijn. Volgens Leo Bormans helpt stilte.  Het werd prompt interessante televisie: 2 minuten lang bleef het stil in de DWDD studio.. De camera legde ondertussen vast hoe verschillend de aanwezigen daar op reageerden. Aan de gesprekstafel had het veel weg van bekkentrekkerij, ook in het publiek waren er mensen die zich duidelijk bij de stilte ongemakkelijk voelden. Maar ook geoefende mediteerders die met hun ogen dicht er steeds verstilder uit begonnen te zien. Matthijs van Nieuwkerk nam nog maar eens een slokje uit zijn rode koffiebeker.

Pas in het nagesprekje zei Borman dat het om wezenlijke stilte gaat.  In de eerste minuut ben je nog bezig met stil worden, in de tweede minuut ga je je afvragen wat je aan het doen bent, legde hij uit. Dat zorgde voor hilariteit. Maar inderdaad, wezenlijke stilte is die waarbij je hele aandacht naar binnen gaat. Daardoor ga je jezelf beter begrijpen en ook de gebeurtenissen in je leven en wat anderen willen en zeggen.  Daar word je absoluut gelukkiger van.

Ontdekken wie je wezenlijk bent, wie we in wezen allen zijn, is misschien wel het grootste geluk dat je kan bereiken.

Zoonlief

Zoonlief is even terug van 10 jaar weggeweest. Hij slaapt in zijn oude kamer, waar alleen de vloer en de kleur van de muren onveranderd zijn. Maar het voelt vertrouwd meldt hij. Ik verbaas me bijna over hoe vanzelf ons tijdelijk samen leven verloopt.  Voor een deel komt dat natuurlijk omdat diverse zaken dezelfde plek hebben behouden, ik heb nog steeds dezelfde keuken en hij is uiteraard ook geregeld op bezoek is geweest.

Toch is er geen teruggrijpen op oud gedrag. Het zijn de volwassen manieren, het respectvol met elkaar omgaan, ruimte geven,  wezenlijke aandacht hebben, waardoor het samen leven zo soepel verloopt. Zijn liefdes hebben hem veel geleerd merk ik.  Door zijn huidige liefde krijgt hij nog meer levenslessen. Het is hard en pijnlijk leren. Maar hij is door alle vorige lessen alweer beter in staat zijn gevoelens woorden te geven.  Gelukkig maar want hij heeft heel ingewikkelde keuzes te maken. Zelfs er naar luisteren doet al pijn, zo zwaar is het voor hem, en voor haar.  Wat hij ook kiest, hij zal er weer door groeien, een nog mooiere man worden dan hij al is.

Hij zegt: Je kunt wel door iemand veranderen maar niet voor iemand.

Eekhoorns

Het ‘bospad’ noemen wandelaars, joggers en hondenuitlaters de smalle groenstrook tussen de laatste rij huizen van de stad en de katholieke begraafplaats. Het pad voert ons de stad uit, naar een natuurpark. Het ligt er in het najaar bezaaid met eikels en het grootste deel van het jaar kun je er op stille momenten eekhoorns van tak naar tak en van boom tot boom zien springen.

Deze week was het er niet stil. Allerlei machines kapten er bomen en struiken. Een grote strook naast het hek van de begraafplaats werd van alle begroeiing ontdaan. Ontdaan was ik ook; toen ik de eerste keer de ravage zag kon ik niet kiezen tussen in tranen uitbarsten of in woede ontsteken.  Dus koos ik voor kalm op een van de mannen met zagen af stappen en afgemeten vroeg ik: “Waar is dit voor?” “We hebben een kapvergunning”, zei de man meteen. Je zou bijna medelijden krijgen met dit soort ‘boomverzorgers’ die natuurlijk door al die stadse natuurliefhebbers bestookt worden met vragen en zo langzamerhand getraind zijn geraakt in wat ze als eerste moeten zeggen. “Dat zal wel, al heb ik dat gemist,” zei ik. “Maar waarom moeten al die bomen en struiken weg?”  Het hek van de begraafplaats voldoet niet meer. Zwervers verschaffen zich toegang en nemen van alles mee van de graven. Dus moet er een nieuw, groter en steviger hek komen. Omdat veel bomen en struiken door het oude hek groeiden, moeten ze er nu aan geloven.

“En de eekhoorns dan?” vroeg ik. Hij heeft geen eekhoorns gezien. Eekhoorns rollen zich in de winter het liefst op in een bolvormig nest in de oksel van een tak.  Maar hij heeft geen nesten gezien.  Ik wees op het stukje grond aan het eind van het pad bij de brug. Jarenlang was daar ondoordringbaar struikgewas, zelfs honden gingen er niet in. In de zomer zag je vanaf de brug ernaast geregeld groene ringslangen het water in glijden.  Tot een paar jaar geleden het gebiedje zo nodig moest worden opgeschoond, i.p.v. de ruige begroeiing kwam er een slangenhoop. Nooit meer een ringslang gezien. Ik vermoed dat het met de eekhoorns net zo zal gaan.

Natuur in de stad, ja die hoort keurig te zijn, vond de man. “Maar eekhoorns houden geen echte winterslaap. Ze komen wel weer terug. Er liggen hier zoveel eikels voor ze.” .

Wat hij niet zei is dat nieuwe hekken tegenwoordig met grote machines worden aangelegd.. En dat die machines ruimte nodig hebben.

Dus is er geen ruimte meer voor de eekhoorns. Zoals er op steeds meer plekken in de wereld geen ruimte meer is voor dieren.  Het wordt echt tijd voor minder mensen in de wereld. begraafplaatshekkaal bospad