Lekker weer

“Lekker weer he!” roept hij vanaf de overkant van de straat. Hij loopt met zijn hond aan de zonzijde van de straat, wij aan de schaduwzijde vanwege de kortste route.

We hebben ons portie zon al gehad met een ‘rondje park’ waarbij ik ook niet kon laten om tegen een aantal mensen iets te zeggen over het genieten van het prachtige voorjaarszonnetje. “Heerlijk he,”  zeg ik tegen iemand die me glimlachend aankijkt, “Genieten he,” tegen iemand op een bankje, “We gaan t gewoon zo houden tot de kerst,” grap ik oubollig tegen een ander.  Mensen worden een stuk vrolijker en spraakzamer van zulk weer.

Maar als de man aan de overkant het zegt denk ik: het is ook een manier van contact maken. “Ja lekker he,” bevestig ik.  Ik kijk nog even om. Hij staat nu stil met zijn hond, dat heb ik hem vaker zien doen, gewoon stilstaan en rondkijken. Meestal op een hoek.  Vandaag zegt hij tegen wie het maar horen wil “lekker weer he”. Iedereen geeft hem blij antwoord.  Nou ja, iedereen; hij zegt het alleen tegen passerende vrouwen.

Takkenril

De architectuur van het voormalig provinciehuis verdiende in mijn ogen een prijs voor de prachtige manier waarop het integreerde met de natuur.  Het complex is voor een deel op palen gebouwd en overal tussen de bebouwing zijn ruimtes vrijgelaten waar zichzelf onderhoudende binnentuinen waren gemaakt. Deze tuinen en waterpartijen vormden een prachtige verbinding met de natuur om het complex heen, w.o. het naast gelegen natuurpark Bloeyendael.  Nu de laatste van de 700 studentenwoningen in het verbouwde complex zijn opgeleverd, zijn alle binnentuinen verdwenen. Ze zijn vervangen door fietsenrekken of om andere redenen bestraat. Hier en daar is een boom blijven staan en is de grond er omheen volgestort met wit grint.

Afgelopen week is een menshoge takkenril gerealiseerd aan de rand van het natuurpark.  RTV Utrecht meldt in een bericht van 20 februari o.a. : “Doel van de menshoge schutting is dat bezoekers nog bewuster het park gaan bezoeken omdat ze een stukje om moeten lopen.” en “De takkenril is niet alleen een natuurlijke tuinafscheiding, maar ook een verbindend lint door het park. Egels, wezels en muizen reizen graag via de voet van een takkenril.”

Vermoedelijk is er ergens een slimme voorlichter aan de gang geweest. Want de takkenril is simpelweg een hek die een poging doet de studenten uit het park te houden. Dat staat zelfs nog in een ouder nieuwsbericht op de site van het park te lezen: ” Stichting Bloeyendael heeft vanaf de start van de verbouwing van het voormalig provinciekantoor halverwege 2012 aangedrongen op een afscheiding,  teneinde de rust in het park te garanderen en te voorkomen dat het park als recreatieterrein zou worden gebruikt.”

Ja stel je voor een natuurpark dat er is voor de recreatie!  De Stichting had vorig jaar zelfs een rechtszaak aangespannen om een hek te mogen bouwen. Ze verloren dat proces, maar in de wandelgangen werd de deal gesloten voor de takkenril. Bij de aanleg daarvan grapte ik naar de werkers: “het heet een takkenril, maar het is gewoon een hek toch?” “Ja het is gewoon een hek”, bevestigden de bouwers. Hoezeer ik de vrijwilligers van de stichting ook begrijp (zie eerdere column: “Geverfd gras“), angst is hier natuurlijk weer eens een slechte raadgever.  Angstige mensen zoeken (schijn)veiligheid achter hekken. Maar toen nog dagelijks honderden ambtenaren in het provinciehuis werkten was niet alleen het gebouw goed geïntegreerd in de natuur, de hele infrastructuur was dat. Zo was er een slim paadje dat de grens vormde van het natuurpark met de moerasachtige tuin van de provincie. Fietsers hadden zodoende de kortste route het park uit op weg naar de stad. Zodra de nieuwe bestemming bekend was is het pad afgezet en het bruggetje halverwege het pad is verwijderd.  Steeds meer studenten zoeken nu derhalve fietsend hun weg over de smalle voetpaadjes van het natuurpark. En ik kan nu al voorspellen waar de sluipweggetjes naast de takkenril zullen ontstaan.

Je hebt ook mensen die om alle natuur een hek willen bouwen en dan entree willen vragen om in de natuur te mogen zijn.

takkenril

Mensen als dieren

Ze kregen afgelopen zaterdag een staande ovatie in een uitverkocht Lucent Danstheater in Den Haag, het Bangarra Dance Theater uit Australië.  ´De viering van een danscultuur die 40.000 jaar teruggaat´ kopte de Holland Dance festival brochure over de uit twee delen bestaande voorstelling Kinship. De dansers van het gezelschap hebben allemaal een Aboriginal- of Staat Torreseilanden achtergrond. Samen zoeken ze naar een soort fusiondans waarin de cultuur van de Aboriginals herleeft. Of beter geformuleerd: hervonden wordt, want de cultuur van de oorspronkelijke bewoners van Australië is eeuwenlang verboden geweest. De onderdrukking was zo grondig, dat een groot deel van de cultuur verloren is gegaan. Er gaat dan ook heel wat research aan de choreografieën vooraf.

Het eerste deel van de voorstelling is geïnspireerd op het Aboriginal gebruik dat elk mens een eigen totemdier heeft. De cultuur van de Aboriginals zou dicht bij de natuur staan wat verklaart dat ook in het tweede deel de dansers diverse dieren verbeelden.

De Aboriginals werden pas in 1967 tot mens werden verklaard. Daarvoor vielen ze onder de flora- en faunawet.

In dat besef getuigt het van zowel heldenmoed als cynisme dat je als uiting van je eigen bijna verloren cultuur weer dieren gaat verbeelden.

bangarra

Elkaar kennen

Een paar maanden na het overlijden van een bevriende buurtbewoner sprak ik zijn zus. “Ik dacht dat ik mijn broer kende,” zei ze, “maar ik ben hem pas na zijn dood gaan leren kennen.” Bij het in rustig tempo leeg ruimen van zijn huis was ze o.a. stapels correspondentie en dagboeken tegen gekomen. “Hij kende zo enorm veel mensen in de hele wereld en had daar zulke diepgaande contacten mee..” was een van haar ontdekkingen.

Afgelopen week bracht ik samen met zijn vrienden en familie een overleden vriend naar zijn laatste rustplaats. Bij de gesprekken rond die gebeurtenis bleken de verhalen die de vrienden kenden over zijn leven nogal te verschillen van die zijn familie kende.  Zijn zus wist zeker dat een cruciale gebeurtenis uit het leven van onze vriend verzonnen was. Wij vrienden konden ons dat niet voorstellen. We dachten te weten dat die gebeurtenis behoorlijk bepalend was geweest voor de persoonlijkheid van onze vriend.  Maar tot onze grote verbazing zou in de loop van de week blijken dat niet alleen die gebeurtenis, maar ook nog enkele andere waar menigeen lange gesprekken met hem over gevoerd had evenals enorme correspondenties, verzonnen waren.

Onze vriend is er raadselachtiger door geworden. Maar  in onze herinnering blijft hij een heel goed mens, de hoogbegaafde, multi getalenteerde, liefdevolle vriend die hij voor ons allemaal was.  Hij, de boeddhist van wie ik o.a. leerde dat iedereen die je in je leven tegen komt je leraar is, heeft ons na zijn dood een belangrijke les geleerd over de illusie de ander te kunnen kennen.

Juist het besef dat we zo weinig weten over de ander, zou kunnen aanzetten om nimmer te oordelen. En plaats maken voor de Liefde in ons allen, want daar waar de Liefde is, voelen we ons allen gekend.

Jeugdraden

Jeugdraden zijn o.a. ingesteld om kinderen en jongeren mee te kunnen laten denken over tal van zaken in de samenleving.  In een tv programma vertelde de presentatrice dat kinderen ook mee kunnen denken over productontwikkeling. En dat is nuttig want kinderen hebben veel goede ideeën. Als voorbeeld van zo’n idee  noemde ze om shampoo te verpakken in porties, zowel voor lang als voor kort haar. Door die porties gebruik je dan nooit teveel shampoo is het idee.

Een ongelukkig voorbeeld als je het mij vraagt. Zulke porties zorgen voor meer verpakkingsmaterialen (vgl. vaat- en wasmachine porties) dus voor milieubesparing is het geen goed idee. Bovendien hangt de hoeveelheid benodigde shampoo niet af van de lengte van je haar, maar van de ‘producten’ die in het haar gedaan worden en de hoeveelheid vuil die wel of niet in je haar is gekomen.

(Nog even los van dat je met Sodium Laureth Sulfate (SLS) in je shampoo altijd overvloedig schuim hebt ;-))

Het slecht gekozen voorbeeld neemt natuurlijk niet weg dat het meedenken van kinderen in jeugdraden en elders een zinnige zaak is. Op de ideeën en feedback die ze krijgen, dienen volwassenen simpelweg ook goede feedback terug te geven. Daar hebben kinderen recht op.

Oppassen

Bijna bij de hoek van het straatje hoor ik een enorme klap.  Tegenover het kinderdagverblijf zie ik een jonge meid staan sjorren aan een grote transportfiets die op de grond ligt. “Niks aan de hand, komt goed”, zegt ze, vooral bedoeld voor de twee jongetjes die zo te zien bijna het kinderdagverblijf ontgroeid zijn.  Ze staan het gesjor rustig te bekijken. Dan stelt een van de twee nuchter vast: “Jij hebt veel verschillende oppassen he”.

Even later lopend langs éen van de drukste fietspaden van de stad komt uit tegenovergestelde richting een jonge vrouw me tegemoet fietsen. Ze heeft slechts éen hand aan haar stuur. Met haar andere arm klemt ze een baby van bijna peuterleeftijd tegen zich aan. Ze glimlacht naar me maar ik denk, ik hoop dat die baby niet gaat spartelen…

Weer wat later passeer ik een basisschool waar net op dat moment bakfietsen, transportfietsen en tal van andere fietsen met allerlei zitjes, auto’s en kinderwagens vol geladen worden met jong  grut. De variatie aan transportmiddelen is net zo groot als het aantal kinderen dat wordt opgehaald door vaders, moeders, grootouders, buurvrouwen en oppassen.

Al dat vervoer van die minimensjes eens goed beschouwend, vind ik het eigenlijk een wonder dat bijna al die koters volwassen zullen worden.