Zaden

Paasochtend arriveerde ik met een grote bos gele bloemen in mijn straat. Een overbuurvrouw meldde vanaf haar zonnige zitplaats voor haar huis dat ze niet van geel hield maar het wel mooie bloemen vond. “Boerenkool,” lachte ik, “geplukt in de moestuin”. “Zei je nou boerenkool?” “Ja dit zijn bloemen van de boerenkool.” Ze keek me stomverbaasd aan. “Ik wist niet eens dat boerenkool bloemen kan krijgen,” zei ze.
Ze is niet de enige die dat niet weet.
Alles wat in de natuur kan groeien kan ook bloeien, moet dat zelfs om te kunnen voortbestaan. Immers, via het proces van bloei worden zaden geproduceerd. Bijen zijn voor veel plantensoorten een belangrijke factor in de bestuiving van bloemen. Door de bestuiving ontstaan vruchten en zaden die door de wind of anderszins (via diervachten of vogel uitwerpselen bijvoorbeeld) worden verspreid.

Dat je planten kweken kunt beginnen met zaden i.p.v. plantjes uit de tuincentra was echter een steeds meer vergeten aspect geworden. Dat commerciële leveranciers van plantjes voor de tuincentra bij het opkweken van zaden tot plantjes allerlei giffen gebruiken die slecht zijn voor o.a. de bijen moest nodig in de aandacht.
Nu nog aandacht voor de zaden dus.
Ik kan je verzekeren dat je zelf gezaaide plantjes zien opkomen een boeiende zaak is, wat mij betreft leuker dan een tochtje naar een tuincentrum.
Maar ook de kwaliteit van zaden is vaak niet zo best bij de tuincentra. Lagere opkom percentages, planten die gevoelig zijn voor schimmels enz. zijn vaak het resultaat.
Zaden zou je ook kunnen kopen bij biologische zaadkwekerijen.

Een nadeel is er wel: exotische planten kun je meestal niet als zaad verkrijgen.
Wie kiest voor zaaien is dus (grotendeels) aangewezen op planten die in ons klimaat thuis horen.
Maar misschien is dat juist een voordeel.

boerenkoolbloemen

Advertenties

Steeds slimmer

Al meer dan 30 jaar teel ik tuinbonen. Als ik vroeg ben met de bonen in de grond leggen, leg ik ze expres te dicht bij elkaar zodat eventuele uitdunning door hongerige vogels niet verhindert dat ik me later in het jaar uitgebreid te goed kan doen aan deze tot mijn favorieten behorende groente. Dit jaar had ik door de zachte winter al begin februari de tuinbonen aan de grond toe vertrouwd. De tweede helft van maart staken de eerste bonenplanten voorzichtig hun kopjes boven de grond.
Een week later lagen veel van die kopjes van ca. 3 cm lang, keurig recht afgesneden op de grond.
Duiven vermoedde ik. Maar waarom sneden ze de plantjes af als ze die niet opeten?
Ik liet diverse ervaren tuinders de slachting onder de tuinbonen zien. Net als ik hadden ze nog nooit zoiets gezien. Het eigenaardigst vonden we de ronde cirkeltjes rond de planten waardoor sommige tuinders in twijfel trokken of de plantjes wel door vogels gerooid waren. Aanvankelijk had ik nog hoop dat er nieuwe plantenscheuten uit de bonen zouden komen, maar toen ik de keurig ronde gaatjes in de grond nader inspecteerde, bleken de bonen totaal verdwenen! Het was de vogels dus niet te doen om de plantjes, maar om de zacht geworden ontkiemende bonen.
Met hun snavels hadden ze keurige rondjes gemaakt om zo de boon goed te kunnen uitgraven. Er was binnen een paar dagen geen boon meer over.
Ook tuinbonen moet ik voortaan dus onder een net opkweken.
Ik moest denken aan mijn toen nog jonge hond die met een balletje in het water speelde. Ontelbare keren drukte hij met zijn voorpoot het balletje onder water om vervolgens heel geïnteresseerd te kijken hoe het balletje weer boven water kwam…
Niet alleen mensen worden steeds slimmer, dieren ook.

Kleppen

Al vanuit de verte zwaait hij naar de visvrouw. Ze zwaait joviaal terug; elke week komt hij een warm visje eten. Samen met zijn vrouw die nu in een diep gesprek is verwikkeld met een andere vrouw. De vrouwen blijven een eindje van de viskraam stilstaan zonder hun gesprek ook maar een seconde te onderbreken. Hij staat bijna tegen de vis aan als hij zijn praatje begint. “We hebben 50 minuten in de Lidl gestaan,” zegt hij.
“Was het zo erg druk daar dan?”
“Nee, we hebben 9 minuten boodschappen gedaan, de rest van de tijd hebben die twee staan kleppen. Ja ik houd het tegenwoordig bij,” zegt hij, “want anders zegt zij weer dat het niet waar is.”
De vrouwen nemen afscheid. “Nou doei,” zegt de vrouw van de man, “ik ga even mijn visje eten.” Ze laat haar rollator annex boodschappenkarretje staan en komt dichterbij. Haar warme vis ligt op haar te wachten.
“Wat hoor ik nou?” zegt de visvrouw. Ze stopt even met haring kaken en kijkt de vrouw olijk aan. “Heb jij drie kwartier in de Lidl staan kleppen?”
“Ikke?” vraagt de vrouw. “Zo lang? Nee tuurlijk niet!”

Hondje pesten

Mijn hond zit graag voor het raam, tot groot vermaak van de buurtkinderen. Het leukste is natuurlijk als je hem aan het blaffen krijgt. Zijn zware bas hoor je goed door het dubbel glas heen. Het hardst blaft hij als je aanbelt. Ik hoor het verschil niet tussen zijn ‘daar zijn die jongetjes weer-‘ of ‘daar hebben we onze goede vriend J/R/F weer-‘ blaf, zodat ik de afgelopen weken diverse keren de twee trappen van mijn werkkamer naar de voordeur ben gegaan om daar te ontdekken dat er niemand in de straat te zien was.

Eerder deze week hoefde ik maar éen trap af. Bij het openen van de deur zag ik schuin aan de overkant twee jochies net doen of ze niet bezig waren hard weg te rennen. “Hebben jullie aangebeld?” vroeg ik.
“Ja.” zeiden ze heel eerlijk.
“Waarom?
“Zomaar.”
“Wil je aub niet meer zomaar aanbellen, dan hoeft de hond niet te blaffen en ik niet twee trappen af te lopen.” Ik had meteen spijt dat ik het gezegd had. Zo hadden ze nog meer reden om aan te bellen als ze graag wilden pesten. Ik sloot de deur. Verdekt opgesteld zag ik nog twee jongetjes van een jaar of 7 a 8 tevoorschijn komen, met z’n vieren stonden ze te gniffelen. Ik deed de deur weer open. “Weet je zeker dat je zomaar aanbelde?” vroeg ik. Ze stamelden wat, schudden hun hoofdjes. De hond kwam naast me staan, met mijn hand aan zijn halsband voorkwam ik dat hij in actie kwam. “Weten jullie zeker dat het niet om de hond gaat?”
Het jongetje dat brutaalweg eerlijk zijn mond open deed stond me ongeveer uit te lachen en twee andere jochies ook. Ik nam snel een zeer onorthodoxe beslissing. “De hond wil jullie graag wat zeggen!” zei ik en liet de hond los. Blaffend rende hij op de jongetjes af die natuurlijk gillend alle kanten uit stoven.
Na een paar seconden al riep ik de hond terug.
“En nooit meer aanbellen he!” riep ik.
Een uur later werd er toch weer aangebeld. Ik heb niet open gedaan.

Sedertdien is het rustig. Ben benieuwd hoe het zal gaan als de paasvakantie begint. De hond nog een keer loslaten is geen optie. Hij heeft al waarschuwend geblaft immers.

Jaovoorraam

Leuningzitten

Ze zitten met z’n drieën op een bank bij de vijver in het park, fietsen om hen heen.
Zoals zoveel jongens van die leeftijd zitten ze op de rugleuning, hun geschoeide voeten op de zitting.
Een oppasoma en ik kijken er tegelijk naar. We becommentariëren deze trend van zitten waardoor de bankjes in het park vaak heel modderig zijn. “Ik ga toch proberen er iets van te zeggen, dan ben ik maar een ouwe zeur”, zeg ik. De oppasoma zegt: “Ja zo word je dan meteen genoemd hè.”
Ik loop over het gras naar ze toe. “Lekker plekje hè zo in het zonnetje. Maar jongens, ik speel even voor ouwe zeur. Het staat wel heel stoer zoals jullie zitten, maar er komen ook veel mensen in het park die dat niet kunnen en die dan ook niet meer gewoon op het bankje kunnen zitten omdat het veel te modderig is.”
De langste van het stel is al opgestaan en zegt: “Mevrouw, we gaan niet zo zitten omdat het stoer is, maar we konden er niet zitten, want de bank is kletsnat.” Inderdaad liggen er nog plasjes op de zitting van het bankje. “Ja dat is een goede reden, maar probeer je voeten dan even wat lager te houden a.u.b. En sorry jongens, geniet van je dag hé!” Als ik wegloop hoor ik een jongen zachtjes op blije toon zeggen: “We zijn stoer!”
Ik denk:
Ouwe zeuren hebben altijd wel iets van een doekje of papieren zakdoekje waarmee ze het water van de bankzitting vegen. Met (half) opgedroogde modder lukt dat niet.

Paren

Het prachtige weer lokt me naar het natuurpark waar twee grauwe ganzen opschrikken die prompt een grote cirkel gaan vliegen.. Ze snappen kennelijk niet dat juist dat gedrag attent maakt op hun nest. Ook een mannetjes meerkoet slaat aan. Terecht: Voor het eerst kan ik hun nest goed zien; het riet is dun in deze tijd van het jaar. Het vrouwtje zit op het nest, dat veel hoger is dan ik had verwacht.
Twee waterhoentjes lijken krijgertje te spelen en twee woerden gaan samen achter een vrouwtjes eend aan.
Een eindje verderop zwemt een eendenpaar, zo eensgezind dat ik durf te wedden dat ook hun nest gereed is.
En daar is de jonge zwaan weer die een paar weken terug neerstreek in een van de watertjes van het natuurpark. Ik hoop voor hem dat er gauw een vrouwtje arriveert. Maar wat doet hij eigenlijk? Als ik beter kijk zie ik tegen zijn buik nog net het kopje van een andere zwaan. Ze verzuipt zowat bij het paren. Hij heeft al een vrouwtje gevonden dus waarmee hij zal samenblijven tot de dood hen scheidt.
De Canadese ganzen zwemmen samen op een andere plek dan ik gewend ben. Kennelijk zijn ook zij aan het nestelen.
Een fuut zwemt met iets wierachtigs in zijn snavel. Ik volg zijn zwemtocht op afstand en zie hoe hij het voedsel brengt aan een andere fuut die op hun nest onder een over het water hangende wilg zit.

Dit alles gebeurde binnen een kwartier op 19 maart, verkiezingsdag. Ik had het u bijna onthouden omdat de demagogische ophitserij van Wilders de aandacht vroeg.
Tot ik bedacht dat er in de natuur meer wordt samengewerkt dan we meestal denken. Vooral als er sprake is van nieuw leven. Zelfs verschillende rassen en soorten werken dan samen. Daar kunnen sommige mensen nog een voorbeeld aan nemen.