Disciplineren

Toen Freek de Jonge als Vpro’s zomergast 20 juli een pleidooi hield voor ‘vertrouwen en discipline’ (en concentratie, maar dat komt volgens hem pas later tijdens het opgroeien aan de orde) vond ik vooral die discipline heel verrassend. Ik voelde me er ook door gesteund in allerlei gedachten die de laatste jaren bij me opkomen zodra het weer vanaf het voorjaar aanmoedigt om in mijn tuintje plaats te nemen om daar te lezen of te recreëren.
Ik woon in een dicht bevolkt en kinderrijk buurtje waar de leeftijd van de kinderschare nauwelijks toeneemt omdat de doorstroom naar groenere en/of grotere huizen hoog is. Bij elke opvolgende bewoning is er doorgaans kort na de nodige verbouwingsherrie het eerste babygehuil waar te nemen. Het jaar daarop beginnen de andere geluiden in volume toe te nemen.

Zo heb ik twee zomers lang vanuit mijn achtertuin mogen mee genieten van een schrille kleine meisjesstem dat scherp blerend dingen riep als “Je doet het helemaal verkeerd!” “Ik wil dat NIEHIET!” “Ik doe dat niet ik wil nu DAHAT!” “Dat moet je niet doeOEN!! Dat moet niet zo maar zus!BLEHHWWEHHHHHHH”.
Puur verbaal geweld waar geen enkel geluid op terug kwam. Toch hebben de ouders er iets op gevonden kennelijk, want ik hoor haar nog maar zelden.
Legio zijn de ouders die zacht blijven praten ongeacht het volume van hun veeleisend, tegenstribbelend en in ieder geval over geëmotioneerd kind. Een goed voorbeeld moet uiteindelijk tot goed volgen leiden. Omgangskunde.

Het is nog niet zo lang geleden dat de ‘disciplinerende tik’ usance was bij opvoeden. Onderwijzers en leraren deelden tikken uit met linialen en stokjes en ook ouders vonden het niet vreemd om hun kind een tik te geven of nog heftiger: over de knie te leggen.
Zulks is nu ondenkbaar geworden. Dat is maar goed ook want die disciplinerende tik, ook wel pedagogische tik genoemd, heeft heel wat trauma’s veroorzaakt.

I.p.v. je kind op te voeden ga je nu met je kind om.

De kinderen van nu mogen van alles zelf uitzoeken. Vaak in de trant van: Hier is iets dat je nog nooit gegeten hebt en ga maar uitproberen hoe je dat naar binnen krijgt. Waarschuwingen, uitleg of voordoen komen daar steeds minder bij te pas. Zo zag ik een peutertje van anderhalf een bakje bramen voorgeschoteld krijgen in haar kinderstoel. Toen de verfeffecten van de braam op kind en omgeving de moeder duidelijk werden, kreeg het peutertje gewoon een verfschort om en werd er een krant onder haar stoel gelegd.
Dit soort vrijheid is ongetwijfeld goed voor de ontwikkeling van de creativiteit.

Maar waarom huilen en krijsen kinderen die zoveel mogen, zoveel ruimte krijgen, dan de eerste jaren van hun leven zo ongelooflijk veel?

In de tijd dat er nog discipline ‘geleerd’ moest worden gold dat kinderen grenzen nodig hebben. Door duidelijk te zijn in het aangeven van grenzen bewees je je kind een dienst. Ik hoor daar niemand meer over. Is er een relatie met grenzen stellen en het enorme geblèr en gekrijs? Of zijn de kinderen van nu overbelast door het vele sociale verkeer door kinderopvang, sportclubjes enz.?
Of zijn de ouders overbelast?
Menige ouder geeft in persoonlijke gesprekken aan last te hebben van altijd druk druk, altijd in de weer moeten zijn. Ook voelt menig ouder zich geketend, gekooid door nooit even spontaan tijd voor je zelf.
Zachtaardig blijven omgaan met je kind is dan soms wel een erg grote opgave. Soms is het geduld op en ja, dan ineens vallen we uit. Reageren ouders kribbig, is er ineens een grens die nog nooit getrokken was.
Hoe goed is dat voorbeeld geven?
Doen we het eigenlijk als ouders ooit wel echt goed?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s