Conditionering

Een en al conditionering van meer dan 10,5 jaar leven met mijn hond.. ontelbare gedachten die zich herhalen.. ik zie ze.. wist niet dat het er zooooooveel waren. Sommige mooi, andere praktisch, maar nu geen een uitgezonderd niet langer van enig nut… Je zou het rouw kunnen noemen en dat is het ook, maar het is ook, al die gedachten die hun nut hebben verloren zien voorbijkomen…
Gedachten die in je hersens, maar zelfs in je cellen zitten.

Nadat een kat was overleden, ben ik nog dagenlang als ik bij het opstaan de trap afliep denkbeeldig steeds bijna over hem gestruikeld. Voor je voeten lopen was zijn vaste gewoonte.
Dat is een herinnering, maar was die eerste tijd na zijn dood ook een conditionering. Ik hoefde niet meer alert te zijn dat hij op de trap voor mijn voeten liep in zijn honger naar de eerste koppies van de dag, maar ik bleef het wel.
Ook maanden daarna miste ik hem nog steeds. Maar de conditionering en herinneringen leerde ik uiteindelijk scheiden.
Iemand herinneren is geen gemis.
Het zijn de dingen die je samen deed en niet meer kan doen die je mist en dat wat je mist worden langzaam maar zeker herinneringen. Die je kunt her-inneren op elk moment dat het jou uitkomt. Je hoeft er niet meer verdrietig om te zijn of rouwig, in tegendeel, als je het verdriet een plek hebt kunnen geven worden herinneringen je tot vreugde.

Rouw heeft tijd nodig zegt iedereen. Dat geldt voor mens en dier. Hoe lang je in de rouw bent hangt sterk af van de band die je met de overledene had. Hoe lang een rouwperiode duurt is mede daardoor moeilijk te voorspellen.
Toch is dat laatste niet mijn ervaring. Ik kan vrij aardig voor mezelf voorspellen hoe lang ik in de rouw ben. Niet op de dag af nauwkeurig, maar ik ken de wetmatigheden van het verwerkingsproces.
Door het gemis, die van de knuffels, de oogcontacten, het delen van ervaringen enz. enz. helemaal toe te laten ben ik aanvankelijk de hele dag door momenten zeer verdrietig. Daar is niks mis mee! Door dat toe te laten, helemaal te voelen wat ik voel aan gemis en verdriet, worden de tussenpozen tussen de momenten dat de tranen in mijn ogen staan of er zelfs uitstromen, steeds langer.
Daarnaast observeer en onderzoek ik mijn gedachten op conditioneringen en probeer die zoveel ik maar kan los te laten.

Want conditioneringen, zich herhalende gedachtes, kunnen worden opgeslagen in je celgeheugen. Ik wil toch niet bij een volgend verlies van een zeer dierbare ook nog eens het verdriet van alle andere mensen en dieren voelen die hen voorgingen.
Als kind sla je in hoog tempo ervaringen op in je celgeheugen. Dat heeft grote voordelen. Bijvoorbeeld: de kans dat je de straat oversteekt zonder te kijken wordt daardoor heel klein. Nadelen zijn meestal conditioneringen op het emotionele vlak. Waardoor we ongewild reageren op situaties waar we op latere leeftijd wellicht heel anders op zouden reageren zonder die oude conditioneringen.
Zo kan celgeheugen je verhinderen om echt je zelf te zijn.
Heb jij genoeg van angsten, onzekerheid, een gebrek aan eigenwaarde of andere beperkingen? Ga de uitdaging met jezelf aan en onderzoek je conditioneringen die al dan niet zijn opgeslagen in je celgeheugen.

Handenbinder

De deur naar boven hoeft niet meer dicht.
Ik hoef niet meer te voorkomen dat hij teveel trappen loopt.
Na deze dag van afscheid ben ik al vroeg in de avond heel moe, maar toch denk ik: zal ik hem dan nu maar vast uitlaten?

Ik hoef niet meer na te denken voor ik ergens heen ga of hij mee kan of dat er opvang nodig is. Ik kan zomaar besluiten nu met vakantie te gaan. Ik kan een boodschap gaan doen zonder dat ik zeg: “Ga je mee koekies kopen?”. Even weggaan zonder dat ik hoef te zeggen: “Ben zo terug, ga even..”

Ik was gewaarschuwd: het zijn handenbinders. Maar ik begrijp zelfs nu nog niet waarom mensen zo op kunnen zien tegen een paar keer per dag uitlaten. Vooral onze dagelijkse lange wandeling, liefst in de natuur was me een zegen.

Altijd waren we samen, maar pas nu besef ik wat een twee-eenheid we waren, hoe hij in mijn hele systeem zat, hoe ik niets deed zonder dat ik aan hem dacht, hoe onvoorstelbaar veel we in stilte op elkaar afstemden. Het is geleidelijk gegaan, steeds meer, maar nooit voelde het als te veel, altijd graag gedaan.. Soms met een beetje moeite, soms bijna te moe, maar nooit was het een opgave.. er kwam zoveel terug… Hij deed ook niets zonder dat hij aan mij dacht, besef ik nu.

Niet meer elke dag stofzuigen vanwege haren, zand en wat er allemaal nog meer in zijn vacht was blijven hangen. Ik hoef geen plastic zakjes meer in elke jaszak en tas. Maar ik zeg bij het open doen van de buitendeur bijna hardop “Blijf.”
Dit is meer dan conditionering. Naarmate de jaren vorderden was het ook steeds meer die korte blik, een miniem gebaar van mij of beweginkje van zijn kop, die slechts één seconde durende afstemming, taken verdelen, steeds meer kleine dingen die automatiseerden maar toch bewuste keuzes inhielden.

Ik kan weer gaan en staan waar en wanneer ik wil.
Maar veel liever zag ik hem weer, zittend in de vensterbank, wachtend tot hij de sleutel in het slot hoort om me blij tegemoet te treden.

Hey lieve Jao, hajo!