ebstrand

Pootafdrukken en

vogelpoep etsen ebzand

heel voedselrijk wad

Advertenties

Terschelling

Goed beschouwd is de Friesland, de grote veerboot die me naar Terschelling brengt, met zijn ruimte voor o.a. 1100 passagiers en 100 auto’s niet in verhouding met de kleinschaligheid van dit eiland. Ook de meeste huisjes zijn klein. De huisjes in het havenplaatsje West-Terschelling hebben allen maar twee woonlagen wat een vriend die ik een vanuit het hoge duin gemaakte overzichtsfoto toestuur de kwalificatie ‘Madurodam’ ontlokt.
Pas als ik een fietstocht over het eiland maak zie ik hier en daar drie en enkele gebouwen met zelfs vier woonlagen. Het zijn bijna allemaal moderne hotels. Er zijn zichtbaar ook een aantal rijken op dit eiland neergestreken. Hun grote villa’s detoneren niet in het landschap, maar wijken wel opvallend af van de toon en kleur van de rest van dit eiland. Die toon ademt bescheidenheid. Je hoeft ook niet veel ruimte in te nemen als natuur om je heen je ruimte biedt. Het is te hopen dat die natuur niet volgebouwd wordt, maar de tendens daartoe is in de duinen wel zichtbaar.

Vanaf een duin in Oosterend, de uiterste plek waar nog bebouwing is, kan ik goed zien hoe smal het eiland eigenlijk is. Rechts strak groen, door schapen begraasd weideland met daarachter de waddijk, links de duinen met daarachter goed zichtbaar de druk bevaarde Noordzee. Dit uitzicht valt me ten deel na tal van andere landschappen en fraaie vergezichten. Het donkere bos, duinlandschappen, prachtige luchten, machtig mooi lijnenspel fietsend over de waddijk.
In de pittoreske dorpjes met hun kleine huisjes laat ik me op zonovergoten terrasjes verwennen met lekkernijen van het eiland, zoals de cranberry cheesecake.
Het leven is goed hier.
20150828_135144
Het grootste deel van de fietstocht steekt een in Midsland gekocht droogrekje uit mijn fietstas. Zouden mensen me daardoor aanzien voor een ‘local’ of een ‘loco’? Het maakt niet uit, als je hier vriendelijk een praatje maakt, krijg je altijd een vriendelijk woord terug. Ontspannen en relaxt zijn lijkt hier de volksaard.

’s Ochtends bij de fietsenverhuur koos ik voor de eenvoudigste fiets, 3 versnellingen, fietstassen erbij, de borg is een tientje. Ik hoef me niet te legitimeren alleen het adres waar ik verblijf op te geven. We maken grapjes over dat ik de fiets toch niet op de veerboot meekrijg en ik roem de kleinschaligheid hier. Ik pin 17,50. Als ik meld dat ik niet voor sluitingstijd terug zal zijn krijg ik instructies hoe de fiets in te leveren en… krijg meteen mijn borg van een tientje contant terug.
Deze blijk van vertrouwen is blijmakend en ik bedank de twee mannen hartelijk daarvoor. Als ik wegfiets blijk ik een duurdere categorie fiets mee gekregen te hebben, een met 7 versnellingen.

Wonen in een omgeving waar de menselijke maat nog regeert zorgt kennelijk ook voor vertrouwen in de medemens.

Oogcontact

In de socia media circuleert een filmpje van de Liberators International, een groep Australiërs die midden in een winkelgebied gaan zitten aan tafeltjes of staan in cirkels en anderen uitnodigen om echt oogcontact te maken.
De groep is geïnspireerd door de performance van Marina Abramovic bij MOMA in 2010.

Het lijkt een vervolg te worden op de rage van ‘free hugs’. Die rage begon ook in Australië, toen Juan Mann op 30 juni 2004 in Sidney het voorbeeld gaf met het uitdelen van ‘free hugs’. Tot op de dag van vandaag wordt zijn voorbeeld nog steeds nagevolgd.

Het doet me denken aan de eerste jaren van de Bhagwan-beweging (later Osho). Al die prachtige mensen in rode kleren, oneindige variaties in en schakeringen van rood… Als ik ze elkaar tegen zag komen, gaven ze elkaar steevast een innige omhelzing… Alleen al daarom zou ik bijna sannyasin zijn geworden.
Contact maken met iemand was in de zeventiger jaren nog omgeven met taboes. Je zoende niet op straat en als je iemand begroette gaf je een hand, heel goede bekenden een kusje op de wang. Zo’n diepe, innige omhelzing, ik had het nog nooit meegemaakt en het leek me geweldig. Ik probeerde het voorbeeld van de Bhagwan freaks te volgen, maar wij Hollanders waren er niet aan gewend. Als ik iemand zomaar spontaan een hug probeerde te geven, werd er op zijn minst onwennig of onhandig gereageerd, soms deinsden mensen zelfs terug.
De actie van Juan Mann maakte het al heel snel veel makkelijker om mensen die ik nog niet goed kende een ‘hug’ te geven. Eigenlijk wil ik meestal zodra ik met iemand echt contact maak, een ‘hug geven’, minimaal bij het afscheid nemen.
Je ziet dat ook gebeuren in dat filmpje van The Liberators. Heerlijk om te zien hoe mensen die elkaar net leren kennen na een kortstondig moment van elkaar in de ogen kijken elkaar omhelzen.

Op opnames van free hugs en elkaar een minuut in de ogen kijken zie je allerlei type mensen. Sommigen beginnen blij en spontaan aan zo’n contact, anderen zijn voorzichtiger, aarzelender, zien het soms meer als een experiment. Meestal zie je dat het experiment ze uiteindelijk doet glimlachen, of er is een ontlading in ontroering, een enkeling in dikke tranen.
Wat me vooral opvalt is dat minimaal een van de twee contactleggers heel liefdevol is of wordt. Soms wordt er na het oogcontact omhelst. Worden ze allebei liefdevol, dan volgt de omhelzing onvermijdelijk.
Dat doet echt contact dus met je, je wilt je echt verbinden met de ander.

Goed beschouwd tonen dit soort experimenten steevast aan dat we allemaal liefdevolle wezens zijn. En dat onze natuurlijke staat die is van verbonden zijn met anderen.
Je zou het niet denken als je in het Openbaar Vervoer bijna iedereen verdiept ziet in eigen bezigheden. Misschien gewoon weer eens de ander tegenover je in de ogen kijken. Geef eens een glimlach. Misschien krijgen jullie wel een gesprek of gesprekje. Heb je zomaar ineens tweerichtingscommunicatie…

Zomerstorm

Bij stormschade denken we vooral aan afgewaaide takken, omgevallen en ontwortelde bomen en de daken van auto’s en huizen waar de kolossen op vallen. Bij de storm van 25 juli was die schade groter dan van menige najaarsstorm doordat de bomen volop in het groen stonden. Het opruimen van die natuurlijke snoeibeurt kost tijd. Gisteren liep ik over de Zeeweg van Overveen naar Bloemendaal aan Zee, meer over het fiets- dan het voetpad. De versperringen op het voetpad hebben kennelijk een lagere prioriteit. Niet zo verwonderlijk: tijdens de ruim 2 uur durende wandeling kwam ik slechts 2 andere voetgangers tegen.
stormschade
Waar je vrijwel niemand over hoort is dat ook dieren veel problemen ondervinden van zo’n zomerstorm. Tussen die zwiepende takken zitten ook veel vogelnesten waarvan menige nog met jongen. Vogels zoeken sterke takken uit, maar soms gaat het toch mis. Zelfs dagen na de storm. Dat ondervond mijn zoon toen hij ineens iets uit de hoge boom voor zijn deur zag vallen. Met een enorme klap kwam een nest jonge duiven voor zijn voeten neer. Eén van de twee was op slag dood. De andere niet, al leek dat gezien zijn verwondingen een kwestie van tijd. Mijn zoon ging zijn huis in om iets te pakken om die tijd te verkorten maar terug bij de jonge vogels bleek ook de tweede te zijn overleden. Moeder duif zat al die tijd op een tak het drama gade te slaan.
Mijn zoon was behoorlijk ontdaan van het ongeluk.
Het moet ook een afgrijselijk gezicht geweest zijn, de darmen kwamen uit hun lijfjes.
“Waarom willen we eigenlijk dieren altijd uit hun lijden verlossen?” vroeg hij zich af. “Als er nu een mens zo bij had gelegen, wat zou ik dan gedaan hebben?”
“Hopelijk meteen 112 gebeld.”
“Maar als ik die mens uit zijn lijden zou hebben willen verlossen?”
“Dan was het moord.”
“Maar als die mens me er nu om zou vragen, smeken zelfs…”
“Dan nog is het moord. Want je weet niet hoe snel de medische hulp arriveert en of er wellicht toch nog een redding mogelijk is. Voor mensen kunnen de medici meer doen dan voor dieren.”
“Dus ik zou bij die lijdende mens werkloos moeten toekijken tot de ambulance arriveert? Ook als die persoon me smeekt om er een eind aan te maken?”
“Ik denk dat de natuur het zo goed regelt dat je bij zeer ernstige verwondingen niet veel meer voelt, je lichaam maakt in hoog tempo pijnstillers aan.”
“Dus zou ik ook bij die stervende duif lijdzaam hebben kunnen toekijken?”

Euthanasie blijft een dilemma. De beslissing daartoe nemen voor mijn hond vond ik vreselijk moeilijk. Nadat we euthanasie hadden afgesproken, stierf hij 12 uur eerder een natuurlijke dood. Ik keek toe toen mijn hond stierf. Na dit gesprek met mijn zoon ben ik nog dankbaarder dat het zo gegaan is.