Sporten in het park

Recent telde ik in het park 15 groepen die aan fitnesstraining deden. De meesten met hupsen en springen en stukjes hardlopen maar er had ook een groepje een touw tussen twee bomen gespannen. Arme bomen, die krijgen dat tegenwoordig dagelijks te verduren. Eén groepje was aan het rekken en strekken m.b.v. steun aan de brugleuningen en blokkeerde daarmee de voetpaden op die brug. Ik werd zo gedwongen met mijn hond over het fietspad te gaan lopen. Dat fietspad staat bekend als het drukste in onze stad, misschien zelfs in onze provincie. Ik irriteerde me dan ook fiks aan die gang van zaken en zou er wat van gezegd hebben als ik niet juist op dat moment hartelijk begroet werd door de trainster van het groepje, een oude bekende.

Terwijl ik doorliep werd ik me nog eens extra bewust van mijn irritatie. Een paar jaar geleden, toen de eerste sportclubjes in het park opdoken, vond ik het nog wel grappig. Vooral de groepjes zwangere vrouwen hadden mijn warme belangstelling.  Maar het aantal clubjes is snel toegenomen. Dit voorjaar vond ik in mijn brievenbus menige folder van sporttrainers die als locatie het Wilhelminapark opgeven. Die kennis met haar clubje op de brug woont zelf helemaal aan de andere kant van de stad. Wat doet ze hier eigenlijk? Waar komen die tientallen zwangere vrouwen allemaal vandaan? En al die andere hardlopers en synchroon bewegers? 15 clubjes op een doordeweekse avond, alleen al aan de vijverkant van het fietspad is veel, het betekent in dit park dat je waar je ook kijkt zo’n groepje van 10, 20 mensen bezig ziet.

Het park heeft een grote speelweide. Vroeger werd daar zoveel gevoetbald dat er bordjes aan de rand stonden met het verzoek er niet te sporten met noppenschoenen aan. De grote weide wordt ook gebruikt voor -een toenemend aantal- manifestaties, zelfs het circus strijkt er elk jaar neer en bij mooi zomers weer kun je er niet meer voetballen, zelfs nauwelijks lopen, zo vol zit de zonnige weide dan met groepjes recreanten, m.n. studenten.
Daar kunnen die fitnessgroepjes dus niet vaak terecht en misschien vind je ze daarom op de paden, vooral de kruisingen want daar kunnen ze een cirkel vormen met zijn allen net als op alle stukjes gras die het park heeft.
Van de twee hondenspeelweiden is er nog maar éen over en met mooi weer zitten ook daar mensen, die zich hoogst waarschijnlijk niet bewust zijn van hoe vaak mensen daar drollen opruimen en honden daar geurvlaggetjes uitzetten…
Is dat de bron van mijn irritatie, dat ik bezorgd ben dat straks ook de laatste hondenspeelweide wordt opgegeven t.b.v. de vele recreanten in het park? Dat zou om vele redenen jammer zijn. Bovendien: hondenbezitters zijn de trouwste bezoekers van het park. Met weer en wind komen ze. Ik vind het niet zo erg als met mooi weer de hondenspeelweide niet meer zo goed te gebruiken is. Zo vaak is het geen echt mooi weer in ons land. Ik gun mensen hun plekje in de zon, hun gestrekt op het gras liggen, op een bankje naar de jonge watervogels kijken, mediteren met hun rug tegen de boom, picknicken, wandelen en spelen in het park met hun kinderen. Om maar eens wat te noemen.
Het zou fijn zijn als iedereen zelf zijn eigen rommel opruimde, maar verder kun je er toch niets op tegen hebben dat iedereen op zijn/haar manier van het park geniet? Zelfs de verjaardagsvierders en de tentopzetters kan ik begrijpen, maar die sport-, gymnastiek- en hardloopclubjes… die irriteren me.

De beheergroep van het Wilhelminapark buigt zich geregeld over het spanningsveld tussen natuur en recreatie. De Stichting organiseerde in september vorig jaar een avond waarbij omwonenden en gebruikers van het park konden meedenken en -praten over de toekomst van het park. Ik was daar niet bij, het spanningsveld is in een steeds drukkere samenleving nu eenmaal een gegeven en dan moet je niet moeilijk doen over dat meer prullenbakken het park ontsieren. En als er zo veel gepoept wordt in de struiken, tja, dan heb je zo’n dixi toilet nodig. En als al die picknickende studenten te beroerd zijn om hun afval mee naar huis te nemen en alle prullenbakken vol zijn, tja, dan heb je een schoonmaakploeg nodig. Elke ochtend.
Tja…

Maar door al die sportclubjes begrijp ik nu beter wat er bedoeld wordt met het spanningsveld tussen natuur en recreatie.
Dit soort recreanten komt niet in het park om daar van de natuur te genieten of de schoonheid van het ontwerp van de beroemde landschapsarchitect Zocher. Ze zien en horen vooral hun trainer en zijn te intensief met hun lichaam bezig om waar te nemen dat nog slechts een enkele vogel het waagt geluid te maken. Hun drukte en het geroep van de trainers tast de natuurbeleving van andere gebruikers in het park aan. Die trainers vragen geld voor hun werk waar ze meer van overhouden doordat ze geen locatiekosten hebben. Laten ze naar de sportparken gaan a.u.b.

Advertenties

Jong leven

Mijn dochter stuurde me een selfie met haar net 7 weken jonge dochtertje hoog op haar borst. Mijn kleindochter ligt op haar buik te slapen, met haar hoofd opzij gedraaid naar de camera en haar schattige krulletjes tegen haar moeders kin. Vredig beeld van een innig van elkaar genietende moeder en dochter.

Ik moet weer eens denken aan een scene die destijds zoveel indruk op me heeft gemaakt, dat ik er vaker aan terug denk. Een boomlange vriend stond midden in zijn huiskamer met zijn pas geboren derde zoon in een soort kikkerhouding tegen zich aan, zijn wang teder tegen het hoofdje van zijn baby. Met zijn ogen dicht stond hij zo langdurig te genieten, iedereen om zich heen vergetend. Waarom maakte dit liefdevolle beeld zo’n onuitwisbare indruk?  Omdat ik nog nooit eerder een man zo een al liefde voor zijn baby had gezien misschien? Of was het die ongegeneerde volledige puurheid van die liefde? Die volledige overgave aan de Liefde voor zijn kind zorgde ervoor dat toen hij na een hele poos zijn ogen opende, hij wat wazig keek, alsof hij terugkwam van heel ver weggeweest..

Ik prijs mezelf een gelukkig mens omdat ik dit soort momenten van intense en innig gedeelde Liefde niet alleen met mijn kleindochtertje, maar met iedereen waar ik van hou mag ervaren. Dier of mens. Met of zonder aanraking, al blijven de ‘hugs’ mijn favoriete manieren van gevoelens van Liefde delen.   Het zachtst en puurst zijn de knuffels met jong leven…  Zo zoet, zo heerlijk!

Een bekend gedicht van Martin Bril hangt op menige plaats in ons land op een groot half doorzichtig bord voor het raam en kent u vermoedelijk wel;

Kunst

Wat we willen
Momenten
Van helderheid
Of beter nog: van grote
Klaarheid
Schaars zijn die momenten
En ook nog goed verborgen
Zoeken heeft dus
Nauwelijks zin, maar
Vinden wel
De kunst is zo te leven
Dat het je overkomt
Die klaarheid, af en toe

Leven in Liefde, het kan er voor zorgen dat het je vaker overkomt, die klaarheid. Wie even vergeten is hoe het voelt, die liefde, wens ik jong leven om te knuffelen toe. En kun je er niet mee knuffelen, dan kun je er op zijn minst van genieten door er naar te kijken; het is lente en de natuur is vol jong leven…

 

 

 

Boekenkast

Een vriend keek gisteren vanaf mijn bank naar een rijtje boeken in de kast tegenover hem. In de verte herkende hij de titels. Zijn ogen zien niet zo scherp, maar hij herkende de boeken aan de kleur, lettertype, lay-out, formaat e.d. Hij heeft ze zelf ook. Dat heb je zo met vrienden van dezelfde generatie; we herkennen elkaar in onze boeken.
Een jongere vriend heeft al een paar keer gezegd: “Gooi al die boeken toch weg!” Hij is zelf geen lezer. “Je leest ze toch nooit meer,” zegt hij. “Dan kunnen die kasten ook weg en heb je veel meer ruimte in je kamer,” vindt hij.
Hij is niet de enige die mijn kamer wil veranderen. Mijn dochter is hem al eens bijgevallen en ook andere jongere vrienden vinden die boekenkasten in mijn kamer kennelijk niet meer van deze tijd.
Ooit, ik was veel jonger dan nu, had ik me voorgenomen dat je aan mijn inrichting later niet mocht zien van welke generatie ik was. Aan de -steeds zeldzamer- vitrages hier en daar voor de ramen kan ik zien dat er mensen wonen die ouder zijn dan ik, een generatie voor die van mij. Achter die vitrages doorgaans donkere meubelen. Dat is niet meer van deze tijd. Je huis hoort nu licht te zijn, met veel witte meubelen. De wit-zwart-grijs rage lijkt op zijn retour en we mogen van de interieur stylisten nu weer meer zorgvuldig gekozen kleuren in ons huis.
Aan de inrichting kun je zien wie je bent. (?)
Ik vond de inrichting van mijn ouders hopeloos ouderwets. Maar ik snap die generaties voor mij nu beter. Op af en toe noodzakelijke vervangingen na, heb ik weinig behoefte om mijn huis te veranderen. Die spulletjes waarvan sommige bijna mijn hele leven meegaan, zijn mijn spulletjes. Ik heb ze gekregen of gekocht, het zijn herinneringen aan mooie momenten of aan vrienden en familie waarvan er velen al niet meer zijn.
Ik hang ook geen nieuwe verjaardagskalender op. De namen van de overledenen zijn als ik ze op de oude kalender zie staan momenten om ze te gedenken. Nieuwe generaties met alleen digitale agenda’s gaan die reminders missen..
Ben ik dan zo gehecht aan mijn herinneringen?
Nee, ben niet zo’n hechterig type dacht ik. Maar er is ook geen reden om herinneringen weg te gooien.
Ik vind die gevelboekenkasten waar je naar hartenlust boeken kunt uitkiezen of neerzetten een geweldige trend. Ik lees menig boek uit de gevelbibliotheek hier om de hoek en zet er ook boeken in.
Het aantal geleende boeken dat ik gelezen heb, is vele malen groter dan de hoeveelheid boeken die ik in mijn boekenkast heb staan. Maar als ik aan iets van hun inhoud terugdenk, kan ik vaak niet op de titel komen, of de naam van de auteur. Bij boeken die in mijn kast staan moet ik soms ook even zoeken naar de titel of auteursnaam, maar ik vind ze altijd. En dan kan ik eruit citeren, iets van de kennis of inzichten die ik door het boek verwierf, delen met anderen.
Die boeken, ze hebben bijgedragen aan wie ik nu ben.
En die kasten.. ja die zijn al bijna 40 jaar oud. Maar het zijn mijn kasten. Van puur, ongelakt hout. Daar kan geen Ikea kast tegenop. En misschien nog belangrijker: daar zijn bomen voor omgehakt… Ik kies voor duurzaamheid.