Robbert Brown

RobbertBrownTijdens de herdenkingsdienst konden we in vogelvlucht vernemen over zijn avontuurlijk leven: hij was o.a. marinier, betrokken bij missies in de Vietnamoorlog, gevangenisbewaarder, vrijmetselaar, horecaondernemer, actief SP-lid, had een schotse vrouw en grootvader en kwam er pas laat in zijn leven achter wie de Canadees was die hem, ten tijde van het einde van WOII, verwekt had. De eerste ontmoeting van vader en zoon in Toronto was zeer verrassend. De mannen hadden veel dingen gemeen, tot hun loopje aan toe. Uiteindelijk werd hij afgekeurd vanwege PTSS.
Bijna werd vergeten dat hij een datapionier avant la lettre was.
In 1988 ging ik alle, toen 144 Bulletin Boards in Nederland en België af. Eén van de laatste was het BBS van Robbert Brown. Ineens veranderde mijn scherm; ik schrok, maar al snelde leerde ik wat er gebeurde: ik maakte mijn eerste chat mee. Robbert pakte me als sysop (system operator) van zijn BBS in een chat met een voor hem prangende vraag: “Ben je echt een vrouw of gebruik je een schuilnaam?”
Ik bleek in Fidonet Nederland de eerste vrouw te zijn die op een BBS inlogde. Niet zo verwonderlijk als je bedenkt dat op die BBS-en alleen technische informatie over computers en BBS-en te vinden was en een enkel spelletje.
Robbert had al snel door wat mijn beroep was en op slimme wijze betrok hij me meer en meer bij het BBS-wereldje. Vooral door me te informeren. Al gauw had ik de smaak te pakken en samen met Robbert bedacht ik een manier om de vrouwen van sysops bij de BBS-en te betrekken: we gingen op de BBS-en recepten aanbieden. (Sorry dames voor dit ouderwets rolbevestigende gedrag ;-))
Na de recepten werd het een literaire databank en weer wat later werd het het NoPapers Keuze-magazine (het eerste online tijdschrift in de wereld) dat zodanig vanaf Robberts systeem werd verspreid dat je in heel Nederland het magazine kon inzien tegen lokaal telefoontarief. (Elk BBS had nl. zijn eigen, lokale telefoonnummer)
Robberts BBS (aanvankelijk heette dat Wildcat, later o.a. Tess) was een belangrijke gateway in Europa voor Fidonet en Robbert had over de hele wereld contacten. Die contacten bevroeg hij over allerlei zaken die we nodig hadden. Samen waren we een soort architecten die op zoek gingen naar hoe wat we wilden ontwikkelen technisch te realiseren was. Voor het tijdschrift hadden we dringend behoefte aan software waar naast tekst en kleur ook grafische zaken mogelijk waren. Er werden langzaam maar zeker in de hele wereld programma’s voor ontwikkeld, maar het programma dat uiteindelijk een grote vlucht nam was de eerste Mozilla browser die niet gebruik maakte van de Fido-techniek, maar van Internet. We schrijven inmiddels eind 1993.
De overstap van BBS-en naar Internet hebben Robbert noch ik snel kunnen maken. Het zou nog ‘even’ duren voor Internet in Nederland meer particuliere gebruikers had dan de ca 20.000 lezers van NoPapers. In 1995 maakten we met NoPapers de overstap. Zonder Robbert Brown.

Ontwikkelingen beginnen bij het formuleren van vragen. Robbert bevroeg over de hele wereld techneuten, o.a. naar oplossingen voor wat we wilden maken en zette op die manier vele mensen aan het denken.
Hij was een ster in mensen met elkaar in contact brengen en een bevlogen inspirator. Geld interesseerde hem weinig, hij genoot van verbindingen leggen, zowel technisch als tussen mensen.
Ik ben hem daarvoor schatplichtig.

21 juni overleed Robbert Brown. Op zijn eigen, unieke manier heeft Rob zijn steentje bijgedragen aan de kathedraal die nu internet heet. Waarschijnlijk kende u hem niet. Zoals veel wezenlijke pioniers niet bekend zijn. Maar hij was een van de meest avontuurlijke en coöperatieve mensen die ik heb gekend.

Advertenties

Bruxelles

Na het boeken van een hotelkamer en een beetje te zijn opgefrist ben ik toe aan iets wat op een warme maaltijd lijkt. Het is 11 uur ’s avonds, maar zo in de buurt van station Bruxelles midi zijn genoeg horeca gelegenheden te vinden. Ik word vriendelijk begroet door mensen die voor een aanlokkelijk ogende  eetgelegenheid zitten.  Binnen worden in helder licht en dito entourage zeer gevarieerde gerechten aangeboden. Verlekkerd probeer ik te bepalen waar ik trek in heb; een kebab schotel? Lasagne?  Vlaamse friet met stoofvlees? Maar ik krijg geen kans om te kiezen: De donker ogende uitbater zegt ‘pas de chien’ en dat is het signaal deze tent te  verlaten. Nu valt me pas op hoeveel verschillende nationaliteiten hier op hun beurt staan te wachten. Bij het weggaan groet ik de vriendelijke Noord-Afrikanen voor de deur nogmaals terug: ‘Ne pas de chien, ne pas de manger’, zeg ik.
Na nog drie van zulke ervaringen geef ik het op. De nachtelijke horeca in Brussel is in handen van allochtonen Brusselaren kennelijk en veel allochtonen hebben een hekel aan honden, of zijn er bang voor of vinden ze onrein. Verbaasd ben ik niet. In Nederland gaan o.a. vrouwen met hoofddoekjes met een boog om ons heen. In de straten van Brussel zie ik op dit uur vrijwel geen westers ogende personen. Die blijken wel de bar van het hotel te bevolken, waar ik gelukkig een lasagne bolognese blijk te kunnen verkrijgen. Ik neem er een grote pint Belgisch blond bij. De hond krijgt heel attent een bak water en van mij een stukje in lasagne saus gedoopt stokbrood.

De volgende ochtend blijken zijstraten vol aan voedsel gerelateerd straatvuil geen geschikte plek om mijn nu 9 maanden jonge hond te laten focussen op zijn behoeften doen, dus keer ik terug naar de Avenue Fonsny, tegenover de achteringang van het station waar ik binnen een half uur de Thalys naar Nederland hoop te halen. Het brede trottoir is vol zich naar hun werk haastende mensen. In tegenstelling tot gisteravond zie ik veel westers ogende mensen. Maar ze vertonen geen westers gedrag. Zo’n 4 tot 6 meter voor mijn hond en mij lijkt er een onzichtbare muur te zijn waarachter mensen terug deinzen, alle kanten op schieten, ook van het trottoir af pal voor rijdende auto’s. Een enkeling loopt door de onzichtbare muur in de wijde ruimte om ons heen maar blijkt dan meestal zodanig in zijn of haar eigen gedachten te zijn verzonken, dat ze de hond pas opmerken als ze pal bij zijn. Nog nooit in mijn leven heb ik zoveel uiteenlopende vreemde sprongen gezien als deze ochtend tussen 8 en en half 9 in hartje Brussel. De hond wordt er nerveus van. Na een minuut of vijf dit te hebben meegemaakt wil hij ineens uitvallen naar zo’n schielijk wegspringend mens. Ik heb de riem met twee handen vast en kan net voorkomen dat mijn harig monster ook daadwerkelijk met zijn hele gewicht van 35 kilo tegen iemand aanspringt.
Gelukkig blijkt de avenue ook diverse minipleintjes te omvatten die met enige grandeur de entrees van luxe hotels en kantoren van extra cachet proberen te voorzien. Wat inhoudt dat elke boom geen grond maar vernuftige metalen platen om zich heen heeft en stukjes gras hekwerkjes. Hier geen wegschietende mensen, maar wel de meest vreemde geurtjes en lawaai, overal komt lawaai vandaan.  Ik laat alle streven naar de trein halen los, en focus op het ontspannen van de hond. Dat helpt en even later kan ik met plastic zakjes de avenue weer netjes achterlaten en begeven we ons naar de ingang van het station. Daar staan drie in camouflagepakken gestoken militairen met geweer. Zij moeten de hele vertoning van weg vluchtende mensen gezien hebben, want wij hebben aan de overkant waar zij staan de avenue op en neer gewandeld.  Als ik de militairen groet, trekken ze alledrie een grote grijns naar me.  Het maakt de grimmigheid van al die bewaking op en rond het station ineens draaglijker.

 

Nordic walker

In dit deel van de Ardeche zijn geen straatnamen. Er zijn slechts bergweggetjes met hier en daar een huis of hameau. De bergweggetjes naar die huizen zijn nog smaller en worden aangegeven met groen-blauwe naambordjes met klinkende namen als Giffon, Palix, Le Coin, La Maza. Met de hond kies ik het pad naar Légrime. Het pad gaat tamelijk steil omhoog en aan het hoge gras aan weerszijden en in het midden van de met puin en kiezelsteentjes verharde bandensporen kan ik zien dat er geruime tijd geen auto heeft gereden.
LeCoinpaadje
Toch staat er na 50 meter een bordje dat aangeeft dat het om privé terrein gaat en de toegang verboden is. Dat weerhoudt me niet en met verbazing constateer ik dat de afwateringgootjes hier met halve grote pvc buizen zijn gemaakt. Dat is in het natte seizoen wellicht handig, want minder glibberig dan de door de natuur in de zanderige grond uitgeslepen gootjes?
We stuiten op een in beige geschilderde slagboom waar ik met slechts weinig bukken onderdoor kan. Nu word ik wel heel brutaal. Maar ik ben nog nieuwsgieriger naar wat we zullen aantreffen. Vijf minuten later valt dat een beetje tegen. Het pad loopt dood. Aan het eind ligt tegen de helling lager dan het pad een huis in de bekende stijl van de streek; gelige brokken steen met cement aan elkaar geklonken en rozig-oranje langwerpige dakpannen die nog net boven het pad uitkomen. Een trappetje leidt naar het huis. Het ziet er goed onderhouden uit, alle luiken zijn gesloten.
Dit privé bezit is dus hoogst waarschijnlijk een vakantiewoning. Van Fransen of Hollanders.. ik zie geen aanwijzingen op de brievenbus, noch ergens anders.
Helemaal zeker dat er niemand is ben je hier nooit dus na me er van vergewist te hebben dat het pad echt nergens verder gaat, keren we om. Ik besluit zo snel mogelijk de slagboom voorbij te willen en daarna even pauze te nemen om wat fruit te eten.
Als we bijna bij de slagboom zijn, staat de hond stokstijf met opgeheven kop. Hij hoort iets, het duurt even en dan hoor ik het ook: Tiktik tiktik tiktik.. Er komt een Nordic walker aangelopen. Ik slaag er nog net in de hond bij de halsband te grijpen.
We treffen elkaar precies bij de slagboom.
“Bonjour,” zeg ik. “Bonjour,” zegt de man en grijpt met een hand inclusief zijn walking stick even mijn hand. Hij zegt iets over mijn Briard maar ik versta door de schrik nog slechter Frans dan normaal. Maar ik ben blij dat de man zo vriendelijk is en me niet uitscheldt dat ik op zijn privé terrein ben. We wensen elkaar nog een prettige dag en gaan elk ons weegs, ik op de terugweg, hij naar zijn huis.
Als we een eindje gevorderd zijn, hoor ik ineens weer het tikken van de wandelstokken. Vanaf het laatste stukje van de weg naar Légrime, inmiddels rechts boven de weg waar we nu lopen, komt de man teruggelopen. Ineens herinner ik me een paar dagen eerder vanuit de auto hier in de buurt diezelfde rode trui, blauwe korte broek en grijze schoenen en sokken op het lichaam van de Nordic walker te hebben gezien.
De man komt ons achterop. Ik lijn de hond weer aan. Die heeft nu ook door hoe de vork in de steel zit en zou tegen de man zijn opgesprongen als ik hem niet had aangelijnd.
Daarom was die man zo vriendelijk dus… Die Franse toerist denkt nu zeker dat er Hollanders wonen in Légrime.

Consumentenbrein

Vorige week was in het nieuws dat neuromarketing effectievere reclames mogelijk gaat maken, maar eigenlijk was dat geen nieuws, want er wordt al een paar jaar mee gewerkt.
Vermoedelijk was het ‘nieuws’ een manier om aandacht te vestigen op de uitreiking van The Dutch Marketing Awards 2016, waar ook bekend werd gemaakt wat de ‘De onbewust meest effectieve tv-commercial 2015’ was, de winnaar van de zgn. gouden walnoot.
De walnoot, ook wel okkernoot genoemd, lijkt qua structuur op onze hersenen en daar draait het dus steeds meer om bij reclame.
“De prijs is een erkenning voor de commercial die het best het neurale netwerk van effectiviteit weet te activeren,” schrijft Neurensics op hun website. Neurensics noemt zich ‘neuromarketing bureau’ en m.b.v. fMRI-scans meten ze reacties in het brein tijdens het vertonen van plaatjes, verpakkingen, producten, films, advertenties, reclamemuziek en audio logo’s. “Dit geeft een uniek inzicht in wat consumenten daadwerkelijk ervaren. Hierdoor kunnen we intenties en gedrag beter voorspellen,” schrijven ze.
“We meten de hersenactiviteit en richten ons op 13 hersengebieden die het koopproces beïnvloeden. We meten positieve aspecten als aandacht, verlangen, lust, verwachting, vertrouwen, betrokkenheid en vertrouwdheid. En negatieve aspecten zoals angst, woede, walging en gevaar”.
“Neurensics kent drie divisies; Science, Research en Consult (…) Gezamenlijk biedt men kennis over het consumentenbrein en -gedrag dat met de dag toeneemt.”
Zonder blikken of blozen: Consumentenbrein. Niet eens menselijk brein, maar consumentenbrein. Dat we gezien worden als koopvee wisten we al. Nu wordt het koopvee nog verder beinvloed en nauwkeuriger gemanipuleerd. Geen wonder dat de reclamewereld heel enthousiast is over neuromarketing.
Ooit waren ze ook zo enthousiast over de mogelijkheid van ‘targeting’ in wat toen nog heette de nieuwe media. En niet alleen de reclamewereld zag hierin legio mogelijkheden, consumenten dachten dat het niet lastig gevallen worden met reclame voor dingen waar je geen interesse in hebt een verbetering zou zijn.
Inmiddels zorgen de methodieken van Social Media zoals Facebook er voor dat onze voorkeuren heel precies in kaart worden gebracht zodat de onbewuste beïnvloeding nog verder kan gaan. Onze likes zorgen niet alleen voor welke advertenties we te zien krijgen, maar ook dat we omgaan met gelijkgestemden, en zo vooral bevestiging krijgen van onze meningen en opvattingen.
Nieuwe ideeën kunnen zo moeilijk bij je geïntroduceerd worden. Propaganda werkt echter beter dan het ooit gedaan heeft. Zie bijv. “Dankzij algoritmes druipt het gelijk uit hun oren”, column van Peter Middendorp, 3 juni j.l. in Volkskrant/Vonk)

Misschien bestaat er inmiddels dus wel zoiets als een consumentenbrein.
En verklaart dat de idiotie van een reclamezin als: “IJsthee gemaakt van echte theeblaadjes” waar momenteel volop mee geadverteerd wordt.
Ik dacht eerst nog dat zo’n zin voortkomt uit de idiotie van fabrikanten die de gekste dingen bedenken om ons voedsel en dranken van te maken.. Maar nu vermoed ik toch beïnvloeding van ons consumentenbrein dat positief oplicht bij het woord theeblaadjes.