Eerste indrukken

We zitten in de koelte en bij het licht van kaarsen in de tuin na te genieten van een geslaagde dag en praten over eerste indrukken die mensen op je maken.
Zijn ons mensen bijgebleven die we gezien hebben vandaag? In het drukke restaurant waar we zo verrukkelijk gegeten hebben bijvoorbeeld? Naast de mensen van de bediening kan ik me maar éen gezicht een beetje voor de geest halen. Eigenlijk niet eens zo goed zijn gezicht, maar zijn voorkomen. Hij viel me op toen hij met een servet zijn hele gezicht en kaal hoofd afveegde. Toen hij klaar was zette hij zijn pet weer op. Het was een lange, zeker niet onknappe donkere man in gezelschap van iemand die zijn voorkomen kennelijk ook belangrijker vond dan de warmte, hij had zo’n gebreide half lange oversized rastamuts op, met een dikke rol in de nek tot op de schouders.
Mijn vriend had een vrouw onthouden die hem steeds aan zat te kijken en hem kennelijk heel leuk vond om te zien.
Ja logisch dat jij die hebt onthouden, lach ik.
Waarom maken er zo weinig mensen indruk op ons? Zijn wij zo kritisch of zo apart?
Over apart gesproken: die vriendin van hem die we ’s middags gezien hadden, vind ik wel een apart type. Nu is het de beurt van mijn vriend om te lachen. Een apart type die iemand anders een apart type vindt.
Natuurlijk vind ik mezelf niet zo apart.
Onthouden we mensen beter die we apart vinden, bijzonder, afwijkend?
Terwijl ik buiten het restaurant op de komst van mijn vriend wachtte had ik tien minuten lang een lange stoet mensen voorbij zien komen op de drukke gracht. Ik moet diep in mijn geheugen graven voor ik me daar ook maar iemand van kan herinneren. Dan herinner ik me een lang meisje met haar bebrilde vriend die het burger restaurant schuin tegenover me ingingen. Ik herinner dat omdat haar benen me opvielen: lange benen onder een spijkershort. Witte benen met aan alle kanten grote rode vlekken, alsof ze heel vreemd gezeten had ergens.
En oh ja, nog een vrouw viel me op door haar benen. Een blondine van naar schatting achter in de dertig met drie vrienden op stap. Haar bruine benen kwamen onder een eveneens blauw short vandaan. Ze was niet lang, duidelijk korter dan haar gezelschap en compenseerde dat met rode sandalen met hoge hakken. Haar benen waren goed gevormd, maar dat was niet waarom ik haar onthouden had. Haar benen zaten ruim in het vel waardoor ze tijdens het lopen volop beweging lieten zien. Afwijkende uiterlijkheden, die onthoud ik kennelijk. Zegt dat wat over mij of is dat ‘gewoon’ menselijk?
Van feestjes herinner ik me vooral de mensen waar ik een echt gesprek mee heb gevoerd.

Het bovenstaande is niet vrij van oordelen. Niet oordelen, alleen waarnemen en benoemen is moeilijker dan het lijkt en een belangrijke les bij meditaties in de boeddhistische tradities.
In het jaar dat ik mijn eerste meditatielessen kreeg, overkwam me tijdens een lang moment ‘stilzitten’ dat ik ineens allemaal gezichten voor me zag. Duizenden gezichten gingen in hoog tempo aan mijn geestesoog voorbij. Ik slaagde erin me te beperken tot waarnemen en er geen gedachtes bij te hebben of bij een gezicht te blijven ‘hangen’.
Uiteindelijk nam het tempo af en stopte het voorbij zien komen van al die gezichten en ineens wist ik: Dat waren allemaal gezichten van mensen die ik ooit in mijn leven even gezien had, even oogcontact mee had, op straat, in een bus, trein, bij een loket enz. Een deel van mijn beelddatabank die tijdens die meditatie even werd opgeschoond.
Dat ruimde op!

Bange mensen

We gaan bij de vijver zitten. Ik op een van de twee bankjes, mijn hond schuin daarvoor op het gras. Mooi plekje is dit, we genieten samen van het uitzicht en de rust.
Als ik even om me heen kijk, zie ik twee jonge vrouwen aankomen; de een gekleed in een lange broek met blouse, de ander in een uitbundige zomerjurk met veel grote bloemen. Aan de zwarte kousen en korte laarsjes daaronder maak ik op dat ze op een kantoor werkt. De spulletjes die ze allebei in hun handen dragen zullen wel als lunch gaan dienen. Ze kijken onze kant op, kennelijk zit ik op hun favoriete bankje. Ik draai me af, als ik hen negeer doet mijn hond dat ook.
Maar ze gaan omstandig staan aarzelen of ze het andere bankje, zo’n vier meter bij ons vandaan nu wel of niet zullen gaan bezitten. Als ze eindelijk zitten hebben ze inmiddels de volle aandacht van mijn 9 maanden jonge reu.
Met kracht gaat hij hun kant uit, hij is aan de lijn, maar het bankje is glad en met zijn 35 kilo heeft hij behoorlijk wat trekkracht zodat ik naar de andere kant van het bankje glij op mijn in strak katoen gehulde billen. Richting het andere bankje.
De vrouwen slaken een gilletje.
“Hij is aan de lijn hoor,” zeg ik.
Ze staan al in de startblokken om op te staan. Ik ga ook maar staan. Hier blijven zitten is nu niet meer rustig. De uitbundige bloemjurk vraagt: “Bijt ie?”
“Dat weet ik niet,” zeg ik.
Ik hoor nog een zacht gilletje en de beide dames staan en zetten passen achteruit.
Ik kan mijn lachen niet inhouden.
“Natuurlijk niet,” zeg ik. “Sorry hoor, maar jullie zijn zo bang, ik kon het even niet laten om een grapje te maken.”
Hoofdschuddend loop ik weg. “Bijt ie?!”
Omdat het een grote hond is zou hij bijten?
Met de  ervaringen in Brussel nog vers in mijn geheugen begint me op te vallen hoe het aantal mensen dat bang is voor honden hier ook snel toeneemt. Ook bij autochtonen. We noemen de hond al steeds vaker gekscherend ‘het monster’. Zijn robuuste voorkomen, zijn onstuimige jonge honden gedrag en wellicht ook de enorme haarpartij voor zijn ogen schrikt mensen af kennelijk. Sinds hij een paar maanden terug een klein wondje op zijn kop opliep wil hij geen speldje meer in zijn haar. Daar moet toch maar gauw verandering in komen, als je zijn ogen kunt zien, oogt dat wellicht vriendelijker. Toch heb ik er weinig vertrouwen in dat het veel zal uitmaken.

Angst is een slechte raadgever.

Men lijdt het meest van het lijden dat men vreest.

Wie kent deze twee spreekwoorden niet?

Maar we leven in een angstcultuur. Overheden spelen sinds 9/11 handig in op de angsten van de mensen. Onder het mom van veiligheid nemen overheden maatregelen die onze privacy inmiddels vrijwel volledig om zeep hebben geholpen. Maak het volk angstig en je kunt je macht makkelijk vergroten.
Goed beschouwd zijn de Britten dappere mensen, ook al proberen Europese media nog zo hun best te doen ons te vertellen wat voor ellende de Britten bezig zijn zich op hun hals te halen.
Wat Turkije betreft kunnen we nog slechts hopen dat de maatregelen van Erdogan uiteindelijk ook grote delen van zijn aanhang tot inkeer brengen.

Van mijn honden heb ik geleerd niet bang te zijn. Dingen zijn zoals ze zijn en door met volle aandacht in het nu te zijn, kun je veel beter anticiperen op wat er op je pad komt. Details zullen je niet ontgaan, signalen zul je eerder oppakken dan als je angstig bent. Mijn huidige jonge hond is ook een dapper dier. Op onbekend terrein gaat hij voor, in het vertrouwen dat ik wel aan zal geven als dat niet meer kan. Of heel misschien ooit aanzet tot actie. Ik hoop dat dat nooit nodig zal zijn.
Het is bijna niet meer voor te stellen, maar tot zo’n 15 jaar geleden liepen honden nog vaak los. Om redenen van veiligheid is loslopen nu vrijwel overal verboden. Maar sinds dat niet meer mag, zijn er steeds meer honden die volgens hun eigenaren ook niet los kúnnen om wat voor verknipte reden dan ook. Steeds meer mensen zijn bang voor honden, steeds minder mensen weten nog hoe met een hond om te gaan.
Mijn hond vindt angstige mensen nu vooral nog grappig en een enkele keer lastig, maar hij voelt per keer ook dat zijn macht toeneemt, dat maakt het opvoeden steeds lastiger. Zonder goede training en voorlichting kun je beter niet meer aan je eerste hond beginnen. Bij die trainingen wordt in feite vooral de baas getraind.

Zo is het ook met machthebbers. Ze zijn steeds slimmer, steeds gewiekster, hebben alle kennis over massacommunicatie en -manipulatie tot hun beschikking en bedenken steeds slimmere dingen om ook alle middelen daartoe in handen te krijgen. Erdogan had kennelijk zijn plan voor zuiveringen al lang klaar liggen. Als burger moet je van heel goede huize komen om de moderne middelen van manipulatie en propaganda te doorzien. De media schieten tekort in het geven van voorlichting hierover aan burgers en natuurlijk helemaal als media onder invloed staan van de machthebbers.

Een gedwee volk maakt zijn eigen regeerders steeds machtiger.

kletsnatte Briard

Bijstand

Wethouders van Utrecht, Groningen, Wageningen en Tilburg hebben samen een open brief gestuurd aan staatssecretaris Jetta Kleinsma.  De 4 gemeenten zijn klaar om per 1 januari a.s. te gaan experimenteren met de regels voor de Bijstand en hebben bezwaar tegen het uitstel dat Kleinsma heeft aangekondigd.
De gemeentes willen “willen graag experimenteren binnen de huidige Participatiewet, bijvoorbeeld door minder verplichtingen op te leggen, meer bijverdien mogelijkheden te creëren en meer vertrouwen en regie te geven aan bijstandsgerechtigden.”

Dat levert op Internet meteen vele reacties op van mensen die denken dat bijstandsgerechtigden uitbuiters zijn en dat de beste prikkel blijft bij van alles en nog wat te dreigen de uitkering stop te zetten. Ik vind dat zeer kortzichtig.
Voor mensen met een bijstandsuitkering is het nu totaal onaantrekkelijk om zelfs maar een parttime job te hebben. Vaak levert dat zoveel gedoe op met stilzetten van de uitkering en veel moeite om weer een aanvulling te krijgen, dat mensen het niet aandurven. Degenen die het wel aandurven merken vaak dat ze hogere kosten krijgen.  Al was het maar omdat ze geen tijd meer hebben om op koopjes te jagen en op aanbiedingen te letten. Maar ook het nodig hebben van kleding voor op het werk, vervoerskosten die niet worden vergoed, kosten voor kinderopvang (kleine vergoedingen in het eigen netwerk of moeten voorschieten van professionele opvang) enz. zorgen ervoor dat het beetje geld dat ze mogen houden dat onvoldoende compenseert. Mensen met een bijstandsuitkering hebben doorgaans geen reserves meer. Het eventuele spaargeld dat ze mochten houden voor ze een uitkering kregen, is meestal al gebruikt in tal van noodsituaties.
Bij tijdelijk werk wordt het allemaal nog ingewikkelder en werkt het huidig beleid ontmoedigend.
Ook het grote aantal sollicitaties dat verplicht gedaan moet worden werkt voor menigeen contra productief. Banen krijg je makkelijker door te netwerken dan door standaard sollicitatiebrieven, in sommige werkkringen wordt je zelfs meteen gezien als een loser als je als onbekende met een standaard sollicitatiebrief aankomt.
Via een tijdelijke of parttime klus doe je makkelijker relaties op dan met brieven schrijven

De bijstandsnorm is dusdanig laag dat er mee rond komen een job op zich is en dat ik me niet kan voorstellen dat mensen daar graag mee door gaan als er andere mogelijkheden zijn.
Door meer ruimte te geven aan de bijstandsgerechtigde d.m.v. een groter deel van eenmalige of tijdelijke verdiensten te laten houden en de aanvulling bij parttime werk te versoepelen zal de bijstandsgerechtigde die verhoogde inkomsten graag willen houden. De prikkel om blijvend werk te zoeken wordt daar alleen maar groter van.

En er is een andere belangrijke reden: Bedrijven hebben doorgaans liever iemand die kort geleden nog werk had dan iemand die al geruime tijd uit het arbeidsproces is. Juist daarom is versoepeling van (tijdelijke) bijverdiensten zo belangrijk, zodat er voor de uitkeringsgerechtigde geen belemmeringen zijn om arbeidsritme te behouden en werkervaringen en relaties te blijven opdoen. Vooral in de beroepen die de persoon in kwestie ook echt aanspreken. Want bedrijven hebben ook al lang door dat het verplicht stellen van elke vorm van werk aanpakken geen gemotiveerde medewerkers creëert. Het is niet voor niets dat het aantal banen dat wordt aangeboden via uitkeringsinstanties zo’n beperkt aantal beroepen behelst. Zelfs banen bij callcenters zijn van de lijsten bij uitkeringsinstanties verdwenen. Logisch toch? Je klantencontacten vragen om gemotiveerde medewerkers. Er is bij de organisatie van werk & inkomen kennelijk vergeten dat mensen het beste functioneren en het gezondst blijven als ze kunnen doen wat hun hart hen ingeeft.
En dat is maar zelden langdurig lanterfanteren.