De onverdraagzamen

Jaren her toen we nog spraken van crèche in plaats van kinderdagverblijf, bracht ik mijn peutertje geregeld met de auto naar de ouder crèche. Soms parkeerde ik mijn auto in een klein zijstraatje, maar toen ik dat een halve dag had gedaan tijdens mijn beurt om als ouder op de crèche te participeren, vond ik mijn auto met een lek gestoken band. En een briefje onder de ruitenwisser dat me duidelijk maakte dat ik weg moest blijven voortaan.

Met de hond liep ik geregeld door een autoloos straatje in de buurt de kortste weg naar het park. In éen huis sloeg steevast de daar wonende hond aan. Een ochtend om een uur of elf stoof de bazin van het hondje naar buiten die me in niet mis te verstane woorden te kennen gaf dat ik voortaan niet meer door het straatje mocht lopen omdat haar hond dan ging blaffen. Een paar dagen later deed in een parallel straatje een hondloze neef van haar ongeveer hetzelfde. Of we maar weg wilden blijven uit hun straat. Oprotten!
De auto heb ik nooit meer in dat kleine straatje geparkeerd, maar straatverboden laat ik me niet door eigen buurtgenoten opleggen.

Toen onze straat 10 jaar bestond hebben we dat gevierd met een straatfeest. Met subsidie van woningverhuurder en gemeente, omdat de onverdraagzaamheid van allerlei mensen zelfs voor de verdraagzamen in de straat niet meer te harden was. Ruiten sneuvelden, gescheld en geschreeuw en allerlei getreiter was schering en inslag en een keer werd er zelfs geschoten. Door de subsidie konden we een ruim aanbod aan muzikanten laten optreden. We vonden de meest uiteenlopende muzikanten bereid om tegen gereduceerd tarief op te treden voor het goede doel. De hele straat was er. Althans, als de muziek ook in de smaak viel van de onverdraagzamen. Was dat niet het geval, dan gingen zij naar binnen.
Bij een levensliedzanger stonden we er allemaal, bij een jazzy popbandje alleen de verdraagzamen.
Opvallend vond ik toen en nog steeds dat de onverdraagzamen in onze samenleving vaak lager opgeleiden zijn. Waarmee ik niet wil zeggen dat ze dommer zijn, want in menig opzicht zijn ze vaak slimmer dan hoog opgeleiden. Maar ze zijn sociaal vaak grover, directer, onbeschaafder.

Een overbuurvrouw hield op mij te begroeten als we elkaar tegen kwamen. Toen ik haar na een paar maanden eens aanschoot wat er aan de hand was, bleek ze kwaad omdat ik haar een keer vriendelijk gevraagd had of ze een paar weken geen brood wilde strooien. Daarbij had ik haar uitgelegd hoe moeilijk het zindelijk maken ging bij mijn pup en dat als ik hem bij de boomspiegel voor mijn huis zette zijn enige belangstelling uitging naar haar brood, een drietal metertjes bij hem vandaan.
“Ja en je zeg de hele tijd ‘plasje doen, plasje doen’. Gek worden we daarvan,” was haar reactie op mijn verzoek. “Ja daarom dus, des te eerder hoeft dat niet meer,” had ik geantwoord.
Achteraf bleek mijn verzoek opgevat als aantasting van haar vrijheid en het begin van allerlei getreiter.

De vraag is of onverdraagzaamheid vaker voorkomt bij lager opgeleiden of dat het slechts een kwestie is van dat educatie manieren van uiten aanleert die meer verbloemen. De verkiezing van Donald Trump geeft ook in dit opzicht te denken.
Van Donald Trump is bekend dat hij een lastige en trage leerling was. Er zijn mensen die beweren dat hij niet meer dan drie bladzijden achter elkaar kan lezen. Maar hij is een meester in opkomen voor zijn eigen belangen en daar moet je hem vooral geen haarbreed bij in de weg leggen want dan betoont hij zich uiterst onverdraagzaam.
 

Advertenties

Hondenburen

Een paar jaar terug keek ik naar binnen bij een net leeggekomen huurwoning in de buurt. Op de vloer, dicht tegen de muur die kennelijk grenst aan de huiskamer van de buren stond met dikke zwarte letters een boodschap geschreven voor potentiële nieuwe bewoners. Klaarblijkelijk waren de schrijvers daarvan verhuisd vanwege het lawaai aan de andere kant van de muur, veroorzaakt door honden. Ik kende die honden als lieve, rustige honden, maar ja ik woonde er niet naast.

Ik heb slechts éen keer buren gehad die een hond hadden. Geen kleintje die hond en zijn zware blaf was goed te horen. Maar ik had er geen last van, meestal viel zijn geblaf me pas op als hij echt erg tekeer ging en dan blockte ik dat geluid doorgaans uit mijn systeem. Zoals ik ook vroeger de klanken van mijn vioolspelende vriend uitblockte (“hoe klonk dat?” Wat? “Wat ik net speelde.” Sorry, niet naar geluisterd), of tegenwoordig het beginnend pianospel van mijn buurman. Ja zelfs het lawaai van de snelweg hoor ik niet als ik in het natuurgebied er pal naast met mijn hond wandel. Ik focus op de natuur en mijn hond, niet op het lawaai.
Maar daar zijn grenzen aan. Als ik niet jaarlijks minimaal een periode in een natuurgebied van de stilte geniet gaat het continue geluid van de stad me vroeg of laat opbreken en ga ik steeds vaker midden in de nacht met mijn hond wandelen om van de stilte te genieten, eindelijk mijn eigen voetstappen te kunnen horen, het ritselen van blad, het wegschieten van een rat, geluidjes van nachtdieren. Het mooiste vind ik die momenten dat het volledige windstil is en alles stil wordt.. Oorverdovende stilte.. Mijn oren moeten er aan wennen…

I.h.k.v. mijn pup wennen aan alleen zijn, had ik weer een keer de duur van mijn afwezigheid verlengd en vroeg ik bij thuiskomst mijn buurman of de hond lawaai had gemaakt. Ik schrok van het antwoord: “Dat weet ik niet. Hij blaft altijd.” Naar mijn idee viel het wel mee, maar voor buurman was er kennelijk een grens gepasseerd. Ik nam me voor er strenger mee om te gaan maar het leek wel hoe meer ik het aanpakte, de hond steeds meer begon te blaffen. Niets te zien of te horen in de straat, maar de snel groeiende pup vloog naar het raam of er buiten vreselijk kabaal gemaakt werd of iemand voor de deur stond. We begonnen al grapjes te maken: “die hond ziet spoken” maar er leken steeds meer spoken te zijn en allengs werd het steeds minder grappig en sommige bezoekers opperden al dat er misschien een steekje los zat bij de hond. Hij kon op allerlei tijdstippen gaan waakblaffen alsof er werd aangebeld, maar vooral ’s avonds ergens tussen half 10 en 10 uur was het dagelijkse kost. Ik begon op te letten of er in die tijd iets gebeurde in de straat, ging buurman misschien rond die tijd naar bed? Maar nee, buurman ging sedert hij met pensioen was een tikkie later naar bed.
Lang verhaal kort makend: na ruim 4 maanden onverklaarbaar en steeds irritanter waakblaffen wat ook ’s nachts gebeurde, kwam ik er achter dat een buurvrouw schuin aan de overkant aan het treiteren was met een hondenfluitje. Mijn hond kreeg er pijn aan zijn oren van, blafte naar buiten en naar mij om duidelijk te maken wat er was, maar ik snapte er niets van want ik hoorde niets. Van dat fluitje dan, zijn irritante geblaf des te meer. Evenzo mijn buren. De buren aan beide kanten vonden het al beter als ik een andere plek voor de hond zou zoeken, die hond van mij hoorde volgens hen niet in de stad…

Ik vertelde dit verhaal vanmiddag aan een kennis, een hondenuitlaatster. Ze had ook een treiter story: 11 jaar lang had ze last van lekkages.. wat ze ook deed, de oorzaak werd niet gevonden. Tot haar buren verhuisden en haar nieuwe buren kwamen vragen of ze niet veel last van lekkage had. Bleek dat er een ingenieuze omleiding was gemaakt om regenwater af te voeren:  via een paar kleine pijpjes kletterde dat van enige hoogte op het dak van de hondenuitlaatster.
“Ze waren zogenaamd ook hondenliefhebbers, maar ik had al vaker gemerkt dat ze in feite een hekel aan mijn hond hadden,” vertelde ze. Ja, wij hondenbezitters merken zulke dingen aan onze honden. Zo merken we ook dat de tolerantie jegens honden afneemt, de angst toe. De nu al bijna twintig jaar vrijwel overal geldende aanlijnplicht voor honden heeft ervoor gezorgd dat steeds minder mensen iets van honden snappen. Wie weet er nu nog dat rennend een hond passeren geen goed idee is? Wij hondenbezitters moeten steeds intensiever trainen met onze honden om te zorgen dat ze sociaal aanvaardbaar gedrag vertonen onder omstandigheden die vaak zeer hond onvriendelijk zijn.

Ik ben ook gaan trainen met mijn hond om het zijn oren pijnigende gefluit te verdragen, maar er zal nog wel ‘even’ tijd overheen gaan voor hij het wantrouwen jegens geluiden in onze straat kwijt raakt. Van mijn buren kan ik echter niet vragen of ze dat geduld nog zouden kunnen opbrengen. Het is ook nauwelijks uit te leggen. Cezar Milan kan dingen toch ook in korte tijd afleren? Nee, niet altijd. Soms moet een hond maandenlang naar Cezars rehabilitatiecentrum. Weg uit een voor de hond slechte situatie.
Inmiddels is toch de vraag aan de orde of zo’n gevoelige hond als de mijne nog wel tegen alle hectiek van de stad bestand is. Naast het pijn aan zijn oren veroorzakende hondenfluitje dat hij maandenlang tevergeefs aan zijn baasje heeft proberen duidelijk te maken waardoor zijn gevoelens van veiligheid in zijn eigen huis werden aangetast heeft hij nog tal van andere slechte ervaringen opgedaan. Ook maakt hij dagelijks mee dat mensen bang voor hem zijn. Het doet zijn gevoelige aard allemaal geen goed. Hij is mede door al die ervaringen snel overprikkeld en/of onzeker en ook dat zorgt dat hij sneller blaft dan wenselijk is.
De treiterende overbuurvrouw is inmiddels overgegaan tot midden in de nacht en in de heel vroege uurtjes bonzen op de ruiten. Politie noch woningcoöperatie kan iets voor ons doen.  Noch konden ze dat de afgelopen 31 jaar voor tal van andere bewoners waarvan er minstens 6 verhuisd zijn vanwege het getreiter. Ik ga niet verhuizen. Maar mijn hond waarschijnlijk wel… Ik kan hem dit ‘woonklimaat’ niet langer aandoen.