Mooi he

Ze is die dag op de kop af 16 maanden jong. Lopen doet ze nog niet los, maar communicatie heeft al haar aandacht en ze is er voorlijk mee.
We bezoeken een speeltuin die meedoet aan de mode van constructies van waterbassins en pompen waar in combinatie met zand eindeloos speelplezier te beleven valt. De installatie in deze speeltuin is gigantisch. Ik bedien een van de pompen en zij loopt heen en weer langs een vier meter lange waterbaan om aan beide zijden daarvan met haar handje het water op te vangen.
Een paar keer komen er jongens even pompen, spelen, pluggen in en uit bassins doen. 6, 7 jaar zijn ze en mijn kleindochtertje vindt ze heel interessant. Als ze haar passeren zegt ze wat tegen ze, maar ze hebben geen aandacht voor zo’n dreumes met een taaltje dat ze niet goed verstaan.
Er is ook een jongen die alleen speelt. Met een plug in het bovenste bassins stopt hij het water dat richting mijn kleindochter loopt. Ze vindt het niet erg. Ze kijkt gebiologeerd toe hoe hij het water via een andere waterbaan naar een schoepenrad leidt dat er door gaat draaien. Bij het weggaan passeert hij haar, ze zegt wat tegen hem, maar ook hij negeert haar. Ze kijkt heel beteuterd.
“Zal ik weer gaan pompen?” vraag ik . “Ja!” zegt ze blij en daar gaan we weer door met hetzelfde spelletje van heen en weer lopen en haar handje onder de straaltjes houden.
Dan komt de jongen met de bril weer terug. Mijn kleindochter ziet hem aankomen, gaat op haar hurken en neemt met kikkersprongetjes een supersnelle spurt naar het schoepenrad. Ze gaat er pal naast zo rechtop mogelijk zitten, wacht tot de jongen in de buurt is en steekt dan haar vingertje uit naar het schoepenrad en zegt luid en duidelijk “Mooi he?!”
“Ja!” zegt de jongen.
Stralende lach op het gezicht van mijn kleindochter. Het is haar gelukt contact te maken.

Ik vertelde dit voorval aan vrienden waarvan er natuurlijk weer een paar begonnen over ‘nieuwetijdskinderen’.
De kinderen van nu zijn wellicht slimmer dan de kinderen van vorige generaties, maar vermoedelijk is dat door de eeuwen heen het geval. We worden steeds slimmer, we weten steeds meer. Er is zelfs een evolutietheorie over, de wet van Haeckel: de ontogenie is een herhaling van de fylogenie.
En sommige kinderen zijn op sommige vlakken extra slim. Ook mijn dochter was snel met haar taalontwikkeling. Toen die nog geen twee jaar was, zong ze al tien sinterklaasliedjes helemaal perfect.
We woonden in een schakelflat en hadden samen met nog vier andere flatwoningen de beschikking over een grote woonhal. Volgens de verhuurder pasten wij qua profiel niet zo goed bij de andere gebruikers van die woonhal, maar ik vond het al geweldig dat er nog twee gezinnen jonge kinderen hadden.
Mijn dochtertje kwam op een dag huilend terug van de woonhal die we tot een soort speelhal hadden bestempeld en waar ze met de buurkinderen gespeeld had. Ze zei letterlijk: “Mam, ze leven in een heel andere wereld als ik, maar daarom kan je toch wel aardig voor elkaar zijn?!”
2 jaar en vier maanden jong.
Daar is deze dreumes van 1 jaar en 4 maanden een waardige dochter van.

(Voedsel)veiligheid

Sedert 9/11 is veiligheid HET woord waarmee overheden en andere instanties ons van alles door de strot duwen. Allerlei maatregelen zijn voor onze veiligheid en daar moeten we het verlies van privacy maar bij op de koop toe nemen.
Het woord veiligheid wordt ook steeds meer gekoppeld aan andere begrippen.
Zoals voedselveiligheid.
Als consument zijn we zelf voor een groot deel verantwoordelijk voor onze voedselveiligheid, las ik recent in een groot krantenartikel. Doordat wij als consument alles goedkoop willen, zouden er veel grotere risico’s worden genomen dan als we meer zouden willen betalen volgens dat artikel.
Zo worden we stap voor stap gemasseerd om meer geld aan voedsel te gaan uitgeven. Maar het is natuurlijk lariekoek.

Even los van de discussie of het beetje fipronil in de eieren alle commotie rechtvaardigt of niet, het luizenbestrijdingsmiddel werd ook gebruikt door kippenboeren die biologisch op hun verpakking mogen zetten. Of vrije uitloop eieren. Dat bestrijdingsmiddel had het predikaat ‘natuurlijk’ tot een Belgische firma bedacht fipronil aan het middel toe te voegen. Die firma heeft veel op haar geweten dat moge duidelijk zijn, maar hoe ‘natuurlijk’ was het middel zonder fipronil eigenlijk? Kamille is ook een natuurlijk middel, maar als je daar veel van binnen krijgt is het ook schadelijk. Ik vraag me af hoe biologisch zo’n boer nou eigenlijk is die 100.000 kippen in een schuur heeft zitten met een stuk grond erbij waar de kippen naar kunnen uitlopen en die van tijd tot tijd stallen en dieren met een middel bestuift of besproeit tegen ziektes en ongedierte?
De grootschaligheid is het probleem en de grootschaligheid wordt enerzijds in de hand gewerkt door de almaar toenemende overbevolking en anderzijds omdat geld de god van deze tijd is.

Nu steeds meer mensen voedsel dat uit fabrieken komt wantrouwen, wordt er de ene na de andere publicatie geschreven die dat wantrouwen probeert te weerleggen. Dan ligt voedselveiligheid ineens niet meer bij dat we goedkoop voedsel proberen te kopen, maar moeten we gewoon meer vertrouwen hebben in de door de EU goedgekeurde voedseladditieven. Bijvoorbeeld.
Ik vond deze omschrijving bij E407:
“e-nummer 407, ook wel Carrageen, is geen goed en geen slecht e-nummer. Het is een natuurlijk verdikkingsmiddel en er is geen eenduidig beeld van schadelijkheid. Bij grote inname zou het kunnen leiden tot darmstoornissen, allergieën en verminderde opname van mineralen.” Wat een zin: “geen eenduidig beeld van schadelijkheid”.
Carrageen schijnt gemaakt te worden van wieren, maar waarom worden die dan niet gebruikt om te verdikken? De voedselindustrie lijkt steeds meer op een chemische fabriek waar planten uit elkaar worden gerafeld en als kleine stofjes met onuitspreekbare namen aan ons voedsel worden toegevoegd.
Dan gaat het ineens niet meer om dat de consument te goedkoop voedsel wil of dat we meer vertrouwen moeten hebben in de EU, maar om de winstmaximalisatie van de fabrikant.

Ook mensen krijgen allerlei middeltjes tegen ziekten toegediend. Het woord vaccinatieveiligheid is vermoedelijk te lang dus roept het RIVM dat een inentingsgraad onder de 95% gevaarlijk is voor de volksgezondheid.
Hoezo? Die entingsstofjes moeten toch zorgen dat degene waar ze bij ingespoten worden immuun wordt voor bepaalde ziekten, daar hebben andere mensen toch niks mee te maken?
Babietjes krijgen tegenwoordig hun eerste inentingen als ze zes (6!) weken oud zijn. Terwijl iedereen weet dat een kind dat nog borstvoeding krijgt allerlei immuunstofjes van de moeder krijgt.
Waarom moet iedereen ingeënt worden tegen rode hond terwijl de ziekte alleen gevaarlijk is voor zwangere vrouwen? Dan hoef je jongetjes er toch niet mee in te enten?
Sommige hulpstoffen van inentingen zijn ronduit dubieus te noemen, er is zelfs kwik aangetroffen! Maar bij de entingen die je kind krijgt op het consultatiebureau worden geen bijsluiters geleverd.
Bij natuurlijke producten zoals gedroogde geneeskrachtige kruiden mag niet meer vermeld worden waar de plant bij kan helpen, en dus ook maar geen bijsluiter bij zulke gevaarlijke producten als vaccins?!
Het aantal auto immuunziekten neemt toe. Artsen van andere disciplines dan de allopathische wijzen al jaren naar de inentingen als mogelijke oorzaak. Veel kinderziekten hadden volgens hen een functie bij de ontwikkeling van het immuunsysteem.
Maar als steeds meer ouders vraagtekens zetten bij deze ontwikkelingen, is er ineens sprake van een onveilige situatie voor de volksgezondheid.

Veiligheid… het is een drogreden geworden om ons van alles door de strot te duwen.

 

Meten is weten

Als je een nieuwe (koel)kast of fornuis of ander meubelstuk wilt kopen, is het altijd wel handig om de plek op te meten waar die moet komen te staan. Je oog kan het wellicht wel schatten, maar je zal maar een centimetertje tekort komen.
Als je een recept gebruikt om iets lekkers te koken, ontkom je niet aan het gebruik van een weegschaal. Sommige recepten leunen zelfs zo nauw dat een gram (gist bijv.) teveel al zorgt voor een niet goed gelukt bakproduct.
Wie zelf iets gaat bouwen kan ook zijn meetlint en waterpas niet vergeten, want meten is weten. Niks mis mee, supernuttig zelfs.
Maar er is nog een andere manier van meten die me echt de neus uitkomt.

Heb je online een ticket gekocht voor een concert, krijg je na afloop een mailtje hoe het je bevallen is. En de service, en het gebouw? En was de toiletjuffrouw aardig? En hoe was je eigenlijk op de hoogte geraakt van dat concert?
Had je lekker gegeten met hulp van Iens en de AH spaarkaartactie? Wil je even een review schrijven a.u.b.. Hoe was de bediening, het voedsel, de aankleding?
Gisteren heb je die callcentermedewerker van je ziektekostenverzekeraar gesproken, Hoe vond je dat die je behandelde?
“Dit gesprek wordt opgenomen voor trainingsdoeleinden.”
“Blijft u na het gesprek even aan de lijn alstublieft dan kunnen we u een paar vragen stellen.”
“Wij danken u voor dit gesprek, maar we moeten u even attent maken op het bel me niet register.”
“Wilt u niet dat we uw nummer gebruiken, gaat u dan naar die website”, waarna je natuurlijk juist vaker gebeld wordt.
Hoe bevalt je vuilnisman? Je bakker? Je nieuwe schoenen? Is die jurk nog steeds heel en vind je het goed dat we de verkoopster minder gaan betalen?
Log je uit bij je bank wil die weten of er in je buurt meer of minder huizen te koop staan dan vorige maand. En of je denkt dat je dit jaar meer of minder of evenveel als vorig jaar gaat verdienen, of er meer of minder werklozen bij je in de buurt wonen.
Bel je de gemeente over lawaaioverlast na 22:00 uur bij de vuilcontainer voor je deur, moet je daarna een hele enquête invullen over de aard van de klacht.
“Nee meneer, uw vraag kunnen we we niet beantwoorden zonder dat u ons online formulier heeft ingevuld. Oh heeft u geen internet? Dan sturen we u een formulier toe.”
Bij de verloskundige word je gevraagd of je van plan bent nog meer kinderen te nemen en het zuigelingenbureau wil precies weten waarom je een vaccinatie weigert.

De lijst van meten en weten is eindeloos. Gelukkig kun je veel van die enquêtes nog weigeren. Maar het kost je wel steeds tijd en ergernis.
En het wordt steeds moeilijker om dingen te weigeren.
Acceptgiro’s krijg je alleen nog als je niet automatisch betaalt maar dat kost je wel euro’s meer per betaalperiode.

We willen geen chip in onze arm maar veel verschil zou die al niet meer maken, want met al die vragen, je online gedrag, je ov-chipkaart en natuurlijk je mobieltje kunnen allerlei instanties van alles over je te weten komen en nagaan waar je bent of was.
Als het aan de banken en overheden ligt, gaan we zo spoedig mogelijk over op niet meer contant kunnen betalen.
Er wordt gesproken over vaccinatieplicht nu steeds meer ouders weigeren om hun kind met allerlei twijfelachtige (hulp)stoffen te laten inenten.
Ons zelfbeschikkingsrecht staat op de tocht.