phpd

Het kleine Schillertheater in de Utrechtse Minrebroederstraat heeft een illustere geschiedenis die eeuwen terug voert. Als ‘Plaets-Royale’ was het een logement dat o.a. in 1766 onderdak bood aan de toen 9-jarige Mozart en zijn vader. Het had vele andere bestemmingen zoals feestzaal voor het Utrechtse studentencorps en danszaal.
De huidige theaterbestemming is vooral te danken aan Hennie Oliemuller die er dertig jaar lang cabaretavonden organiseerde. Tegenwoordig wordt het beheerd door een stichting met als doel het knusse theatertje voor culturele doeleinden te behouden.
Tijdens zo’n culturele activiteit viel me op hoe ongedwongen de sfeer steevast is in het theater. De kleinschaligheid zorgt voor een intimiteit die uitnodigt tot informele presentaties.
Dat werd die avond, georganiseerd door Taalpodium, extra in de hand gewerkt door gebeurtenissen die het programma van de avond onverwacht aanvulden. Met name dat erelid Fred Penninga een paar uur eerder een koninklijk lintje had ontvangen was een gebeurtenis die om aandacht vroeg. Fred vertelde omstandig en humorvol hoe hij iets heel anders verwachtte toen hij ter stadhuize arriveerde en wat er allemaal gebeurde. Hij werd uitgebreid gefeliciteerd en alle aanwezigen leken zichtbaar te genieten van dit voor Fred zo bijzondere feit. Het leek of zijn blijdschap afstraalde op het vergrijzende ledenbestand en hun aanhang.
Dat het aanvankelijke programma uitliep was vanzelfsprekend en toen het eindelijk pauze was ging bijna iedereen op weg naar het kleine buffet dat als het ware in een zijkamertje gesitueerd is. Overal vormden zich groepjes mensen die geanimeerd met elkaar praatten en bijna en passant op weg waren naar het zijkamertje. De ons kent ons sfeer ademde mensen in en het theater uit.
Na enige aarzeling schaarde ik me niet bij de montere rij. De avond was al flink gevorderd en het deel na de pauze veelbelovend met veel namen van dichters die nog zouden optreden. Echter de volgende ochtend zou de wekker om 06:30 gaan en dus begaf ik mij naar een ander klein kamertje dat in de buurt van de uit- en ingang dienst doet als garderobe. De garderobe heeft een kleine desk waarachter een garderobejuffrouw niet zou misstaan, maar ik kan me niet heugen daar ooit iemand te hebben zien staan. Doorgaans dien je je zelf achter die balie te begeven om je jas op te hangen. De doorgang aan de zijkant van de balie laat met moeite een persoon door en dat de meeste mensen hun jas pal bij die doorgang hangen maakt de opening nog smaller. Ook de ruimte achter de balie is ronduit krap.
Kennelijk waren er meer mensen die besloten hadden in de pauze weg te gaan. Voor me ging een grijze mevrouw door de smalle opening achter de balie en achter mij ging een zwartharige vrouw net als ik keurig wachten tot de mevrouw klaar zou zijn.
De grijze mevrouw zocht en en vond haar jas in de uiterste hoek waar ook ik mijn jas had hangen. Ik kon het niet laten en vroeg brutaal maar zo vriendelijk mogelijk:
“Ach, u staat nu toch bij mijn jas. Zou u die misschien ook kunnen pakken? Die lange zwarte daar.”
“Ja natuurlijk,” zei de mevrouw maar ik kreeg toch spijt van mijn verzoek. De vrouw had duidelijk moeite met haar arm omhoog reiken en probeerde door de jas vast te pakken en naar boven te bewegen die van het haakje te laten vallen.
Ik putte me uit in verontschuldigingen. “Sorry mevrouw, ik had geen idee dat u er moeilijk bij kon komen, ik doe het zo zelf wel, neem me alstublieft niet kwalijk.”
“Ik kan wachten hoor tot u daar klaar bent met uw eigen jas, ik heb de tijd”.
Maar de vrouw poogde onverdroten door en gaf me uiteindelijk de jas over de balie aan. Terwijl ze haar eigen jas begon aan te trekken, nog steeds in de krappe ruimte achter de balie, verontschuldigde ze zich. Ze had problemen met een schouder.
De vrouw achter me passeerde me en ging demonstratief bij de doorgang staan. De grijze mevrouw verontschuldigde zich alweer en nam haar jas mee naar de smalle ruimte voor de balie zodat de andere mevrouw haar jas kon pakken. Samen stonden we onze jassen aan te trekken, terwijl ze vertelde over wat voor problemen ze had met haar gewrichten in het algemeen en haar schouder in het bijzonder. Om haar ongemakkelijke gevoel te verlichten zei ik dat ik alle begrip had voor wat er net gebeurde, ik was zelf ook niet de jongste meer tenslotte.
“Oh heeft u ook PHPD?” vroeg de vrouw.
“PHPD?”
“Ja, Pijntje Hier, Pijntje Daar”, lachte ze.
“Haha, die houden we erin!” zei ik.
Gezamenlijk liepen we naar buiten.
Zij naar de bus op het Janskerkhof, ik naar mijn fiets waarmee ik ook dezelfde richting op zou gaan. Ze vond het duidelijk jammer dat ons gesprek stokte toen ik mijn fiets bereikte.
Ik bood haar bijna aan achterop te gaan zitten, maar dat kan natuurlijk niet meer als je PHPD hebt.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s