Goed jaar

Toen vorig jaar het aantal echte wenskaarten dat ik mocht ontvangen een dieptepunt van amper 10 bereikte, besefte ik ineens hoe leuk die echte kaarten eigenlijk zijn. Hoe mooi en inventief sommige digitale groeten ook zijn, ze hebben ook iets vluchtigs. Meestal bekijk je ze maar éen keer en bij het schonen van je telefoon zijn al snel al die gifjes en andere plaatjes en videootjes aan de beurt.
Toegegeven, veel standaard kerst- en nieuwjaarskaartjes verdwijnen bij het oud papier nadat ze een paar weken aan een koord gepronkt hebben. Maar je ziet ze tenminste vaker en ook je bezoek kan ze bewonderen. En dan zijn er ook de zelfgemaakte kaarten, of kaarten met prachtige teksten van mijn creatieve vrienden en kennissen die ik soms nog jaren bewaar.
Ik besloot dit jaar ergens daar tussenin te gaan zitten door mijn gigantische voorraad ansichtkaarten die ik in de loop der jaren verzameld heb, aan te spreken en iedereen een unieke kaart met een unieke wens te sturen. Geen kerstkaarten, maar mooie foto’s, bijzondere prenten en teksten. Ook de foto’s die champagnehuis Moët & Chandon ooit als relatiegeschenk gaf aan het eind van een bezoek aan hun eeuwenoude vestiging in Epernay, leken me heel geschikt. Dat de foto’s vooral van de kelders met de flessenrekken waren en van de eeuwenoude kastelen en ouderwetse tuinen, mocht de pret niet drukken. Champagne en nieuwjaar horen bij elkaar tenslotte en bovendien waren het prachtige oude kaarten van minstens 40 jaar oud.
Nog wat decemberzegels gekocht en ik ging vrolijk aan de slag.
Dat viel tegen.
Het bleek iets lastiger dan gedacht om een enigszins toepasselijke kaart te vinden voor iedereen. Het aantal bij het moment van het jaar passende echt mooie kaarten viel een beetje tegen, maar wat echt tegenviel was het vinden van het juiste adres. Kennelijk heb ik mijn adresboekje al jaren niet meer bijgewerkt.
Ook andere correspondentie blijkt al jaren volledig digitaal te gaan. Als ik bij iemand op bezoek ga, weet ik het huis meestal wel te vinden en als ik nog niet eerder op een adres geweest ben, schrijf ik dat in mijn agenda en steeds vaker als notities in de telefoon. Of ik typ het in bij 9292 of bij Google maps. Soms bel ik nog even vanuit de trein of bus om het juiste huisnummer te vragen.
Om het nog lastiger te maken had ik net een paar weken een nieuwe telefoon.
Sommige adressen kon ik nog wel terugvinden in mailtjes en Facebook chats e.d., maar door die tijdrovende klusjes was het al kerst voor ik het wist.
Na twee sets decemberzegels te hebben gebruikt, en de kaarten geschreven van mensen die op loop- en fietsafstand wonen, heb ik een groet gestuurd via WhatsApp, een bericht op FB geplaatst en een enkeling die geen van beide media gebruikt kreeg of krijgt nog een persoonlijke e-mail.
Dus sorry lieve vrienden en kennissen als jullie tot de mensen behoren die dit jaar weer geen kaart per post hebben ontvangen…
Ik beloof dat ik een nieuw adresboekje ga kopen (het oude is al jaren vol en is steeds meer op een kladblok gaan lijken met alle verhuizingen en.. overlijdens) en ik ga opnieuw verzamelen.

Ondertussen krijg ik vele lieve kaarten en prachtige wensen. Wat me vooral opvalt is dat zoveel lieve vrienden zo oprecht wensen dat 2018 een goed jaar zal worden.
Het zal tijd worden.
We zijn al jaren met zoveel Liefde bezig om het beste van onze levens te maken en daarbij – meestal stilletjes – voorbeelden voor anderen te zijn, het wordt tijd voor een kentering.

Ik wens iedereen,
nee ga er gewoon vanuit, dit wordt
een heel goed jaar!

Advertenties

De verkeerde discussie

Aan de praattafels op televisie gaat het nog steeds vaak over dat er zoveel veranderd is sedert 9/11, de moord op Pim Fortuyn (6 mei 2002) en vooral sedert die op Theo van Gogh (2 november 2004). Dan gaat het gesprek over hoe die moorden mede oorzaak zijn van dat bevolkingsgroepen steeds verder uit elkaar gedreven worden. Dat soort gesprekken werken, onbedoeld wellicht, mee aan dat van elkaar vervreemden.
Er was weer zo’n soort discussie in DWDD op 6 december over ‘De stand van het land’. Het draaide om de vraag: Hoe kon het ooit zo tolerante Nederland veranderen in een multi-cultureel drama?

Barbara Baarsma, hoogleraar marktwerking- en mededingingseconomie aan de UvA had het in dit verband zoals vaker over het belang van onderling vertrouwen. Volgens haar is dat toegenomen, maar waar baseert ze dat op? En vertrouwen tussen wie of welke groepen?
De onderklasse van de samenleving heeft de overheid nooit vertrouwd.
“In Den Haag zijn het allemaal zakkenvullers” is een uitspraak die ik lang geleden al van taxichauffeurs en vele anderen mocht optekenen.
Het is er niet beter op geworden.
Steeds meer feiten komen aan het licht dat er inderdaad op regeringsniveau nogal wat zakkenvullers rondliepen en ongetwijfeld nog steeds lopen. Ook wordt steeds duidelijker hoe politici, hoe goedwillend ze soms ook zijn begonnen, uiteindelijk als ze deelnemen aan de regering, door macht gecorrumpeerd worden.
Ook de middenklasse en hoger opgeleiden moeten zo langzamerhand toegeven dat er iets schort aan de relatie overheid-burger. Dat gaat nog schoorvoetend.
Als je mensen kent die op leidinggevende posities zitten heb je de neiging om andere leidinggevenden in bescherming te nemen. Zoals beschaafde mensen altijd denken dat andere mensen ook beschaafder zijn dan ze zijn.

Misschien zou het aan die tv discussietafels meer moeten gaan over vertrouwen. Niet omdat het kabinet Rutte III als motto heeft ‘vertrouwen in de toekomst’, maar omdat de burger zijn eigen overheid niet meer kan vertrouwen (zie vorige column Beerput Nederland)
Misschien zouden we deze vragen eens moeten stellen:
Hoe voorkomen we dat overheden als de onze vervreemding in feite stimuleren
en wel door in hoofdzaak 2 feitelijkheden:
1. meewerken aan het creëren van een angstcultuur waardoor burgers zowel tegen elkaar worden opgezet als bij voorbaat monddood worden gemaakt
2. met allerlei stiekeme agenda’s in feite lak hebben aan de burger.

Nog een paar vragen:
Hoe zorgen we ervoor dat de burger niet meer gemanipuleerd wordt
en democratie niet steeds meer een farce blijkt?

Wezenlijke normen en waarden, zoals er zijn voor elkaar, zijn meer te vinden bij de zogenaamde onderklasse dan bij de machthebbende lagen van de bevolking. Of zie ik dat verkeerd? Hebben misschien alle lagen en groepen in de samenleving met elkaar gemeen dat ze vooral solidair zijn met hun eigen groep en is dat juist waarom de kloof steeds groter wordt?
Maar hoe komt het dan toch dat juist die onderklasse stemt op machthebbers die het beste kunnen liegen en uiteindelijk niet het beste met hen voor hebben?
Hoe zouden we dat kunnen veranderen?

Wellicht heeft Barbara Baarsma gelijk en moeten we beginnen met elkaar weer vertrouwen. Maar waar begint dat? Bij het touwtje uit de deur waar Jan Terlouw al eens voor pleitte?
Bij 1,4 miljard dividend belasting kwijtschelden aan internationals terwijl je vader of moeder lang op de wachtlijst staat voor een verpleeghuis en de gewone verzorgingstehuizen het koken van eten voor hun bewoners niet meer ‘rendabel’ vinden?
Hoe leer je weer vertrouwen als je vertrouwen steeds opnieuw beschaamd wordt?

Beerput Nederland

Petje af voor de documentaire Beerput Nederland, die 4 december werd uitgezonden door de NPO.

“Het is niet meer zo dat de overheid de burger beschermt tegen bedrijven, maar dat de overheid de bedrijven tegen de burger beschermt,” zegt emeritus hoogleraar veiligheid van de TU Delft, Ben Ale, aan het begin van de docu en hij is niet de enige hooggeleerde die in deze docu rustig vertelt hoe we bedonderd en besodemieterd worden door bedrijven en de overheid daar kennelijk aan meewerkt. Een kleine groep bedrijven is al decennia lang bezig ons milieu ernstig te vervuilen en gaat daar vrijwel ongehinderd mee door.
Op Facebook zie ik mensen die de docu gezien hebben ontsteld reageren. Velen betonen zich totaal ontgoocheld en melden geen enkel geloof meer te hebben dat het ooit nog goed komt in ons land.

Toch behandelt deze docu maar een deel van onze milieuproblemen, namelijk die van de afvalverwerkers. Nederland is een van de vuilste landen ter wereld. Nederland, waarvan velen zo lang dachten dat het een lieflijk landje was waar we met een poldermodel goed voor de mensen waren, is misschien wel, hoe klein in oppervlakte ook, een van de grootste schurkenstaten van de wereld. Net als in de tijd van de VOC en de slavenhandel.
De docu toont o.a. aan dat in de Nederlandse havens schepen uit heel de wereld worden voorzien van stookolie waarin chemisch afval is verwerkt. Wellicht zijn we wel de grootste menger van gif met stookolie ter wereld.
Maar naast alle milieumisdrijven die de docu aanstipt, zijn nog veel meer schandalige wapenfeiten aan onze bedrijven en overheid toe te schrijven.
Zo waren we de grootste producent van Freon, een inmiddels verboden stof die in koelkasten en spuitbussen werd verwerkt en de ozonlaag heeft aangetast.
De Nederlandse landbouw gebruikt in verhouding tot andere landen het meeste landbouwgif.
Dat Nederland een belastingparadijs is voor internationale bedrijven is een extra illustratie hoe onze overheid in feite danst naar de pijpen van bedrijven. Vooral VVD-politici doen al decennia nauwelijks meer moeite de verstrengeling van overheid en bedrijfsleven te camoufleren.
We leven in een van de vuilste landen van de wereld, maar de overheid doet net of er vrijwel niets aan de hand is. Onze wetten en niet te vergeten die van Europa, verhogen steeds de normen van wat toelaatbaar zou zijn voor de gezondheid van burgers.
Inmiddels sterft een op de drie Nederlanders aan kanker.
Ondertussen dreigt de enorme concentratie aan dieren die gefokt worden ter consumptie enge ziektes te verspreiden onder mensen. En dat terwijl diezelfde veeteelt voor een belangrijk deel verantwoordelijk is voor het steeds onwerkzamer worden van allerlei antibiotica.

De ontsteltenis van mensen die door de docu Beerput Nederland de ogen zijn geopend is heel begrijpelijk. Als je je hele leven doof, blind en dom gehouden bent, is het behoorlijk schrikken als je wakker wordt en beseft hoe erg het gesteld is met ons land en niet alleen met ons land. De hele wereld wordt geregeerd door witte boorden criminelen die alles in het werk stellen om de burger bang en dom te houden.
Als je dat voor het eerst beseft, is het heel begrijpelijk dat je er op reageert met gevoelens van ongeloof, wanhoop en onmacht.
Maar goed beschouwd is het vreemd dat de emotie die het meest voor de hand ligt, woede, niet naar boven komt.
Zijn wij burgers misschien al te murw gemaakt door alle leugens en bedrog en bangmakerij? Zijn we letterlijk en figuurlijk al te ziek om nog te protesteren?
Kunnen we door ons op allerlei manieren vergiftigde voedsel niet meer helder denken soms?
Of zijn we wakker genoeg om te beseffen dat de machthebbers in deze wereld zo machtig zijn dat woede uiten tot niets zal leiden, zoals het verzet in zogenaamd minder ontwikkelde staten laat zien. Wat heeft die ‘Arabische lente’ nou eigenlijk opgeleverd? Wat hebben machtswisselingen overal in de wereld nou eigenlijk voor verbeteringen voor de bevolking gerealiseerd?
Is er nog een andere weg om het kwaad te bestrijden dan die van woede en revoluties? Ook vredige protesten kunnen tot bloedige gevolgen leiden, zoals in Syrië waar de corrumperende macht zich uiteindelijk weer stevig in het zadel nestelt.

Het meest verbazende blijf ik vinden dat de machthebbers kennelijk niet beseffen dat ook zij in deze wereld als die nog verder vervuilt niet meer zullen kunnen leven. Maar de puissant rijken schijnen te denken dat hun oplossing ligt in een leven ondergronds of op Mars of zoiets…

Weldenkende mensen proberen ondertussen realistischer oplossingen te vinden om onze wereld weer leefbaarder te maken en te houden. Het wordt hoog tijd dat de ‘gewone burger’ dat soort mensen massaal gaat steunen.