Orgaandonaties

Op 3 december 1967 werd voor het eerst met succes een harttransplantatie uitgevoerd in het Groote Schuur-Hospitaal in Kaapstad door een team van 31 artsen. Louis Washkansky, een Poolse emigrant in Zuid-Afrika, was degene die dit voorrecht genoot.
Nu, zo’n 50 jaar later, zien we zo’n transplantatie niet meer als een voorrecht, maar als een recht. Er mist echter iets om dit recht aan eenieder die dat nodig heeft te verlenen; genoeg donoren.
Dus vinden sommige politici nu dat het recht om over ons eigen lichaam te beschikken moet veranderen. Wie niet voor zijn of haar dood duidelijk te kennen geeft geen orgaandonor te willen zijn, zal na overlijden aan allerlei apparatuur gekoppeld worden zodat o.a. de bloedsomloop blijft werken opdat artsen allerlei delen van je lichaam zullen kunnen ‘oogsten’. Dat kan gaan van aansprekende organen als hart en lever, maar ook om netvlies, stukken huid, neus of oren of wat dan ook.
Deze omkering van de donatiewet is dubieuzer dan voorstanders willen doen voorkomen.
Wat betekent dit bijvoorbeeld voor mensen die hun hele leven wilsonbekwaam zijn zoals ernstig verstandelijk gehandicapten?
Aspecten als deze en nog veel meer komen deze week aan bod in de diverse praatprogramma’s die volop aandacht geven aan het fenomeen donorschap. Aanleiding is de nieuwe orgaandonatiewet. Die wet is j.l. 13 september aangenomen in de Tweede Kamer en staat nu op de agenda van de Eerste Kamer.

Ik mis een belangrijk aspect in al die gesprekken, namelijk de vraag: hoe dood ben je eigenlijk als je organen ‘geoogst’ worden? De transplantatiestichting schrijft daar over: “De procedure voor orgaandonatie begint als duidelijk is geworden dat iemand niet meer kan herstellen. En dat het geen zin meer heeft om hem verder te behandelen (…) Orgaandonatie gebeurt na hartdood of hersendood.”
“Iemand is hartdood als het hart minimaal 5 minuten niet meer klopt. Er gaat geen bloed meer door het lichaam. Deze persoon is overleden.”
“Bij hersendood is het volgende zeker: -alle delen van de hersenen zijn dood, -de hersenen kunnen niet meer herstellen, -er is geen elektrische activiteit in de hersenen, -er gaat geen bloed meer door de hersenen, -dit is onomkeerbaar”.

Toch zijn er tal van getuigenissen dat het lichaam van een persoon die hersendood is, reageert als er in het lichaam gesneden wordt om organen te verwijderen.
De Transplantatiestichting schrijft: “Iemand die hersendood is en aan het beademingsapparaat ligt, ziet er heel anders uit dan hoe we een dode normaal gesproken zien. Iemand die is overleden aan een hartstilstand, is stil en koud en ademt niet meer. Bij iemand die hersendood is, gaat de borstkas op en neer. Dat komt doordat een beademingsapparaat lucht in de longen blaast. Daardoor blijft het hart kloppen en het bloed stromen. Ook houden artsen onder andere de temperatuur en de bloeddruk van de donor kunstmatig op peil”.
Er zijn mensen die vinden dat door deze toestand iemand nog ‘leeft’, maar ernstiger zijn de twijfels van mensen over het toepassen van het begrip ‘hersendood’. Dat begrip verschilt op allerlei plaatsen op deze planeet.

“Het fundamentele probleem is dat je geen organen kunt transplanteren van een echte dode. Vandaar ook de pogingen om ‘dood’ opnieuw met ‘hersendood’ te definiëren om transplantatie maar mogelijk te maken,” verklaarde David W. Evans, Amerikaans cardioloog.

De discussie hierover is in het publieke debat nog nauwelijks begonnen…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s