Paardenbloementijd

Buiten zie je waar je maar kijkt de vrolijk gele kopjes van Paardenbloemen.
Dat viel mijn kleindochtertje van net twee ook op, en zorgde voor de volgende conversatie bij de bushalte gisteren:
“Welke kleur heeft de bus?”
“Blauw!”
“Echt waar?”
Ze moest lachen en wees op de parkeermeter:
“Nee-hee, dat is blauw!” zei ze.
“Wat heeft de bus dan voor kleur?”
“Rood!”
“Nee toch!?”
Ze wees op iets in de straat dat rood was.
De bus kwam er ondertussen aan.
“Wat voor kleur heeft de bus?”
“Paardenbloem!”
Met haar op de arm liep ik de bus in.
“Chauffeur,” vroeg ik, “weet u wat voor kleur uw bus heeft?”
“Blauw!” zei de buschauffeur.
“Nee hoor, Paardenbloem!”

Het inspireerde me tot deze haiku:

Voorjaar met de bus
geel te abstract voor dreumes
kleur is ´paardenbloem!´

Het is duidelijk Paardenbloementijd. Voor mij is dat de tijd in het voorjaar om extra te ontgiften. Dat kan o.a. met behulp van paardenbloemen. De natuur zorgt voor alles op de juiste tijd.
Wie zaken rigoureus aan wil pakken of meer wil weten over Paardenbloemen verwijs ik graag naar deze site
Ik houd het zelf simpel: ik pluk wat jonge bladeren van de planten rozet en verwerk die in salades en ik gebruik de bloemen voor een lekker watertje.
Dat doe je zo:
Pluk de bloemen pal onder de steel bijvoorbeeld door daar met twee nagels af te knijpen. Zo voorkom je dat je delen van steeltjes mee plukt. Want het enige echt (licht) giftige aan de Paardenbloem is het sap in zijn stelen.
Doe de bloemen in een kan of pot met afsluitbaar deksel, giet er ruim water overheen en zet weg in de koelkast.
Je kunt twee keer per etmaal het water afgieten om te drinken. Giet al het water er af, want dan kun je de pot of kan opnieuw vullen. Je kunt dan drie dagen dezelfde bloemen blijven gebruiken en krijgt ook kleine (nuttige) verschillen in werking en smaak. Lekker dorstlessend is het altijd.

Advertenties

Verschil

Het voordeel of zo je wilt nadeel van geen oordopjes in hebben als je reist is dat je nog eens wat hoort van je omgeving. In het verkeer geen overbodige luxe zag ik deze week weer toen de buschauffeur keihard moest toeteren om een jonge vrouw op de fiets duidelijk te maken dat ze bijna voor zijn wielen reed. Buschauffeur in de stad wordt met al die oordopjes en koptelefoons een steeds stressvoller baan.

In de bus volgde ik het gesprek van twee dames van ongeveer mijn leeftijd. Ze zaten achter mij en het was moeilijk om het gesprek niet te volgen, maar ook voor zulke beleefdheden haal ik de oordopjes van mijn mobiel niet uit de doos. Als mensen niet willen dat hun gesprek te volgen is, kunnen ze zachter praten lijkt me. Hoewel, op deze leeftijd gaat het gehoor van minstens een derde van ons flink achteruit als ik de reclames van audiciens moet geloven.
De dames hebben het over werk dat ze hebben achter gelaten en de mensen die het hebben overgenomen. “Ja”, zeg de een, “als je al een jaar weg bent, moet je het toch wel los laten.”  “Ja,” zegt de ander, “ik weet nog dat die eerst vrijwilliger was, want ik heb nog de lijst van toen.”
Het gesprek kabbelt voort en gaat vooral over wat de dames buiten de bus waarnemen. Bij een bekende horecaonderneming is er vermoedelijk van eigenaar gewisseld. De vroegere deftige uitstraling van het eeuwenoude pand wordt met roze terrasmeubelen geweld aangedaan. De dames vinden het roze maar niks.
En al die veranderingen hoeven van hen ook niet.

Als ze net als ik bij het station uitchecken weet ik zeker dat ze de 65 gepasseerd zijn; het tarief van de busrit is hetzelfde als de mijne, dus met korting. Toch wel bijzonder, want de dames zijn een halte na mij samen ingestapt, maar krijgen toch hetzelfde tarief; althans de ene die zegt: “89 cent.”
“87 cent!” roept de ander.
“Ja, verschil moet er zijn!” Schaterlachend verlaten ze de bus.
Dat verschil heb ik geregeld voor dezelfde rit ook. Maar in je eentje is het niet grappig.

 

 

 

 

Verzorgingsstaat

Afgelopen zomer kwam terwijl ik door de stad fietste, een flard van een gesprek uit een op hoog volume staande radio tot me: “…afschaffing van de verzorgingsstaat” verstond ik. Niets meer en niets minder.
Ik dacht meteen “zie je wel”.
Wat we na de tweede wereldoorlog en vooral sedert de zestiger jaren hadden opgebouwd, is niet meer.
Het toverwoord bij die veranderingen was: marktwerking.
In 2006 werd het ziekenfonds afgeschaft. Achteraf lees ik bij evaluaties van die verandering in de zorgverzekering dat het nadeel van het oude systeem was dat er een tweedeling in de zorg was ontstaan. Nooit iets van gemerkt, noch toen ik ziekenfondsverzekerde was, noch toen ik als zelfstandige particulier verzekerd was. Voor dezelfde dekking ben ik nu meer kwijt in euro’s als toen in guldens en toen waren mijn twee kinderen nog meeverzekerd.
Het wordt steeds duurder en wat je er voor terug krijgt steeds minder. Sinds de marktwerking in de zorg volledig werd doorgevoerd in 2012 vliegen de prijzen nog meer de pan uit. Mensen die vroeger ziekenfondsverzekerden zouden zijn geweest zijn steeds vaker onvoldoende verzekerd en hun keuzevrijheid voor artsen, ziekenhuizen enz. wordt steeds verder ingeperkt. Terwijl de laagbetaalden geen geld meer hebben voor fysiotherapie, kunnen de rijken onder ons nog net als voorheen hun personal trainer aan huis laten komen.
De marktwerking is inmiddels voelbaar in alle zorgsectoren.
Wat er nog aan overheidstaken over is, is van de rijksoverheid verschoven naar de gemeenten. Hoe dat in jouw gemeente uitpakt hangt o.a. af van hoe rijk jouw gemeente wel of niet is. De verschillen tussen plaatsen in ons land zijn hier en daar ronduit schrijnend.
In alle organisaties die zorgtaken uitvoeren is het toverwoord naast marktwerking nog steeds bezuinigen.
Terwijl eigenaren en managers van particuliere organisaties nog steeds rijk kunnen worden van onze zorgpremies, zijn de mensen die het eigenlijke werk moeten doen of een paar jaar terug al ‘afgevloeid’ of van vast werk naar flexcontract gegaan en is hun inkomen te laag om zelf pensioenregelingen te treffen e.d.

Mijn vader verhuisde na de dood van mijn moeder een aantal jaren geleden naar een aanleunwoning bij een verzorgingstehuis. Eén van de voordelen die hij daar in zag was dat als hij minder voor zichzelf kon zorgen, hij dan makkelijk hulp kon krijgen. Dat blijkt nu hij 93 is en aan het dementeren ook inderdaad het geval. Maar bij die hulp hoorde ook dat er voor hem gekookt kon worden. Het huis had een leuke kantine annex recreatieruimte daarvoor, die in de tijd dat hij er woonde werd verbouwd tot een prachtig restaurant. Wat wij niet wisten was dat met die verbouwing de zorg voor warme maaltijden werd uitbesteed aan een particuliere organisatie.
Die hield het na een paar jaar voor gezien: het koken voor de bejaarde bewoners was niet rendabel.
Er wordt nu alleen nog om 12 uur een warme maaltijd verstrekt. Voor mensen als mijn vader is na alle langzaam uitgevoerde rituelen van het begin van de dag dan net de ontbijttijd geweest.
De marktwerking heeft weer toegeslagen.

Het woord verzorgingsstaat had een nare bijsmaak gekregen. Maar dat woord sloeg op veel meer dan de zorg voor onze zieken en zwakkeren. Met de zorg was weinig mis.
Behalve dan dat het te duur werd zeiden bestuurders. Maar het is sedert de marktwerking in de zorg zijn intrede deed echt niet goedkoper geworden.
Wat maakte die zorg nou steeds duurder?
De graaicultuur.
Dat was al tijden bezig. Zo herinner ik me de vader van een kennis die in de negentiger jaren een bedrijfje in thuiszorg begon en twee jaar later miljonair werd door het bedrijfje te verkopen.
In plaats van dit soort wantoestanden te veranderen en controles te verbeteren door de overheidstaken in de zorg meer aandacht te laten geven voor prijsbeheersing, is de prijsontwikkeling nu helemaal een speelbal voor de hebzuchtige jongens van de vrije markt. Zodanig dat, om maar wat te noemen de farmaceutische industrie nu zelf bepaalt of een geneesmiddel nog wel of niet betaalbaar is en hun graaiende collega’s bij de verzekeraars bepalen of u het onbetaalbare goedje nu wel of niet vergoed krijgt.
Het lijkt erop dat de kabinetten Rutte de graaicultuur alleen maar verder faciliteren.
In ieder geval is de tweedeling in de zorg groter dan ooit.

.

Knoppen

Met volle knoppen
lonkt de Magnolia naar
een zonnige dag

20180405_132054