Pen

Aan de rand van de stad komt een groep jongens me tegemoet fietsen over het fietspad. Ze dollen en joelen. Als ze net gepasseerd zijn hoor ik een jongen roepen: “Oh mijn pen!” Er volgt gelach en het groepje jonge tieners fietst door. De verliezer van de pen kijkt nog een keer achterom maar fietst dan ook door.
Ik zie de pen liggen op het fietspad.
Zo gaat dat dus, denk ik en na enige aarzeling loop ik een paar passen terug het fietspad op en pak de pen. Het is een blauwe Bic pen. Zulke pennen kocht ik, maar dan zwart schrijvend, voor mijn bedrijfje in per doos van 50 stuks voor een paar euro. Als het zo weinig kost is het je kennelijk ook niets waard. In mijn jeugd waren pennen duur en zou ik het niet in mijn hoofd hebben gehaald om die te laten liggen. Even los van dat we toen nog liefst met een vulpen schreven, vele malen duurder dan een ballpoint.
Maar ook nu zou ik het niet in mijn hoofd halen zo’n pen te laten liggen.
Zouden die jongens dan totaal geen besef hebben wat zo’n pen teweeg brengt in de natuur?
Ik geloof niet in de oplossing dat vervuilende zaken duurder moeten worden gemaakt.
Maar ik kan er met mijn pet niet bij dat de huidige jeugd geen moer lijkt te geven om hun leefomgeving. Ook volwassenen zie ik nog steeds slordig omgaan met hun afval.
Waar blijft de mentaliteitsomslag?
Wordt die bemoeilijkt omdat er nog steeds malloten zijn die de klimaatverandering pogen te ontkennen?

De pen schrijft prima.
Ik schrijf er o.a. mijn boodschappenlijstjes mee.
Dat doe ik op de achterkant van kassabonnen.
Want sedert de zelfscankassa’s in de supermarkt is de kassabon weer verplicht. Je hebt immers de code op die bon nodig om door het poortje naar buiten te kunnen.
Vernieuwingen zijn niet altijd goed voor het milieu.
Die zelfscankassa’s lijken handig, maar je verliest er een stukje persoonlijk contact door. Contactloos slaat niet meer alleen op betalen.
Het lijkt me de vervreemding van onze leefomgeving alleen maar in de hand te werken.

.

Advertenties

Stenen verleggen

De linden bloeien. In sommige straten komt hun zoete parfum je tegemoet waaien. Als de wind niet te hard waait tenminste, dat doet hij vandaag helaas wel.
In het park pluk ik lindebloesem. Minder dan andere jaren, want de bomen zijn vergeven van een kleverig goedje, vermoedelijk van een insect. Mijn handen plakken helemaal als ik een hoeveelheid ter grootte van een mok heb geplukt.
Dichtbij de bomen staat langs het pad een reclame bord van de Ex Bunker. De naam is exact wat het is maar van binnen is het al een paar jaar een kleine expositieruimte.
Met mijn plastic tasje met bloesem steek ik een grasveldje over en probeer me buiten de bunker op de hoogte te stellen van wie er exposeert. Een video gaat over bunkers en ik leg geen verband met de expositie. Onterecht zou blijken.
Achter de deuropening zit een lange jonge man.
“Ben jij de kunstenaar?” vraag ik, want meestal is dat bij deze maandelijkse exposities het geval.
Hij is een vrijwilliger die op de zaak past. Ik loop een metertje naar links en zie de lens van een projector. “Videokunst dus?” vraag ik retorisch. De blonde jongeman knikt. Ik sta op een vierkante meter grind en kijk de donkere ruimte in. Welke spannende sensatie gaat me nu weer hier bezorgd worden?
Na het grind komt een deurbreed en bijna vierkant stuk hout op de vloer waarop ik mijn voeten zet met het doel de expositieruimte in te lopen. Maar ik hoor steentjes vallen. Even denk ik dat het bij de expositie hoort, maar als ik twee keer heen en weer loop van de houten plank naar de grindbak besef ik dat het mijn schoenen zijn. De kleverige spullen van de bomen zijn kennelijk niet alleen op mijn handen maar ook onder mijn zolen terecht gekomen.
Zonder die vallende steentjes zou ik zo de donkere ruimte ingelopen zijn, maar pas nu krijg ik te horen dat dat niet de bedoeling is en dat ik het moet kunnen zien vanaf die bijna vierkante houten plank. Het is maar een kleine ruimte dus dat moet kunnen.
Als mijn ogen wennen aan het duister zie ik een glanzende vloer met allerlei kunstig gestapelde grote kiezels.
De video aan de rechter wand vertoont een man in een roeiboot waaraan twee touwen zijn gebonden waarmee hij een in het water staande bunker probeert vooruit te trekken.
De expo is van de hand van Jacob Oosting verneem ik en heeft als titel meegekregen: Verleg een steen.
Dankzij de plaaggeesten van de lindebomen heb ik heel wat stenen verlegd vandaag.

Inundatie

Alerte wachter
wijst de weg naar klompenpad
door laarzenlandschap