Vreugdevuren

Toen ik bijna 40 jaar geleden begon met tuinieren beëindigde ik de winter steevast met een vreugdevuur. Niemand had daar hinder van. Tot de sociale huurwoningen die aan de rand van ons tuinderscomplex staan, verkocht werden en de nieuwe huiseigenaren bang bleken dat een vonk kon zorgen dat hun huis afbrandde. Ik stelde de brandstapel zorgvuldig samen van dode takken en twijgen op mijn tuin die ik met de hand afbrak, zodat ik zeker wist dat ze goed droog waren en dus weinig tot geen rook zouden veroorzaken, peilde met een natte vinger in de lucht meerdere malen de windrichting. Ook maakte ik de stapel steeds kleiner, maar uiteindelijk werd in de reglementen van onze tuinvereniging open vuur verboden.
Vier jaar geleden kreeg ik een kleinere tuin en begon ik ijverig de instortende houtwal die aan een zijde van het tuintje stond, af te breken. Verbranden kon ik inmiddels in een speciaal aangeschafte kleine steenoven, maar zodra in februari mijn eerste vuurtje in het oventje brandde, kwam een mevrouw mij vragen dat te doven. De vrouw, zowel bewoonster van een huis achter mijn tuin als tuinder op ons complex heeft COPD en of ik daar rekening mee wilde houden. We bedachten samen dat het hout van de houtwal werd afgevoerd middels een grote kliko die zij steeds leeg bij mijn tuin neerzette en ik vol op de ophaalplek terugbezorgde.

Maar ik miste steeds duidelijker het effect van de as als meststof. Wortelgroenten, ui en andere knolgewassen, houden van kalium. Ik citeer: “Houtas bevat veel kalium (gemiddeld 6% – 10%, met uitschieters tot 40%, afhankelijk van de houtsoort), calcium (30% – 35%) en magnesium (5%). Het is dus een geconcentreerd goedje, waarbij bovendien geldt dat de mineralen in deze vorm goed oplosbaar zijn en (dus) snel door de planten worden opgenomen.”
Ik besloot derhalve vorig jaar om nog zorgvuldiger dan met de brandstapeltjes vroeger, de inhoud van de steenoven samen te stellen, goed op te letten dat de ramen en deuren van de mevrouw dicht waren, de wind de andere kant op stond en dan de gevulde oven aan te steken met slechts éen bladzijde krantenpapier. Dat lukt alleen als de takjes en twijgen echt droog zijn, zo had ik nog een extra controle ingebouwd om geen rook te veroorzaken.
Uiteraard ontstaat er altijd even rook, maar dat is maximaal een minuut en daarna begint het smeulen.
Vorig jaar heb ik dat 2 a 3 x gedaan en daarbij heeft de mevrouw een keer haar dochter gestuurd om te vragen of ik het minivuurtje weer uit wilde maken. Dat is dan een dilemma, want uitmaken… hoe doe je dat zonder dat je rook veroorzaakt? Ik heb dat uitgelegd en gewoon laten smeulen.
Dit jaar moest ik lang wachten voor het materiaal in het steenoventje droog genoeg was, maar drie weken geleden was het dan eindelijk zover. Na een half uur kwam de dochter weer. Weer dat dilemma. Vooral omdat er dit keer ook twee half verteerde dikke kastanje houten palen als laatste restant van de houtwal in lagen.
’s Avonds belde de bestuursvoorzitter van onze tuindersvereniging over een klacht van de mevrouw met COPD. Hij vroeg zich hardop af of er dan toch iets aan de reglementen moest veranderen zodat ook dit soort vuurtjes en bbq’s niet meer mogen. Ik beloofde hem die palen niet meer te zullen verbranden maar ze te doneren voor de houtkachel in ons verenigingshuisje midden op het complex. Zou de voorzitter gedacht hebben aan hoe we zonder die kachel het doorgaans vochtige huisje zouden moeten verwarmen bij onze activiteiten in de koudere tijd van het jaar?
Deze week had ik nog een keer teveel twijgjes voor de composthoop en stak ik deze aan; met een snippertje papier en 1 lucifer vatten ze vlam, amper 30 seconden even rook en toen begon het smeulen.
Na een half uurtje zag ik de mevrouw uit haar huis komen. Maar ze had niets gemerkt kennelijk, liep zonder groeten langs mijn tuin op weg naar de hare. Een kwartiertje later porde ik even in de as om te kijken of het vuur volledig gedoofd was. Vermoedelijk kwam daardoor wat onzichtbare rook vrij, want daar kwam ze scheldend en tierend aangerend, slingerde minutenlang de vreselijkste verwensingen naar mijn hoofd, haar man kwam ook nog een duit in het zakje doen… Alles op gigantisch volume, zodat wandelaars op het pad langs het riviertje dat ons tuinderscomplex doorsnijdt, over de heg bleven staan kijken.
Eén bood me haar telefoon aan om het vuur te fotograferen. (zie foto)
Een tuinder van de andere kant van het riviertje kwam op mijn tuin kijken om te kunnen getuigen waar het geschreeuw eigenlijk om ging, een andere tuinder liet desgevraagd weten dat hij helemaal niets gemerkt had van het vuurtje.
steenoven
Ben ik te ver gegaan? COPD is een nare ziekte. Maar ik heb die niet veroorzaakt en ik houd maximaal rekening met haar, maar dat ziet zij kennelijk anders.
Naast alle vreselijke verwensingen, waarvan hoer en heks nog de minst erge waren, viel ook een paar keer het woord corona. Het bevestigde voor mij wat ik na vier jaar al wist: Deze mevrouw is bang. Bang voor fijnstof, bang om corona te krijgen. Er schijnen ook steeds meer mensen bang te zijn dat hun huisdier corona zou kunnen overdragen waardoor de dieren op straat worden gezet, of nog erger, afgemaakt.
Ik heb geen zin om me bang te laten maken. Ik weiger me door angsten te laten regeren en al helemaal door de angsten van een ander.
Hoe zit het met de wederkerigheid, een beetje leven en laten leven?
Als er straks iemand komt wonen met een bijenallergie moeten we dan de imkers niet meer toelaten op ons tuinencomplex? Als omwonenden hooikoorts hebben moeten we dan allerlei gewassen gaan verhinderen tot bloei te komen?
De tijd van vreugdevuren is voorgoed voorbij.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s