Beerput Nederland

Petje af voor de documentaire Beerput Nederland, die 4 december werd uitgezonden door de NPO.

“Het is niet meer zo dat de overheid de burger beschermt tegen bedrijven, maar dat de overheid de bedrijven tegen de burger beschermt,” zegt emeritus hoogleraar veiligheid van de TU Delft, Ben Ale, aan het begin van de docu en hij is niet de enige hooggeleerde die in deze docu rustig vertelt hoe we bedonderd en besodemieterd worden door bedrijven en de overheid daar kennelijk aan meewerkt. Een kleine groep bedrijven is al decennia lang bezig ons milieu ernstig te vervuilen en gaat daar vrijwel ongehinderd mee door.
Op Facebook zie ik mensen die de docu gezien hebben ontsteld reageren. Velen betonen zich totaal ontgoocheld en melden geen enkel geloof meer te hebben dat het ooit nog goed komt in ons land.

Toch behandelt deze docu maar een deel van onze milieuproblemen, namelijk die van de afvalverwerkers. Nederland is een van de vuilste landen ter wereld. Nederland, waarvan velen zo lang dachten dat het een lieflijk landje was waar we met een poldermodel goed voor de mensen waren, is misschien wel, hoe klein in oppervlakte ook, een van de grootste schurkenstaten van de wereld. Net als in de tijd van de VOC en de slavenhandel.
De docu toont o.a. aan dat in de Nederlandse havens schepen uit heel de wereld worden voorzien van stookolie waarin chemisch afval is verwerkt. Wellicht zijn we wel de grootste menger van gif met stookolie ter wereld.
Maar naast alle milieumisdrijven die de docu aanstipt, zijn nog veel meer schandalige wapenfeiten aan onze bedrijven en overheid toe te schrijven.
Zo waren we de grootste producent van Freon, een inmiddels verboden stof die in koelkasten en spuitbussen werd verwerkt en de ozonlaag heeft aangetast.
De Nederlandse landbouw gebruikt in verhouding tot andere landen het meeste landbouwgif.
Dat Nederland een belastingparadijs is voor internationale bedrijven is een extra illustratie hoe onze overheid in feite danst naar de pijpen van bedrijven. Vooral VVD-politici doen al decennia nauwelijks meer moeite de verstrengeling van overheid en bedrijfsleven te camoufleren.
We leven in een van de vuilste landen van de wereld, maar de overheid doet net of er vrijwel niets aan de hand is. Onze wetten en niet te vergeten die van Europa, verhogen steeds de normen van wat toelaatbaar zou zijn voor de gezondheid van burgers.
Inmiddels sterft een op de drie Nederlanders aan kanker.
Ondertussen dreigt de enorme concentratie aan dieren die gefokt worden ter consumptie enge ziektes te verspreiden onder mensen. En dat terwijl diezelfde veeteelt voor een belangrijk deel verantwoordelijk is voor het steeds onwerkzamer worden van allerlei antibiotica.

De ontsteltenis van mensen die door de docu Beerput Nederland de ogen zijn geopend is heel begrijpelijk. Als je je hele leven doof, blind en dom gehouden bent, is het behoorlijk schrikken als je wakker wordt en beseft hoe erg het gesteld is met ons land en niet alleen met ons land. De hele wereld wordt geregeerd door witte boorden criminelen die alles in het werk stellen om de burger bang en dom te houden.
Als je dat voor het eerst beseft, is het heel begrijpelijk dat je er op reageert met gevoelens van ongeloof, wanhoop en onmacht.
Maar goed beschouwd is het vreemd dat de emotie die het meest voor de hand ligt, woede, niet naar boven komt.
Zijn wij burgers misschien al te murw gemaakt door alle leugens en bedrog en bangmakerij? Zijn we letterlijk en figuurlijk al te ziek om nog te protesteren?
Kunnen we door ons op allerlei manieren vergiftigde voedsel niet meer helder denken soms?
Of zijn we wakker genoeg om te beseffen dat de machthebbers in deze wereld zo machtig zijn dat woede uiten tot niets zal leiden, zoals het verzet in zogenaamd minder ontwikkelde staten laat zien. Wat heeft die ‘Arabische lente’ nou eigenlijk opgeleverd? Wat hebben machtswisselingen overal in de wereld nou eigenlijk voor verbeteringen voor de bevolking gerealiseerd?
Is er nog een andere weg om het kwaad te bestrijden dan die van woede en revoluties? Ook vredige protesten kunnen tot bloedige gevolgen leiden, zoals in Syrië waar de corrumperende macht zich uiteindelijk weer stevig in het zadel nestelt.

Het meest verbazende blijf ik vinden dat de machthebbers kennelijk niet beseffen dat ook zij in deze wereld als die nog verder vervuilt niet meer zullen kunnen leven. Maar de puissant rijken schijnen te denken dat hun oplossing ligt in een leven ondergronds of op Mars of zoiets…

Weldenkende mensen proberen ondertussen realistischer oplossingen te vinden om onze wereld weer leefbaarder te maken en te houden. Het wordt hoog tijd dat de ‘gewone burger’ dat soort mensen massaal gaat steunen.

Advertenties

phpd

Het kleine Schillertheater in de Utrechtse Minrebroederstraat heeft een illustere geschiedenis die eeuwen terug voert. Als ‘Plaets-Royale’ was het een logement dat o.a. in 1766 onderdak bood aan de toen 9-jarige Mozart en zijn vader. Het had vele andere bestemmingen zoals feestzaal voor het Utrechtse studentencorps en danszaal.
De huidige theaterbestemming is vooral te danken aan Hennie Oliemuller die er dertig jaar lang cabaretavonden organiseerde. Tegenwoordig wordt het beheerd door een stichting met als doel het knusse theatertje voor culturele doeleinden te behouden.
Tijdens zo’n culturele activiteit viel me op hoe ongedwongen de sfeer steevast is in het theater. De kleinschaligheid zorgt voor een intimiteit die uitnodigt tot informele presentaties.
Dat werd die avond, georganiseerd door Taalpodium, extra in de hand gewerkt door gebeurtenissen die het programma van de avond onverwacht aanvulden. Met name dat erelid Fred Penninga een paar uur eerder een koninklijk lintje had ontvangen was een gebeurtenis die om aandacht vroeg. Fred vertelde omstandig en humorvol hoe hij iets heel anders verwachtte toen hij ter stadhuize arriveerde en wat er allemaal gebeurde. Hij werd uitgebreid gefeliciteerd en alle aanwezigen leken zichtbaar te genieten van dit voor Fred zo bijzondere feit. Het leek of zijn blijdschap afstraalde op het vergrijzende ledenbestand en hun aanhang.
Dat het aanvankelijke programma uitliep was vanzelfsprekend en toen het eindelijk pauze was ging bijna iedereen op weg naar het kleine buffet dat als het ware in een zijkamertje gesitueerd is. Overal vormden zich groepjes mensen die geanimeerd met elkaar praatten en bijna en passant op weg waren naar het zijkamertje. De ons kent ons sfeer ademde mensen in en het theater uit.
Na enige aarzeling schaarde ik me niet bij de montere rij. De avond was al flink gevorderd en het deel na de pauze veelbelovend met veel namen van dichters die nog zouden optreden. Echter de volgende ochtend zou de wekker om 06:30 gaan en dus begaf ik mij naar een ander klein kamertje dat in de buurt van de uit- en ingang dienst doet als garderobe. De garderobe heeft een kleine desk waarachter een garderobejuffrouw niet zou misstaan, maar ik kan me niet heugen daar ooit iemand te hebben zien staan. Doorgaans dien je je zelf achter die balie te begeven om je jas op te hangen. De doorgang aan de zijkant van de balie laat met moeite een persoon door en dat de meeste mensen hun jas pal bij die doorgang hangen maakt de opening nog smaller. Ook de ruimte achter de balie is ronduit krap.
Kennelijk waren er meer mensen die besloten hadden in de pauze weg te gaan. Voor me ging een grijze mevrouw door de smalle opening achter de balie en achter mij ging een zwartharige vrouw net als ik keurig wachten tot de mevrouw klaar zou zijn.
De grijze mevrouw zocht en en vond haar jas in de uiterste hoek waar ook ik mijn jas had hangen. Ik kon het niet laten en vroeg brutaal maar zo vriendelijk mogelijk:
“Ach, u staat nu toch bij mijn jas. Zou u die misschien ook kunnen pakken? Die lange zwarte daar.”
“Ja natuurlijk,” zei de mevrouw maar ik kreeg toch spijt van mijn verzoek. De vrouw had duidelijk moeite met haar arm omhoog reiken en probeerde door de jas vast te pakken en naar boven te bewegen die van het haakje te laten vallen.
Ik putte me uit in verontschuldigingen. “Sorry mevrouw, ik had geen idee dat u er moeilijk bij kon komen, ik doe het zo zelf wel, neem me alstublieft niet kwalijk.”
“Ik kan wachten hoor tot u daar klaar bent met uw eigen jas, ik heb de tijd”.
Maar de vrouw poogde onverdroten door en gaf me uiteindelijk de jas over de balie aan. Terwijl ze haar eigen jas begon aan te trekken, nog steeds in de krappe ruimte achter de balie, verontschuldigde ze zich. Ze had problemen met een schouder.
De vrouw achter me passeerde me en ging demonstratief bij de doorgang staan. De grijze mevrouw verontschuldigde zich alweer en nam haar jas mee naar de smalle ruimte voor de balie zodat de andere mevrouw haar jas kon pakken. Samen stonden we onze jassen aan te trekken, terwijl ze vertelde over wat voor problemen ze had met haar gewrichten in het algemeen en haar schouder in het bijzonder. Om haar ongemakkelijke gevoel te verlichten zei ik dat ik alle begrip had voor wat er net gebeurde, ik was zelf ook niet de jongste meer tenslotte.
“Oh heeft u ook PHPD?” vroeg de vrouw.
“PHPD?”
“Ja, Pijntje Hier, Pijntje Daar”, lachte ze.
“Haha, die houden we erin!” zei ik.
Gezamenlijk liepen we naar buiten.
Zij naar de bus op het Janskerkhof, ik naar mijn fiets waarmee ik ook dezelfde richting op zou gaan. Ze vond het duidelijk jammer dat ons gesprek stokte toen ik mijn fiets bereikte.
Ik bood haar bijna aan achterop te gaan zitten, maar dat kan natuurlijk niet meer als je PHPD hebt.

Muse

Vanaf de eerste keer dat ik de muziek van Muse hoorde vond ik het geweldig. En velen vinden dat met mij. Gisteravond werd er op tv een registratie van een concert in Rome op 6 juli 2013 uitgezonden. De tv aangesloten op de geluidsinstallatie en op de laptop de teksten erbij gehaald.
Die teksten van frontman en muzikale duizendpoot Matthew Bellamy zijn minstens zo goed als de muziek en maken duidelijk dat hij zich over allerlei onrechtvaardige zaken in de wereld opwindt. Vaak cynisch: “Koop een eiland (…) koop een oceaan!”
In Uprising:
“They’ll try to push drugs that keep us all dumbed down
And hope that we will never see the truth around”
De wanhoop en boosheid gilt Matthew met zijn falsetstem de microfoon in:
“I’m lost, crushed, cold and confused
With no guiding light left inside”
In Supremacy:
“Wake to see
Your true emancipation is a fantasy
Policies
Have risen up and overcome the brave
Greatness dies
Unsung and lost, invisible to history
Embedded spies
Brainwashing our children to be mean”

Muse is een duidelijke exponent van hun eigen generatie; verontwaardigd, nauwelijks meer gelovend in een goede afloop van een wereld die geregeerd wordt door hebzucht. Verzet is nodig maar hoe doe je dat?
“Love is our resistance” zingt Bellamy.

In mijn vorige column schreef ik over een andere generatie die ook geloofde in de kracht van liefde, de hippies. Ook die generatie vond (h)erkenning bij de muziek van hun frontmannen. Er was nog minder verontwaardiging. Misschien kwam dat omdat die generatie de eerste westerse was die massaal ging blowen en een ‘tevreden roker is geen onruststoker’.
De huidige generatie jongeren rookt en slikt van van alles. Ik kan de namen van al die spullen nauwelijks meer bijhouden, laat staan de werking. Die generatie lijkt te zeggen: het maakt niet meer uit wat we doen, alles gaat toch naar de kloten.
Waar Bellamy nog oproept haast te maken met verzet en met hoge falset uitroept “we’ll win” en “We will be victorious (so come on)” lijken jongeren van nu het verzet bij voorbaat kansloos te achten.
Zorg maar voor je zelf (en de mensen waar je van houdt) en leidt een zo leuk mogelijk leven is het motto. Een leven waarbij je je ogenschijnlijk aanpast en in je vrije tijd helemaal los gaat.

Het kan ook wat gelijkmatiger. Zonder de hoge pieken en dalen van allerlei druggebruik en door je zo min mogelijk aan te passen bijvoorbeeld. Door waar maar kan niet mee te doen aan wat er allemaal bedacht is om het ‘gewone volk’ onder de duim te houden.

Ik las recent deze strijdkreet:

Wees revolutionair: eet ecologisch en lokaal!

.

Hippies

Ernst Jansz vatte in DWDD samen wat een hippie was en ik betrapte mezelf erop dat ik van oor tot oor zat te grijnzen. “Ik was een hippie en ben dat misschien nog steeds,” zong Ernst even later en ik besefte weer ten volle dat ik een kind ben van die tijd. Recalcitrant waren we, maar op een optimistische manier. We wisten zeker dat we de wereld gingen veranderen.
Nu, 50 jaar later, weten we dat niet meer zo zeker.
In gesprekken met vrienden wordt de laatste tijd nog wel eens geponeerd dat het in de wereld ‘altijd zo geweest is en wel altijd zo zal blijven’.
Het gaat in die gesprekken over de huidige situatie in de wereld, met steeds meer geschifte machthebbers en uitbuiting van het ‘gewone volk’. De verhouding tussen goed en kwaad zou onveranderlijk zijn.
“Goed en kwaad bestaan
als ze in jezelf bestaan
Niets is positief
Niets is negatief
tot je er zelf een etiket opplakt”
zei mijn eerste yoga- en meditatie lerares.

Wij hippies hadden niet alleen slogans als ‘make love, not war’ en ‘beter langharig dan kortzichtig’, maar ook ‘verander de wereld en begin bij je zelf’. We dachten dat het een besmettende werking zou hebben. Misschien is dat ook wel zo. Er zijn heel veel lieve mensen in de wereld. Mensen die bezig zijn de wereld een beetje beter en mooier te maken.
Maar maak je de wereld een beetje beter door alleen maar te zorgen dat je eigen leven vol Licht en Liefde is, een voorbeeld voor wie dat wil zien?
Als je niet vrij bent, als je leeft in een oorlogsgebied, kun je dan nog zorgen dat je eigen leven er een is van Liefde en Licht?

In de zestiger- en zeventiger jaren hadden protesten en demonstraties enorme uitwerkingen. In onze tijd lijken de machthebbers demonstraties te hebben ingecalculeerd als een niet te vermijden kwaad en werd in ons land de uitslag van het enige door het volk verlangde referendum vrijwel genegeerd. De nieuwe Nederlandse regering vindt het referendum een niet goed werkend instrument dat weer moet worden afgeschaft.
Er zijn meer dan 400.000 handtekeningen opgehaald en er moet nu toch een referendum komen over een deel van de nieuwe wet op de inlichtingendiensten; de zgn. ‘sleepwet’. CDA-leider Buma zegt openlijk de uitslag van dat referendum naast zich neer te zullen leggen. De arrogantie van de macht is ronduit schrijnend.
Sedert het raadgevend referendum in 2005 is ingevoerd, zijn er pas twee geweest. Hoe kun je dan stellen dat het een niet werkend instrument is?
Het heeft er alle schijn van dat machthebbers bang zijn geworden voor gevolgen van volksraadplegingen zoals de Brexit.

Demonstraties zijn er tegenwoordig van voor- en tegenstanders. In Catalonië zijn de verhoudingen ongeveer 50-50. Die paar mensen meer rechtvaardigden geen onafhankelijkheidsverklaring. Maar de machthebbers in Madrid kunnen het opsluiten van ministers van de tot voor kort legitieme Catalaanse regioregering ook niet rechtvaardigen.

Bij de opkomst van het internet noemden sommige mensen zich zippies. De digitale hippies droomden van een wereld zonder grenzen. Overheden doen er alles aan die digitale wereld in hun greep te krijgen. Zonder grenzen? Maar dan wel met maximale mogelijkheden om het volk te controleren!
En te manipuleren. Via socia media bijvoorbeeld. Want fake-news is een feit, ook bij het beïnvloeden van verkiezingen.

Het zijn complexe tijden.
Die vragen om mensen die ooit begonnen zijn zichzelf te veranderen, Die nu bewust zijn. Die gezorgd hebben dat hun eigen leven ok is.
En die daar met elkaar grenzeloos over communiceren op socia media.
Zo kunnen we elkaar blijven informeren over wat er mis gaat in de wereld. De echte feiten uitwisselen.
In dat licht moeten we ons wellicht meer zorgen maken over wat overheden toevoegen aan socia media i.p.v. daaruit extraheren…
De vraag wie de zoekresultaten bepalen wordt steeds prangender…
Ik vrees dat je alleen bezig houden met je eigen leven niet volstaat. Alles aanvaarden zoals het is, zonder etiketten plakken is mooi. Maar de dingen zien zoals ze zijn is niet hetzelfde als ze zo willen laten.
Hippies wilden de wereld veranderen door bij zichzelf te beginnen. Maar dat was pas het begin…

Normale Nederlanders

Rutte heeft nu al meer dan eens gezegd dat hij een minister-president is voor ‘normale Nederlanders’.
Daarmee geeft hij dus aan dat hij er niet voor alle Nederlanders is. Sterker nog, maar voor een klein groepje. Want wie is er normaal?
Als je het op deze manier hebt over normale Nederlanders geef je in feite aan dat er ook abnormale mensen in Nederland wonen. En wie zijn dat dan? Immigranten? Mensen met een uitkering?
Over wat normaal en abnormaal is kun je eindeloos debatteren. Ik houd het er op dat als iemand het heeft over ‘normale’ mensen hij/zij zichzelf tot norm verklaart.
Nou dan is het met Rutte helemaal duidelijk wie hij bedoelt met normale mensen: de elite met hoge inkomens. Dat zie je ook terug in het regeerakkoord waarvan ministers, staatssecretarissen en andere politici van de andere drie partijen in het kabinet zich uitsloven te vertellen dat de geplande aanpak en maatregelen echt voor iedereen zijn, dat we er echt allemaal op vooruit gaan.
Ik geloof er niets van.
De ingewikkelde constructie van eerst de lage btw verhogen van 6 naar 9 % en dan via inkomstenbelasting er toch op vooruit gaan klopt namelijk van geen meter. Dat geldt alleen voor mensen met een baan. Dat zullen dus wel normale mensen zijn volgens de normen van VVD-er Rutte.

Normaal is een woord met een oordeel.
Veel mensen barsten van de oordelen en vooroordelen.
Zo schijnen veel mensen met een hoog inkomen te denken dat mensen met een laag inkomen dom zijn. Als een kind met ouders met een laag inkomen hoge cijfers haalt en naar het atheneum zou kunnen, vinden mensen het kind vaak een ‘buitenbeentje’. Hoezo?
Weet jij die dat kind een ‘buitenbeentje’ noemt hoe slim de ouders zijn? Misschien hebben ze wel bewust gekozen om liever een ‘klein’ leven te leiden i.p.v. meedoen aan de ‘ratrace’. Misschien blijft die moeder wel thuis omdat ze de opvoeding niet aan anderen wil overlaten omdat ze carrière minder belangrijk vindt dan haar kind een goede opvoeding geven.
Een helaas jong overleden vriend van mij kreeg aan het eind van wat toen nog lagere school heette een schooladvies voor hbs, dat zou nu atheneum heten. Maar zijn vader zei dat hij naar de lts moest. Want “er komen geen witte boorden criminelen in mijn gezin!” zo zei die vader dat.
Het was een andere tijd, andere generatie. Maar ik vraag me af of dat soort opvattingen niet nog steeds voorkomen en een deel zijn van wat nu heet ‘de tweedeling’ in de samenleving.
Als tiener maakte ik me enorm druk over het gezegde ‘als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje’.
Ooit waren we bezig met onderwijs zo in te richten dat iedereen gelijke kansen kreeg. Zodanig zelfs dat je als zoon tegen je vader in kon gaan met hulp van je meester als je echt liever naar de hbs wilde.
Maar dat gebeurde niet vaak. Omdat jonge mensen wel heel sterke karakters moeten hebben om zich aan hun milieu te ontworstelen. Als kind kijk je op tegen je ouders en als die vinden dat beroepsonderwijs goed voor je is, waarom zou je daar dan tegenin gaan?
Het omgekeerde kwam en komt in toenemende mate ook voor: een kind met advies voor beroepsonderwijs dat van ouders per se een kennisweg moet volgen, minimaal via de mavo, liefst havo of hoger. Met alle problemen van dien.
De Mammoetwet die in 1968 werd ingevoerd in het onderwijs wilde echt zorgen voor gelijke kansen ongeacht milieu, o.a. door de keuze voor het soort vervolgonderwijs minimaal uit te stellen tot na een brugklas. Ook de doorstroming van het ene naar het andere onderwijs werd verbeterd.
Die Mammoetwet is door rechtse politici steeds verder uitgekleed.
Zoals rechtse politici ook de zorg steeds verder hebben uitgekleed. De eigen bijdrage voor de zorgverzekering wordt tot 2021 bevroren op 385 euro. Dat is geen ‘cadeautje’ waar mensen met lage inkomens op vooruit gaan. Dat is vasthouden aan een maatregel die de tweedeling in de samenleving alleen maar vergroot.
Maar ja, hoe kun je anders nog normale Nederlanders van anderen onderscheiden?

Me too

Op een zondagmiddag fietste ik over de Utrechtse Europalaan aan de kant van de tippelzone. Het stukje parallelweg staat duidelijk aangegeven met bordjes ‘Tippelzone’ en aan het eind is een ‘keerlus’ voor automobilisten. Geen hoer te zien op die zonnige middag, net zo min als automobilisten. Straatprostitutie is kennelijk iets voor de avonduren.
Het Utrechtse gemeentebestuur heeft de prostitutie op tal van plekken in de stad verdreven. Plekken waar sinds mensenheugenis prostituees voor de ramen zaten, zoals de Hardebollenstraat en het Zandpad, maar deze kale, troosteloze plek, deze tippelzone mag voorlopig blijven. Ik probeer me voor te stellen hoe het hier ’s nachts aan toegaat, het stemt me behoorlijk somber.
Een gedachte dringt zich aan me op en houdt me de hele fietstocht bezig. Thuisgekomen denk ik er nog uren over na, maar uiteindelijk post ik de gedachte op Twitter:
Zolang er vrouwen zijn die hun lichaam hoereren zullen er mannen zijn die macht over vrouwen willen uitoefenen
Wat ik verwachtte gebeurt: ik krijg een stormpje van verontwaardiging over me heen die er vooral op neer komt dat ik een nitwit ben die het weer beter denkt te weten en dat er weer eens geen respect betoond wordt voor sekswerkers.
Waar ik op gehoopt had, een open gesprek over mijn gedachte (stelling?) blijft uit.
In het besef dat door de eerste reacties de toon al gezet is en een goed gesprek niet meer gaat lukken in deze sfeer en met max 140 tekens besluit ik het stormpje over te laten waaien.’
Maar ik bleef denken hoe ik die gedachte nader zou kunnen toelichten.

In de hele wereld zetten momenteel vrouwen en soms ook mannen ‘Me too’ op hun facebook pagina, in een tweet of welk social medium dan ook. Velen vertellen daarbij over hun persoonlijke ervaringen met seksueel geweld of intimidatie. De omvang van deze wereldwijde actie is zo massaal dat talkshows ineens vol zitten met vrouwen die hun ervaringen delen.

Sekswerkers betogen nog wel eens dat zonder hun goede werk er nog veel meer mannen vrouwen seksueel zouden lastig vallen of erger.
Ik zet daar vraagtekens bij.
In de talkshows en de persoonlijke verhalen in de sociale media komt vaak naar voren dat vrouwen hun ervaringen niet delen, laat staan er aangifte van doen uit angst niet geloofd te worden of voor de gevolgen voor hun baan, relaties enz.
Daarnaast denken we vaak dat het onze eigen schuld is. Ik ken dat gevoel. Na een verkrachting heb ik jarenlang gedacht dat het mijn eigen schuld was omdat ik zo stom was geweest het aanbod van iemand die ik alleen uit de kroeg kende om me naar huis te brengen, aan te nemen.

Met mijn tweet lijkt het misschien of ik de schuld weer bij vrouwen leg. Maar ik denk dat man en vrouw slachtoffer zijn van een eeuwenoude seksuele moraal en machtsdenken dat niet deugt. Het zijn mannen die hun seksuele driften kennelijk op allerlei momenten niet kunnen beheersen, maar wij vrouwen hebben die mannen gebaard. Vrouwen hebben die mannen opgevoed, al dan niet alleen, met andere vrouwen of met een man samen.
Over mannen maken opvoedende vrouwen zich vaak geen zorgen dat hun seksueel geweld kan overkomen. Niet terecht, want het wordt steeds duidelijker dat ook jongens en mannen met seksueel geweld te maken kunnen krijgen. Als dat gebeurt is de schaamte bij mannen vaak nog groter dan bij vrouwen. Immers, als man ben je stoer, kun je voor jezelf opkomen. Vrouwen daarentegen dienen als het zwakkere geslacht beschermd te worden. Vaders hebben vaak geen enkel probleem met de seksuele escapades van hun opgroeiende zonen, maar hun dochters worden vaak zo kort mogelijk gehouden. Ook moeders hebben vaak nog zo’n dubbele moraal. Ja ik noem het dubbele moraal, want kennelijk vinden we seksuele vrijheid voor jongens normaal maar dienen meisjes zo lang mogelijk kuis te blijven. Ben je dat niet, dan word je al snel een slet genoemd of erger…
We schijnen massaal te denken dat de manlijke geslachtsdrift groter is dan die van vrouwen. Maar bij vrouwen die zich aan de seksuele onderdrukking ontworsteld hebben en hun seksualiteit hebben ontwikkeld, al dan niet tot en met squirten aan toe, blijkt vaak de geslachtsdrift te sterk voor sommige mannen.
Mannen hebben nog vaak liever gedweeë vrouwen, zowel seksueel als op het werk.
‘De man'(even generaliseren ;-)) acht zich machtig en eist zijn rechten op seks op.
Krijgt hij die niet thuis, dan kan hij naar de hoeren. Opvallend is ook dat er wel ‘afwerkplekken’ voor homo’s’ zijn, maar nergens voor lesbiennes.
We lijken nog steeds normaal te vinden dat mannen hun geslachtsdrift overal moeten kunnen bevredigen. Zolang wij dat massaal denken, bevorderen we het machtsdenken van mannen. Vrouwen die graag gewillig geld verdienen aan het bevredigen van de manlijke drift bevestigen het ‘normaal’ zijn daarvan. Veel sekswerkers vertellen daarbij dat het gevoel van macht dat het ze geeft heel prettig is. Tot de man zijn macht met geweld wil laten voelen. (Om het nog maar niet te hebben over dat in de hele wereld vrouwenhandel toeneemt)
Ik vind het Utrechtse gemeentebestuur dapper dat ze aangeven sekswerk niet langer zo normaal te vinden.

.

.

.
Ik schreef eerder een column over mannenseks.
Over de seksuele moraal in onze huidige maatschappij schreef ik in 2009 het artikel seks als bijbaan