Poes

Op mijn balkon-op-de-begane-grond wilde ik mijn badlakengroot grasveldje vernieuwen. De diverse honden hadden met hun graafpartijen het mini-veldje behoorlijk bobbelig weten te krijgen, tijd dus om nu er geen huisdieren meer bij me wonen het grasveldje weer prettig ligbaar te maken. Ik had de grond vroeg in het voorjaar omgespit, geëgaliseerd, gevoed en het wachten was op het stijgen van de temperatuur zodat het zinnig was om het gras te zaaien. Het koude voorjaar deed dat telkens weer uitstellen, maar uiteindelijk besloot ik half april toch gras in te zaaien.
Te vroeg bleek. Niet alleen vanwege de temperatuur die nog steeds onder de ontkiemtemperatuur van 13 graden bleef, maar omdat inmiddels een mij tot dan toe onbekende poes uit de buurt besloten had mijn mini-tuintje als kattenbak te benutten.
Het veldje opnieuw geëgaliseerd, bij gezaaid, laken erover gelegd. De volgende dag vond ik een dood muisje op het laken. Die had zich overeten aan het graszaad dacht ik, net als het muisje dat ik de na de eerste keer zaaien op het plaatsje had gevonden.
Omdat het koud bleef en het zaad begon uit te drogen onder het laken, verving ik het laken door kippengaas. Eindelijk, kort voor ik met vakantie zou gaan, begon het gras te ontkiemen.
Om te voorkomen dat het gras door het gaas zou groeien met alle problemen vandien, vroeg ik mijn buurman een beetje te helpen met de wit-zwarte poes weg te jagen en verwijderde het gaas.
Vanaf mijn vakantieverblijf appte ik buurman een foto van het prachtige uitzicht vanaf het dakterras. Hij stuurde een foto terug met “uitzicht vanaf mijn tuinterras”. Het was hem kennelijk goed gelukt de poes weg te houden zag ik aan het weelderige groen op mijn grasveldje.
Weer thuis bleek de poes toch het grasveldje wat kleiner te hebben gemaakt, maar dat was overkomelijk. Mijn plaatsje en minituintje waren kennelijk haar favoriete plaatsen om te zonnen respectievelijk in de schaduw te liggen. Ik zag haar elke dag. Ik begon haar steeds sympathieker te vinden, gaf haar af en toe een brokje als ze zich door mij had laten weerhouden haar behoefte in mijn tuintje te doen en daarna op een andere plek was gaan liggen.
Nog steeds weet ik noch mijn buurman waar de poes eigenlijk woont en buurman bleef haar ijverig wegjagen, ook nu het voor mijn gras niet meer nodig was.
Ik liet het maar zo, tenslotte woont de poes elders en kan ik me voorstellen dat ook buurman in zijn strookjes grond geen kattendrollen wil hebben.
Toch werd poes steeds vertrouwder. Een paar dagen geleden hoorde ik de magneetjes van mijn hor even klikken en bleek ze ondanks dat hor brutaalweg naar binnen gelopen. Maar aaien mag ik haar nog steeds niet.
Ook dat vind ik best zo. Anders ga ik nog aan haar hechten… Maar ik vroeg me wel steeds af: Komt poes nou voor mij of voor mijn huis?
De afgelopen week vond ik twee keer een dood veldmuisje op mijn nieuwe grasveldje.
Ik begon iets te vermoeden.
En ja hoor, afgelopen weekend zag ik poes bezig met een muisje vangen.
Ik heb buurman weer geappt:

“Ik ben van gedachten veranderd t.a.v. de wit met zwarte poes: ze blijkt een puike muizenvanger (…) Heel nuttig dus”.
Buurman stuurde een opgestoken duim terug.

Nu ik weet dat het noch om mij noch om mijn huis maar om haar jachtgebied gaat, wil ik helemaal graag weten waar de poes eigenlijk woont.
Want dat laatste muisje… daar speelde ze wel erg lang mee… na een kwartier waarin poes steeds muis weer even liet ontsnappen kon ik het niet meer aanzien.
Misschien kunnen die buurtgenoten waar ze woont poes ietsje minder fabrieksvoer geven?

Hun hebben een doel

Frank Westerman is al twee keer bekroond voor zijn boek ‘Een woord een woord’:  met de M.J.Brusse prijs en de Bob den Uyl prijs. Ik heb het boek nog niet gelezen, maar ik zag een gesprek met de auteur bij Vpro boeken waarvan een paar zinnen bij me blijven echoën.

Frank kreeg bij zijn opleiding voor onderhandelen met terroristen op de vraag wat onderscheidt een terrorist van een bankrover? als antwoord:

“Hun hebben een doel”

Frank: “Dat doel is heel essentieel. Ze hebben een verhaal. De sleutel is toch naar dat verhaal willen luisteren.  Dat luisteren geeft een aanknopingspunt om een weerwoord te hebben.”

Hij legt twee uitersten naast elkaar: de Nederlandse softe benadering van terreur, met psychiaters en inleven in de motivatie van terroristen naast die van de Russische die onderhandelen als een vorm van zwakte ziet.

Frank is geen pacifist, gelooft niet in alleen praten en woorden en luisteren om de samenleving te vrijwaren van kwaadwillenden en terroristen en denkt dat het heel verstandig is om de aivd, de politie, het leger enz. een rol te geven in de bestrijding van terroristen, maar pleit ervoor om de echte aandacht voor de ander niet weg te laten.

Niet die 17-jarige jongen die op het punt staat vreselijke dingen te doen van school sturen, maar “Bij de les houden is onmisbaar”.

Frank laat zien hoe belangrijk twijfel is, de vrijheid van het woord.

Hij pleit voor luisteren naar het verhaal, de geschiedenis die vooraf ging.

Een belangrijk pleidooi en boek in een tijd dat propaganda ons van alle kanten bij wijze van spreken om de oren vliegt en regeerders terrorisme gebruiken als aanleiding om mensenrechten op te schorten en standpunten en aanpak zich steeds verder verharden.

Uit propaganda is het verhaal, de achtergrond waarom mensen zijn gekomen tot wat zij doen, verdwenen. Waar propaganda is, is het wij tegen zij gevoel al overheersend en richting gevend.

Terug naar ‘het verhaal’,  het weer naar elkaar luisteren is niet eenvoudig, maar wel een noodzaak.

Frank in het interview: “Als het woord vrij is, ben je een stuk verder”

 

 

 

 

 

Turkije

Als ik vertelde over mijn voornemen naar Cappadocië te gaan kreeg ik meestal de vraag waar dat ligt en in mindere mate enthousiaste reacties van mensen die er ooit geweest waren over hoe prachtig het er is. Steevast kreeg ik vragen en opmerkingen erbij of het wel verstandig was in deze tijd naar Turkije te gaan.
Maar ik had goede redenen om wel te gaan en aangezien mijn beroep niet meer in mijn paspoort staat was ik niet al te bezorgd.
Dat Turkije niet meer populair is als vakantieland bleek al op Schiphol, waar ik in de boarding ruimte voor het vliegtuig naar Istanbul de enige bleek die geen Turks sprak. De meeste vrouwen droegen lange jassen en hoofddoekjes.
Bij de paspoortcontrole in Istanbul was maar één van de elf hokjes open voor zo’n 8oo passagiers, maar ik heb me laten vertellen dat dat niet te maken had met dat daar zoveel Turkse Nederlanders bij waren, maar dat de Turkse maatschappij waarmee we vlogen geen steekpenningen aan de douane wilde geven. Nadat er bijna rellen uitbraken ging een tweede hokje open maar dat kon niet meer verhelpen dat na drieënhalf uur in de rij staan ik mijn volgende vlucht naar Kayseri miste.
Na van het kastje naar de muur gestuurd te zijn zodanig dat ik het grote vliegveld in Istanbul wel drie keer helemaal gezien heb, werd ik uiteindelijk goed geholpen door de vliegmaatschappij en zat ik een halve dag te laat in een tweede vliegtuig met minder hoofddoekjes, maar niet minder Turks sprekenden.
Op Kayseri werd ik geweldig geholpen met het vinden van mijn bagage en vanaf dat moment kan ik alleen maar positieve ervaringen over mijn Turkijereis vertellen. Cappadocië bleek nóg mooier dan ik me had kunnen voorstellen van de plaatjes en de mensen aardig en uiterst gastvrij. Overal waar ik kwam werd ik uitgenodigd om mee te eten en toen ik de groet ‘MerHaba’ had geleerd werd ik ook altijd vriendelijk terug gegroet.
In het dorpje Uçhisar waar ik verbleef, bewogen de inwoners zich tien jaar geleden nog voort op ezels en met paard en wagen en waren de daken gekleurd van het drogen van fruit. Daarna heeft het toerisme hun leven veranderd. De meeste van de 3200 inwoners wonen nu in de nieuwbouw op de hoogvlakte, de grotwoningen zijn verlaten, de eraan gebouwde voorhuizen van zacht steen vervallen, behalve daar waar hotelketens de huizen hebben opgekocht en luxe ‘cave hotels’ hebben gebouwd.
Het roept gemengde gevoelens op.
De luxe hotels verhuren nu vooral aan de rijken van Turkije die er komen congresseren of vakantie houden. Maar de inwoners van Uçhisar die van de opbrengst van hun grotwoning een nieuwbouwhuis konden kopen, zijn niet meer zeker van hun inkomen als portier, tuinman of ander werk bij de hotels, nu buitenlanders het gebied nauwelijks meer bezoeken.
Overal komen weer moestuinen waar mensen hun eigen eten verbouwen.
In het nabij gelegen Göreme stijgen in de vroege ochtend nog maar enkele luchtballonnen op in plaats van de vele tientallen die de afgelopen jaren het luchtruim boven de valleien kleurden. De ijscoman maakt een variéténummer van zijn ijs scheppen, we zijn de eerste klanten in een uur. In alle winkeltjes hangt een portret van Atatürk. Het is stil in die winkeltjes, de terrassen zijn meestentijds leeg. Het verval is nog net niet begonnen, maar zit er aan te komen als er niet snel meer bezoekers komen. Toch zijn de meeste mensen hier optimistisch. Misschien omdat ze niet anders kunnen omdat ze anders nu al hun deuren moeten sluiten. Of misschien hebben ze gelijk. Cappadocië en tal van andere streken in Turkije zijn te mooi om als vakantiebestemming te schrappen.
Aan de mensen zal het niet liggen, maar of de politiek besef heeft wat de gevolgen zijn van het beleid…
Dat politiek, populistisch of niet, ver staat van het volk, is in steeds meer landen het geval. Misschien dat we door de gekte van machthebbers weer gaan beseffen wat de kracht van een volk kan zijn. Steeds meer mensen maken hun eigen keuzes in hun leven voor wat zij zelf belangrijk vinden en kiezen daarbij hun eigen samenwerkingen. De machthebbers horen steeds meer bij een manier van denken die niet meer van deze tijd is.

 

Liefdesbatterij

Mijn dochter noemde haar baby vaak een liefdesbatterij. Het was een prachtige, blije baby die er genoeg aan had om bij je te zijn en zodra je naar haar keek, je haar stralende lach schonk. Als ze je nog niet kende kon dat even duren, maar uiteindelijk kreeg iedereen die lief voor haar was haar volle lach. En waarom zou je niet lief zijn voor zo’n prachtig klein wezentje…
Ook de nu twee maanden jonge eerste kleinzoon van mijn broer is zo’n stralend kind. “Babietjes zijn heerlijk he,” verzuchtte mijn broer gelukkig bij een foto in de groepsapp van onze kleinkinderen. De foto toont een slapende baby met een grote glimlach op zijn gezicht.
Alle jonge levende wezens hebben een hoog knuffelgehalte. Ze zijn ook nog zo puur, zo alleen nog liefde. Nooit vergeet ik hoe ik voor het eerst een pup uitzocht. De puppies waren pas 8 dagen oud en hielden hun oogjes nog dicht. Er was nog helemaal geen sprake van al een keuze kunnen of hoeven maken, maar telkens als ik in de werpbak ging kijken bij moeder en kroost, ging hetzelfde hondje apart liggen. Uiteindelijk besloot ik dat ik die even vast wilde houden. Ik kreeg hem op mijn schoot; een klein crèmekleurig wolbaaltje, nauwelijks groter dan mijn hand. Uit dat kleine lijfje stroomde liefde mijn hele lijf in. Dat hondje was ook een liefdesbatterij.
Mijn dochter is stevig van plan haar dochtertje tot een heel en gelukkig en liefdevol mens te laten opgroeien. En ze doet het goed!
Ik herken dat plan van toen zij mijn baby was.
De meeste jonge ouders hebben prachtige wensen en goede voornemens voor hun kinderen.
Toch kan geen enkele ouder voorkomen dat hun kind nare ervaringen te verwerken krijgt, tot aan trauma’s toe. Trauma’s die patronen in hun persoonlijkheid veroorzaken die niet zelden hun hele verdere leven een rol spelen.
De oorzaak is niet alleen ‘de buitenwereld’.
Juist als ouder maak je fouten die keihard binnen kunnen komen bij je kind. Fouten waar je je op dat moment meestal niet van bewust bent.
Omdat je als ouder ook een kind was dat nare ervaringen opdeed die je vormde, patronen veroorzaakte.

Van mijn goede voornemens hoe ik mijn dochter zou opvoeden is veel terecht gekomen, maar de schade die mijn toen nog onbewuste patronen bij haar veroorzaakt hebben heeft daar veel van doorkruist en zal vermoedelijk ook weer repercussies hebben op haar dochter.
Zo zijn we al zolang de mensheid bestaat bezig.
De perfecte ouder bestaat niet, een kind geen psychische schade toebrengen is een illusie.
Ook niet in de betrekkelijke luxe van leven in een land dat een al meer dan 70 jaar lange periode van vrede beleeft.
Als ik stilsta bij al die kinderen die opgroeien in gebieden waar oorlog heerst, en alle psychische schade die dat toebrengt, vraag ik me af hoe het ooit goed moet komen met de mensheid.
De oorzaak van de dualiteit in de wereld ligt er duimendik bovenop.

Ik zie maar éen uitweg: blijven focussen op wat mooi en goed is. En hopen. En je best doen.
Mijn kleindochtertje werd 1 april een jaar en is nu een prachtige blije dreumes die in hoog tempo door het huis kruipt en is dus ook in hoog tempo aan het leren hoe ingewikkeld de wereld in elkaar steekt. Is ze net heel trots dat ze onder stoelen en tafel is doorgekropen, gaat ze onder zo’n stoel blij rechtop zitten…
We zeggen dan niet dat ze een domoor is. We begrijpen, leggen uit, pakken op en troosten.
Laten we het zo lang mogelijk liefdevol en veilig houden in haar leven.
En in het leven van iedereen.
We worstelen allemaal met dualiteit. In liefdevol voor elkaar zijn heffen we dat op. Al is het soms maar voor even…

Overbodige producten

Zag en hoorde vanmorgen bij WNL op zondag Sofie van de End vertellen over het nieuwe tv programma De Medicijnmannen en arbitraire middeltjes die op de markt zijn, zoals die voor de ‘persoonlijke hygiëne’ van de vrouw. Sofie zei wat ik al jaren denk: Voor het schoonhouden van je vagina volstaat water. Ik heb die middeltjes nooit vertrouwd, de fauna en flora van de vagina raakt er volgens mij van in de war of op zijn minst uit balans. Sofie heeft de moed gehad om die zeepjes en gels enz. uit te proberen op haar eigen vagina. Die werd daar niet blij van want droger. Dus waarom zou je het kopen?
Daar zorgen slimme marketing technieken voor. Sofie windt zich op over dat die zinloze producten op de markt worden gebracht. Maar vooral over dat de marketingtrucs voor vaginale producten zich richten op jonge vrouwen en in feite op de onzekerheid die jonge vrouwen vaak over hun lichaam hebben. De intieme producten suggereren dat er iets mis is met je vagina en de geur daarvan. Maar Sofie helpt je uit de droom dames: haar vagina rook minder lekker na de intieme wasbeurten dan daarvoor..

Naast mijn laptop ligt een brief van de woningcoöperatie waar ik mijn huis van huur. Of ik even mee wil werken aan een enquête van tig pagina’s. Even dacht ik nog dat het ook in mijn belang is als mijn verhuurder weet wat ik vind van allerlei zaken het wonen betreffende. Maar na het zien van en luisteren naar Sofie wist ik het weer: het lijkt of de enquête zal bijdragen aan het woongenot, maar vermoedelijk wordt de uitslag vooral gebruikt voor de zoveelste efficiency slag en het volgende telefoonsysteem waar ik eindeloos op keuzetoetsen moet klikken voor ik in een wachtrij gezet wordt… Of de gegevens komen van pas bij het kiezen welke sociale huurwoningen aan de beurt zijn om onttrokken te worden aan het sociale, dus goedkopere woningbestand en verkocht gaan worden.
Ergert u zich ook aan al die feedbackmails die je krijgt van winkels en producenten waar je online iets bij gekocht hebt? Je kunt niets meer kopen of online reserveren of na afloop komen de vragen hoe je het gevonden hebt. Wilt u a.u.b. even een paar vragen beantwoorden? Wilt u wellicht een review geven? Was het product/ concert/ diner naar uw zin? Wat vond u van de service/ geluidskwaliteit/ bediening? Enzovoort enzovoort.
Er lijkt niks mis mee, maar grote kans dat uw antwoorden en reviews vooral benut worden om de marketing nog preciezer te maken.
Facebook laat zien hoe het steeds preciezer weten van wat u leuk vindt en niet, in de praktijk voor u uitpakt; u ziet vrijwel alleen nog berichten van gelijkgestemden.
Ook nieuwsberichten en advertenties worden voor u gefilterd. Maar dit werkt ook andersom. Sofie gaf ook een paar voorbeelden over hoe er voor nieuwe producten waar niemand op zit te wachten, heel slim een markt gecreëerd wordt.

Er is bekend wat we eten, waar we iets kopen, waar we naartoe gaan enz.
Alles in ons leven wordt onderzocht, alles wat we doen wordt vastgelegd en via vragenlijstjes, feedbackmails en enquêtes wordt daar aan toegevoegd wat we er van vinden.
Ons koopgedrag wordt beinvloed door slim gebruik van grote hoeveelheden data, het inzetten van technieken van (massa)psychologie en marketing.
Het wordt tijd dat we geen enkel onderzoekslijstje meer invullen.

Verspakketten

Ben je gelukkig in je werk?
Voelt het elke dag dezelfde tijd en weg naar je werk gaan niet als een keurslijf?
Kun je met gemak rondkomen van je salaris?
Fijn voor jou!
Ben je misschien iemand die zijn stamppotje bij de stamppotspecialist haalt of je avondmaaltijd laat wokken of bezorgen? Haal jij je koffie in een kartonnen beker bij de een of andere koffiespecialist of heb je ’s ochtends tijd om je eigen koffie te zetten en wellicht zelfs in een thermoskan te doen?
Koop je een broodje bij de zaak op de hoek bij je werk of in de kantine, of stel je thuis een weloverwogen lunch in meeneemverpakking samen?
Jonge werkers van nu vinden het de normaalste zaak van de wereld om maaltijden door professionals te laten verzorgen. Daar minimaal 15 euro per dag aan uitgeven is normaal geworden als je werkt. Je hebt het immers druk zat met je geld verdienen met het werk dat je zo leuk vindt…
De jongste trend van verspakketten van speciaalbedrijven of van supermarkten waarmee je aan de hand van een bijgeleverd recept een ‘home cooked meal’ kan maken neemt een enorme vlucht, als een soort tegenwicht wellicht.
Als je zelf de inhoud van zo’n verspakket bij elkaar zou shoppen, zou het veel minder kosten, vooral als je de tijd zou hebben om naar markten te gaan of je inkopen kan baseren op aanbiedingen.
Maar de doordeweekse markten worden steeds kleiner, er lopen steeds minder mensen rond en die er lopen zijn meestal gepensioneerd, invalide of anderszins werkloos.
Op de dinsdagmarkt waar ik geregeld inkopen doe, is de uiterst goed gesorteerde groenten- en fruitspecialist vermoedelijk het volgende slachtoffer bij de marktinkrimping. Zijn uitgebreide assortiment vergt prijzen die boven het marktgemiddelde liggen. Hij kan niet stunten met (over)rijp fruit en de groenten van het seizoen. Hij heeft de normale prijs nodig om ook al die speciale groenten- en fruitsoorten die je vrijwel nergens anders kunt kopen te kunnen aanbieden.
Een andere marktkoopman komt sedert de kerst niet meer ‘tot het weer aardbeientijd is’, want hij kon in de marktrustige winterperiode niet meer op tegen de stuntprijzen van groenteman nummer drie. Dat diens spullen meestal binnen een paar dagen op moeten schijnt er niet toe te doen. Wie weinig geld heeft kookt elke dag zelf.
Maar de werkende gooit dat rijpe fruit al snel weg en als je te weinig tijd hebt om ook de meest knapperige verse groente te verwerken, ligt die er uiteindelijk slap bij. Tenzij je die gesneden en verpakte groenten uit de super koopt. Hoe krijgen ze het toch voor elkaar om zo’n slamix na een week nog als kakelvers in je koelkast te kunnen laten liggen? (welk stofje en bewerking zorgt daarvoor?) Mijn zelf gesneden sla is al na een dag niet meer om aan te zien…

Kortom: werkenden hebben tegenwoordig weinig tijd voor en/of zin in zelf koken. Steeds meer singles zeggen niet te kunnen koken en terwijl de keuken nog niet zo heel lang geleden het domein van de vrouw was, lijken steeds meer vrouwen met een relatie niet kunnen koken een blijk van emancipatie te vinden.
Ik ben nog van de generatie die een man die kon koken een teken van emancipatie vond en kan genieten van koken als zinvolle hobby.
Tijden veranderen en vrouwen die niet buitenshuis werken om voor de kinderen te zorgen worden steeds zeldzamer.
Ik, kind van de babyboomgeneratie die nu zorgt voor de vergrijzing van ons land, vraag me toch af:
Zijn al die harde werkers nou echt zo gelukkig met hun werk?
Of zijn het brave slaven van het systeem wat we met zijn allen door er aan mee te doen in stand houden?
Ga vooral stemmen 15 maart en heb daarmee een minuscuul beetje invloed op wie van de politieke elite aan de macht komt.
Maar misschien zou je ook eens na kunnen denken hoe je leven er uit zou zien als je minder hard zou werken, dan weliswaar minder geld zou verdienen, maar wel meer tijd zou hebben. Voor jezelf misschien. Of om een goede en voordelige zelf bereide maaltijd op tafel te zetten.
Bijvoorbeeld.