Griepprik

Het is weer die tijd van het jaar; huisartsen roepen massaal hun patiënten uit de zogenaamde risicogroepen op om een griepprik te komen halen. Je behoort tot die risicogroepen als je de 60 gepasseerd bent of hart- en vaat- of long- of suikerziekte hebt of een nieraandoening, verminderde weerstand hebt door chemotherapie enz. Dat zijn dus best veel mensen.
Bij mijn oproep zit dit jaar een uitgebreide fullcolour folder. Natuurlijk samengesteld door het RIVM, dé Nederlandse instelling die namens de overheid Nederlanders wil laten vaccineren voor van alles en nog wat. Het RIVM is natuurlijk ook betrokken bij de massale distributie van jodiumtabletten die plaats gaat vinden in grote delen van het land.
Het RIVM schrijft daarover: Door tijdens een eventueel nucleair incident de jodiumtabletten te slikken, raakt de schildklier verzadigd met stabiel jodium. Hierdoor wordt de opname van radioactief jodium in de schildklier gestopt.
Nou dat is mooi natuurlijk. Maar bij radioactieve straling zijn wel meer organen betrokken dan de schildklier lijkt me…
Ik heb ernstige twijfels bij het nut van die verstrekking, maar voor de farmaceutische industrie is het weer een lekkere inkomstenbron. Minister Schippers die met dit plan is gekomen heeft al vaker laten zien dat ze haar pijpen laat dansen naar ‘big pharma’ en alleen al daarom mogen we blij zijn dat ze in Rutte III niet terugkomt als minister.
Big Pharma, de term die de laatste paar jaar in socia media is ingeburgerd en bijna altijd synoniem is voor kritiek over de uitbuiting die deze industrie pleegt, verdient ook goed aan alle inentingen, zoals de griepprik en alle preventieve entingen bij kinderen.
Vooral bij dat laatste zetten steeds meer mensen vraagtekens. De eerste entingen worden nu al meestal gegeven bij gezonde babietjes van zes (6!) weken. Er wordt tegenwoordig ingeënt voor kinderziekten die we vroeger als normaal beschouwden, zoals de bof en mazelen. Ze worden ons nu voorgeschoteld als gevaarlijke ziekten, maar de risico’s zijn uiterst klein. Tal van artsen en wetenschappers relateren het toenemen van allerlei kwalen bij volwassenen aan de entingen in hun jeugd. De weerstand die we vroeger opbouwden door die kinderziekten te krijgen, had zijn nut beweren deze artsen en wetenschappers.
Uiteraard is Big Pharma het daar niet mee eens. Zoals Big Pharma ook alle rapporten en onderzoeken en bewijzen over alternatieve behandelingen die werkzaam zijn bij kanker van tafel veegt. Logisch, kanker is vermoedelijk de grootste ‘melkkoe’ van de farmaceutische industrie. De chemokuren worden inmiddels voor zulke exorbitante prijzen verkocht dat zorgverzekeraars en artsen, in feite wij allemaal, opgezadeld worden met ethische discussies over wie er wel en niet voor de duurste behandelingen in aanmerking mogen komen.
De patiënt die te horen krijgt dat hij kanker heeft belandt in een rollercoaster waarbij al kort na de diagnose een behandelingsvoorstel wordt gedaan. Vaak wordt al na 1 of 2 weken begonnen met de eerste chemo of bestraling. Dat lijkt misschien gunstig, maar het gaat allemaal zo snel dat terwijl je al een enorme schok moet verwerken je echt geen tijd hebt om goed op een rijtje te krijgen of je die voorgestelde behandeling wel wilt. Tuurlijk, de doktoren en verpleegkundigen zijn uiterst zorgzaam en lief voor je en doen hun uiterste best. Dat is geweldig, en daardoor voel je je ook een beetje veilig en in goede handen.
Maar een gesprek over alternatieven zit er bij het ziekenhuis niet in. Je moet al een flink eind thuis zijn in die wereld, wil je daar voor kiezen. En dan nog; legio zijn de mensen die aarzelen en waarvan de druk van de omgeving om toch vooral te doen wat de dokter zegt te groot is om serieus naar alternatieven te kijken.
Chemo’s krijgen is zo ingeburgerd, lijken we zo normaal te vinden dat je iemand die net de diagnose kanker heeft gekregen eigenlijk niet eens aan kunt doen om te vertellen wat er allemaal aan rapporten is over hoe die chemische troep je lichaam kapot maakt.
De griepprik is ook ingeburgerd.
Maar ik hoef hem niet.
Ik neem het risico wel.
Om griep te krijgen.
In de meer dan zestig jaren dat ik leef, heb ik een aantal keren griep gehad. Als het echt een zware griep was waardoor ik een paar dagen barstte van de spierpijnen bijvoorbeeld en in bed bleef liggen, was dat niet leuk natuurlijk. Maar volgens mijn artsen was het altijd een nieuwe variant. Die zit pas in de griepprik van volgend jaar. Door de griepprik zou ik als ik ziek word minder zware griep krijgen. Maar dat geldt alleen voor al langer bestaande varianten en daar heb ik hoogst waarschijnlijk al weerstand tegen opgebouwd. Zolang mijn immuunsysteem nog goed werkt, blijft Big Pharma daar vanaf. Daar verandert een uitgebreide kleurenfolder van het RIVM niets aan.

NB.
Volgens Skepsis hoor ik omdat ik geen griepprik wil als patiënt in een gesloten inrichting. (Zie laatste regel van dit artikel).
Daar tegenover staat dit artikel van Wij worden wakker.
Wie zich al googlend zelf gaat oriënteren zal tussen deze twee uitersten vele varianten vinden.

Advertenties

Water

Het was kennelijk een storm in een glas water, want je leest en hoort er niets meer over. Toch gaat de suikerhoudende frisdrank in 2018 in de ban op middelbare scholen. De light versies blijven vaak wel verkrijgbaar. Dat is vreemd. De laatste tijd gaan de discussies over ‘leugensuikers’ alleen nog maar over het al dan niet dikmakende effect daarvan doordat het lichaam ermee gefopt wordt.
Die kunstmatige zoetstoffen hebben effect op je gezondheid. Met name aspartaam, wat nog steeds veel wordt toegepast in light producten, vooral frisdranken, is ook op andere manieren slecht voor je lijf. Bewezen en wel. Ik heb zelf de ervaring dat het drinken van light frisdranken mijn zicht aantast. Maar aspartaam doet nog veel meer.
Ik citeer uit een artikel in Ecowijs:
“Al in 1973 is door Amerikaanse onderzoekers aangetoond dat Aspartaam het zenuwstelsel aantast en dat het zeer kankerverwekkend is. (…)
Aspartaam kan maar liefst 92 bijwerkingen veroorzaken, waaronder hoofdpijn, darmaandoeningen, hyperactiviteit, dementie, onvruchtbaarheid, tumoren en ga zo nog maar even door. De zoetstof kan ook de ziekte van Alzheimer, Parkinson en Multiple Sclerose veroorzaken of verergeren.
Andere benamingen voor aspartaam zijn: Phenylaline, Candarel, Nutra Sweet, Natrena, Sacharine en sinds kort Amino Sweet.”
Bovendien is Aspartaam E-nummer 951.
Toch zit Aspartaam in ontelbare producten.

Het is te gek voor woorden: We moeten steeds meer betalen voor een gezondheidszorg die inmiddels grotendeels gedicteerd wordt door verzekeraars (banken) en de farmaceutische industrie en onze voedselindustrie levert ons ziekmakende producten. Daar kan menige complot theoreticus zich flink in vastbijten.
Marketing- en reclametechnieken hebben ons wijsgemaakt dat we de vreemde drankjes van de industrie nodig hebben om onze dorst mee te lessen.
“Water is voor honden,” zei een vader die verbolgen was over het in de ban doen van suikerhoudende frisdranken.
Wijlen mijn moeder was zo niet meer gewend om water te drinken dat toen ze ouder en ziek werd en kreeg aangeraden meer water te drinken met grote stelligheid beweerde dat ze dorst kreeg van water drinken. Ik ken meer mensen die dat beweren.
En ja, het kan kloppen!
Water is namelijk de enige drank die in zijn puurheid in staat is je lichaam te helpen ontgiften.
Onze lichamen zijn zo vergiftigd door slechte voeding, vuile lucht enz. dat we juist veel water zouden moeten drinken. Deed je dat niet en begin je daarmee, dan zal je lichaam dankbaar aangeven meer van dat zuivere spul te willen en ja, dat laat het lichaam voelen als dorst.
Ik pleit voor volledig in de ban doen van alle frisdrank, vooral de lightversies en een campagne te beginnen voor het behoud van zuiver water.
Want dat wordt steeds zeldzamer. Grote voedingsindustrie giganten, zoals Nestlé, zijn al jaren bezig alle natuurlijke waterbronnen op te kopen. Water is volgens Nestlé niet een recht voor iedereen, maar een product waar ze winst mee maken.
Water genoeg in de wereld, maar het vrij verkrijgbaar zijn van schoon water is bijna nergens in de wereld meer aan de orde. 😦
Met weemoed denk ik terug aan een bezoek aan Tasmanië in 1996. Water kwam daar gewoon via plastic slangetjes vanaf beken en riviertjes de huizen in. In de meren kon ik met mijn handen zuiver water scheppen. Tsjonge wat smaakte dat goed! Maar Tasmanië wordt vergeven door de koperindustrie en het schone water wordt gebruikt om energie op te wekken voor het zuiden van Australië.
Overal in de wereld wordt water vervuild en bronnen van schoon water opgekocht door de industrie.
Het massaal aan kanker stervende ‘volk’ staat er bij en kijkt ernaar… Komt het volk wel in opstand dan staan de politielegers klaar om de belangen van de industrie te beschermen zoals bij de aanleg van de Dakotapijplijn. Die pijplijn moet schaliegas gaan vervoeren. Schaliegas, dat zo diep en zo smerig gewonnen wordt dat het overal het grondwater aantast… De EU is voorstander van het winnen van schaliegas overal in Europa…
De industrie met de politiek als hun pionnen zorgen voor het toenemende tekort aan zuiver drinkwater in de wereld en gebruikt de overbevolking als excuus om hun macht ook in de watervoorziening te vestigen.
Zelfs ons veelgeprezen Nederlandse leidingwater blijkt vaak restanten van chemicaliën waaronder die van medicijnen te bevatten.
Ik gebruik een waterfilterkan, maar tsjonge, wat verlang ik naar dat levende water dat ik in 1996 proefde.

Slakken

Er zijn (amateur)tuinders die slakken verzamelen in een emmertje en die dan van tijd tot tijd legen in een stukje natuur. Er zijn tuinders die slakkengif strooien waarvan een deel zogenaamde eko-korrels. Slakken sterven er een nare langzame dood door. Ik zou waarschijnlijk tot die eerste categorie zijn gaan behoren als ik niet in het eerste jaar van mijn huidige woning een gruwelijke ervaring had opgedaan. Achter mijn huis grenst mijn minituintje aan andere tuinen middels een hoge muur. Op een vochtige nazomerse dag waren de stenen van die muur bijna onzichtbaar geworden door een overweldigende hoeveelheid huisjesslakken.
Ik vond en vind slakken prachtige dieren, maar van zo’n invasie liepen me de rillingen over de rug. Honderden en nog eens honderden slakken zaten daar op de muur bij mijn balkon-op-de-begane-grond zoals ik mijn minituintje al snel was gaan noemen.
Na ampel nadenken nam ik een vreselijk besluit. Ik heb de grote rubberen hamer gepakt waar je tentharingen mee de grond in hengst en ben gaan slaan. Slakkenvocht spatte op een gegeven moment in mijn oog. Mijn verdiende loon vond ik, maar ik ben doorgegaan tot er geen slak meer leefde.
Mijn motivatie voor deze moordpartij haalde ik uit de overtuiging dat zo’n overweldigend aantal slakken op amper 3 vierkante meter grond een teken was van volslagen ecologische onevenwichtigheid. En dat terwijl slakken een belangrijke schakel zijn in elk ecosysteem. Ze zijn de grote opruimers van planten. Zwakke planten helpen ze met afsterven. Wat de meeste tuinders niet begrijpen is dat de cultuurgewassen die ze telen door slakken worden aangezien voor zwakke planten.
Met al dat veredelen wat de mens heeft gedaan hebben we  zwakke rassen gecreëerd die we zo ongeveer moeten vertroetelen om tot volle wasdom te komen. Slakken erbij weghouden is dan ook een must om die gewassen nog zelf te kunnen consumeren. Oergewassen worden door slakken met rust gelaten tot de plant zelf begint met afsterven. Bij de meeste tuinders zijn dit uitsluitend nog kruiden zoals salie en tijm. Ik zou ook lavendel hebben genoemd, ware het niet dat daar inmiddels ook veel geknutselde versies van op de markt zijn die je meestal herkent aan een uitbundiger bloeiwijze.
Op mijn moestuin plet ik nog steeds toevallig opvallende slakken onder een steen of mijn laars. Ik blijf het de meest humane manier vinden, maar gelukkig word ik er niet van.
Recent nam ik mijn kleindochtertje voor het eerst mee naar de moestuin. Ik liet haar allerlei gewassen proeven wat ze heel interessant vond, maar het meest interessant vond ze iets dat ze zelf in het gras vond; een grote naaktslak.
Het diertje had zich meteen opgerold en mijn kleindochter bekeek hem in haar nog onhandige knuistje van zoveel mogelijk kanten. Ze kneep er een paar keer in. Ze verplaatste hem naar haar andere handje en keek met verbazing naar de slijmerige slakkenafscheidingen in haar lege knuistje.
Ik kreeg niet de indruk dat ze begreep dat ze een dier in haar handen had. Ik probeerde het haar duidelijk te maken door de slak even over te nemen en in het gras te zetten. Maar de uiterst langzame bewegingen waarmee de slak zich begon uit te strekken werden door mijn kleindochter niet herkend als dierlijk leven. Ik vermoed dat haar snelle, zestien maanden jonge hersens die zo ongelooflijk veel tegelijk leren, dat super langzame tempo niet konden volgen.
Misschien is dat ook wel een verklaring waarom de meeste tuinders niets voelen bij het doden van slakken. Toch zou ik eenieder willen aanraden om juist (het gedrag van) een slak eens uitgebreid te bestuderen. Een prachtige meditatieve bezigheid.
Ik zou ook eigenlijk wel tot die eerste categorie tuinders willen behoren; die de slakken vangen en elders uitzetten. Maar dan zie ik weer die muur voor me en besluit ik voor de meest humane manier die ik ken: één fikse klap.

 

 

 

Het kwaad bestaat

In spirituele kringen wordt nog wel eens de gedachte gehuldigd dat het kwaad eigenlijk niet bestaat. Zoals het donker ook eigenlijk niet zou bestaan, maar een kwestie is van gebrek aan licht, zou in al het kwaad ook diep van binnen het licht schuil gaan.
Maar in diezelfde kringen wordt ook het bestaan van yin/yang erkend, wat aangeeft dat tegenstellingen onlosmakelijk verbonden componenten zijn, die niet zonder elkaar kunnen bestaan. Weliswaar schuilt in het zwarte vlak een witte punt, en in het witte vlak een zwarte punt, maar het echte evenwicht tussen goed en kwaad, zwart en wit, dag en nacht zou dan dat dunne lijntje zijn tussen de tegenstellingen.
Als je het yin-yang symbool van toepassing zou verklaren op de mensheid, zouden er maar erg weinig mensen zijn die op dat flinterdunne lijntje lopen.
Misschien verklaart dat waarom de wereld er zo lang over doet om in te zien wat er werkelijk aan de hand is met de regering Trump.
In een artikel in de Groene Amsterdammer wordt het nu haarfijn uitgelegd:
De regering Trump is een miljardairsbende die bewust de wereld in chaos stort. Een roversbende is het, die geen pest geeft om de bevolking, maar uitsluitend bezig is zichzelf verder te verrijken en hun rijkdommen te beschermen.
Oorlog is goed voor hun business en dat het milieu naar de knoppen gaat kan ze ook geen f*ck schelen want ze verkeren in de illusie dat zij met hun geld genoeg alternatieven voor zichzelf en hun mederovers kunnen creëren om er geen last van te hebben. Hetzelfde geldt vermoedelijk voor een kernoorlog.
Het artikel, met de veelzeggende titel ‘Meesters van de chaos’ is een ingekort hoofdstuk uit Naomi Kleins nieuwe boek Nee is niet genoeg dat volgende week verschijnt en wil ons wakker schudden.
Naomi Klein probeert ons al jaren wakker te schudden, evenzo vele alternatieve en spirituele ‘zieners’.
Maar waarom gebeurt dat dan niet? Waarom wordt de mensheid niet wakker?
Waarom zitten we gewoon nog steeds te gniffelen om een ‘domme’ Trump die in werkelijkheid helemaal niet dom is, maar met alle mogelijke middelen bezig is zijn doelen te realiseren. Het zou mij niet verbazen als een van die doelen het decimeren van de mensheid is.
De mensen rond Trump zijn gewetenloze schurken die zich aan niets of niemand wat gelegen laten liggen. Het komt ze wel uit dat Trump nu gezien wordt als een mafkees, maar wie wakker is kan zien wat er echt aan de hand is.
Waarom worden we dan toch niet massaal wakker????!!
Waarom denkt het ‘gewone volk’ nog steeds dat ze geen macht hebben, dat ze niets kunnen veranderen? Waarom dachten zoveel Amerikanen dat een gevaarlijke gek als Trump en rechts aan de macht goed voor hen zou zijn? Waarom denkt überhaupt nog steeds de halve mensheid dat wat vroeger ‘rechts’ heette ook maar ergens goed voor is?!
Omdat, lieve mensen,
het kwaad echt bestaat. En het kwaad bedient zich niet alleen van macht, maar ook van domheid, van het aanjagen van angst.
Het was een rechtse president, een miljardair, die 9/11 bedacht, maar nog steeds denkt de halve goedwillende mensheid dat als je zegt dat 9/11 een inside job was, je een gek bent die aan complottheorieën doet.
Nee lieve mensen;
9/11 was een goed voorbereide stap om de mensheid, de gewone bevolkingen, angst aan te jagen. Om de mensen rijp te maken voor volgende stappen.
Een angstig volk laat zich gedwee van alles door de strot duwen om een schijn van veiligheid te verwerven. We hebben al onze privacy op straat gegooid, alles wat er over ons te weten te komen valt, is in handen van particuliere bedrijven met miljardairs aan het hoofd.
Misschien is onze laatste hoop nog wel dat sommige van die miljardairs niet meedoen met de roversbendes.
Of misschien kunnen die spirituele kringen, of het nu newagers zijn, christenen of moslims, met hun Licht en Liefde het tij nog keren.
Maar dan moeten ze wel verrekte snel zijn.
Er zal veel Licht en Liefde nodig zijn, om het kwaad dat nu regeert, te overwinnen. Of op zijn minst te verhinderen dat de kwaadwillende machthebbers in deze wereld nog meer stappen kunnen zetten voor het ontwrichten van de samenleving en het onleefbaar maken van onze prachtige planeet.
Lieve Mensen, wordt nou toch wakker!

Paardpad

Na een wandeling over de Boschplaat genoot ik van verrukkelijke venkel-courgettesoep in Heartbreak Hotel. Het is echter al meer dan twee uur geleden dat ik na die soep mijn wandeling voortzette door over het strand naar het westen te lopen. Het wordt tijd dat ik het strand verlaat, maar ik begin te vermoeden dat het strand te breed is om vanaf de waterlijn zicht te hebben op een pad door de duinen. De duinen doorsteken zonder pad is op Terschelling geen goed idee. Een paar dagen eerder zakte ik bij het beklimmen van een duin tot mijn kuiten in het zand, moest ik op mijn kont zittend een duin af.
Het strand is bijna geheel verlaten. Het afgelopen uur ben ik twee stellen met en een stel zonder hond tegen gekomen en ik ben een groepje mensen gepasseerd die aan het zeevissen waren.
In de verte zie ik een grote groep ruiters het strand opkomen. Lastig tellen op zo’n afstand, maar het zijn er zeker negen. Waar ze vandaan komen zou mijn pad door de duinen kunnen zijn, maar een mens heeft maar twee benen dus is de vraag of het ruiterpad ook voor mij geschikt is om te lopen. Ik loop door, nog meer in de verte zie ik een vlag, waarschijnlijk is dat paviljoen Kaap Hoorn.
Als ik ter hoogte van het ruiterpad ben, komt er een groep mensen vandaan lopen, ze hebben een wandelwagentje met peuter bij zich. Weliswaar dragen twee mannen dat wagentje tussen hen in, maar het lijkt me dat ze zoiets niet op een heel lang rul ruiterpad gedaan hebben.
Ik begin richting de duinen te lopen, het gebulder van de golven achter me latend. Wat een rust!
Als ik de groep passeer, reageert slechts een man, zo te zien de oudste, op mijn groet. Bij de duinrand gekomen besluit ik eerst een broodje en wat water te nuttigen. Dan zie ik de jongen met de hoed die bij de groep was en me opviel door zijn hippieachtig uiterlijk, terug lopen. Als hij mij bijna passeert groeten we elkaar.
“Weet je waar dit pad heen gaat?” vraag ik. “Pad heen?” herhaalt hij. Ik zie hem denken. “Dit paardpad,” zegt hij. Ik probeer het nog een keer. “Ja, maar waar komt het uit?” “Dit paardpad. Daar fietspad,” zegt hij na enig nadenken. “Thank you,” zeg ik. Dat ik uitgerekend aan een buitenlander de weg vraag.
Ik begin het duin op te klimmen via het paardpad. Het is behoorlijk rul, maar ik schort mijn oordeel op tot ik op de top van het duin het landschap kan overzien. Het duin is smal hier, niet ver achter de duinen zijn grote groene weides. Daar tussendoor zie ik een fietser rijden. Een verhard fietspad is een verlokkelijk vooruitzicht na al die tijd door zand gelopen te hebben. Eerst nog een stuk ruiterpad dat op de top van de duin een flink stuk smaller wordt. Er komen kennelijk veel paarden hier langs; ik zie zoveel poep liggen dat ik besluit mijn schoenen aan te trekken. Ook handig voor de takjes die even later het witte pad bruin kleuren.
Een man en vrouw passeren me tijdens hun klim het duin op. Hij groet terug, zij aarzelt. Aan de manier waarop mensen je groeten kun je veel aflezen. Op Terschelling onderscheidt het minimaal de eilanders van bezoekers. Eilanders groeten altijd. Open en duidelijk. Meer dan de helft van de gasten die ik op het fietspad groet, groet helemaal niet terug.
Naast het fietspad gaat het ruiterpad door. Er komt een groep ruiters over tegemoet lopen. Als ze bijna passeren blijf ik staan. De ruiters keuren me geen blik waardig. Ik knik de paarden toe. Ze knikken terug. De paarden zijn ook Eilanders.
paardpad

Nog een column over Terschelling –>

Mooi he

Ze is die dag op de kop af 16 maanden jong. Lopen doet ze nog niet los, maar communicatie heeft al haar aandacht en ze is er voorlijk mee.
We bezoeken een speeltuin die meedoet aan de mode van constructies van waterbassins en pompen waar in combinatie met zand eindeloos speelplezier te beleven valt. De installatie in deze speeltuin is gigantisch. Ik bedien een van de pompen en zij loopt heen en weer langs een vier meter lange waterbaan om aan beide zijden daarvan met haar handje het water op te vangen.
Een paar keer komen er jongens even pompen, spelen, pluggen in en uit bassins doen. 6, 7 jaar zijn ze en mijn kleindochtertje vindt ze heel interessant. Als ze haar passeren zegt ze wat tegen ze, maar ze hebben geen aandacht voor zo’n dreumes met een taaltje dat ze niet goed verstaan.
Er is ook een jongen die alleen speelt. Met een plug in het bovenste bassins stopt hij het water dat richting mijn kleindochter loopt. Ze vindt het niet erg. Ze kijkt gebiologeerd toe hoe hij het water via een andere waterbaan naar een schoepenrad leidt dat er door gaat draaien. Bij het weggaan passeert hij haar, ze zegt wat tegen hem, maar ook hij negeert haar. Ze kijkt heel beteuterd.
“Zal ik weer gaan pompen?” vraag ik . “Ja!” zegt ze blij en daar gaan we weer door met hetzelfde spelletje van heen en weer lopen en haar handje onder de straaltjes houden.
Dan komt de jongen met de bril weer terug. Mijn kleindochter ziet hem aankomen, gaat op haar hurken en neemt met kikkersprongetjes een supersnelle spurt naar het schoepenrad. Ze gaat er pal naast zo rechtop mogelijk zitten, wacht tot de jongen in de buurt is en steekt dan haar vingertje uit naar het schoepenrad en zegt luid en duidelijk “Mooi he?!”
“Ja!” zegt de jongen.
Stralende lach op het gezicht van mijn kleindochter. Het is haar gelukt contact te maken.

Ik vertelde dit voorval aan vrienden waarvan er natuurlijk weer een paar begonnen over ‘nieuwetijdskinderen’.
De kinderen van nu zijn wellicht slimmer dan de kinderen van vorige generaties, maar vermoedelijk is dat door de eeuwen heen het geval. We worden steeds slimmer, we weten steeds meer. Er is zelfs een evolutietheorie over, de wet van Haeckel: de ontogenie is een herhaling van de fylogenie.
En sommige kinderen zijn op sommige vlakken extra slim. Ook mijn dochter was snel met haar taalontwikkeling. Toen die nog geen twee jaar was, zong ze al tien sinterklaasliedjes helemaal perfect.
We woonden in een schakelflat en hadden samen met nog vier andere flatwoningen de beschikking over een grote woonhal. Volgens de verhuurder pasten wij qua profiel niet zo goed bij de andere gebruikers van die woonhal, maar ik vond het al geweldig dat er nog twee gezinnen jonge kinderen hadden.
Mijn dochtertje kwam op een dag huilend terug van de woonhal die we tot een soort speelhal hadden bestempeld en waar ze met de buurkinderen gespeeld had. Ze zei letterlijk: “Mam, ze leven in een heel andere wereld als ik, maar daarom kan je toch wel aardig voor elkaar zijn?!”
2 jaar en vier maanden jong.
Daar is deze dreumes van 1 jaar en 4 maanden een waardige dochter van.

(Voedsel)veiligheid

Sedert 9/11 is veiligheid HET woord waarmee overheden en andere instanties ons van alles door de strot duwen. Allerlei maatregelen zijn voor onze veiligheid en daar moeten we het verlies van privacy maar bij op de koop toe nemen.
Het woord veiligheid wordt ook steeds meer gekoppeld aan andere begrippen.
Zoals voedselveiligheid.
Als consument zijn we zelf voor een groot deel verantwoordelijk voor onze voedselveiligheid, las ik recent in een groot krantenartikel. Doordat wij als consument alles goedkoop willen, zouden er veel grotere risico’s worden genomen dan als we meer zouden willen betalen volgens dat artikel.
Zo worden we stap voor stap gemasseerd om meer geld aan voedsel te gaan uitgeven. Maar het is natuurlijk lariekoek.

Even los van de discussie of het beetje fipronil in de eieren alle commotie rechtvaardigt of niet, het luizenbestrijdingsmiddel werd ook gebruikt door kippenboeren die biologisch op hun verpakking mogen zetten. Of vrije uitloop eieren. Dat bestrijdingsmiddel had het predikaat ‘natuurlijk’ tot een Belgische firma bedacht fipronil aan het middel toe te voegen. Die firma heeft veel op haar geweten dat moge duidelijk zijn, maar hoe ‘natuurlijk’ was het middel zonder fipronil eigenlijk? Kamille is ook een natuurlijk middel, maar als je daar veel van binnen krijgt is het ook schadelijk. Ik vraag me af hoe biologisch zo’n boer nou eigenlijk is die 100.000 kippen in een schuur heeft zitten met een stuk grond erbij waar de kippen naar kunnen uitlopen en die van tijd tot tijd stallen en dieren met een middel bestuift of besproeit tegen ziektes en ongedierte?
De grootschaligheid is het probleem en de grootschaligheid wordt enerzijds in de hand gewerkt door de almaar toenemende overbevolking en anderzijds omdat geld de god van deze tijd is.

Nu steeds meer mensen voedsel dat uit fabrieken komt wantrouwen, wordt er de ene na de andere publicatie geschreven die dat wantrouwen probeert te weerleggen. Dan ligt voedselveiligheid ineens niet meer bij dat we goedkoop voedsel proberen te kopen, maar moeten we gewoon meer vertrouwen hebben in de door de EU goedgekeurde voedseladditieven. Bijvoorbeeld.
Ik vond deze omschrijving bij E407:
“e-nummer 407, ook wel Carrageen, is geen goed en geen slecht e-nummer. Het is een natuurlijk verdikkingsmiddel en er is geen eenduidig beeld van schadelijkheid. Bij grote inname zou het kunnen leiden tot darmstoornissen, allergieën en verminderde opname van mineralen.” Wat een zin: “geen eenduidig beeld van schadelijkheid”.
Carrageen schijnt gemaakt te worden van wieren, maar waarom worden die dan niet gebruikt om te verdikken? De voedselindustrie lijkt steeds meer op een chemische fabriek waar planten uit elkaar worden gerafeld en als kleine stofjes met onuitspreekbare namen aan ons voedsel worden toegevoegd.
Dan gaat het ineens niet meer om dat de consument te goedkoop voedsel wil of dat we meer vertrouwen moeten hebben in de EU, maar om de winstmaximalisatie van de fabrikant.

Ook mensen krijgen allerlei middeltjes tegen ziekten toegediend. Het woord vaccinatieveiligheid is vermoedelijk te lang dus roept het RIVM dat een inentingsgraad onder de 95% gevaarlijk is voor de volksgezondheid.
Hoezo? Die entingsstofjes moeten toch zorgen dat degene waar ze bij ingespoten worden immuun wordt voor bepaalde ziekten, daar hebben andere mensen toch niks mee te maken?
Babietjes krijgen tegenwoordig hun eerste inentingen als ze zes (6!) weken oud zijn. Terwijl iedereen weet dat een kind dat nog borstvoeding krijgt allerlei immuunstofjes van de moeder krijgt.
Waarom moet iedereen ingeënt worden tegen rode hond terwijl de ziekte alleen gevaarlijk is voor zwangere vrouwen? Dan hoef je jongetjes er toch niet mee in te enten?
Sommige hulpstoffen van inentingen zijn ronduit dubieus te noemen, er is zelfs kwik aangetroffen! Maar bij de entingen die je kind krijgt op het consultatiebureau worden geen bijsluiters geleverd.
Bij natuurlijke producten zoals gedroogde geneeskrachtige kruiden mag niet meer vermeld worden waar de plant bij kan helpen, en dus ook maar geen bijsluiter bij zulke gevaarlijke producten als vaccins?!
Het aantal auto immuunziekten neemt toe. Artsen van andere disciplines dan de allopathische wijzen al jaren naar de inentingen als mogelijke oorzaak. Veel kinderziekten hadden volgens hen een functie bij de ontwikkeling van het immuunsysteem.
Maar als steeds meer ouders vraagtekens zetten bij deze ontwikkelingen, is er ineens sprake van een onveilige situatie voor de volksgezondheid.

Veiligheid… het is een drogreden geworden om ons van alles door de strot te duwen.