Verzorgingsstaat

Afgelopen zomer kwam terwijl ik door de stad fietste, een flard van een gesprek uit een op hoog volume staande radio tot me: “…afschaffing van de verzorgingsstaat” verstond ik. Niets meer en niets minder.
Ik dacht meteen “zie je wel”.
Wat we na de tweede wereldoorlog en vooral sedert de zestiger jaren hadden opgebouwd, is niet meer.
Het toverwoord bij die veranderingen was: marktwerking.
In 2006 werd het ziekenfonds afgeschaft. Achteraf lees ik bij evaluaties van die verandering in de zorgverzekering dat het nadeel van het oude systeem was dat er een tweedeling in de zorg was ontstaan. Nooit iets van gemerkt, noch toen ik ziekenfondsverzekerde was, noch toen ik als zelfstandige particulier verzekerd was. Voor dezelfde dekking ben ik nu meer kwijt in euro’s als toen in guldens en toen waren mijn twee kinderen nog meeverzekerd.
Het wordt steeds duurder en wat je er voor terug krijgt steeds minder. Sinds de marktwerking in de zorg volledig werd doorgevoerd in 2012 vliegen de prijzen nog meer de pan uit. Mensen die vroeger ziekenfondsverzekerden zouden zijn geweest zijn steeds vaker onvoldoende verzekerd en hun keuzevrijheid voor artsen, ziekenhuizen enz. wordt steeds verder ingeperkt. Terwijl de laagbetaalden geen geld meer hebben voor fysiotherapie, kunnen de rijken onder ons nog net als voorheen hun personal trainer aan huis laten komen.
De marktwerking is inmiddels voelbaar in alle zorgsectoren.
Wat er nog aan overheidstaken over is, is van de rijksoverheid verschoven naar de gemeenten. Hoe dat in jouw gemeente uitpakt hangt o.a. af van hoe rijk jouw gemeente wel of niet is. De verschillen tussen plaatsen in ons land zijn hier en daar ronduit schrijnend.
In alle organisaties die zorgtaken uitvoeren is het toverwoord naast marktwerking nog steeds bezuinigen.
Terwijl eigenaren en managers van particuliere organisaties nog steeds rijk kunnen worden van onze zorgpremies, zijn de mensen die het eigenlijke werk moeten doen of een paar jaar terug al ‘afgevloeid’ of van vast werk naar flexcontract gegaan en is hun inkomen te laag om zelf pensioenregelingen te treffen e.d.

Mijn vader verhuisde na de dood van mijn moeder een aantal jaren geleden naar een aanleunwoning bij een verzorgingstehuis. Eén van de voordelen die hij daar in zag was dat als hij minder voor zichzelf kon zorgen, hij dan makkelijk hulp kon krijgen. Dat blijkt nu hij 93 is en aan het dementeren ook inderdaad het geval. Maar bij die hulp hoorde ook dat er voor hem gekookt kon worden. Het huis had een leuke kantine annex recreatieruimte daarvoor, die in de tijd dat hij er woonde werd verbouwd tot een prachtig restaurant. Wat wij niet wisten was dat met die verbouwing de zorg voor warme maaltijden werd uitbesteed aan een particuliere organisatie.
Die hield het na een paar jaar voor gezien: het koken voor de bejaarde bewoners was niet rendabel.
Er wordt nu alleen nog om 12 uur een warme maaltijd verstrekt. Voor mensen als mijn vader is na alle langzaam uitgevoerde rituelen van het begin van de dag dan net de ontbijttijd geweest.
De marktwerking heeft weer toegeslagen.

Het woord verzorgingsstaat had een nare bijsmaak gekregen. Maar dat woord sloeg op veel meer dan de zorg voor onze zieken en zwakkeren. Met de zorg was weinig mis.
Behalve dan dat het te duur werd zeiden bestuurders. Maar het is sedert de marktwerking in de zorg zijn intrede deed echt niet goedkoper geworden.
Wat maakte die zorg nou steeds duurder?
De graaicultuur.
Dat was al tijden bezig. Zo herinner ik me de vader van een kennis die in de negentiger jaren een bedrijfje in thuiszorg begon en twee jaar later miljonair werd door het bedrijfje te verkopen.
In plaats van dit soort wantoestanden te veranderen en controles te verbeteren door de overheidstaken in de zorg meer aandacht te laten geven voor prijsbeheersing, is de prijsontwikkeling nu helemaal een speelbal voor de hebzuchtige jongens van de vrije markt. Zodanig dat, om maar wat te noemen de farmaceutische industrie nu zelf bepaalt of een geneesmiddel nog wel of niet betaalbaar is en hun graaiende collega’s bij de verzekeraars bepalen of u het onbetaalbare goedje nu wel of niet vergoed krijgt.
Het lijkt erop dat de kabinetten Rutte de graaicultuur alleen maar verder faciliteren.
In ieder geval is de tweedeling in de zorg groter dan ooit.

.

Advertenties

Orgaandonaties

Op 3 december 1967 werd voor het eerst met succes een harttransplantatie uitgevoerd in het Groote Schuur-Hospitaal in Kaapstad door een team van 31 artsen. Louis Washkansky, een Poolse emigrant in Zuid-Afrika, was degene die dit voorrecht genoot.
Nu, zo’n 50 jaar later, zien we zo’n transplantatie niet meer als een voorrecht, maar als een recht. Er mist echter iets om dit recht aan eenieder die dat nodig heeft te verlenen; genoeg donoren.
Dus vinden sommige politici nu dat het recht om over ons eigen lichaam te beschikken moet veranderen. Wie niet voor zijn of haar dood duidelijk te kennen geeft geen orgaandonor te willen zijn, zal na overlijden aan allerlei apparatuur gekoppeld worden zodat o.a. de bloedsomloop blijft werken opdat artsen allerlei delen van je lichaam zullen kunnen ‘oogsten’. Dat kan gaan van aansprekende organen als hart en lever, maar ook om netvlies, stukken huid, neus of oren of wat dan ook.
Deze omkering van de donatiewet is dubieuzer dan voorstanders willen doen voorkomen.
Wat betekent dit bijvoorbeeld voor mensen die hun hele leven wilsonbekwaam zijn zoals ernstig verstandelijk gehandicapten?
Aspecten als deze en nog veel meer komen deze week aan bod in de diverse praatprogramma’s die volop aandacht geven aan het fenomeen donorschap. Aanleiding is de nieuwe orgaandonatiewet. Die wet is j.l. 13 september aangenomen in de Tweede Kamer en staat nu op de agenda van de Eerste Kamer.

Ik mis een belangrijk aspect in al die gesprekken, namelijk de vraag: hoe dood ben je eigenlijk als je organen ‘geoogst’ worden? De transplantatiestichting schrijft daar over: “De procedure voor orgaandonatie begint als duidelijk is geworden dat iemand niet meer kan herstellen. En dat het geen zin meer heeft om hem verder te behandelen (…) Orgaandonatie gebeurt na hartdood of hersendood.”
“Iemand is hartdood als het hart minimaal 5 minuten niet meer klopt. Er gaat geen bloed meer door het lichaam. Deze persoon is overleden.”
“Bij hersendood is het volgende zeker: -alle delen van de hersenen zijn dood, -de hersenen kunnen niet meer herstellen, -er is geen elektrische activiteit in de hersenen, -er gaat geen bloed meer door de hersenen, -dit is onomkeerbaar”.

Toch zijn er tal van getuigenissen dat het lichaam van een persoon die hersendood is, reageert als er in het lichaam gesneden wordt om organen te verwijderen.
De Transplantatiestichting schrijft: “Iemand die hersendood is en aan het beademingsapparaat ligt, ziet er heel anders uit dan hoe we een dode normaal gesproken zien. Iemand die is overleden aan een hartstilstand, is stil en koud en ademt niet meer. Bij iemand die hersendood is, gaat de borstkas op en neer. Dat komt doordat een beademingsapparaat lucht in de longen blaast. Daardoor blijft het hart kloppen en het bloed stromen. Ook houden artsen onder andere de temperatuur en de bloeddruk van de donor kunstmatig op peil”.
Er zijn mensen die vinden dat door deze toestand iemand nog ‘leeft’, maar ernstiger zijn de twijfels van mensen over het toepassen van het begrip ‘hersendood’. Dat begrip verschilt op allerlei plaatsen op deze planeet.

“Het fundamentele probleem is dat je geen organen kunt transplanteren van een echte dode. Vandaar ook de pogingen om ‘dood’ opnieuw met ‘hersendood’ te definiëren om transplantatie maar mogelijk te maken,” verklaarde David W. Evans, Amerikaans cardioloog.

De discussie hierover is in het publieke debat nog nauwelijks begonnen…

De verkeerde discussie

Aan de praattafels op televisie gaat het nog steeds vaak over dat er zoveel veranderd is sedert 9/11, de moord op Pim Fortuyn (6 mei 2002) en vooral sedert die op Theo van Gogh (2 november 2004). Dan gaat het gesprek over hoe die moorden mede oorzaak zijn van dat bevolkingsgroepen steeds verder uit elkaar gedreven worden. Dat soort gesprekken werken, onbedoeld wellicht, mee aan dat van elkaar vervreemden.
Er was weer zo’n soort discussie in DWDD op 6 december over ‘De stand van het land’. Het draaide om de vraag: Hoe kon het ooit zo tolerante Nederland veranderen in een multi-cultureel drama?

Barbara Baarsma, hoogleraar marktwerking- en mededingingseconomie aan de UvA had het in dit verband zoals vaker over het belang van onderling vertrouwen. Volgens haar is dat toegenomen, maar waar baseert ze dat op? En vertrouwen tussen wie of welke groepen?
De onderklasse van de samenleving heeft de overheid nooit vertrouwd.
“In Den Haag zijn het allemaal zakkenvullers” is een uitspraak die ik lang geleden al van taxichauffeurs en vele anderen mocht optekenen.
Het is er niet beter op geworden.
Steeds meer feiten komen aan het licht dat er inderdaad op regeringsniveau nogal wat zakkenvullers rondliepen en ongetwijfeld nog steeds lopen. Ook wordt steeds duidelijker hoe politici, hoe goedwillend ze soms ook zijn begonnen, uiteindelijk als ze deelnemen aan de regering, door macht gecorrumpeerd worden.
Ook de middenklasse en hoger opgeleiden moeten zo langzamerhand toegeven dat er iets schort aan de relatie overheid-burger. Dat gaat nog schoorvoetend.
Als je mensen kent die op leidinggevende posities zitten heb je de neiging om andere leidinggevenden in bescherming te nemen. Zoals beschaafde mensen altijd denken dat andere mensen ook beschaafder zijn dan ze zijn.

Misschien zou het aan die tv discussietafels meer moeten gaan over vertrouwen. Niet omdat het kabinet Rutte III als motto heeft ‘vertrouwen in de toekomst’, maar omdat de burger zijn eigen overheid niet meer kan vertrouwen (zie vorige column Beerput Nederland)
Misschien zouden we deze vragen eens moeten stellen:
Hoe voorkomen we dat overheden als de onze vervreemding in feite stimuleren
en wel door in hoofdzaak 2 feitelijkheden:
1. meewerken aan het creëren van een angstcultuur waardoor burgers zowel tegen elkaar worden opgezet als bij voorbaat monddood worden gemaakt
2. met allerlei stiekeme agenda’s in feite lak hebben aan de burger.

Nog een paar vragen:
Hoe zorgen we ervoor dat de burger niet meer gemanipuleerd wordt
en democratie niet steeds meer een farce blijkt?

Wezenlijke normen en waarden, zoals er zijn voor elkaar, zijn meer te vinden bij de zogenaamde onderklasse dan bij de machthebbende lagen van de bevolking. Of zie ik dat verkeerd? Hebben misschien alle lagen en groepen in de samenleving met elkaar gemeen dat ze vooral solidair zijn met hun eigen groep en is dat juist waarom de kloof steeds groter wordt?
Maar hoe komt het dan toch dat juist die onderklasse stemt op machthebbers die het beste kunnen liegen en uiteindelijk niet het beste met hen voor hebben?
Hoe zouden we dat kunnen veranderen?

Wellicht heeft Barbara Baarsma gelijk en moeten we beginnen met elkaar weer vertrouwen. Maar waar begint dat? Bij het touwtje uit de deur waar Jan Terlouw al eens voor pleitte?
Bij 1,4 miljard dividend belasting kwijtschelden aan internationals terwijl je vader of moeder lang op de wachtlijst staat voor een verpleeghuis en de gewone verzorgingstehuizen het koken van eten voor hun bewoners niet meer ‘rendabel’ vinden?
Hoe leer je weer vertrouwen als je vertrouwen steeds opnieuw beschaamd wordt?

Beerput Nederland

Petje af voor de documentaire Beerput Nederland, die 4 december werd uitgezonden door de NPO.

“Het is niet meer zo dat de overheid de burger beschermt tegen bedrijven, maar dat de overheid de bedrijven tegen de burger beschermt,” zegt emeritus hoogleraar veiligheid van de TU Delft, Ben Ale, aan het begin van de docu en hij is niet de enige hooggeleerde die in deze docu rustig vertelt hoe we bedonderd en besodemieterd worden door bedrijven en de overheid daar kennelijk aan meewerkt. Een kleine groep bedrijven is al decennia lang bezig ons milieu ernstig te vervuilen en gaat daar vrijwel ongehinderd mee door.
Op Facebook zie ik mensen die de docu gezien hebben ontsteld reageren. Velen betonen zich totaal ontgoocheld en melden geen enkel geloof meer te hebben dat het ooit nog goed komt in ons land.

Toch behandelt deze docu maar een deel van onze milieuproblemen, namelijk die van de afvalverwerkers. Nederland is een van de vuilste landen ter wereld. Nederland, waarvan velen zo lang dachten dat het een lieflijk landje was waar we met een poldermodel goed voor de mensen waren, is misschien wel, hoe klein in oppervlakte ook, een van de grootste schurkenstaten van de wereld. Net als in de tijd van de VOC en de slavenhandel.
De docu toont o.a. aan dat in de Nederlandse havens schepen uit heel de wereld worden voorzien van stookolie waarin chemisch afval is verwerkt. Wellicht zijn we wel de grootste menger van gif met stookolie ter wereld.
Maar naast alle milieumisdrijven die de docu aanstipt, zijn nog veel meer schandalige wapenfeiten aan onze bedrijven en overheid toe te schrijven.
Zo waren we de grootste producent van Freon, een inmiddels verboden stof die in koelkasten en spuitbussen werd verwerkt en de ozonlaag heeft aangetast.
De Nederlandse landbouw gebruikt in verhouding tot andere landen het meeste landbouwgif.
Dat Nederland een belastingparadijs is voor internationale bedrijven is een extra illustratie hoe onze overheid in feite danst naar de pijpen van bedrijven. Vooral VVD-politici doen al decennia nauwelijks meer moeite de verstrengeling van overheid en bedrijfsleven te camoufleren.
We leven in een van de vuilste landen van de wereld, maar de overheid doet net of er vrijwel niets aan de hand is. Onze wetten en niet te vergeten die van Europa, verhogen steeds de normen van wat toelaatbaar zou zijn voor de gezondheid van burgers.
Inmiddels sterft een op de drie Nederlanders aan kanker.
Ondertussen dreigt de enorme concentratie aan dieren die gefokt worden ter consumptie enge ziektes te verspreiden onder mensen. En dat terwijl diezelfde veeteelt voor een belangrijk deel verantwoordelijk is voor het steeds onwerkzamer worden van allerlei antibiotica.

De ontsteltenis van mensen die door de docu Beerput Nederland de ogen zijn geopend is heel begrijpelijk. Als je je hele leven doof, blind en dom gehouden bent, is het behoorlijk schrikken als je wakker wordt en beseft hoe erg het gesteld is met ons land en niet alleen met ons land. De hele wereld wordt geregeerd door witte boorden criminelen die alles in het werk stellen om de burger bang en dom te houden.
Als je dat voor het eerst beseft, is het heel begrijpelijk dat je er op reageert met gevoelens van ongeloof, wanhoop en onmacht.
Maar goed beschouwd is het vreemd dat de emotie die het meest voor de hand ligt, woede, niet naar boven komt.
Zijn wij burgers misschien al te murw gemaakt door alle leugens en bedrog en bangmakerij? Zijn we letterlijk en figuurlijk al te ziek om nog te protesteren?
Kunnen we door ons op allerlei manieren vergiftigde voedsel niet meer helder denken soms?
Of zijn we wakker genoeg om te beseffen dat de machthebbers in deze wereld zo machtig zijn dat woede uiten tot niets zal leiden, zoals het verzet in zogenaamd minder ontwikkelde staten laat zien. Wat heeft die ‘Arabische lente’ nou eigenlijk opgeleverd? Wat hebben machtswisselingen overal in de wereld nou eigenlijk voor verbeteringen voor de bevolking gerealiseerd?
Is er nog een andere weg om het kwaad te bestrijden dan die van woede en revoluties? Ook vredige protesten kunnen tot bloedige gevolgen leiden, zoals in Syrië waar de corrumperende macht zich uiteindelijk weer stevig in het zadel nestelt.

Het meest verbazende blijf ik vinden dat de machthebbers kennelijk niet beseffen dat ook zij in deze wereld als die nog verder vervuilt niet meer zullen kunnen leven. Maar de puissant rijken schijnen te denken dat hun oplossing ligt in een leven ondergronds of op Mars of zoiets…

Weldenkende mensen proberen ondertussen realistischer oplossingen te vinden om onze wereld weer leefbaarder te maken en te houden. Het wordt hoog tijd dat de ‘gewone burger’ dat soort mensen massaal gaat steunen.

Hippies

Ernst Jansz vatte in DWDD samen wat een hippie was en ik betrapte mezelf erop dat ik van oor tot oor zat te grijnzen. “Ik was een hippie en ben dat misschien nog steeds,” zong Ernst even later en ik besefte weer ten volle dat ik een kind ben van die tijd. Recalcitrant waren we, maar op een optimistische manier. We wisten zeker dat we de wereld gingen veranderen.
Nu, 50 jaar later, weten we dat niet meer zo zeker.
In gesprekken met vrienden wordt de laatste tijd nog wel eens geponeerd dat het in de wereld ‘altijd zo geweest is en wel altijd zo zal blijven’.
Het gaat in die gesprekken over de huidige situatie in de wereld, met steeds meer geschifte machthebbers en uitbuiting van het ‘gewone volk’. De verhouding tussen goed en kwaad zou onveranderlijk zijn.
“Goed en kwaad bestaan
als ze in jezelf bestaan
Niets is positief
Niets is negatief
tot je er zelf een etiket opplakt”
zei mijn eerste yoga- en meditatie lerares.

Wij hippies hadden niet alleen slogans als ‘make love, not war’ en ‘beter langharig dan kortzichtig’, maar ook ‘verander de wereld en begin bij je zelf’. We dachten dat het een besmettende werking zou hebben. Misschien is dat ook wel zo. Er zijn heel veel lieve mensen in de wereld. Mensen die bezig zijn de wereld een beetje beter en mooier te maken.
Maar maak je de wereld een beetje beter door alleen maar te zorgen dat je eigen leven vol Licht en Liefde is, een voorbeeld voor wie dat wil zien?
Als je niet vrij bent, als je leeft in een oorlogsgebied, kun je dan nog zorgen dat je eigen leven er een is van Liefde en Licht?

In de zestiger- en zeventiger jaren hadden protesten en demonstraties enorme uitwerkingen. In onze tijd lijken de machthebbers demonstraties te hebben ingecalculeerd als een niet te vermijden kwaad en werd in ons land de uitslag van het enige door het volk verlangde referendum vrijwel genegeerd. De nieuwe Nederlandse regering vindt het referendum een niet goed werkend instrument dat weer moet worden afgeschaft.
Er zijn meer dan 400.000 handtekeningen opgehaald en er moet nu toch een referendum komen over een deel van de nieuwe wet op de inlichtingendiensten; de zgn. ‘sleepwet’. CDA-leider Buma zegt openlijk de uitslag van dat referendum naast zich neer te zullen leggen. De arrogantie van de macht is ronduit schrijnend.
Sedert het raadgevend referendum in 2005 is ingevoerd, zijn er pas twee geweest. Hoe kun je dan stellen dat het een niet werkend instrument is?
Het heeft er alle schijn van dat machthebbers bang zijn geworden voor gevolgen van volksraadplegingen zoals de Brexit.

Demonstraties zijn er tegenwoordig van voor- en tegenstanders. In Catalonië zijn de verhoudingen ongeveer 50-50. Die paar mensen meer rechtvaardigden geen onafhankelijkheidsverklaring. Maar de machthebbers in Madrid kunnen het opsluiten van ministers van de tot voor kort legitieme Catalaanse regioregering ook niet rechtvaardigen.

Bij de opkomst van het internet noemden sommige mensen zich zippies. De digitale hippies droomden van een wereld zonder grenzen. Overheden doen er alles aan die digitale wereld in hun greep te krijgen. Zonder grenzen? Maar dan wel met maximale mogelijkheden om het volk te controleren!
En te manipuleren. Via socia media bijvoorbeeld. Want fake-news is een feit, ook bij het beïnvloeden van verkiezingen.

Het zijn complexe tijden.
Die vragen om mensen die ooit begonnen zijn zichzelf te veranderen, Die nu bewust zijn. Die gezorgd hebben dat hun eigen leven ok is.
En die daar met elkaar grenzeloos over communiceren op socia media.
Zo kunnen we elkaar blijven informeren over wat er mis gaat in de wereld. De echte feiten uitwisselen.
In dat licht moeten we ons wellicht meer zorgen maken over wat overheden toevoegen aan socia media i.p.v. daaruit extraheren…
De vraag wie de zoekresultaten bepalen wordt steeds prangender…
Ik vrees dat je alleen bezig houden met je eigen leven niet volstaat. Alles aanvaarden zoals het is, zonder etiketten plakken is mooi. Maar de dingen zien zoals ze zijn is niet hetzelfde als ze zo willen laten.
Hippies wilden de wereld veranderen door bij zichzelf te beginnen. Maar dat was pas het begin…

Normale Nederlanders

Rutte heeft nu al meer dan eens gezegd dat hij een minister-president is voor ‘normale Nederlanders’.
Daarmee geeft hij dus aan dat hij er niet voor alle Nederlanders is. Sterker nog, maar voor een klein groepje. Want wie is er normaal?
Als je het op deze manier hebt over normale Nederlanders geef je in feite aan dat er ook abnormale mensen in Nederland wonen. En wie zijn dat dan? Immigranten? Mensen met een uitkering?
Over wat normaal en abnormaal is kun je eindeloos debatteren. Ik houd het er op dat als iemand het heeft over ‘normale’ mensen hij/zij zichzelf tot norm verklaart.
Nou dan is het met Rutte helemaal duidelijk wie hij bedoelt met normale mensen: de elite met hoge inkomens. Dat zie je ook terug in het regeerakkoord waarvan ministers, staatssecretarissen en andere politici van de andere drie partijen in het kabinet zich uitsloven te vertellen dat de geplande aanpak en maatregelen echt voor iedereen zijn, dat we er echt allemaal op vooruit gaan.
Ik geloof er niets van.
De ingewikkelde constructie van eerst de lage btw verhogen van 6 naar 9 % en dan via inkomstenbelasting er toch op vooruit gaan klopt namelijk van geen meter. Dat geldt alleen voor mensen met een baan. Dat zullen dus wel normale mensen zijn volgens de normen van VVD-er Rutte.

Normaal is een woord met een oordeel.
Veel mensen barsten van de oordelen en vooroordelen.
Zo schijnen veel mensen met een hoog inkomen te denken dat mensen met een laag inkomen dom zijn. Als een kind met ouders met een laag inkomen hoge cijfers haalt en naar het atheneum zou kunnen, vinden mensen het kind vaak een ‘buitenbeentje’. Hoezo?
Weet jij die dat kind een ‘buitenbeentje’ noemt hoe slim de ouders zijn? Misschien hebben ze wel bewust gekozen om liever een ‘klein’ leven te leiden i.p.v. meedoen aan de ‘ratrace’. Misschien blijft die moeder wel thuis omdat ze de opvoeding niet aan anderen wil overlaten omdat ze carrière minder belangrijk vindt dan haar kind een goede opvoeding geven.
Een helaas jong overleden vriend van mij kreeg aan het eind van wat toen nog lagere school heette een schooladvies voor hbs, dat zou nu atheneum heten. Maar zijn vader zei dat hij naar de lts moest. Want “er komen geen witte boorden criminelen in mijn gezin!” zo zei die vader dat.
Het was een andere tijd, andere generatie. Maar ik vraag me af of dat soort opvattingen niet nog steeds voorkomen en een deel zijn van wat nu heet ‘de tweedeling’ in de samenleving.
Als tiener maakte ik me enorm druk over het gezegde ‘als je voor een dubbeltje geboren bent, word je nooit een kwartje’.
Ooit waren we bezig met onderwijs zo in te richten dat iedereen gelijke kansen kreeg. Zodanig zelfs dat je als zoon tegen je vader in kon gaan met hulp van je meester als je echt liever naar de hbs wilde.
Maar dat gebeurde niet vaak. Omdat jonge mensen wel heel sterke karakters moeten hebben om zich aan hun milieu te ontworstelen. Als kind kijk je op tegen je ouders en als die vinden dat beroepsonderwijs goed voor je is, waarom zou je daar dan tegenin gaan?
Het omgekeerde kwam en komt in toenemende mate ook voor: een kind met advies voor beroepsonderwijs dat van ouders per se een kennisweg moet volgen, minimaal via de mavo, liefst havo of hoger. Met alle problemen van dien.
De Mammoetwet die in 1968 werd ingevoerd in het onderwijs wilde echt zorgen voor gelijke kansen ongeacht milieu, o.a. door de keuze voor het soort vervolgonderwijs minimaal uit te stellen tot na een brugklas. Ook de doorstroming van het ene naar het andere onderwijs werd verbeterd.
Die Mammoetwet is door rechtse politici steeds verder uitgekleed.
Zoals rechtse politici ook de zorg steeds verder hebben uitgekleed. De eigen bijdrage voor de zorgverzekering wordt tot 2021 bevroren op 385 euro. Dat is geen ‘cadeautje’ waar mensen met lage inkomens op vooruit gaan. Dat is vasthouden aan een maatregel die de tweedeling in de samenleving alleen maar vergroot.
Maar ja, hoe kun je anders nog normale Nederlanders van anderen onderscheiden?

Me too

Op een zondagmiddag fietste ik over de Utrechtse Europalaan aan de kant van de tippelzone. Het stukje parallelweg staat duidelijk aangegeven met bordjes ‘Tippelzone’ en aan het eind is een ‘keerlus’ voor automobilisten. Geen hoer te zien op die zonnige middag, net zo min als automobilisten. Straatprostitutie is kennelijk iets voor de avonduren.
Het Utrechtse gemeentebestuur heeft de prostitutie op tal van plekken in de stad verdreven. Plekken waar sinds mensenheugenis prostituees voor de ramen zaten, zoals de Hardebollenstraat en het Zandpad, maar deze kale, troosteloze plek, deze tippelzone mag voorlopig blijven. Ik probeer me voor te stellen hoe het hier ’s nachts aan toegaat, het stemt me behoorlijk somber.
Een gedachte dringt zich aan me op en houdt me de hele fietstocht bezig. Thuisgekomen denk ik er nog uren over na, maar uiteindelijk post ik de gedachte op Twitter:
Zolang er vrouwen zijn die hun lichaam hoereren zullen er mannen zijn die macht over vrouwen willen uitoefenen
Wat ik verwachtte gebeurt: ik krijg een stormpje van verontwaardiging over me heen die er vooral op neer komt dat ik een nitwit ben die het weer beter denkt te weten en dat er weer eens geen respect betoond wordt voor sekswerkers.
Waar ik op gehoopt had, een open gesprek over mijn gedachte (stelling?) blijft uit.
In het besef dat door de eerste reacties de toon al gezet is en een goed gesprek niet meer gaat lukken in deze sfeer en met max 140 tekens besluit ik het stormpje over te laten waaien.’
Maar ik bleef denken hoe ik die gedachte nader zou kunnen toelichten.

In de hele wereld zetten momenteel vrouwen en soms ook mannen ‘Me too’ op hun facebook pagina, in een tweet of welk social medium dan ook. Velen vertellen daarbij over hun persoonlijke ervaringen met seksueel geweld of intimidatie. De omvang van deze wereldwijde actie is zo massaal dat talkshows ineens vol zitten met vrouwen die hun ervaringen delen.

Sekswerkers betogen nog wel eens dat zonder hun goede werk er nog veel meer mannen vrouwen seksueel zouden lastig vallen of erger.
Ik zet daar vraagtekens bij.
In de talkshows en de persoonlijke verhalen in de sociale media komt vaak naar voren dat vrouwen hun ervaringen niet delen, laat staan er aangifte van doen uit angst niet geloofd te worden of voor de gevolgen voor hun baan, relaties enz.
Daarnaast denken we vaak dat het onze eigen schuld is. Ik ken dat gevoel. Na een verkrachting heb ik jarenlang gedacht dat het mijn eigen schuld was omdat ik zo stom was geweest het aanbod van iemand die ik alleen uit de kroeg kende om me naar huis te brengen, aan te nemen.

Met mijn tweet lijkt het misschien of ik de schuld weer bij vrouwen leg. Maar ik denk dat man en vrouw slachtoffer zijn van een eeuwenoude seksuele moraal en machtsdenken dat niet deugt. Het zijn mannen die hun seksuele driften kennelijk op allerlei momenten niet kunnen beheersen, maar wij vrouwen hebben die mannen gebaard. Vrouwen hebben die mannen opgevoed, al dan niet alleen, met andere vrouwen of met een man samen.
Over mannen maken opvoedende vrouwen zich vaak geen zorgen dat hun seksueel geweld kan overkomen. Niet terecht, want het wordt steeds duidelijker dat ook jongens en mannen met seksueel geweld te maken kunnen krijgen. Als dat gebeurt is de schaamte bij mannen vaak nog groter dan bij vrouwen. Immers, als man ben je stoer, kun je voor jezelf opkomen. Vrouwen daarentegen dienen als het zwakkere geslacht beschermd te worden. Vaders hebben vaak geen enkel probleem met de seksuele escapades van hun opgroeiende zonen, maar hun dochters worden vaak zo kort mogelijk gehouden. Ook moeders hebben vaak nog zo’n dubbele moraal. Ja ik noem het dubbele moraal, want kennelijk vinden we seksuele vrijheid voor jongens normaal maar dienen meisjes zo lang mogelijk kuis te blijven. Ben je dat niet, dan word je al snel een slet genoemd of erger…
We schijnen massaal te denken dat de manlijke geslachtsdrift groter is dan die van vrouwen. Maar bij vrouwen die zich aan de seksuele onderdrukking ontworsteld hebben en hun seksualiteit hebben ontwikkeld, al dan niet tot en met squirten aan toe, blijkt vaak de geslachtsdrift te sterk voor sommige mannen.
Mannen hebben nog vaak liever gedweeë vrouwen, zowel seksueel als op het werk.
‘De man'(even generaliseren ;-)) acht zich machtig en eist zijn rechten op seks op.
Krijgt hij die niet thuis, dan kan hij naar de hoeren. Opvallend is ook dat er wel ‘afwerkplekken’ voor homo’s’ zijn, maar nergens voor lesbiennes.
We lijken nog steeds normaal te vinden dat mannen hun geslachtsdrift overal moeten kunnen bevredigen. Zolang wij dat massaal denken, bevorderen we het machtsdenken van mannen. Vrouwen die graag gewillig geld verdienen aan het bevredigen van de manlijke drift bevestigen het ‘normaal’ zijn daarvan. Veel sekswerkers vertellen daarbij dat het gevoel van macht dat het ze geeft heel prettig is. Tot de man zijn macht met geweld wil laten voelen. (Om het nog maar niet te hebben over dat in de hele wereld vrouwenhandel toeneemt)
Ik vind het Utrechtse gemeentebestuur dapper dat ze aangeven sekswerk niet langer zo normaal te vinden.

.

.

.
Ik schreef eerder een column over mannenseks.
Over de seksuele moraal in onze huidige maatschappij schreef ik in 2009 het artikel seks als bijbaan