Groots en meeslepend

Sommige dode dichters leven vooral voort dankzij retoriek van strofen uit hun bekendste gedichten. Willem Kloos bijvoorbeeld: “Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten”.  Uit het gedicht De grijsaard en de jongeling van Hendrik Marsman wordt nog vaak de eerste regel: “Groots en meeslepend wil ik leven!”geciteerd.  Marsman kende ik slechts uit mijn Nederlandse literatuurlessen op de middelbare school toen ik die frase in de zestiger jaren voor het eerst hoorde uit de mond van toenmalige provo en nu auteur David Douwes.

Groots en meeslepend leven…
Het krijgt ineens een andere  betekenis als ik vanochtend lees dat Trump de wapenwedloop wil hervatten. “America first!” betekent in Trumps gedachtegang dus ook de meeste kernwapens willen hebben. Het was te voorspellen.

Dit kind van rijke ouders was altijd al een aandachtsjunkie. Hij werd al op zijn 13e van school gestuurd wegens slecht gedrag. Toen hij het door zijn vader gespreide bedje vol vastgoed overnam, koos hij vooral voor vastgoedprojecten die goed in de publieke belangstelling lagen. Als vastgoedmagnaat kwam hij al snel in conflict met federale wetten en al de eerste keer dat dit gebeurde, in 1973, probeerde hij de tactiek van de omkering en beschuldigde hij de overheid ervan zijn bedrijf aan te vallen met als reden dat het een groot bedrijf was. Zijn zakelijke instincten waren minder goed dan hij wil doen voorkomen. In 1991 ging hij zelfs zakelijk failliet en ook bijna privé. De heropleving van zijn zakelijk imperium laat op allerlei momenten zien dat hij niets schuwt om in de belangstelling te komen.

Even deze samenvatting van zijn biografie om nog eens extra duidelijk te maken  dat de huidige president van de VS vooral een blaaskaak is die dankzij zijn afstamming en bijbehorende relaties zo ver is gekomen als nu en daarbij nooit gestopt is met het typerende gedrag van het verwende rijkeluisjochie.

Wanneer gaan we eindelijk erkennen dat het niet alleen een retoriek beoefenende en frasen uitkramende malloot is, maar iemand die lijdt aan grootheidswaanzin?
Het wordt tijd dat hij mondiaal erkend wordt als gevaarlijke gek. Het is te hopen dat wat er nog over is van de ooit zo geroemde Amerikaanse democratie nog werkt…

 

Nieuwe wildernis

En weer laait in de winter de discussie op over grote grazers in ‘de nieuwe wildernis’. Moeten er minder grazers komen of blijven er elke winter vele dieren een ‘natuurlijke’ hongerdood sterven? De vraag is of zo’n hongerdood wel zo natuurlijk is. De Oostvaardersplassen is een natuurgebied met een hek er omheen en de dieren hebben dus geen mogelijkheden om uit het natuurgebied weg te trekken. Succesrijke voortplanters hebben daardoor te maken met te grote aantallen voor de hoeveelheid beschikbaar voedsel.
Dit probleem doet zich overal in de wereld voor. De meest succesvolle diersoort mens blijft in toenemende mate leefgebieden innemen. Inmiddels is het landschap op aarde er totaal door veranderd. Dieren moeten zich aanpassen aan steeds meer en uitgestrektere stedelijke gebieden en zij die dat niet kunnen komen terecht in omheinde ‘wildernissen’, reservaten dus, waar ze als ze niet ten prooi vallen aan stropers zelfs met hun eigen soortgenoten moeten concurreren om voedsel.
De zich goden wanende mensen denken over alles wat de aarde voortbrengt te kunnen beschikken. Andere levensvormen zijn volgens de wetten der mensheid nog steeds ‘dingen’. Om vrijelijk over dieren te kunnen beschikken heeft de mens zelfs bedacht dat dieren geen gevoel hebben, dom zijn en volgens de gelovigen onder ons hebben dieren geen ziel.
Nu dit soort leugens steeds minder kunnen worden vol gehouden, al was het maar door de ontelbare dierenfilmpjes in de sociale media die laten zien hoe slim, gevoelig en sociaal dieren zijn, willen de gevoeligsten onder ons alsnog het lijden van dieren verminderen.
We voelen ons in het diepst van onze gedachten niet alleen god, maar ook schuldig over wat we door onze massale expansiedrift veroorzaken. Maar niets zo moeilijk voor de meeste mensen als toegeven dat je het fout hebt, dat je (mede) schuldig bent aan wantoestanden.
In plaats van de hand in eigen boezem steken en zorgen dat de mensheid eindelijk eens ophoudt met het groeien in aantal zodat er nog iets van ander leven vrijelijk kan bestaan op de aarde, gaan we ‘natuur beheren’ om ons geweten te sussen.

Om de Kennemerduinen staan minder hekken dan in de Flevopolder en een stijgend aantal damherten weet de weg te vinden naar Zandvoort waar ze als voedsel o.a. resten van menselijke consumptie vinden. Ik zou denken ‘leuk die herten in mijn dorp’, maar veel Zandvoorters blijken daar anders over te denken. Tuinen en openbaar groen ‘lijden’ onder de herten. Maar het gaat er vooral om dat de dieren zomaar ineens een weg kunnen oversteken en dan aangereden kunnen worden. Niet bezorgdheid over het welzijn van de herten is het probleem, maar de verkeersveiligheid: zo’n aanrijding is niet goed voor auto’s en mensen. En met een gewond, misschien zelfs bloedend hert wil je natuurlijk ook niet graag geconfronteerd worden. Dan kun je ze beter bejagen. Afschieten dus en het vlees verkopen. Mmm, hertenbiefstuk…
Gisteravond in Rtl late night verdedigde statenlid Sjaak Simonse van de SGP het initiatiefplan van SGP en VVD in de Flevopolder voor minder dieren en meer recreatie in de Oostervaarderplassen. Dat afschieten van dieren geld oplevert en het opruimen van kadavers van dieren die van de honger zijn omgekomen geld kost, zei hij er niet bij.

Voor geval u het nog niet wist:
Natuurbeheer valt al een aantal jaren onder het Ministerie van Economische Zaken..

Hekken

Heel toevallig zag ik mijn nieuwe buurman met minstens twee meter lange latten de tuin in sjouwen, kennelijk bedoeld om een schutting te bouwen tussen onze percelen. Onze tuinen zijn van het formaat balkon op de begane grond en zo’n hoge schutting zou het toch al beperkte aantal zonuren op mijn badlaken groot grasveldje tot kwartiertjes reduceren.
We hadden elkaar nog niet gesproken, dus dat kon een pittige kennismaking worden met mijn nieuwe buurman. Met mijn vriendelijkste gezicht maakte ik dat ik buiten kwam.
Ik stelde me voor, we schudden elkaar de hand en maakten een praatje over onze huizen. En ja, die gelakte latten waren bedoeld voor de schutting. En nee, het was niet de bedoeling dat hij die doormidden ging zagen. Die hoogte was volgens mijn nieuwe buurman nodig om te zorgen dat hun hond niet mijn tuin in kwam. Die hond was een behoorlijk uit de kluiten gewassen Duitse herder, die Buster bleek te heten. “Mooi beest”, zei ik welgemeend. Ik had er geen bezwaar tegen als hij mijn tuin in kwam. Maar Buster was een gevaarlijke hond volgens buurman, die latten waren echt nodig. In stilte maakte ik contact met Buster, onderwijl buurman vertellend dat ik zelf ooit een Duitse herder had gehad. Buurman keek me ongelovig aan,  daar was ik in zijn ogen kennelijk geen type voor en allengs werd Buster in zijn woorden een steeds onmogelijker hond. Terwijl we praatten bleef ik in stilte contact maken met Buster. “Kom maar hier jongen,” zei ik uiteindelijk zachtjes. Rustig haalde ik Buster aan die binnen no time volkomen tot rust bij mijn voeten ging liggen en daarmee buurmans laatste argument om de latten niet doormidden te zagen ontnam. Ik had er een vriend bij en meer dan een meter schuttinghoogte minder.
Dit voorval is vele jaren geleden, maar ik denk er vaak aan terug als ik zie hoe mensen overal hoge schuttingen en muren bouwen.
Eigenlijk zijn ze net als honden, ze zetten hun territorium af. De palen en hekwerken zijn hun geurvlaggetjes.
Wat in het klein gebeurt, gebeurt in het groot ook weer. We hebben kennelijk weinig geleerd van de voormalige Berlijnse muur. Hele woonwijken worden ommuurd om mensen het idee van veiligheid te bieden. In steden als Londen betekent dit dat het steeds moeilijker wordt om in een enigszins rechte lijn van het ene naar het andere stadsdeel te komen. Terwijl de wereld steeds overzichtelijker wordt en de globalisering blijft toenemen wordt het op steeds meer plaatsen in de wereld moeilijker en moeilijker om van het ene naar het andere land te komen. Families en geliefden worden gescheiden, alleen met pasjes en urenlange controles kun je aan de andere kant van zo’n muur of metershoog hekwerk komen.
Sedert we vanuit de ruimte daar naar kunnen kijken, beseffen we wat een klein en kwetsbaar bolletje onze planeet is. Dat was in 1968, maar de mens gaat desondanks door met zijn expansiedrift.
Tegenlicht gisteravond ging over het Antropoceen, het tijdperk van de mens.  Over zowel wetenschappelijk aantoonbare als voor een groot deel nog onbekende en complexe samenhang der ‘dingen’ waardoor we met zijn allen dienen samen te werken om het leven op onze kwetsbare moeder Aarde leefbaar te houden.
Daar passen geen muren bij.
Daar heb je wereldburgers voor nodig.
Mensen die beseffen dat we allemaal met elkaar te maken hebben, niet alleen mensen, maar al wat leeft.
Maar zolang de mens primitief zijn energie steekt in zijn territorium verdedigen, met en zonder geweld, en toe blijft geven aan zijn expansiedrift, blijft het aantal levensvormen in hoog tempo afnemen.
Dieren kunnen niet door die hekken.

De onverdraagzamen

Jaren her toen we nog spraken van crèche in plaats van kinderdagverblijf, bracht ik mijn peutertje geregeld met de auto naar de ouder crèche. Soms parkeerde ik mijn auto in een klein zijstraatje, maar toen ik dat een halve dag had gedaan tijdens mijn beurt om als ouder op de crèche te participeren, vond ik mijn auto met een lek gestoken band. En een briefje onder de ruitenwisser dat me duidelijk maakte dat ik weg moest blijven voortaan.

Met de hond liep ik geregeld door een autoloos straatje in de buurt de kortste weg naar het park. In éen huis sloeg steevast de daar wonende hond aan. Een ochtend om een uur of elf stoof de bazin van het hondje naar buiten die me in niet mis te verstane woorden te kennen gaf dat ik voortaan niet meer door het straatje mocht lopen omdat haar hond dan ging blaffen. Een paar dagen later deed in een parallel straatje een hondloze neef van haar ongeveer hetzelfde. Of we maar weg wilden blijven uit hun straat. Oprotten!
De auto heb ik nooit meer in dat kleine straatje geparkeerd, maar straatverboden laat ik me niet door eigen buurtgenoten opleggen.

Toen onze straat 10 jaar bestond hebben we dat gevierd met een straatfeest. Met subsidie van woningverhuurder en gemeente, omdat de onverdraagzaamheid van allerlei mensen zelfs voor de verdraagzamen in de straat niet meer te harden was. Ruiten sneuvelden, gescheld en geschreeuw en allerlei getreiter was schering en inslag en een keer werd er zelfs geschoten. Door de subsidie konden we een ruim aanbod aan muzikanten laten optreden. We vonden de meest uiteenlopende muzikanten bereid om tegen gereduceerd tarief op te treden voor het goede doel. De hele straat was er. Althans, als de muziek ook in de smaak viel van de onverdraagzamen. Was dat niet het geval, dan gingen zij naar binnen.
Bij een levensliedzanger stonden we er allemaal, bij een jazzy popbandje alleen de verdraagzamen.
Opvallend vond ik toen en nog steeds dat de onverdraagzamen in onze samenleving vaak lager opgeleiden zijn. Waarmee ik niet wil zeggen dat ze dommer zijn, want in menig opzicht zijn ze vaak slimmer dan hoog opgeleiden. Maar ze zijn sociaal vaak grover, directer, onbeschaafder.

Een overbuurvrouw hield op mij te begroeten als we elkaar tegen kwamen. Toen ik haar na een paar maanden eens aanschoot wat er aan de hand was, bleek ze kwaad omdat ik haar een keer vriendelijk gevraagd had of ze een paar weken geen brood wilde strooien. Daarbij had ik haar uitgelegd hoe moeilijk het zindelijk maken ging bij mijn pup en dat als ik hem bij de boomspiegel voor mijn huis zette zijn enige belangstelling uitging naar haar brood, een drietal metertjes bij hem vandaan.
“Ja en je zeg de hele tijd ‘plasje doen, plasje doen’. Gek worden we daarvan,” was haar reactie op mijn verzoek. “Ja daarom dus, des te eerder hoeft dat niet meer,” had ik geantwoord.
Achteraf bleek mijn verzoek opgevat als aantasting van haar vrijheid en het begin van allerlei getreiter.

De vraag is of onverdraagzaamheid vaker voorkomt bij lager opgeleiden of dat het slechts een kwestie is van dat educatie manieren van uiten aanleert die meer verbloemen. De verkiezing van Donald Trump geeft ook in dit opzicht te denken.
Van Donald Trump is bekend dat hij een lastige en trage leerling was. Er zijn mensen die beweren dat hij niet meer dan drie bladzijden achter elkaar kan lezen. Maar hij is een meester in opkomen voor zijn eigen belangen en daar moet je hem vooral geen haarbreed bij in de weg leggen want dan betoont hij zich uiterst onverdraagzaam.
 

Bijstand

Wethouders van Utrecht, Groningen, Wageningen en Tilburg hebben samen een open brief gestuurd aan staatssecretaris Jetta Kleinsma.  De 4 gemeenten zijn klaar om per 1 januari a.s. te gaan experimenteren met de regels voor de Bijstand en hebben bezwaar tegen het uitstel dat Kleinsma heeft aangekondigd.
De gemeentes willen “willen graag experimenteren binnen de huidige Participatiewet, bijvoorbeeld door minder verplichtingen op te leggen, meer bijverdien mogelijkheden te creëren en meer vertrouwen en regie te geven aan bijstandsgerechtigden.”

Dat levert op Internet meteen vele reacties op van mensen die denken dat bijstandsgerechtigden uitbuiters zijn en dat de beste prikkel blijft bij van alles en nog wat te dreigen de uitkering stop te zetten. Ik vind dat zeer kortzichtig.
Voor mensen met een bijstandsuitkering is het nu totaal onaantrekkelijk om zelfs maar een parttime job te hebben. Vaak levert dat zoveel gedoe op met stilzetten van de uitkering en veel moeite om weer een aanvulling te krijgen, dat mensen het niet aandurven. Degenen die het wel aandurven merken vaak dat ze hogere kosten krijgen.  Al was het maar omdat ze geen tijd meer hebben om op koopjes te jagen en op aanbiedingen te letten. Maar ook het nodig hebben van kleding voor op het werk, vervoerskosten die niet worden vergoed, kosten voor kinderopvang (kleine vergoedingen in het eigen netwerk of moeten voorschieten van professionele opvang) enz. zorgen ervoor dat het beetje geld dat ze mogen houden dat onvoldoende compenseert. Mensen met een bijstandsuitkering hebben doorgaans geen reserves meer. Het eventuele spaargeld dat ze mochten houden voor ze een uitkering kregen, is meestal al gebruikt in tal van noodsituaties.
Bij tijdelijk werk wordt het allemaal nog ingewikkelder en werkt het huidig beleid ontmoedigend.
Ook het grote aantal sollicitaties dat verplicht gedaan moet worden werkt voor menigeen contra productief. Banen krijg je makkelijker door te netwerken dan door standaard sollicitatiebrieven, in sommige werkkringen wordt je zelfs meteen gezien als een loser als je als onbekende met een standaard sollicitatiebrief aankomt.
Via een tijdelijke of parttime klus doe je makkelijker relaties op dan met brieven schrijven

De bijstandsnorm is dusdanig laag dat er mee rond komen een job op zich is en dat ik me niet kan voorstellen dat mensen daar graag mee door gaan als er andere mogelijkheden zijn.
Door meer ruimte te geven aan de bijstandsgerechtigde d.m.v. een groter deel van eenmalige of tijdelijke verdiensten te laten houden en de aanvulling bij parttime werk te versoepelen zal de bijstandsgerechtigde die verhoogde inkomsten graag willen houden. De prikkel om blijvend werk te zoeken wordt daar alleen maar groter van.

En er is een andere belangrijke reden: Bedrijven hebben doorgaans liever iemand die kort geleden nog werk had dan iemand die al geruime tijd uit het arbeidsproces is. Juist daarom is versoepeling van (tijdelijke) bijverdiensten zo belangrijk, zodat er voor de uitkeringsgerechtigde geen belemmeringen zijn om arbeidsritme te behouden en werkervaringen en relaties te blijven opdoen. Vooral in de beroepen die de persoon in kwestie ook echt aanspreken. Want bedrijven hebben ook al lang door dat het verplicht stellen van elke vorm van werk aanpakken geen gemotiveerde medewerkers creëert. Het is niet voor niets dat het aantal banen dat wordt aangeboden via uitkeringsinstanties zo’n beperkt aantal beroepen behelst. Zelfs banen bij callcenters zijn van de lijsten bij uitkeringsinstanties verdwenen. Logisch toch? Je klantencontacten vragen om gemotiveerde medewerkers. Er is bij de organisatie van werk & inkomen kennelijk vergeten dat mensen het beste functioneren en het gezondst blijven als ze kunnen doen wat hun hart hen ingeeft.
En dat is maar zelden langdurig lanterfanteren.

 

Consumentenbrein

Vorige week was in het nieuws dat neuromarketing effectievere reclames mogelijk gaat maken, maar eigenlijk was dat geen nieuws, want er wordt al een paar jaar mee gewerkt.
Vermoedelijk was het ‘nieuws’ een manier om aandacht te vestigen op de uitreiking van The Dutch Marketing Awards 2016, waar ook bekend werd gemaakt wat de ‘De onbewust meest effectieve tv-commercial 2015’ was, de winnaar van de zgn. gouden walnoot.
De walnoot, ook wel okkernoot genoemd, lijkt qua structuur op onze hersenen en daar draait het dus steeds meer om bij reclame.
“De prijs is een erkenning voor de commercial die het best het neurale netwerk van effectiviteit weet te activeren,” schrijft Neurensics op hun website. Neurensics noemt zich ‘neuromarketing bureau’ en m.b.v. fMRI-scans meten ze reacties in het brein tijdens het vertonen van plaatjes, verpakkingen, producten, films, advertenties, reclamemuziek en audio logo’s. “Dit geeft een uniek inzicht in wat consumenten daadwerkelijk ervaren. Hierdoor kunnen we intenties en gedrag beter voorspellen,” schrijven ze.
“We meten de hersenactiviteit en richten ons op 13 hersengebieden die het koopproces beïnvloeden. We meten positieve aspecten als aandacht, verlangen, lust, verwachting, vertrouwen, betrokkenheid en vertrouwdheid. En negatieve aspecten zoals angst, woede, walging en gevaar”.
“Neurensics kent drie divisies; Science, Research en Consult (…) Gezamenlijk biedt men kennis over het consumentenbrein en -gedrag dat met de dag toeneemt.”
Zonder blikken of blozen: Consumentenbrein. Niet eens menselijk brein, maar consumentenbrein. Dat we gezien worden als koopvee wisten we al. Nu wordt het koopvee nog verder beinvloed en nauwkeuriger gemanipuleerd. Geen wonder dat de reclamewereld heel enthousiast is over neuromarketing.
Ooit waren ze ook zo enthousiast over de mogelijkheid van ‘targeting’ in wat toen nog heette de nieuwe media. En niet alleen de reclamewereld zag hierin legio mogelijkheden, consumenten dachten dat het niet lastig gevallen worden met reclame voor dingen waar je geen interesse in hebt een verbetering zou zijn.
Inmiddels zorgen de methodieken van Social Media zoals Facebook er voor dat onze voorkeuren heel precies in kaart worden gebracht zodat de onbewuste beïnvloeding nog verder kan gaan. Onze likes zorgen niet alleen voor welke advertenties we te zien krijgen, maar ook dat we omgaan met gelijkgestemden, en zo vooral bevestiging krijgen van onze meningen en opvattingen.
Nieuwe ideeën kunnen zo moeilijk bij je geïntroduceerd worden. Propaganda werkt echter beter dan het ooit gedaan heeft. Zie bijv. “Dankzij algoritmes druipt het gelijk uit hun oren”, column van Peter Middendorp, 3 juni j.l. in Volkskrant/Vonk)

Misschien bestaat er inmiddels dus wel zoiets als een consumentenbrein.
En verklaart dat de idiotie van een reclamezin als: “IJsthee gemaakt van echte theeblaadjes” waar momenteel volop mee geadverteerd wordt.
Ik dacht eerst nog dat zo’n zin voortkomt uit de idiotie van fabrikanten die de gekste dingen bedenken om ons voedsel en dranken van te maken.. Maar nu vermoed ik toch beïnvloeding van ons consumentenbrein dat positief oplicht bij het woord theeblaadjes.

Kilo in een pondzak

“Ik wil vrij zijn!” roept ze uit.
Dat is niet makkelijk met twee kinderen, een hond, een eigen praktijk en het nodige aan relaties. “Dat zeiden ze er niet bij he, toen ik kinderen kreeg, dat je dan je vrijheid kwijt bent.”
Op haar leeftijd had ik net zo’n pakket, maar ook nog vele medewerkers, een moestuin van 140 m2 en zong ik in een coverbandje. Als ik niet iets met dat bandje te doen had in het weekend crashte ik bij mijn latrelatie die dan gelukkig het e.e.a. aan taken overnam.
Zij heeft bijna een jaar geleden gezegd dat het anders moest. Dat het echt 50/50 moest worden met haar partner die ze nu haar huisgenoot noemt want ze heeft het helemaal gehad met hem en heeft nu een minnaar.
Partners van drukke vrouwen hebben het vaak zwaar te verduren.
Ze kunnen het eigenlijk nooit echt goed doen. Want nee, natuurlijk gaat het nog steeds niet goed met die werkverdeling in haar huis. Mannen doen de dingen nu eenmaal anders dan vrouwen en hebben geen eeuwenlange ervaring met zorg in hun genen zitten. En ze kunnen niet zo goed multitasken als (jonge) vrouwen schijnt het.
Ik had het ook steeds opnieuw gehad met mijn ‘lat’. Ruzie na ruzie, pauze na pauze, een keer zelfs eentje van twee jaar. Dat we toch steeds weer bij elkaar zijn uitgekomen is een wonder. De ruzies van de tijd dat ik een kilo in een pondzak probeerde te stoppen, zitten net als zijn ‘dingen’ in onze relatiepatronen. We weten het, maar na zoveel decennia is het lastig om het anders te doen, om elkaar te zien zoals we nu zijn en niet wie we toen waren. We proberen het maar ik besef dat velen het allang zouden hebben opgegeven. Als hij niet mijn ‘tweelingziel’ was, zou ik dat ook gedaan hebben vermoed ik. Zo begrijpelijk dat zoveel relaties stuk gaan.
Zij zegt: “Het schijnt helemaal niet goed voor je te zijn om je hele leven bij dezelfde man te blijven.”
Ik vraag maar niet waar ze dat vandaan heeft.
Ik denk aan de kinderen die steevast de dupe zijn. Elke scheiding van ouders laat geestelijke littekens na bij hun kinderen. Daar verscheen deze week weer eens een rapport over.
Ik hoop daarom dat het weer goed komt tussen haar en haar huisgenoot.
Het is een rustige man. Te rustig vindt zij.
“Hij zegt niet veel, maar wat hij zegt snijdt hout,” vind ik.
Het voorbeeld dat ik daar op haar verzoek van geef blijkt ongelukkig gekozen. Het betreft een inzicht van haar dat hij heeft overgenomen.
Maar misschien is hij ook heel geduldig. Heeft hij net als mijn ‘lat’ een lange adem omdat hij onverstoorbaar zijn eigen dingen in zijn eigen ritme blijft doen zonder kilo’s in pondzakken proberen te stoppen. En heeft hij veel begrip voor de ‘sturm und drang’ van deze eerste generaties vrouwen die alles uit hun leven proberen te halen. Zulke mannen, vol begrip maar krachtig genoeg om zich niet het kaas van het brood te laten eten door de heftig levende vrouwen hebben we nodig.
Of een iets relaxter levenstempo… Waarbij kind en partner een plaatsje in de drukke agenda’s krijgen.
Samen het huishouden managen zit nog niet in onze genen.