(Voedsel)veiligheid

Sedert 9/11 is veiligheid HET woord waarmee overheden en andere instanties ons van alles door de strot duwen. Allerlei maatregelen zijn voor onze veiligheid en daar moeten we het verlies van privacy maar bij op de koop toe nemen.
Het woord veiligheid wordt ook steeds meer gekoppeld aan andere begrippen.
Zoals voedselveiligheid.
Als consument zijn we zelf voor een groot deel verantwoordelijk voor onze voedselveiligheid, las ik recent in een groot krantenartikel. Doordat wij als consument alles goedkoop willen, zouden er veel grotere risico’s worden genomen dan als we meer zouden willen betalen volgens dat artikel.
Zo worden we stap voor stap gemasseerd om meer geld aan voedsel te gaan uitgeven. Maar het is natuurlijk lariekoek.

Even los van de discussie of het beetje fipronil in de eieren alle commotie rechtvaardigt of niet, het luizenbestrijdingsmiddel werd ook gebruikt door kippenboeren die biologisch op hun verpakking mogen zetten. Of vrije uitloop eieren. Dat bestrijdingsmiddel had het predikaat ‘natuurlijk’ tot een Belgische firma bedacht fipronil aan het middel toe te voegen. Die firma heeft veel op haar geweten dat moge duidelijk zijn, maar hoe ‘natuurlijk’ was het middel zonder fipronil eigenlijk? Kamille is ook een natuurlijk middel, maar als je daar veel van binnen krijgt is het ook schadelijk. Ik vraag me af hoe biologisch zo’n boer nou eigenlijk is die 100.000 kippen in een schuur heeft zitten met een stuk grond erbij waar de kippen naar kunnen uitlopen en die van tijd tot tijd stallen en dieren met een middel bestuift of besproeit tegen ziektes en ongedierte?
De grootschaligheid is het probleem en de grootschaligheid wordt enerzijds in de hand gewerkt door de almaar toenemende overbevolking en anderzijds omdat geld de god van deze tijd is.

Nu steeds meer mensen voedsel dat uit fabrieken komt wantrouwen, wordt er de ene na de andere publicatie geschreven die dat wantrouwen probeert te weerleggen. Dan ligt voedselveiligheid ineens niet meer bij dat we goedkoop voedsel proberen te kopen, maar moeten we gewoon meer vertrouwen hebben in de door de EU goedgekeurde voedseladditieven. Bijvoorbeeld.
Ik vond deze omschrijving bij E407:
“e-nummer 407, ook wel Carrageen, is geen goed en geen slecht e-nummer. Het is een natuurlijk verdikkingsmiddel en er is geen eenduidig beeld van schadelijkheid. Bij grote inname zou het kunnen leiden tot darmstoornissen, allergieën en verminderde opname van mineralen.” Wat een zin: “geen eenduidig beeld van schadelijkheid”.
Carrageen schijnt gemaakt te worden van wieren, maar waarom worden die dan niet gebruikt om te verdikken? De voedselindustrie lijkt steeds meer op een chemische fabriek waar planten uit elkaar worden gerafeld en als kleine stofjes met onuitspreekbare namen aan ons voedsel worden toegevoegd.
Dan gaat het ineens niet meer om dat de consument te goedkoop voedsel wil of dat we meer vertrouwen moeten hebben in de EU, maar om de winstmaximalisatie van de fabrikant.

Ook mensen krijgen allerlei middeltjes tegen ziekten toegediend. Het woord vaccinatieveiligheid is vermoedelijk te lang dus roept het RIVM dat een inentingsgraad onder de 95% gevaarlijk is voor de volksgezondheid.
Hoezo? Die entingsstofjes moeten toch zorgen dat degene waar ze bij ingespoten worden immuun wordt voor bepaalde ziekten, daar hebben andere mensen toch niks mee te maken?
Babietjes krijgen tegenwoordig hun eerste inentingen als ze zes (6!) weken oud zijn. Terwijl iedereen weet dat een kind dat nog borstvoeding krijgt allerlei immuunstofjes van de moeder krijgt.
Waarom moet iedereen ingeënt worden tegen rode hond terwijl de ziekte alleen gevaarlijk is voor zwangere vrouwen? Dan hoef je jongetjes er toch niet mee in te enten?
Sommige hulpstoffen van inentingen zijn ronduit dubieus te noemen, er is zelfs kwik aangetroffen! Maar bij de entingen die je kind krijgt op het consultatiebureau worden geen bijsluiters geleverd.
Bij natuurlijke producten zoals gedroogde geneeskrachtige kruiden mag niet meer vermeld worden waar de plant bij kan helpen, en dus ook maar geen bijsluiter bij zulke gevaarlijke producten als vaccins?!
Het aantal auto immuunziekten neemt toe. Artsen van andere disciplines dan de allopathische wijzen al jaren naar de inentingen als mogelijke oorzaak. Veel kinderziekten hadden volgens hen een functie bij de ontwikkeling van het immuunsysteem.
Maar als steeds meer ouders vraagtekens zetten bij deze ontwikkelingen, is er ineens sprake van een onveilige situatie voor de volksgezondheid.

Veiligheid… het is een drogreden geworden om ons van alles door de strot te duwen.

 

Geen zoethoudertjes

“A basic principle of modern state capitalism is that cost and risk are socialized, while profit is privatized”; een uitspraak die wordt toegeschreven aan de nu 88-jarige Noam Chomsky.
Zelden heb ik in éen zin zo krachtig de huidige problematiek in de wereld zien samengevat.
Sedert een paar weken heb ik weer elke dag een papieren krant in de bus. Tijdelijk. U kent ze wel die aanbiedingen. Als de maand om is val ik weer terug op alleen een papieren krant in het weekend en verder digitale toegang.
Eerlijk: een papieren krant leest makkelijker en ik lees weer meer. Ideaal in deze zomerperiode. Lekker met mijn krantje in de zon. Maar toch zal ik blij zijn als deze maand voorbij is. Want het is gewoon niet prettig meer om elke dag de krant te lezen.
Zo’n beetje elke tweede pagina lees je de meest verschrikkelijke zaken waar corruptie en leugens de rode draad in vormen.
Naar mijn idee heeft de wereld nog nooit zo van leugens en bedrog aan elkaar gehangen. De malloten die nu op allerlei plekken in de wereld de macht hebben maken het plaatje compleet. Nog nooit is macht zo openlijk corrupt geweest met natuurlijk als absolute koploper Trump.
Er zijn steeds meer mensen die voorspellen dat deze machtsbeluste gek een derde wereldoorlog zal ontketenen. Zo ver gezocht is dat niet eens. Ik zag een animatie in een aflevering van Jinek, waarbij de kop van Trump op het lijf van allerlei vechtjassen was gemonteerd. De makers moeten geen enkele moeite hebben gehad de agressieve krijgszuchtige gelaatsuitdrukkingen te vinden die bij de figuurtjes pasten. Alleen dat al is verontrustend.
Er zijn ook andere voorspellers. Iets positiever misschien. Die vinden dat de wereld dit soort malloten nodig heeft om de wereldbevolking wakker te schudden.
Maar diezelfde wereldbevolking heeft steeds meer problemen met de democratie die op steeds meer plaatsen in de wereld een schijnvertoning is geworden.
Waar het ene land luistert naar een raadgevend referendum en een keuze maakt die op de keper beschouwd slechts door een minderheid gedragen wordt en daar chaos door uitbreekt, houdt een ander land schijnverkiezingen waarbij de bevolking totaal genegeerd en besodemieterd wordt.
Het resultaat verschilt nauwelijks: conservatieve rechtse machthebbers voeren hun plannen uit, ongeacht wat het volk daarvan vindt.
Ondertussen missen wij paradoxaal genoeg het koningshuis bij het vormen van een nieuwe regering en houdt de tweede kamer vast aan een gebruik dat de grootste partij de leiding neemt bij de formatie van een nieuwe regering. Een open manier van de problematiek bekijken is er niet bij, want in feite regeert ook hier nu al jarenlang rechts met alle gevolgen van dien.
De linkse partijen trappen ondertussen in uiteenlopende valkuilen. Jesse Klaver heeft allerlei technieken van leiders aan de overkant van de oceaan bestudeerd en acteert pluchegeil en de rest van de linkse politici praten net als de rechtse vooral in oneliners. Ons volkje ondertussen praat ook steeds meer in statements, je bent voor of tegen iets en de verbinding zoeken wordt steeds minder usance.
De jarenlange tactiek van angst aanpraten die vooral sedert 9/11 wereldwijd wordt toegepast, al dan niet met nepnieuws en propaganda trucs, begint te werken, mensen zijn steeds banger voor elkaar en in de socia media praten mensen vooral met gelijkgestemden.
In de zestiger en zeventiger jaren werd ik vaak uitgelachen als ik mijn zorgen uitte over de opmars van studierichtingen als psychologie, sociologie en massacommunicatie. Persoonlijk vind ik dit de meest interessante studierichtingen, maar hun toepassingen in o.a. marketingtechnieken, bedrijfskunde en de media baarde me in de hippietijd al zorgen.
Er zijn mensen die de film de Matrix van toepassing verklaren op de moderne werkelijkheid van onze samenleving. Zo vreemd is dat niet.
We worden bespeeld. We worden voor de gek gehouden. We worden voorgelogen. Over voedsel, gezondheidszorg, economie, werk, scholing, oorlog en vrede. Waarover niet?
Het wordt tijd dat we de Matrix van ons afschudden en wakker worden.
In stilte.
Wie wakker wil worden doet er goed aan zoveel mogelijk vers voedsel te eten en te beginnen met alle suiker vermijden. Suiker, dat in onvoorstelbaar veel producten zit, heet niet voor niets een ‘zoethoudertje’, je vermogen om helder te denken wordt er fiks door beinvloed.
Laat je niet zoet houden.  We hebben als volk nog steeds een machtig instrument: niet meer meedoen, en zeker niet als koopvee.  Als we niet meer meedoen, verliezen die rijke manipulatoren hun macht.

Hun hebben een doel

Frank Westerman is al twee keer bekroond voor zijn boek ‘Een woord een woord’:  met de M.J.Brusse prijs en de Bob den Uyl prijs. Ik heb het boek nog niet gelezen, maar ik zag een gesprek met de auteur bij Vpro boeken waarvan een paar zinnen bij me blijven echoën.

Frank kreeg bij zijn opleiding voor onderhandelen met terroristen op de vraag wat onderscheidt een terrorist van een bankrover? als antwoord:

“Hun hebben een doel”

Frank: “Dat doel is heel essentieel. Ze hebben een verhaal. De sleutel is toch naar dat verhaal willen luisteren.  Dat luisteren geeft een aanknopingspunt om een weerwoord te hebben.”

Hij legt twee uitersten naast elkaar: de Nederlandse softe benadering van terreur, met psychiaters en inleven in de motivatie van terroristen naast die van de Russische die onderhandelen als een vorm van zwakte ziet.

Frank is geen pacifist, gelooft niet in alleen praten en woorden en luisteren om de samenleving te vrijwaren van kwaadwillenden en terroristen en denkt dat het heel verstandig is om de aivd, de politie, het leger enz. een rol te geven in de bestrijding van terroristen, maar pleit ervoor om de echte aandacht voor de ander niet weg te laten.

Niet die 17-jarige jongen die op het punt staat vreselijke dingen te doen van school sturen, maar “Bij de les houden is onmisbaar”.

Frank laat zien hoe belangrijk twijfel is, de vrijheid van het woord.

Hij pleit voor luisteren naar het verhaal, de geschiedenis die vooraf ging.

Een belangrijk pleidooi en boek in een tijd dat propaganda ons van alle kanten bij wijze van spreken om de oren vliegt en regeerders terrorisme gebruiken als aanleiding om mensenrechten op te schorten en standpunten en aanpak zich steeds verder verharden.

Uit propaganda is het verhaal, de achtergrond waarom mensen zijn gekomen tot wat zij doen, verdwenen. Waar propaganda is, is het wij tegen zij gevoel al overheersend en richting gevend.

Terug naar ‘het verhaal’,  het weer naar elkaar luisteren is niet eenvoudig, maar wel een noodzaak.

Frank in het interview: “Als het woord vrij is, ben je een stuk verder”

 

 

 

 

 

Groots en meeslepend

Sommige dode dichters leven vooral voort dankzij retoriek van strofen uit hun bekendste gedichten. Willem Kloos bijvoorbeeld: “Ik ben een god in het diepst van mijn gedachten”.  Uit het gedicht De grijsaard en de jongeling van Hendrik Marsman wordt nog vaak de eerste regel: “Groots en meeslepend wil ik leven!”geciteerd.  Marsman kende ik slechts uit mijn Nederlandse literatuurlessen op de middelbare school toen ik die frase in de zestiger jaren voor het eerst hoorde uit de mond van toenmalige provo en nu auteur David Douwes.

Groots en meeslepend leven…
Het krijgt ineens een andere  betekenis als ik vanochtend lees dat Trump de wapenwedloop wil hervatten. “America first!” betekent in Trumps gedachtegang dus ook de meeste kernwapens willen hebben. Het was te voorspellen.

Dit kind van rijke ouders was altijd al een aandachtsjunkie. Hij werd al op zijn 13e van school gestuurd wegens slecht gedrag. Toen hij het door zijn vader gespreide bedje vol vastgoed overnam, koos hij vooral voor vastgoedprojecten die goed in de publieke belangstelling lagen. Als vastgoedmagnaat kwam hij al snel in conflict met federale wetten en al de eerste keer dat dit gebeurde, in 1973, probeerde hij de tactiek van de omkering en beschuldigde hij de overheid ervan zijn bedrijf aan te vallen met als reden dat het een groot bedrijf was. Zijn zakelijke instincten waren minder goed dan hij wil doen voorkomen. In 1991 ging hij zelfs zakelijk failliet en ook bijna privé. De heropleving van zijn zakelijk imperium laat op allerlei momenten zien dat hij niets schuwt om in de belangstelling te komen.

Even deze samenvatting van zijn biografie om nog eens extra duidelijk te maken  dat de huidige president van de VS vooral een blaaskaak is die dankzij zijn afstamming en bijbehorende relaties zo ver is gekomen als nu en daarbij nooit gestopt is met het typerende gedrag van het verwende rijkeluisjochie.

Wanneer gaan we eindelijk erkennen dat het niet alleen een retoriek beoefenende en frasen uitkramende malloot is, maar iemand die lijdt aan grootheidswaanzin?
Het wordt tijd dat hij mondiaal erkend wordt als gevaarlijke gek. Het is te hopen dat wat er nog over is van de ooit zo geroemde Amerikaanse democratie nog werkt…

 

Nieuwe wildernis

En weer laait in de winter de discussie op over grote grazers in ‘de nieuwe wildernis’. Moeten er minder grazers komen of blijven er elke winter vele dieren een ‘natuurlijke’ hongerdood sterven? De vraag is of zo’n hongerdood wel zo natuurlijk is. De Oostvaardersplassen is een natuurgebied met een hek er omheen en de dieren hebben dus geen mogelijkheden om uit het natuurgebied weg te trekken. Succesrijke voortplanters hebben daardoor te maken met te grote aantallen voor de hoeveelheid beschikbaar voedsel.
Dit probleem doet zich overal in de wereld voor. De meest succesvolle diersoort mens blijft in toenemende mate leefgebieden innemen. Inmiddels is het landschap op aarde er totaal door veranderd. Dieren moeten zich aanpassen aan steeds meer en uitgestrektere stedelijke gebieden en zij die dat niet kunnen komen terecht in omheinde ‘wildernissen’, reservaten dus, waar ze als ze niet ten prooi vallen aan stropers zelfs met hun eigen soortgenoten moeten concurreren om voedsel.
De zich goden wanende mensen denken over alles wat de aarde voortbrengt te kunnen beschikken. Andere levensvormen zijn volgens de wetten der mensheid nog steeds ‘dingen’. Om vrijelijk over dieren te kunnen beschikken heeft de mens zelfs bedacht dat dieren geen gevoel hebben, dom zijn en volgens de gelovigen onder ons hebben dieren geen ziel.
Nu dit soort leugens steeds minder kunnen worden vol gehouden, al was het maar door de ontelbare dierenfilmpjes in de sociale media die laten zien hoe slim, gevoelig en sociaal dieren zijn, willen de gevoeligsten onder ons alsnog het lijden van dieren verminderen.
We voelen ons in het diepst van onze gedachten niet alleen god, maar ook schuldig over wat we door onze massale expansiedrift veroorzaken. Maar niets zo moeilijk voor de meeste mensen als toegeven dat je het fout hebt, dat je (mede) schuldig bent aan wantoestanden.
In plaats van de hand in eigen boezem steken en zorgen dat de mensheid eindelijk eens ophoudt met het groeien in aantal zodat er nog iets van ander leven vrijelijk kan bestaan op de aarde, gaan we ‘natuur beheren’ om ons geweten te sussen.

Om de Kennemerduinen staan minder hekken dan in de Flevopolder en een stijgend aantal damherten weet de weg te vinden naar Zandvoort waar ze als voedsel o.a. resten van menselijke consumptie vinden. Ik zou denken ‘leuk die herten in mijn dorp’, maar veel Zandvoorters blijken daar anders over te denken. Tuinen en openbaar groen ‘lijden’ onder de herten. Maar het gaat er vooral om dat de dieren zomaar ineens een weg kunnen oversteken en dan aangereden kunnen worden. Niet bezorgdheid over het welzijn van de herten is het probleem, maar de verkeersveiligheid: zo’n aanrijding is niet goed voor auto’s en mensen. En met een gewond, misschien zelfs bloedend hert wil je natuurlijk ook niet graag geconfronteerd worden. Dan kun je ze beter bejagen. Afschieten dus en het vlees verkopen. Mmm, hertenbiefstuk…
Gisteravond in Rtl late night verdedigde statenlid Sjaak Simonse van de SGP het initiatiefplan van SGP en VVD in de Flevopolder voor minder dieren en meer recreatie in de Oostervaarderplassen. Dat afschieten van dieren geld oplevert en het opruimen van kadavers van dieren die van de honger zijn omgekomen geld kost, zei hij er niet bij.

Voor geval u het nog niet wist:
Natuurbeheer valt al een aantal jaren onder het Ministerie van Economische Zaken..

Hekken

Heel toevallig zag ik mijn nieuwe buurman met minstens twee meter lange latten de tuin in sjouwen, kennelijk bedoeld om een schutting te bouwen tussen onze percelen. Onze tuinen zijn van het formaat balkon op de begane grond en zo’n hoge schutting zou het toch al beperkte aantal zonuren op mijn badlaken groot grasveldje tot kwartiertjes reduceren.
We hadden elkaar nog niet gesproken, dus dat kon een pittige kennismaking worden met mijn nieuwe buurman. Met mijn vriendelijkste gezicht maakte ik dat ik buiten kwam.
Ik stelde me voor, we schudden elkaar de hand en maakten een praatje over onze huizen. En ja, die gelakte latten waren bedoeld voor de schutting. En nee, het was niet de bedoeling dat hij die doormidden ging zagen. Die hoogte was volgens mijn nieuwe buurman nodig om te zorgen dat hun hond niet mijn tuin in kwam. Die hond was een behoorlijk uit de kluiten gewassen Duitse herder, die Buster bleek te heten. “Mooi beest”, zei ik welgemeend. Ik had er geen bezwaar tegen als hij mijn tuin in kwam. Maar Buster was een gevaarlijke hond volgens buurman, die latten waren echt nodig. In stilte maakte ik contact met Buster, onderwijl buurman vertellend dat ik zelf ooit een Duitse herder had gehad. Buurman keek me ongelovig aan,  daar was ik in zijn ogen kennelijk geen type voor en allengs werd Buster in zijn woorden een steeds onmogelijker hond. Terwijl we praatten bleef ik in stilte contact maken met Buster. “Kom maar hier jongen,” zei ik uiteindelijk zachtjes. Rustig haalde ik Buster aan die binnen no time volkomen tot rust bij mijn voeten ging liggen en daarmee buurmans laatste argument om de latten niet doormidden te zagen ontnam. Ik had er een vriend bij en meer dan een meter schuttinghoogte minder.
Dit voorval is vele jaren geleden, maar ik denk er vaak aan terug als ik zie hoe mensen overal hoge schuttingen en muren bouwen.
Eigenlijk zijn ze net als honden, ze zetten hun territorium af. De palen en hekwerken zijn hun geurvlaggetjes.
Wat in het klein gebeurt, gebeurt in het groot ook weer. We hebben kennelijk weinig geleerd van de voormalige Berlijnse muur. Hele woonwijken worden ommuurd om mensen het idee van veiligheid te bieden. In steden als Londen betekent dit dat het steeds moeilijker wordt om in een enigszins rechte lijn van het ene naar het andere stadsdeel te komen. Terwijl de wereld steeds overzichtelijker wordt en de globalisering blijft toenemen wordt het op steeds meer plaatsen in de wereld moeilijker en moeilijker om van het ene naar het andere land te komen. Families en geliefden worden gescheiden, alleen met pasjes en urenlange controles kun je aan de andere kant van zo’n muur of metershoog hekwerk komen.
Sedert we vanuit de ruimte daar naar kunnen kijken, beseffen we wat een klein en kwetsbaar bolletje onze planeet is. Dat was in 1968, maar de mens gaat desondanks door met zijn expansiedrift.
Tegenlicht gisteravond ging over het Antropoceen, het tijdperk van de mens.  Over zowel wetenschappelijk aantoonbare als voor een groot deel nog onbekende en complexe samenhang der ‘dingen’ waardoor we met zijn allen dienen samen te werken om het leven op onze kwetsbare moeder Aarde leefbaar te houden.
Daar passen geen muren bij.
Daar heb je wereldburgers voor nodig.
Mensen die beseffen dat we allemaal met elkaar te maken hebben, niet alleen mensen, maar al wat leeft.
Maar zolang de mens primitief zijn energie steekt in zijn territorium verdedigen, met en zonder geweld, en toe blijft geven aan zijn expansiedrift, blijft het aantal levensvormen in hoog tempo afnemen.
Dieren kunnen niet door die hekken.

De onverdraagzamen

Jaren her toen we nog spraken van crèche in plaats van kinderdagverblijf, bracht ik mijn peutertje geregeld met de auto naar de ouder crèche. Soms parkeerde ik mijn auto in een klein zijstraatje, maar toen ik dat een halve dag had gedaan tijdens mijn beurt om als ouder op de crèche te participeren, vond ik mijn auto met een lek gestoken band. En een briefje onder de ruitenwisser dat me duidelijk maakte dat ik weg moest blijven voortaan.

Met de hond liep ik geregeld door een autoloos straatje in de buurt de kortste weg naar het park. In éen huis sloeg steevast de daar wonende hond aan. Een ochtend om een uur of elf stoof de bazin van het hondje naar buiten die me in niet mis te verstane woorden te kennen gaf dat ik voortaan niet meer door het straatje mocht lopen omdat haar hond dan ging blaffen. Een paar dagen later deed in een parallel straatje een hondloze neef van haar ongeveer hetzelfde. Of we maar weg wilden blijven uit hun straat. Oprotten!
De auto heb ik nooit meer in dat kleine straatje geparkeerd, maar straatverboden laat ik me niet door eigen buurtgenoten opleggen.

Toen onze straat 10 jaar bestond hebben we dat gevierd met een straatfeest. Met subsidie van woningverhuurder en gemeente, omdat de onverdraagzaamheid van allerlei mensen zelfs voor de verdraagzamen in de straat niet meer te harden was. Ruiten sneuvelden, gescheld en geschreeuw en allerlei getreiter was schering en inslag en een keer werd er zelfs geschoten. Door de subsidie konden we een ruim aanbod aan muzikanten laten optreden. We vonden de meest uiteenlopende muzikanten bereid om tegen gereduceerd tarief op te treden voor het goede doel. De hele straat was er. Althans, als de muziek ook in de smaak viel van de onverdraagzamen. Was dat niet het geval, dan gingen zij naar binnen.
Bij een levensliedzanger stonden we er allemaal, bij een jazzy popbandje alleen de verdraagzamen.
Opvallend vond ik toen en nog steeds dat de onverdraagzamen in onze samenleving vaak lager opgeleiden zijn. Waarmee ik niet wil zeggen dat ze dommer zijn, want in menig opzicht zijn ze vaak slimmer dan hoog opgeleiden. Maar ze zijn sociaal vaak grover, directer, onbeschaafder.

Een overbuurvrouw hield op mij te begroeten als we elkaar tegen kwamen. Toen ik haar na een paar maanden eens aanschoot wat er aan de hand was, bleek ze kwaad omdat ik haar een keer vriendelijk gevraagd had of ze een paar weken geen brood wilde strooien. Daarbij had ik haar uitgelegd hoe moeilijk het zindelijk maken ging bij mijn pup en dat als ik hem bij de boomspiegel voor mijn huis zette zijn enige belangstelling uitging naar haar brood, een drietal metertjes bij hem vandaan.
“Ja en je zeg de hele tijd ‘plasje doen, plasje doen’. Gek worden we daarvan,” was haar reactie op mijn verzoek. “Ja daarom dus, des te eerder hoeft dat niet meer,” had ik geantwoord.
Achteraf bleek mijn verzoek opgevat als aantasting van haar vrijheid en het begin van allerlei getreiter.

De vraag is of onverdraagzaamheid vaker voorkomt bij lager opgeleiden of dat het slechts een kwestie is van dat educatie manieren van uiten aanleert die meer verbloemen. De verkiezing van Donald Trump geeft ook in dit opzicht te denken.
Van Donald Trump is bekend dat hij een lastige en trage leerling was. Er zijn mensen die beweren dat hij niet meer dan drie bladzijden achter elkaar kan lezen. Maar hij is een meester in opkomen voor zijn eigen belangen en daar moet je hem vooral geen haarbreed bij in de weg leggen want dan betoont hij zich uiterst onverdraagzaam.