Poes

Op mijn balkon-op-de-begane-grond wilde ik mijn badlakengroot grasveldje vernieuwen. De diverse honden hadden met hun graafpartijen het mini-veldje behoorlijk bobbelig weten te krijgen, tijd dus om nu er geen huisdieren meer bij me wonen het grasveldje weer prettig ligbaar te maken. Ik had de grond vroeg in het voorjaar omgespit, geëgaliseerd, gevoed en het wachten was op het stijgen van de temperatuur zodat het zinnig was om het gras te zaaien. Het koude voorjaar deed dat telkens weer uitstellen, maar uiteindelijk besloot ik half april toch gras in te zaaien.
Te vroeg bleek. Niet alleen vanwege de temperatuur die nog steeds onder de ontkiemtemperatuur van 13 graden bleef, maar omdat inmiddels een mij tot dan toe onbekende poes uit de buurt besloten had mijn mini-tuintje als kattenbak te benutten.
Het veldje opnieuw geëgaliseerd, bij gezaaid, laken erover gelegd. De volgende dag vond ik een dood muisje op het laken. Die had zich overeten aan het graszaad dacht ik, net als het muisje dat ik de na de eerste keer zaaien op het plaatsje had gevonden.
Omdat het koud bleef en het zaad begon uit te drogen onder het laken, verving ik het laken door kippengaas. Eindelijk, kort voor ik met vakantie zou gaan, begon het gras te ontkiemen.
Om te voorkomen dat het gras door het gaas zou groeien met alle problemen vandien, vroeg ik mijn buurman een beetje te helpen met de wit-zwarte poes weg te jagen en verwijderde het gaas.
Vanaf mijn vakantieverblijf appte ik buurman een foto van het prachtige uitzicht vanaf het dakterras. Hij stuurde een foto terug met “uitzicht vanaf mijn tuinterras”. Het was hem kennelijk goed gelukt de poes weg te houden zag ik aan het weelderige groen op mijn grasveldje.
Weer thuis bleek de poes toch het grasveldje wat kleiner te hebben gemaakt, maar dat was overkomelijk. Mijn plaatsje en minituintje waren kennelijk haar favoriete plaatsen om te zonnen respectievelijk in de schaduw te liggen. Ik zag haar elke dag. Ik begon haar steeds sympathieker te vinden, gaf haar af en toe een brokje als ze zich door mij had laten weerhouden haar behoefte in mijn tuintje te doen en daarna op een andere plek was gaan liggen.
Nog steeds weet ik noch mijn buurman waar de poes eigenlijk woont en buurman bleef haar ijverig wegjagen, ook nu het voor mijn gras niet meer nodig was.
Ik liet het maar zo, tenslotte woont de poes elders en kan ik me voorstellen dat ook buurman in zijn strookjes grond geen kattendrollen wil hebben.
Toch werd poes steeds vertrouwder. Een paar dagen geleden hoorde ik de magneetjes van mijn hor even klikken en bleek ze ondanks dat hor brutaalweg naar binnen gelopen. Maar aaien mag ik haar nog steeds niet.
Ook dat vind ik best zo. Anders ga ik nog aan haar hechten… Maar ik vroeg me wel steeds af: Komt poes nou voor mij of voor mijn huis?
De afgelopen week vond ik twee keer een dood veldmuisje op mijn nieuwe grasveldje.
Ik begon iets te vermoeden.
En ja hoor, afgelopen weekend zag ik poes bezig met een muisje vangen.
Ik heb buurman weer geappt:

“Ik ben van gedachten veranderd t.a.v. de wit met zwarte poes: ze blijkt een puike muizenvanger (…) Heel nuttig dus”.
Buurman stuurde een opgestoken duim terug.

Nu ik weet dat het noch om mij noch om mijn huis maar om haar jachtgebied gaat, wil ik helemaal graag weten waar de poes eigenlijk woont.
Want dat laatste muisje… daar speelde ze wel erg lang mee… na een kwartier waarin poes steeds muis weer even liet ontsnappen kon ik het niet meer aanzien.
Misschien kunnen die buurtgenoten waar ze woont poes ietsje minder fabrieksvoer geven?

Nieuwe wildernis

En weer laait in de winter de discussie op over grote grazers in ‘de nieuwe wildernis’. Moeten er minder grazers komen of blijven er elke winter vele dieren een ‘natuurlijke’ hongerdood sterven? De vraag is of zo’n hongerdood wel zo natuurlijk is. De Oostvaardersplassen is een natuurgebied met een hek er omheen en de dieren hebben dus geen mogelijkheden om uit het natuurgebied weg te trekken. Succesrijke voortplanters hebben daardoor te maken met te grote aantallen voor de hoeveelheid beschikbaar voedsel.
Dit probleem doet zich overal in de wereld voor. De meest succesvolle diersoort mens blijft in toenemende mate leefgebieden innemen. Inmiddels is het landschap op aarde er totaal door veranderd. Dieren moeten zich aanpassen aan steeds meer en uitgestrektere stedelijke gebieden en zij die dat niet kunnen komen terecht in omheinde ‘wildernissen’, reservaten dus, waar ze als ze niet ten prooi vallen aan stropers zelfs met hun eigen soortgenoten moeten concurreren om voedsel.
De zich goden wanende mensen denken over alles wat de aarde voortbrengt te kunnen beschikken. Andere levensvormen zijn volgens de wetten der mensheid nog steeds ‘dingen’. Om vrijelijk over dieren te kunnen beschikken heeft de mens zelfs bedacht dat dieren geen gevoel hebben, dom zijn en volgens de gelovigen onder ons hebben dieren geen ziel.
Nu dit soort leugens steeds minder kunnen worden vol gehouden, al was het maar door de ontelbare dierenfilmpjes in de sociale media die laten zien hoe slim, gevoelig en sociaal dieren zijn, willen de gevoeligsten onder ons alsnog het lijden van dieren verminderen.
We voelen ons in het diepst van onze gedachten niet alleen god, maar ook schuldig over wat we door onze massale expansiedrift veroorzaken. Maar niets zo moeilijk voor de meeste mensen als toegeven dat je het fout hebt, dat je (mede) schuldig bent aan wantoestanden.
In plaats van de hand in eigen boezem steken en zorgen dat de mensheid eindelijk eens ophoudt met het groeien in aantal zodat er nog iets van ander leven vrijelijk kan bestaan op de aarde, gaan we ‘natuur beheren’ om ons geweten te sussen.

Om de Kennemerduinen staan minder hekken dan in de Flevopolder en een stijgend aantal damherten weet de weg te vinden naar Zandvoort waar ze als voedsel o.a. resten van menselijke consumptie vinden. Ik zou denken ‘leuk die herten in mijn dorp’, maar veel Zandvoorters blijken daar anders over te denken. Tuinen en openbaar groen ‘lijden’ onder de herten. Maar het gaat er vooral om dat de dieren zomaar ineens een weg kunnen oversteken en dan aangereden kunnen worden. Niet bezorgdheid over het welzijn van de herten is het probleem, maar de verkeersveiligheid: zo’n aanrijding is niet goed voor auto’s en mensen. En met een gewond, misschien zelfs bloedend hert wil je natuurlijk ook niet graag geconfronteerd worden. Dan kun je ze beter bejagen. Afschieten dus en het vlees verkopen. Mmm, hertenbiefstuk…
Gisteravond in Rtl late night verdedigde statenlid Sjaak Simonse van de SGP het initiatiefplan van SGP en VVD in de Flevopolder voor minder dieren en meer recreatie in de Oostervaarderplassen. Dat afschieten van dieren geld oplevert en het opruimen van kadavers van dieren die van de honger zijn omgekomen geld kost, zei hij er niet bij.

Voor geval u het nog niet wist:
Natuurbeheer valt al een aantal jaren onder het Ministerie van Economische Zaken..

Sporten in het park

Recent telde ik in het park 15 groepen die aan fitnesstraining deden. De meesten met hupsen en springen en stukjes hardlopen maar er had ook een groepje een touw tussen twee bomen gespannen. Arme bomen, die krijgen dat tegenwoordig dagelijks te verduren. Eén groepje was aan het rekken en strekken m.b.v. steun aan de brugleuningen en blokkeerde daarmee de voetpaden op die brug. Ik werd zo gedwongen met mijn hond over het fietspad te gaan lopen. Dat fietspad staat bekend als het drukste in onze stad, misschien zelfs in onze provincie. Ik irriteerde me dan ook fiks aan die gang van zaken en zou er wat van gezegd hebben als ik niet juist op dat moment hartelijk begroet werd door de trainster van het groepje, een oude bekende.

Terwijl ik doorliep werd ik me nog eens extra bewust van mijn irritatie. Een paar jaar geleden, toen de eerste sportclubjes in het park opdoken, vond ik het nog wel grappig. Vooral de groepjes zwangere vrouwen hadden mijn warme belangstelling.  Maar het aantal clubjes is snel toegenomen. Dit voorjaar vond ik in mijn brievenbus menige folder van sporttrainers die als locatie het Wilhelminapark opgeven. Die kennis met haar clubje op de brug woont zelf helemaal aan de andere kant van de stad. Wat doet ze hier eigenlijk? Waar komen die tientallen zwangere vrouwen allemaal vandaan? En al die andere hardlopers en synchroon bewegers? 15 clubjes op een doordeweekse avond, alleen al aan de vijverkant van het fietspad is veel, het betekent in dit park dat je waar je ook kijkt zo’n groepje van 10, 20 mensen bezig ziet.

Het park heeft een grote speelweide. Vroeger werd daar zoveel gevoetbald dat er bordjes aan de rand stonden met het verzoek er niet te sporten met noppenschoenen aan. De grote weide wordt ook gebruikt voor -een toenemend aantal- manifestaties, zelfs het circus strijkt er elk jaar neer en bij mooi zomers weer kun je er niet meer voetballen, zelfs nauwelijks lopen, zo vol zit de zonnige weide dan met groepjes recreanten, m.n. studenten.
Daar kunnen die fitnessgroepjes dus niet vaak terecht en misschien vind je ze daarom op de paden, vooral de kruisingen want daar kunnen ze een cirkel vormen met zijn allen net als op alle stukjes gras die het park heeft.
Van de twee hondenspeelweiden is er nog maar éen over en met mooi weer zitten ook daar mensen, die zich hoogst waarschijnlijk niet bewust zijn van hoe vaak mensen daar drollen opruimen en honden daar geurvlaggetjes uitzetten…
Is dat de bron van mijn irritatie, dat ik bezorgd ben dat straks ook de laatste hondenspeelweide wordt opgegeven t.b.v. de vele recreanten in het park? Dat zou om vele redenen jammer zijn. Bovendien: hondenbezitters zijn de trouwste bezoekers van het park. Met weer en wind komen ze. Ik vind het niet zo erg als met mooi weer de hondenspeelweide niet meer zo goed te gebruiken is. Zo vaak is het geen echt mooi weer in ons land. Ik gun mensen hun plekje in de zon, hun gestrekt op het gras liggen, op een bankje naar de jonge watervogels kijken, mediteren met hun rug tegen de boom, picknicken, wandelen en spelen in het park met hun kinderen. Om maar eens wat te noemen.
Het zou fijn zijn als iedereen zelf zijn eigen rommel opruimde, maar verder kun je er toch niets op tegen hebben dat iedereen op zijn/haar manier van het park geniet? Zelfs de verjaardagsvierders en de tentopzetters kan ik begrijpen, maar die sport-, gymnastiek- en hardloopclubjes… die irriteren me.

De beheergroep van het Wilhelminapark buigt zich geregeld over het spanningsveld tussen natuur en recreatie. De Stichting organiseerde in september vorig jaar een avond waarbij omwonenden en gebruikers van het park konden meedenken en -praten over de toekomst van het park. Ik was daar niet bij, het spanningsveld is in een steeds drukkere samenleving nu eenmaal een gegeven en dan moet je niet moeilijk doen over dat meer prullenbakken het park ontsieren. En als er zo veel gepoept wordt in de struiken, tja, dan heb je zo’n dixi toilet nodig. En als al die picknickende studenten te beroerd zijn om hun afval mee naar huis te nemen en alle prullenbakken vol zijn, tja, dan heb je een schoonmaakploeg nodig. Elke ochtend.
Tja…

Maar door al die sportclubjes begrijp ik nu beter wat er bedoeld wordt met het spanningsveld tussen natuur en recreatie.
Dit soort recreanten komt niet in het park om daar van de natuur te genieten of de schoonheid van het ontwerp van de beroemde landschapsarchitect Zocher. Ze zien en horen vooral hun trainer en zijn te intensief met hun lichaam bezig om waar te nemen dat nog slechts een enkele vogel het waagt geluid te maken. Hun drukte en het geroep van de trainers tast de natuurbeleving van andere gebruikers in het park aan. Die trainers vragen geld voor hun werk waar ze meer van overhouden doordat ze geen locatiekosten hebben. Laten ze naar de sportparken gaan a.u.b.

Alles is goed

Bij een van de toegangen van het natuurpark staat naast een bruggetje een verlaten scootmobiel. Ik kijk om me heen, vanaf het bruggetje kan ik een groot deel van het natuurpark overzien, maar geen mens te bekennen.
Ik ben niet ongerust. De eigenaresse van de scootmobiel komt hier al jaren en in die tijd hebben we diverse gesprekken gevoerd. De eerste keer over de indruk die zo’n verlaten scootmobiel op mij en anderen maakte.
Ze heeft er wat op bedacht: aan de achterkant van de rugleuning heeft ze met 2 knijpers een geplastificeerd briefje opgehangen.
Daarop staat met grote letters
‘ALLES IS GOED’
en daaronder:
“Ik ben even wandelen of zit op een bankje te genieten van het uitzicht of drink een kopje koffie.
Je hoeft niet de politie te bellen, alles is goed.
Maar wil je wel met je handen van mijn scootmobiel afblijven!”

Mensen met een scootmobiel kunnen meestal nog wel lopen, maar niet lang. Of alleen met heel veel aandacht erbij en de ondersteuning van een stok.  De vrouw van de verlaten scootmobiel loopt heel bedachtzaam, alsof ze lessen in Mindfulness in de praktijk brengt.
‘Iedere stap is vrede’ heet een boek van de van oorsprong Vietnamese zenmeester Thich Nhat Hanh die wordt gezien als de grondlegger van Mindfulness. Beroemd zijn zijn lessen in schrijden, maar loop meditaties horen bij elke boeddhistische cursus of yoga onderricht.

De meeste mensen wandelen in gezelschap. Al kletsend over van alles en nog wat, hele disputen kunnen al wandelend worden aangegaan. Ook ik vind het af en toe gezellig om met een vriend of vriendin in de natuur te wandelen. Ik kan dan niet nalaten om hun aandacht te vestigen op de natuur om ons heen, meestal zien ze dat nauwelijks, sommigen kijken, gefocust als ze zijn op het gesprek, zelfs meer naar de grond voor zich dan om zich heen.
Hoe anders is dat met mijn hond; hij ziet alles wat er gebeurt in de natuur en door zijn focus zie ik meer dan als ik alleen loop. We stappen stevig door of wandelen heel rustig, naar gelang we zin hebben en wat er te zien is. Ik zou ook kunnen gaan schrijden, bewust zijn van elke stap, dan zou ik wellicht nog veel meer van alle details in de natuur kunnen genieten, het micro leven tussen het gras waarnemen.

Mijn huidige hond doet hetzelfde als mijn vorige hond: bij het betreden van het natuurpark blijft hij even staan en kijkt langzaam om zich heen. Alsof hij de natuur indrinkt met elke ademhaling. Ik herken dat, doe hetzelfde.
“Om werkelijk te leven, moeten we terugkeren naar het nu. Het voertuig dat ons naar het heden terugbrengt is onze bewuste ademhaling” (citaat uit de teaser van het boek ‘Iedere stap is vrede’)

De benenwagen is ook een voertuig.  Bedachtzaam lopen in de natuur, dan is alles weer goed.

 

 

 

Rode rijst

In de rubriek beter/eten in de Volkskrant gaat het deze keer over rode gistrijst, dat de prachtige eigenschap heeft om cholesterol te verlagen dankzij een stofje uit de schimmel waar de rijst haar rode kleur door krijgt.
Lekker af en toe eten denk ik dan, maar daar gaat het artikel niet over. Dat gaat erover of patiënten nu wel of geen baat hebben bij het eten van die rijst of de voedingssupplementen die er van gemaakt worden of dat ze beter het recept voor een cholesterol verlagend pilletje (statines) bij de dokter kunnen gaan halen.
Volgens het artikel werkt de rijst wel, de natuurlijke capsules nog beter maar zijn die te verschillend van samenstelling en alleen geschikt voor mensen die niet tegen statines kunnen. Maar “.. altijd onder mijn begeleiding. Ik houd het effect in de gaten,” zegt hoogleraar inwendige geneeskunde Erik Stroes.

Dit is het moderne denken over gezondheid en ziekte ten voeten uit. Het gaat niet over preventie, het gaat over dat de medicijnen die de farmaceutische industrie maakt altijd beter zijn en dat de bijeffecten door artsen gecontroleerd moeten worden.
Artsen krijgen tijdens hun opleiding slechts enkele uren les in voeding en ontelbare in de werking van farmaceutica en hun bijwerkingen en de pillen tegen de bijwerkingen.
We worden opgevoed in de gedachte dat de dokter het beter weet dan wij zelf in plaats van leren luisteren naar ons lichaam.

Ons lichaam is een prachtig wonder dat als je ernaar luistert in staat is aan te geven dat het ergens behoefte aan heeft. Dan krijg je trek in iets, of staat het je juist tegen. Of je krijgt als signaal een klein pijntje. In China waar de rode rijst heel populair is, is de traditie van de acupunctuur nog steeds levend. Masseer je lichaam en onderzoek de energiepunten. Zodra zo’n punt gevoelig is, masseer of sedeer dat extra tot het niet meer zo gevoelig is. Dat kun je zelf. Je hoeft niet te weten hoe al die punten heten en waar ze mee corresponderen, gewoon reageren op wat je voelt. Begin eens met je handen en voeten. Die herbergen energiepunten die corresponderen met de organen. Als je niet zo goed weet hoe je moet masseren of puntjes opzoeken, bezoek dan een keertje een masseur met kennis van acupunctuur of bekijk dit filmpje.

Wat de cholesterol betreft: dit is een vet waarvan steeds meer geneeskundigen betwijfelen of het wel de oorzaak is van hart- en vaatziekten. Lees desgewenst dit genuanceerde artikel over cholesterol. Een recente studie heeft uitgewezen dat cayennepeper heel goed helpt om de aderen schoon te houden. Ja, zelfs dat een theelepeltje opgelost in water door het verwijden van de bloedvaten snel werkt bij een beroerte of hartaanval.

Eet waar je zin in hebt en zo gevarieerd mogelijk. Misschien ook wel af en toe rode rijst met iets erbij waarin je cayennepeper hebt verwerkt 🙂

Terschelling

Goed beschouwd is de Friesland, de grote veerboot die me naar Terschelling brengt, met zijn ruimte voor o.a. 1100 passagiers en 100 auto’s niet in verhouding met de kleinschaligheid van dit eiland. Ook de meeste huisjes zijn klein. De huisjes in het havenplaatsje West-Terschelling hebben allen maar twee woonlagen wat een vriend die ik een vanuit het hoge duin gemaakte overzichtsfoto toestuur de kwalificatie ‘Madurodam’ ontlokt.
Pas als ik een fietstocht over het eiland maak zie ik hier en daar drie en enkele gebouwen met zelfs vier woonlagen. Het zijn bijna allemaal moderne hotels. Er zijn zichtbaar ook een aantal rijken op dit eiland neergestreken. Hun grote villa’s detoneren niet in het landschap, maar wijken wel opvallend af van de toon en kleur van de rest van dit eiland. Die toon ademt bescheidenheid. Je hoeft ook niet veel ruimte in te nemen als natuur om je heen je ruimte biedt. Het is te hopen dat die natuur niet volgebouwd wordt, maar de tendens daartoe is in de duinen wel zichtbaar.

Vanaf een duin in Oosterend, de uiterste plek waar nog bebouwing is, kan ik goed zien hoe smal het eiland eigenlijk is. Rechts strak groen, door schapen begraasd weideland met daarachter de waddijk, links de duinen met daarachter goed zichtbaar de druk bevaarde Noordzee. Dit uitzicht valt me ten deel na tal van andere landschappen en fraaie vergezichten. Het donkere bos, duinlandschappen, prachtige luchten, machtig mooi lijnenspel fietsend over de waddijk.
In de pittoreske dorpjes met hun kleine huisjes laat ik me op zonovergoten terrasjes verwennen met lekkernijen van het eiland, zoals de cranberry cheesecake.
Het leven is goed hier.
20150828_135144
Het grootste deel van de fietstocht steekt een in Midsland gekocht droogrekje uit mijn fietstas. Zouden mensen me daardoor aanzien voor een ‘local’ of een ‘loco’? Het maakt niet uit, als je hier vriendelijk een praatje maakt, krijg je altijd een vriendelijk woord terug. Ontspannen en relaxt zijn lijkt hier de volksaard.

’s Ochtends bij de fietsenverhuur koos ik voor de eenvoudigste fiets, 3 versnellingen, fietstassen erbij, de borg is een tientje. Ik hoef me niet te legitimeren alleen het adres waar ik verblijf op te geven. We maken grapjes over dat ik de fiets toch niet op de veerboot meekrijg en ik roem de kleinschaligheid hier. Ik pin 17,50. Als ik meld dat ik niet voor sluitingstijd terug zal zijn krijg ik instructies hoe de fiets in te leveren en… krijg meteen mijn borg van een tientje contant terug.
Deze blijk van vertrouwen is blijmakend en ik bedank de twee mannen hartelijk daarvoor. Als ik wegfiets blijk ik een duurdere categorie fiets mee gekregen te hebben, een met 7 versnellingen.

Wonen in een omgeving waar de menselijke maat nog regeert zorgt kennelijk ook voor vertrouwen in de medemens.

Zomerstorm

Bij stormschade denken we vooral aan afgewaaide takken, omgevallen en ontwortelde bomen en de daken van auto’s en huizen waar de kolossen op vallen. Bij de storm van 25 juli was die schade groter dan van menige najaarsstorm doordat de bomen volop in het groen stonden. Het opruimen van die natuurlijke snoeibeurt kost tijd. Gisteren liep ik over de Zeeweg van Overveen naar Bloemendaal aan Zee, meer over het fiets- dan het voetpad. De versperringen op het voetpad hebben kennelijk een lagere prioriteit. Niet zo verwonderlijk: tijdens de ruim 2 uur durende wandeling kwam ik slechts 2 andere voetgangers tegen.
stormschade
Waar je vrijwel niemand over hoort is dat ook dieren veel problemen ondervinden van zo’n zomerstorm. Tussen die zwiepende takken zitten ook veel vogelnesten waarvan menige nog met jongen. Vogels zoeken sterke takken uit, maar soms gaat het toch mis. Zelfs dagen na de storm. Dat ondervond mijn zoon toen hij ineens iets uit de hoge boom voor zijn deur zag vallen. Met een enorme klap kwam een nest jonge duiven voor zijn voeten neer. Eén van de twee was op slag dood. De andere niet, al leek dat gezien zijn verwondingen een kwestie van tijd. Mijn zoon ging zijn huis in om iets te pakken om die tijd te verkorten maar terug bij de jonge vogels bleek ook de tweede te zijn overleden. Moeder duif zat al die tijd op een tak het drama gade te slaan.
Mijn zoon was behoorlijk ontdaan van het ongeluk.
Het moet ook een afgrijselijk gezicht geweest zijn, de darmen kwamen uit hun lijfjes.
“Waarom willen we eigenlijk dieren altijd uit hun lijden verlossen?” vroeg hij zich af. “Als er nu een mens zo bij had gelegen, wat zou ik dan gedaan hebben?”
“Hopelijk meteen 112 gebeld.”
“Maar als ik die mens uit zijn lijden zou hebben willen verlossen?”
“Dan was het moord.”
“Maar als die mens me er nu om zou vragen, smeken zelfs…”
“Dan nog is het moord. Want je weet niet hoe snel de medische hulp arriveert en of er wellicht toch nog een redding mogelijk is. Voor mensen kunnen de medici meer doen dan voor dieren.”
“Dus ik zou bij die lijdende mens werkloos moeten toekijken tot de ambulance arriveert? Ook als die persoon me smeekt om er een eind aan te maken?”
“Ik denk dat de natuur het zo goed regelt dat je bij zeer ernstige verwondingen niet veel meer voelt, je lichaam maakt in hoog tempo pijnstillers aan.”
“Dus zou ik ook bij die stervende duif lijdzaam hebben kunnen toekijken?”

Euthanasie blijft een dilemma. De beslissing daartoe nemen voor mijn hond vond ik vreselijk moeilijk. Nadat we euthanasie hadden afgesproken, stierf hij 12 uur eerder een natuurlijke dood. Ik keek toe toen mijn hond stierf. Na dit gesprek met mijn zoon ben ik nog dankbaarder dat het zo gegaan is.