Slakken

Er zijn (amateur)tuinders die slakken verzamelen in een emmertje en die dan van tijd tot tijd legen in een stukje natuur. Er zijn tuinders die slakkengif strooien waarvan een deel zogenaamde eko-korrels. Slakken sterven er een nare langzame dood door. Ik zou waarschijnlijk tot die eerste categorie zijn gaan behoren als ik niet in het eerste jaar van mijn huidige woning een gruwelijke ervaring had opgedaan. Achter mijn huis grenst mijn minituintje aan andere tuinen middels een hoge muur. Op een vochtige nazomerse dag waren de stenen van die muur bijna onzichtbaar geworden door een overweldigende hoeveelheid huisjesslakken.
Ik vond en vind slakken prachtige dieren, maar van zo’n invasie liepen me de rillingen over de rug. Honderden en nog eens honderden slakken zaten daar op de muur bij mijn balkon-op-de-begane-grond zoals ik mijn minituintje al snel was gaan noemen.
Na ampel nadenken nam ik een vreselijk besluit. Ik heb de grote rubberen hamer gepakt waar je tentharingen mee de grond in hengst en ben gaan slaan. Slakkenvocht spatte op een gegeven moment in mijn oog. Mijn verdiende loon vond ik, maar ik ben doorgegaan tot er geen slak meer leefde.
Mijn motivatie voor deze moordpartij haalde ik uit de overtuiging dat zo’n overweldigend aantal slakken op amper 3 vierkante meter grond een teken was van volslagen ecologische onevenwichtigheid. En dat terwijl slakken een belangrijke schakel zijn in elk ecosysteem. Ze zijn de grote opruimers van planten. Zwakke planten helpen ze met afsterven. Wat de meeste tuinders niet begrijpen is dat de cultuurgewassen die ze telen door slakken worden aangezien voor zwakke planten.
Met al dat veredelen wat de mens heeft gedaan hebben we  zwakke rassen gecreëerd die we zo ongeveer moeten vertroetelen om tot volle wasdom te komen. Slakken erbij weghouden is dan ook een must om die gewassen nog zelf te kunnen consumeren. Oergewassen worden door slakken met rust gelaten tot de plant zelf begint met afsterven. Bij de meeste tuinders zijn dit uitsluitend nog kruiden zoals salie en tijm. Ik zou ook lavendel hebben genoemd, ware het niet dat daar inmiddels ook veel geknutselde versies van op de markt zijn die je meestal herkent aan een uitbundiger bloeiwijze.
Op mijn moestuin plet ik nog steeds toevallig opvallende slakken onder een steen of mijn laars. Ik blijf het de meest humane manier vinden, maar gelukkig word ik er niet van.
Recent nam ik mijn kleindochtertje voor het eerst mee naar de moestuin. Ik liet haar allerlei gewassen proeven wat ze heel interessant vond, maar het meest interessant vond ze iets dat ze zelf in het gras vond; een grote naaktslak.
Het diertje had zich meteen opgerold en mijn kleindochter bekeek hem in haar nog onhandige knuistje van zoveel mogelijk kanten. Ze kneep er een paar keer in. Ze verplaatste hem naar haar andere handje en keek met verbazing naar de slijmerige slakkenafscheidingen in haar lege knuistje.
Ik kreeg niet de indruk dat ze begreep dat ze een dier in haar handen had. Ik probeerde het haar duidelijk te maken door de slak even over te nemen en in het gras te zetten. Maar de uiterst langzame bewegingen waarmee de slak zich begon uit te strekken werden door mijn kleindochter niet herkend als dierlijk leven. Ik vermoed dat haar snelle, zestien maanden jonge hersens die zo ongelooflijk veel tegelijk leren, dat super langzame tempo niet konden volgen.
Misschien is dat ook wel een verklaring waarom de meeste tuinders niets voelen bij het doden van slakken. Toch zou ik eenieder willen aanraden om juist (het gedrag van) een slak eens uitgebreid te bestuderen. Een prachtige meditatieve bezigheid.
Ik zou ook eigenlijk wel tot die eerste categorie tuinders willen behoren; die de slakken vangen en elders uitzetten. Maar dan zie ik weer die muur voor me en besluit ik voor de meest humane manier die ik ken: één fikse klap.

 

 

 

Advertenties

Paardpad

Na een wandeling over de Boschplaat genoot ik van verrukkelijke venkel-courgettesoep in Heartbreak Hotel. Het is echter al meer dan twee uur geleden dat ik na die soep mijn wandeling voortzette door over het strand naar het westen te lopen. Het wordt tijd dat ik het strand verlaat, maar ik begin te vermoeden dat het strand te breed is om vanaf de waterlijn zicht te hebben op een pad door de duinen. De duinen doorsteken zonder pad is op Terschelling geen goed idee. Een paar dagen eerder zakte ik bij het beklimmen van een duin tot mijn kuiten in het zand, moest ik op mijn kont zittend een duin af.
Het strand is bijna geheel verlaten. Het afgelopen uur ben ik twee stellen met en een stel zonder hond tegen gekomen en ik ben een groepje mensen gepasseerd die aan het zeevissen waren.
In de verte zie ik een grote groep ruiters het strand opkomen. Lastig tellen op zo’n afstand, maar het zijn er zeker negen. Waar ze vandaan komen zou mijn pad door de duinen kunnen zijn, maar een mens heeft maar twee benen dus is de vraag of het ruiterpad ook voor mij geschikt is om te lopen. Ik loop door, nog meer in de verte zie ik een vlag, waarschijnlijk is dat paviljoen Kaap Hoorn.
Als ik ter hoogte van het ruiterpad ben, komt er een groep mensen vandaan lopen, ze hebben een wandelwagentje met peuter bij zich. Weliswaar dragen twee mannen dat wagentje tussen hen in, maar het lijkt me dat ze zoiets niet op een heel lang rul ruiterpad gedaan hebben.
Ik begin richting de duinen te lopen, het gebulder van de golven achter me latend. Wat een rust!
Als ik de groep passeer, reageert slechts een man, zo te zien de oudste, op mijn groet. Bij de duinrand gekomen besluit ik eerst een broodje en wat water te nuttigen. Dan zie ik de jongen met de hoed die bij de groep was en me opviel door zijn hippieachtig uiterlijk, terug lopen. Als hij mij bijna passeert groeten we elkaar.
“Weet je waar dit pad heen gaat?” vraag ik. “Pad heen?” herhaalt hij. Ik zie hem denken. “Dit paardpad,” zegt hij. Ik probeer het nog een keer. “Ja, maar waar komt het uit?” “Dit paardpad. Daar fietspad,” zegt hij na enig nadenken. “Thank you,” zeg ik. Dat ik uitgerekend aan een buitenlander de weg vraag.
Ik begin het duin op te klimmen via het paardpad. Het is behoorlijk rul, maar ik schort mijn oordeel op tot ik op de top van het duin het landschap kan overzien. Het duin is smal hier, niet ver achter de duinen zijn grote groene weides. Daar tussendoor zie ik een fietser rijden. Een verhard fietspad is een verlokkelijk vooruitzicht na al die tijd door zand gelopen te hebben. Eerst nog een stuk ruiterpad dat op de top van de duin een flink stuk smaller wordt. Er komen kennelijk veel paarden hier langs; ik zie zoveel poep liggen dat ik besluit mijn schoenen aan te trekken. Ook handig voor de takjes die even later het witte pad bruin kleuren.
Een man en vrouw passeren me tijdens hun klim het duin op. Hij groet terug, zij aarzelt. Aan de manier waarop mensen je groeten kun je veel aflezen. Op Terschelling onderscheidt het minimaal de eilanders van bezoekers. Eilanders groeten altijd. Open en duidelijk. Meer dan de helft van de gasten die ik op het fietspad groet, groet helemaal niet terug.
Naast het fietspad gaat het ruiterpad door. Er komt een groep ruiters over tegemoet lopen. Als ze bijna passeren blijf ik staan. De ruiters keuren me geen blik waardig. Ik knik de paarden toe. Ze knikken terug. De paarden zijn ook Eilanders.
paardpad

Nog een column over Terschelling –>

Honden adopteren

De dierenbescherming adverteert momenteel met tv spotjes over de oudere honden in de asiels.
Ik zou er zo een uitkiezen, ware het niet dat ik opzie tegen de dierenartskosten die toch snel aan de orde kunnen zijn als je een oudere hond opneemt. Ik vermoed dat meer hondenliefhebbers dat probleem hebben. Mensen nemen eerder een jongere hond uit het buitenland dan een oudere hond uit een Nederlands asiel.
Zo’n 200 stichtingen houden zich bezig met de opvang van zwerfhonden in het buitenland, het grootste deel daarvan houdt zich daadwerkelijk bezig met adoptie van honden.
Een dier uit het buitenland adopteren doe je vooral omdat het leed van een dier je emotioneert, omdat je wilt helpen, naast natuurlijk het fijn vinden om een hond te hebben.
Maar er zijn genoeg honden in Nederland die om een baasje verlegen zitten. Er komen alleen al elk jaar zo’n 25.000 dieren terecht in de Nederlandse asiels… Er worden meer dan 10.000 honden per jaar uit het buitenland gehaald, bijna net zoveel dus als er in de asiels zitten.
Sommige asiels melden periodes te kennen dat ze te weinig aanbod hebben om aan de vraag te voldoen. Dat zou het adopteren van een zwerfhond uit het buitenland rechtvaardigen. Maar er zitten andere periodes echt veel honden lang in asiels op een baasje te wachten.
De dierenbescherming is niet zo’n voorstander van zwerfhonden uit het buitenland hierheen halen, o.a. omdat de situatie voor honden in die landen er niet door verbetert. In tegendeel, het werkt het fokken van hondjes, vaak onder erbarmelijke omstandigheden, in de hand.

Momenteel logeert er een voormalig zwerfhondje uit Bulgarije bij mij. In huis een gigantische lieverd, buiten voor mij ook, maar daar heeft ze een gebruiksaanwijzing. Maar die is te hanteren, vooral als je de lichaamstaal van honden goed kent. Juist zwerfhonden hebben die meestal goed ontwikkeld, in tegenstelling tot sommige doorgefokte Nederlandse knuffelhonden.
Van mij zou ze altijd mogen blijven, maar uiteraard moet ze weer terug naar haar eigen baasje, over drie weken al. In de tussentijd is het genieten geblazen. Sedert het gedwongen vertrek van mijn vorige hond (o.a. deze column ging daarover) is het leeg in huis en wandel ik beduidend minder wat niet goed blijkt te zijn voor de beenspieren in mijn ouder wordende lijf.
Ik ga me eens buigen over oplossingen voor dierenartskosten.
Ik ga zeker bij het asiel in de buurt kijken. Juist in deze tijd van het jaar zijn er nog steeds malloten die hun hond stiekem over de hekken bij asiels zetten om met vakantie te gaan, altijd nog iets minder erg dan je hond zomaar ergens vastbinden. Misdadigers vind ik dat.
Ik sprak recent iemand die in korte tijd 5 verschillende honden in huis had. Zijn vrouw wilde per se een hond. En per se een pup. Maar na een paar maanden was er toch geen klik, vond de vrouw. Ze ging duidelijk voor het uiterlijk en snoezigheid van puppies, maar van opvoeden kwam niks terecht. Hij werkte te hard om er tijd voor te hebben, zij had er duidelijk geen kaas van gegeten. De man is nu bezig van haar te scheiden. Ik hoop dat ze daardoor ook geen geld meer zal hebben om puppies te kopen…

Een hond is geen gebruiksvoorwerp. Wie overweegt er eentje in huis te nemen, zal allereerst zeker moeten zijn van voldoende tijd om te trainen en de hond van beweging te voorzien. (ook kleine hondjes hebben veel beweging nodig!) We hebben het hierbij toch al gauw over minimaal twee uur per dag.
Je dient je goed te oriënteren op wat voor type hond bij je past (een jachthond bijv. kan maar op weinig plaatsen in de natuur los), er zijn grote verschillen in vachtonderhoud, realiseer je dat elke hond zorgt voor meer huishoudelijk werk en je dient bereid te zijn om veel te leren, zelf en met je hond. Met veel liefde en aandacht heb je aan elke hond die bij jou en je omstandigheden past een maatje voor het leven. Althans, zijn of haar leven…

  

Voor geïnteresseerden: Goed artikel over buitenlandse zwerfhonden in de NRC van 5 mei j.l.

Poes

Op mijn balkon-op-de-begane-grond wilde ik mijn badlakengroot grasveldje vernieuwen. De diverse honden hadden met hun graafpartijen het mini-veldje behoorlijk bobbelig weten te krijgen, tijd dus om nu er geen huisdieren meer bij me wonen het grasveldje weer prettig ligbaar te maken. Ik had de grond vroeg in het voorjaar omgespit, geëgaliseerd, gevoed en het wachten was op het stijgen van de temperatuur zodat het zinnig was om het gras te zaaien. Het koude voorjaar deed dat telkens weer uitstellen, maar uiteindelijk besloot ik half april toch gras in te zaaien.
Te vroeg bleek. Niet alleen vanwege de temperatuur die nog steeds onder de ontkiemtemperatuur van 13 graden bleef, maar omdat inmiddels een mij tot dan toe onbekende poes uit de buurt besloten had mijn mini-tuintje als kattenbak te benutten.
Het veldje opnieuw geëgaliseerd, bij gezaaid, laken erover gelegd. De volgende dag vond ik een dood muisje op het laken. Die had zich overeten aan het graszaad dacht ik, net als het muisje dat ik na de eerste keer zaaien op het plaatsje had gevonden.
Omdat het koud bleef en het zaad begon uit te drogen onder het laken, verving ik het laken door kippengaas. Eindelijk, kort voor ik met vakantie zou gaan, begon het gras te ontkiemen.
Om te voorkomen dat het gras door het gaas zou groeien met alle problemen vandien, vroeg ik mijn buurman een beetje te helpen met de wit-zwarte poes weg te jagen en verwijderde het gaas.
Vanaf mijn vakantieverblijf appte ik buurman een foto van het prachtige uitzicht vanaf het dakterras. Hij stuurde een foto terug met “uitzicht vanaf mijn tuinterras”. Het was hem kennelijk goed gelukt de poes weg te houden zag ik aan het weelderige groen op mijn grasveldje.
Weer thuis bleek de poes toch het grasveldje wat kleiner te hebben gemaakt, maar dat was overkomelijk. Mijn plaatsje en minituintje waren kennelijk haar favoriete plaatsen om te zonnen respectievelijk in de schaduw te liggen. Ik zag haar elke dag. Ik begon haar steeds sympathieker te vinden, gaf haar af en toe een brokje als ze zich door mij had laten weerhouden haar behoefte in mijn tuintje te doen en daarna op een andere plek was gaan liggen.
Nog steeds weet ik noch mijn buurman waar de poes eigenlijk woont en buurman bleef haar ijverig wegjagen, ook nu het voor mijn gras niet meer nodig was.
Ik liet het maar zo, tenslotte woont de poes elders en kan ik me voorstellen dat ook buurman in zijn strookjes grond geen kattendrollen wil hebben.
Toch werd poes steeds vertrouwder. Een paar dagen geleden hoorde ik de magneetjes van mijn hor even klikken en bleek ze ondanks dat hor brutaalweg naar binnen gelopen. Maar aaien mag ik haar nog steeds niet.
Ook dat vind ik best zo. Anders ga ik nog aan haar hechten… Maar ik vroeg me wel steeds af: Komt poes nou voor mij of voor mijn huis?
De afgelopen week vond ik twee keer een dood veldmuisje op mijn nieuwe grasveldje.
Ik begon iets te vermoeden.
En ja hoor, afgelopen weekend zag ik poes bezig met een muisje vangen.
Ik heb buurman weer geappt:

“Ik ben van gedachten veranderd t.a.v. de wit met zwarte poes: ze blijkt een puike muizenvanger (…) Heel nuttig dus”.
Buurman stuurde een opgestoken duim terug.

Nu ik weet dat het noch om mij noch om mijn huis maar om haar jachtgebied gaat, wil ik helemaal graag weten waar de poes eigenlijk woont.
Want dat laatste muisje… daar speelde ze wel erg lang mee… na een kwartier waarin poes steeds muis weer even liet ontsnappen kon ik het niet meer aanzien.
Misschien kunnen die buurtgenoten waar ze woont poes ietsje minder voer geven?

Nieuwe wildernis

En weer laait in de winter de discussie op over grote grazers in ‘de nieuwe wildernis’. Moeten er minder grazers komen of blijven er elke winter vele dieren een ‘natuurlijke’ hongerdood sterven? De vraag is of zo’n hongerdood wel zo natuurlijk is. De Oostvaardersplassen is een natuurgebied met een hek er omheen en de dieren hebben dus geen mogelijkheden om uit het natuurgebied weg te trekken. Succesrijke voortplanters hebben daardoor te maken met te grote aantallen voor de hoeveelheid beschikbaar voedsel.
Dit probleem doet zich overal in de wereld voor. De meest succesvolle diersoort mens blijft in toenemende mate leefgebieden innemen. Inmiddels is het landschap op aarde er totaal door veranderd. Dieren moeten zich aanpassen aan steeds meer en uitgestrektere stedelijke gebieden en zij die dat niet kunnen komen terecht in omheinde ‘wildernissen’, reservaten dus, waar ze als ze niet ten prooi vallen aan stropers zelfs met hun eigen soortgenoten moeten concurreren om voedsel.
De zich goden wanende mensen denken over alles wat de aarde voortbrengt te kunnen beschikken. Andere levensvormen zijn volgens de wetten der mensheid nog steeds ‘dingen’. Om vrijelijk over dieren te kunnen beschikken heeft de mens zelfs bedacht dat dieren geen gevoel hebben, dom zijn en volgens de gelovigen onder ons hebben dieren geen ziel.
Nu dit soort leugens steeds minder kunnen worden vol gehouden, al was het maar door de ontelbare dierenfilmpjes in de sociale media die laten zien hoe slim, gevoelig en sociaal dieren zijn, willen de gevoeligsten onder ons alsnog het lijden van dieren verminderen.
We voelen ons in het diepst van onze gedachten niet alleen god, maar ook schuldig over wat we door onze massale expansiedrift veroorzaken. Maar niets zo moeilijk voor de meeste mensen als toegeven dat je het fout hebt, dat je (mede) schuldig bent aan wantoestanden.
In plaats van de hand in eigen boezem steken en zorgen dat de mensheid eindelijk eens ophoudt met het groeien in aantal zodat er nog iets van ander leven vrijelijk kan bestaan op de aarde, gaan we ‘natuur beheren’ om ons geweten te sussen.

Om de Kennemerduinen staan minder hekken dan in de Flevopolder en een stijgend aantal damherten weet de weg te vinden naar Zandvoort waar ze als voedsel o.a. resten van menselijke consumptie vinden. Ik zou denken ‘leuk die herten in mijn dorp’, maar veel Zandvoorters blijken daar anders over te denken. Tuinen en openbaar groen ‘lijden’ onder de herten. Maar het gaat er vooral om dat de dieren zomaar ineens een weg kunnen oversteken en dan aangereden kunnen worden. Niet bezorgdheid over het welzijn van de herten is het probleem, maar de verkeersveiligheid: zo’n aanrijding is niet goed voor auto’s en mensen. En met een gewond, misschien zelfs bloedend hert wil je natuurlijk ook niet graag geconfronteerd worden. Dan kun je ze beter bejagen. Afschieten dus en het vlees verkopen. Mmm, hertenbiefstuk…
Gisteravond in Rtl late night verdedigde statenlid Sjaak Simonse van de SGP het initiatiefplan van SGP en VVD in de Flevopolder voor minder dieren en meer recreatie in de Oostervaarderplassen. Dat afschieten van dieren geld oplevert en het opruimen van kadavers van dieren die van de honger zijn omgekomen geld kost, zei hij er niet bij.

Voor geval u het nog niet wist:
Natuurbeheer valt al een aantal jaren onder het Ministerie van Economische Zaken..

Sporten in het park

Recent telde ik in het park 15 groepen die aan fitnesstraining deden. De meesten met hupsen en springen en stukjes hardlopen maar er had ook een groepje een touw tussen twee bomen gespannen. Arme bomen, die krijgen dat tegenwoordig dagelijks te verduren. Eén groepje was aan het rekken en strekken m.b.v. steun aan de brugleuningen en blokkeerde daarmee de voetpaden op die brug. Ik werd zo gedwongen met mijn hond over het fietspad te gaan lopen. Dat fietspad staat bekend als het drukste in onze stad, misschien zelfs in onze provincie. Ik irriteerde me dan ook fiks aan die gang van zaken en zou er wat van gezegd hebben als ik niet juist op dat moment hartelijk begroet werd door de trainster van het groepje, een oude bekende.

Terwijl ik doorliep werd ik me nog eens extra bewust van mijn irritatie. Een paar jaar geleden, toen de eerste sportclubjes in het park opdoken, vond ik het nog wel grappig. Vooral de groepjes zwangere vrouwen hadden mijn warme belangstelling.  Maar het aantal clubjes is snel toegenomen. Dit voorjaar vond ik in mijn brievenbus menige folder van sporttrainers die als locatie het Wilhelminapark opgeven. Die kennis met haar clubje op de brug woont zelf helemaal aan de andere kant van de stad. Wat doet ze hier eigenlijk? Waar komen die tientallen zwangere vrouwen allemaal vandaan? En al die andere hardlopers en synchroon bewegers? 15 clubjes op een doordeweekse avond, alleen al aan de vijverkant van het fietspad is veel, het betekent in dit park dat je waar je ook kijkt zo’n groepje van 10, 20 mensen bezig ziet.

Het park heeft een grote speelweide. Vroeger werd daar zoveel gevoetbald dat er bordjes aan de rand stonden met het verzoek er niet te sporten met noppenschoenen aan. De grote weide wordt ook gebruikt voor -een toenemend aantal- manifestaties, zelfs het circus strijkt er elk jaar neer en bij mooi zomers weer kun je er niet meer voetballen, zelfs nauwelijks lopen, zo vol zit de zonnige weide dan met groepjes recreanten, m.n. studenten.
Daar kunnen die fitnessgroepjes dus niet vaak terecht en misschien vind je ze daarom op de paden, vooral de kruisingen want daar kunnen ze een cirkel vormen met zijn allen net als op alle stukjes gras die het park heeft.
Van de twee hondenspeelweiden is er nog maar éen over en met mooi weer zitten ook daar mensen, die zich hoogst waarschijnlijk niet bewust zijn van hoe vaak mensen daar drollen opruimen en honden daar geurvlaggetjes uitzetten…
Is dat de bron van mijn irritatie, dat ik bezorgd ben dat straks ook de laatste hondenspeelweide wordt opgegeven t.b.v. de vele recreanten in het park? Dat zou om vele redenen jammer zijn. Bovendien: hondenbezitters zijn de trouwste bezoekers van het park. Met weer en wind komen ze. Ik vind het niet zo erg als met mooi weer de hondenspeelweide niet meer zo goed te gebruiken is. Zo vaak is het geen echt mooi weer in ons land. Ik gun mensen hun plekje in de zon, hun gestrekt op het gras liggen, op een bankje naar de jonge watervogels kijken, mediteren met hun rug tegen de boom, picknicken, wandelen en spelen in het park met hun kinderen. Om maar eens wat te noemen.
Het zou fijn zijn als iedereen zelf zijn eigen rommel opruimde, maar verder kun je er toch niets op tegen hebben dat iedereen op zijn/haar manier van het park geniet? Zelfs de verjaardagsvierders en de tentopzetters kan ik begrijpen, maar die sport-, gymnastiek- en hardloopclubjes… die irriteren me.

De beheergroep van het Wilhelminapark buigt zich geregeld over het spanningsveld tussen natuur en recreatie. De Stichting organiseerde in september vorig jaar een avond waarbij omwonenden en gebruikers van het park konden meedenken en -praten over de toekomst van het park. Ik was daar niet bij, het spanningsveld is in een steeds drukkere samenleving nu eenmaal een gegeven en dan moet je niet moeilijk doen over dat meer prullenbakken het park ontsieren. En als er zo veel gepoept wordt in de struiken, tja, dan heb je zo’n dixi toilet nodig. En als al die picknickende studenten te beroerd zijn om hun afval mee naar huis te nemen en alle prullenbakken vol zijn, tja, dan heb je een schoonmaakploeg nodig. Elke ochtend.
Tja…

Maar door al die sportclubjes begrijp ik nu beter wat er bedoeld wordt met het spanningsveld tussen natuur en recreatie.
Dit soort recreanten komt niet in het park om daar van de natuur te genieten of de schoonheid van het ontwerp van de beroemde landschapsarchitect Zocher. Ze zien en horen vooral hun trainer en zijn te intensief met hun lichaam bezig om waar te nemen dat nog slechts een enkele vogel het waagt geluid te maken. Hun drukte en het geroep van de trainers tast de natuurbeleving van andere gebruikers in het park aan. Die trainers vragen geld voor hun werk waar ze meer van overhouden doordat ze geen locatiekosten hebben. Laten ze naar de sportparken gaan a.u.b.

Alles is goed

Bij een van de toegangen van het natuurpark staat naast een bruggetje een verlaten scootmobiel. Ik kijk om me heen, vanaf het bruggetje kan ik een groot deel van het natuurpark overzien, maar geen mens te bekennen.
Ik ben niet ongerust. De eigenaresse van de scootmobiel komt hier al jaren en in die tijd hebben we diverse gesprekken gevoerd. De eerste keer over de indruk die zo’n verlaten scootmobiel op mij en anderen maakte.
Ze heeft er wat op bedacht: aan de achterkant van de rugleuning heeft ze met 2 knijpers een geplastificeerd briefje opgehangen.
Daarop staat met grote letters
‘ALLES IS GOED’
en daaronder:
“Ik ben even wandelen of zit op een bankje te genieten van het uitzicht of drink een kopje koffie.
Je hoeft niet de politie te bellen, alles is goed.
Maar wil je wel met je handen van mijn scootmobiel afblijven!”

Mensen met een scootmobiel kunnen meestal nog wel lopen, maar niet lang. Of alleen met heel veel aandacht erbij en de ondersteuning van een stok.  De vrouw van de verlaten scootmobiel loopt heel bedachtzaam, alsof ze lessen in Mindfulness in de praktijk brengt.
‘Iedere stap is vrede’ heet een boek van de van oorsprong Vietnamese zenmeester Thich Nhat Hanh die wordt gezien als de grondlegger van Mindfulness. Beroemd zijn zijn lessen in schrijden, maar loop meditaties horen bij elke boeddhistische cursus of yoga onderricht.

De meeste mensen wandelen in gezelschap. Al kletsend over van alles en nog wat, hele disputen kunnen al wandelend worden aangegaan. Ook ik vind het af en toe gezellig om met een vriend of vriendin in de natuur te wandelen. Ik kan dan niet nalaten om hun aandacht te vestigen op de natuur om ons heen, meestal zien ze dat nauwelijks, sommigen kijken, gefocust als ze zijn op het gesprek, zelfs meer naar de grond voor zich dan om zich heen.
Hoe anders is dat met mijn hond; hij ziet alles wat er gebeurt in de natuur en door zijn focus zie ik meer dan als ik alleen loop. We stappen stevig door of wandelen heel rustig, naar gelang we zin hebben en wat er te zien is. Ik zou ook kunnen gaan schrijden, bewust zijn van elke stap, dan zou ik wellicht nog veel meer van alle details in de natuur kunnen genieten, het micro leven tussen het gras waarnemen.

Mijn huidige hond doet hetzelfde als mijn vorige hond: bij het betreden van het natuurpark blijft hij even staan en kijkt langzaam om zich heen. Alsof hij de natuur indrinkt met elke ademhaling. Ik herken dat, doe hetzelfde.
“Om werkelijk te leven, moeten we terugkeren naar het nu. Het voertuig dat ons naar het heden terugbrengt is onze bewuste ademhaling” (citaat uit de teaser van het boek ‘Iedere stap is vrede’)

De benenwagen is ook een voertuig.  Bedachtzaam lopen in de natuur, dan is alles weer goed.