De rat

Bij een klimplant op een hoek snuffelt mijn hond. Hij doet dat meestal bij die hoek. Het is typisch zo’n hoekje dat de ene na de andere hond wil markeren met zijn geur. Maar iets aan zijn gedrag doet me kijken waaraan mijn hond snuffelt. Het blijkt een rat. Het diertje ligt half verscholen onder de klimplant op zijn of haar zij en mijn hond heeft zijn neus er ongeveer tegenaan. Ik trek hem terug. Hij is niet gebeten gelukkig.
Samen bestuderen we de rat. Hij heeft het duidelijk moeilijk; haalt met moeite adem en lijkt de situatie met ons gelaten te verdragen. Dat laatste verontrust me nog meer dan die ademhaling, waarschijnlijk is dit een stervende rat. Verbeeld ik het me nou of vraagt het dier om hulp? Maar wat voor hulp dan? Moet ik hem uit zijn lijden verlossen? Maar hoe doe ik dat dan? Met mijn wandelstok gaat me dat vast niet lukken. Moet ik op zoek naar een steen?
Maar wat voor voorbeeld geef ik mijn hond dan?
Ik besluit dat we doorlopen naar het park waar de hond even kan rennen en zijn behoefte doen. Kan ik ondertussen nadenken.

Aan het begin van het park is een milieukundige bezig met monsters nemen van het grondwater. Het blijkt niet te gaan om het grondwaterpeil maar om de verontreiniging en die is kennelijk fors. “Maar eigenlijk is dat in alle steden het geval,” vertelt de milieukundige.
“Het wordt alleen maar erger met al die stoffen die door geo-engineering over ons uitgestort worden,” zeg ik. De milieukundige kijkt me even onderzoekend aan. Ik denk oh jee, die kijkt of ik gek ben of twijfelt over wat hij zal zeggen. Het blijkt het laatste. Hij geeft een soort verontschuldigend glimlachje en zegt: “Inderdaad”.
Misschien heeft de rat wel verontreinigd water gedronken of anderszins gif binnen gekregen.
Terwijl ik met de hond ons ‘rondje park’ loop realiseer ik me dat ratten zelden gewaardeerd worden en mensen er van gruwen als ze ze op straat tegenkomen.
Soms als ik ’s avonds langs riviertje de Minstroom loop, hoor ik de ene plons na de andere; ratten die van de oever het water inspringen omdat wij eraan komen. Daarom wil ik mijn hond wel inenten tegen de ziekte van Weil.
Ratten kunnen het ook niet helpen dat ze ziekte overbrengers zijn. Maar om nou die rat op te pakken en naar de dierenarts te brengen, gaat mij ook weer te ver.

Op de terugweg blijkt de rat nog steeds op dezelfde plek. Even denk ik dat hij is overleden, maar hij ligt niet meer op zijn zij, maar als een normale rat op zijn poten en buik. Wanneer hij ons in de gaten krijgt, probeert hij weg te komen. Maar hij komt maar een paar centimeter vooruit en valt dan weer om op zijn zij.
Uit dat hij nu wel poogt voor ons weg te vluchten, leid ik af dat hij ietsje vooruit is gegaan sedert we hem drie kwartier geleden voor het eerst zagen, maar ben me tegelijkertijd ervan bewust dat zo positief denken me wel goed uitkomt. Ik heb met het dier te doen, maar kan het niet opbrengen om zijn einde te bespoedigen.
Ik ben een lafaard als het op het doden aankomt. Ondanks alle dode dieren en mensen die ik in mijn leven gezien heb, kan ik de dood zelf maar met moeite in de ogen kijken en durf ik zieke diertjes nauwelijks op te pakken, laat staan een genadeklap te geven.
Een stervende hommel, na lang aarzelen en geprobeerd te hebben of ik hem om kan keren, a la, maar een stervende rat? Wie ben ik om te oordelen over het levenseinde van een dier? Een dier dat ik goed ken en waar ik verantwoordelijk voor ben, ja daarvoor neem ik uiteindelijk soms zo’n besluit, maar laat het dan wel door een dierenarts uitvoeren en hoop ondertussen dat het niet nodig zal zijn en het dier een natuurlijke dood sterft.
Jao, de hond in mijn boek “Ja..?Oh!”, had dat goed begrepen. Jao ging ’s avonds om 11 uur zelf, i.p.v. op de met de dierenarts afgesproken tijd van 11 uur de volgende ochtend. Ik was daar heel dankbaar voor, maar het duurde meer dan een uur voor ik hem durfde aan te raken.

Ik moet opschieten, heb een afspraak en kan die moeilijk voor de deur laten staan. Ik laat de rat aan zijn of haar lot en de stedelijke vervuilde natuur over.

Advertenties

Nonchalance

Hoe haalt u de kroontjes van de aardbeien? Met een mesje of draait u ze er af met uw vingers?
Als kind zag ik nooit iemand met een mesje de kroontjes eraf halen.
Waren we toen minder bang voor vieze vingers? Of zijn de zo ongeveer industrieel geteelde aardbeien te vaak onrijp waardoor we graag het wit wegsnijden gelijk met het kroontje? Ik zie mijn gasten echter ook mijn prachtige geheel gerijpte smaakvolle aardbeien van eigen teelt toppen. Ik zie dat met lede ogen aan. Met een mesje verdwijnt er heel wat aardbei bij het afval. Gelukkig zijn mijn wormen in de wormentoren er blij mee.

Een tv-kok zag ik van een paprika een hele schijf afsnijden om het kleine steeltje te verwijderen.
Diverse tv-koks zie ik van uien aan twee kanten hele schijven wegsnijden.
In gedachten zie ik Willem de Ridder op de Hitweek/Aloha burelen waar hij ook woonde, bezig een ui te pellen en snijden. Willem verkende in die tijd, eind zestiger jaren, het macrobiotische koken en dat begon duidelijk met alle aandacht voor elk ingrediënt. Na het zorgvuldig pellen en verwijderen van de worteltjes en de harde kern aan de andere kant, sneed hij de ui perfect op de nerven.
Alles wat Willem kookte was zo smaakvol dat het je papillen streelde.
Willem kookte met aandacht en liefde.

Een gast die mij wilde helpen met koken vroeg ik of ze het laatste restje zout uit mijn zoutpot in een zoutvaatje wilde doen. Ik wilde de pot leeg hebben om af te kunnen wassen en weer te vullen met een royale hoeveelheid zout. Het kostte haar duidelijk moeite. Ik vroeg of dat iets met haar reumatische aandoening te maken had, maar ze bekende nooit te pielen met restjes maar het gewoon weg te gooien.
Als zout nou veel duurder was dan het is, zou ze dat dan nog doen vraag ik me af.

Zouden ze in arme landen ook paprika’s en uien zo grof behandelen en restjes voedsel van allerlei aard weggooien? Zouden de winkels daar ook zoveel weggooien?
Er wordt vaak beweerd dat we rijk zijn dat we zo makkelijk aan voedsel kunnen komen.
Maar ik zie steeds vaker hoe arm we in wezen zijn.
Door al dat gemak zijn we iets kwijt geraakt; de dankbaarheid voor wat moeder Aarde ons geeft.

We gaan haastig door het leven, er moet zoveel.
We hebben de rust niet om wezenlijke aandacht op te brengen voor al wat is.
Je ziet het in de parken en andere recreatiegebieden aan het afval wat er wordt achtergelaten. Je ziet het aan hoe we met dieren en elkaar omgaan.
Als we rustiger aan zouden doen, verdienen we minder geld, maar hebben we meer tijd om aandacht op te brengen voor al dat is. We zouden dan ook minder consumeren, wat goed zou zijn voor Moeder Aarde.
En wat goed is voor Moeder Aarde, is ook goed voor al wat leeft.
Wat de Aarde ons schenkt, is duur noch goedkoop, het zijn geen economische objecten, spinazie noch kip is een ‘mooi product’ zoals tv-koks dat graag noemen. Het is wat Moeder Aarde doet; ze schenkt leven en dat wat het in leven houdt. Dat verdient, nee vereist respect en is iets om dankbaar voor te zijn.
Als we dat massaal zouden doen, zou er een heel ander klimaat, in alle betekenissen van dat woord, op aarde heersen.

Stinkende gouwe

Een vriendin vertelde dat ze als kind heel veel wratjes had en haar moeder haar daarom meenam naar een natuurgenezer die op zijn beurt haar meenam naar zijn enorme wilde kruidentuin en haar wees op een plantje. Als ze het steeltje doormidden brak kwam er oranjekleurig sap tevoorschijn dat ze op haar wratjes moest smeren. De wratjes verdwenen er snel door en zijn nooit meer teruggekomen.
Ze vertelde het verhaal omdat ze het leuk vond dat er zo’n plantje bij haar in een van haar plantenbakken opgekomen was. Ongezien wist ik meteen welk kruid ze bedoelde; Stinkende gouwe. Op zijn latijns Chelidonium.
“Raar he dat zo’n plantje kan helpen,” zei ze.
Maar ik vind dat niet raar. Veel raarder is dat de farmaceutische industrie zich kon ontwikkelen doordat ze zogenaamde werkzame stofjes uit planten zijn gaan extraheren. De wetenschap onderzocht welke stoffen verantwoordelijk waren voor genezing en dan werden die uit de plantjes gehaald. Deze manier van denken beheerst tot op de dag van vandaag de ‘moderne’ geneeskunde. Zo ernstig zelfs, dat artsen bij hun opleiding vooral les krijgen in de werking van farmaceutische geneesmiddelen en hun bijwerkingen en nauwelijks les in bijvoorbeeld voeding.
De natuurlijke kruidengeneesmiddelen mogen dankzij lobby’s van de farmaceutische industrie en organisaties als de vereniging tegen kwakzalverij en andere sceptici niet eens meer verkocht worden met een vermelding waartoe ze dienen op de verpakking.
Maar feit is dat de volledige planten geen bijwerkingen geven en de extracten wel.
Komen die farmaceuten en artsen nou nooit eens op het idee dat geneeskunde niet een kwestie is van een stofje voor elke kwaal, maar dat genezen tot stand komt dankzij holistische principes?
Het wetenschappelijke antwoord op de vraag waarom de ene mens of het ene dier vatbaar is voor een ziekte en de andere niet, komt meestal niet verder dan dat er sprake is van verschil in weerstand.
Door de ziekte te isoleren en niet meer te beschouwen als iets wat deel is van de persoon die deze ziekte heeft, mis je verbanden die soms op verbazend eenvoudige wijze voor genezing kunnen zorgen.
Waarom krijg je geen bijwerkingen van Stinkende gouwe of van kamille, maar wel van de uit kamille geëxtraheerde stof?
Omdat het holistische principe ook geldt in planten. Het gaat niet alleen om die ene stof, het gaat om de hele plant en hoe de delen daarvan gebruikt kunnen worden, om bijvoorbeeld met het gebroken steeltje dat oranjekleurige sap op je wratjes te smeren.

In de natuur gaat het om het totaal en de onderlinge verbindingen.
Ecologen weten dat en proberen overheden te bewegen tot maatregelen om ecosystemen te beschermen. Biologen doen ook zoiets, imkers ook, maar de meeste mensen missen het plaatje van het totaal.
Dat totaal is ook groot: de Aarde zelf is één groot ecosysteem dat als zodanig niet los te zien is van het stelsel van planeten om ons heen. Maar als je oog hebt voor de kleine dingen in de natuur zie je juist via het kleine de samenhang.
De van de natuur vervreemde verstedelijkte mens gelooft vaak nog steeds heilig in de kennis van de moderne dokter en verwacht voor elke kwaal een pilletje of iets dergelijks.
Dat genezing begint door goed naar jezelf te kijken en luisteren is voor hen nog vaak ‘zweverig geklets’. Laat staan dat er dan bereidheid is om ‘aan je zelf te werken’.

Als een vogel vruchten eet, verspreid hij de pitjes, al dan niet via zijn ontlasting. Zaadjes van planten verspreiden zich o.a. via vachten van dieren of door de wind, alles werkt met alles samen.
De mens bewerkt de grond met chemicaliën, graaft hele eilanden af voor grondstoffen voor bijvoorbeeld smartphones, stookt fossiele brandstoffen op, laat de bevolkingsaanwas van mensen ongebreideld groeien en is nu zelfs aan het experimenteren met het weer waardoor ook windrichtingen veranderen. Wij mensen zorgen met dit soort zaken voor klimaatverandering en sterke vermindering van de biodiversiteit. Veel soorten sterven uit, dieren, insecten, planten. Het hele ecosysteem verandert. Straks is er misschien geen Stinkende gouwe meer om op je wratjes te smeren.

Medeschepselijkheid

Als ik het zoals in mijn vorige column heb over ‘Mensen Sporen niet’, wat ben ik dan eigenlijk aan het doen? Ben ik aan t oordelen? Waar haal ik het lef vandaan om te oordelen over anderen. Wie denk ik wel niet dat ik ben om dat te doen? Terecht reageert Loes Flendrie op die column dat het ook nog wel eens heel anders zou kunnen liggen dan ik denk.

Zulke columns, komen net als die daarvoor over ‘Verdeel en heers’ voort uit wanhoop. Wanhoop die het Utrechtse bandje de Megafoons al uitschreeuwde eind zeventiger jaren: “De wereld is een puinhoop, het is de vraag of dat goed afloopt”.  Wanhoop die voortkomt uit mijn grote Liefde voor de wereld en alles wat daarop leeft.  Wanhoop die soms leidt tot boosheid die eigenlijk weer het verdriet camoufleert.  Het zijn allemaal poginkjes om mensen aan het denken te zetten, wakker te maken.

In ‘De verwondering’  vertelt Hans Bouma over zijn gene toen hij zich in de zeventiger jaren door o.a. het rapport van de Club van Rome realiseerde dat hij de natuur tot dan toe gezien had als een soort decor. Ook Hans Bouma probeert met woorden en acties, zoals binnenkort weer een vredesdienst voor dieren, mensen wakker te maken. Vanmorgen kijkend  naar die uitzending van vandaag en luisterend naar de prachtige verwoordingen die Bouma aan zijn betrokkenheid geeft, realiseer ik me weer eens het dilemma waar ik me dagelijks voor geplaatst zie.  Reageer ik met boosheid of met Liefde? Reageer ik met wanhoop of met begrip? Reageer ik of haal ik in compassie mijn schouders op? Zeg ik wat of laat ik het?

Recent ging het tijdens een etentje over warmtepompen. Het blijkt dat om de aardwarmte te kunnen gebruiken er soms honderden meters in de grond geboord wordt om de leidingen aan te leggen. Het wordt gepresenteerd als een milieuvriendelijke manier van verwarmen.  Intuïtief wist ik, dat is ook niet goed. Hans Bouma gaf me vanmorgen het argument daarvoor toen hij vertelde over hoe bomen onder de grond met elkaar communiceren.  Bomen zijn geworteld in de aarde, de mens leeft daarop. Als de mens rekening wil houden met zijn medeschepselen, zou het wellicht een goed idee zijn om ons aan die verdeling te houden. 

Maar hoe krijgen we onze medemensen nu zo ver dat ze zich weer deel van de schepping gaan voelen en van daaruit hun verantwoordelijkheid als kroningen van de schepping weer in Liefde gaan dragen voor al onze medeschepselen?  Ook dit was weer een poginkje daartoe.

 

 

 

 

Zeg het met bloemen

Met een groot bos in haar hand en nog een op het bagagerekje voorop haar fiets, gaat ze op hoog tempo op het fietspad door het zonovergoten park. Maar haar gezicht staat op onweer.
Fysiognomie, daar moet je geen waarde aan hechten, zei mijn ex geregeld. Hij heeft psychologie gestudeerd.
Maar ik kan het niet laten om eerste indrukken te krijgen van mensen die me om wat voor reden dan ook opvallen in het voorbijgaan.
Kijkt die fietsende vrouw met haar prachtige boeketten zo omdat ze haar bril niet op heeft? Of omdat ze al haar aandacht bij het verkeer nodig heeft en tevens bij de twee boeketten?
Of is er iets in haar leven aan de hand waardoor ze niet kan genieten van zo’n stralende aankoop bij stralend weer?
Ik moet denken aan hoe vaak ik bloemen kreeg van mijn ex.
Meestal als er iets vervelends tussen ons was voorgevallen. Of als er echt iets te vieren viel. Jarenlang heb ik verlangd naar een mondeling excuus en liefst een lange ‘hug’ i.p.v. die bloemen. Maar op den duur kon ik niet anders dan accepteren dat hij kennelijk zo in elkaar zat. Mijn ex dus.
Ik schat de vrouw op de fiets in als een werkende. Wellicht gaat ze met die twee boeketten twee medewerkers in het zonnetje zetten.
Zou ze dan wel de zon op haar gezicht kunnen toveren?
In onze samenleving worden de boeketten steeds groter, veelzijdiger en prachtiger.
Maar de bloemen ruiken al jaren niet meer.

Ik koop nog maar zelden bloemen. Ik pluk ze, vooral uit eigen tuin. En liever pluk ik er eentje die ruikt om weg te geven, dan die vooral uiterlijk fraaie boeketten te geven.
Bijna drie jaar geleden kreeg ik met kerst een groot boeket met daarin vooral rode rozen. De rozen waren in een soort kaarsvet gedoopt en met glitters bestrooid.
Toen het levende groen lelijk begon te worden stonden de rozen er nog steeds florissant bij. Ik heb de stelen verwijderd en de rozen zien er in hun schaaltje nog steeds even fraai uit als toen ik ze kreeg.
Het heeft wel wat, die combinatie van kunst en natuur.
Maar blij word ik van die ene roos aan een struik, in de prachtige nazomerzon vandaag. Zo mooi om te zien. En hij ruikt ook nog!

Wespen

Een vriend van mij zou het liefst de elektrische vliegenmepper gebruiken als we samen in mijn stadstuintje zitten.  Hij is heel vaardig met dat ding en heeft in mijn huiskamer in de loop der jaren menige vlieg en mug ermee doodgeslagen. Daar heb ik gemengde gevoelens over maar ik snap dat hij dat graag doet. Maar buiten moeten die beestjes toch echt alle vrijheid hebben vind ik.
Samen buiten eten is momenteel niet echt een feestje. De vriend slaat steeds vliegen van zich weg. Dat zijn smerige beesten; ze schijnen als ze op je eten gaan zitten een stofje daarover uit te spugen vertelde de vriend onlangs.  Ik heb niet opgezocht wat voor stofje dat is maar als hij zo om zich heen slaat denk ik bij mezelf misschien is dat stofje nog wel ergens in je lijf goed voor en eet rustig door. 
Met wespen gaat dat niet. Als die met een groepje het op ons eten voorzien hebben kunnen we vanwege de paniek van mijn vriend beter naar binnen. En eerlijk gezegd wordt zo’n groepje mij soms ook teveel.

Een vriendin gaat in de wespentijd helemaal niet naar buiten. Ze is allergisch voor wespensteken en daarin is ze niet alleen.
Ik  ben nog nooit door een wesp gestoken, maar dat het pijn doet kan ik me heel goed voorstellen.
Toen mijn zoon een jaar of 8,9 was, zat er een keer een wesp op zijn blote schouder. Ik raadde hem aan stil te zitten en niet bang te zijn. Tot onze onaangename verrassing stak de wesp toch. Misschien was het al in een eerder stadium mis gegaan tussen zoonlief en die wesp, misschien was die wesp sowieso van een agressieve soort. Het was in de Ardeche en daar komen erg grote wespen voor. Dat jaar hoorden we ook diverse verhalen van mensen die ergens op een camping stonden en vanwege wespensteken in het ziekenhuis belandden. Tsja, met zulke grote joekels kijk ik ook extra uit. Toen daar een paar van in de Franse keuken kwamen, ben ik maar even in de huiskamer gaan zitten tot ze weg waren. Wat snel kan zijn als ze niks van hun gading vinden.

Als ik buiten ben let ik eigenlijk nooit zo op wespen of andere insecten. Als eentje me opvalt, neem ik soms nauwkeurig waar en constateer doorgaans dat ze best mooi zijn om te zien.
Dat geldt helemaal voor de hommels die elk jaar een nieuw nest maken in mijn spouwmuur. Hommels zijn zachtaardige dieren, als je ze niet lastig valt, vallen ze dat jou ook niet en doorgaans zijn ze al begin juli klaar met hun seizoen en zie je ze vrijwel niet meer.
Een wespennest daarentegen heb ik wel een keer weg laten halen. Met zoveel van die opdringerige beestjes is mijn stadstuintje gauw te klein.

Toen ik jaren her in mijn toenmalige grote woonkeuken een wesp op een keukenkastje zag zitten, stond ik voorzichtig op van mijn stoel aan de andere kant van de ruimte. Zodra ik stond kwam de wesp op ooghoogte in éen strakke rechte lijn op me af gesjeesd. Mijn mind schreeuwde: Terug jij! en midden in de lucht draaide hij zich om en zat weer op het kastje.

Een vriend was in diezelfde tijd minder gelukkig. Toen hij werd gebeld en de hoorn van de telefoon oppakte kreeg degene die belde ongeveer dit te horen: “Met Robe….aaaaaaaaaaaaaagggwaaaaaaaaai!” De wesp die kennelijk op de hoorn zat had hem in zijn lip gestoken. De opbeller is meteen op zijn motor gesprongen om te kijken wat er aan de hand was.

Het heeft zin om in deze tijd van het jaar vooral in huis goed je aandacht te houden bij wat je doet. En buiten gaan zitten zonder kijken is ook een afrader nu. Maar geldt zoiets niet het hele jaar? “Aandacht maakt alles mooier,” is een veel gehoorde reclameslogan momenteel.
Het ligt er maar aan wat voor aandacht.
Ik ben meer van de boeddhistische aandacht. Anders gezegd: van de liefdevolle aandacht vanuit verstilling en tevens verbinding met al dat is. Alles wat leeft mag er zijn en i.p.v. doodslaan zet ik insecten liever buiten.
Maar soms is die elektrische vliegenmepper best handig.

Waterhoentje

Het is weer de tijd van het jaar dat er veel wordt gepicknickt. Ellendig genoeg schijnt dat gepaard te moeten gaan met het achterlaten van afval op plekken waar dieren en vogels komen. Alleen al de filmpjes op internet waarin je dieren ziet die verstrikt zijn geraakt in plastic, zijn niet meer te tellen. Schildpadden, knaagdieren, vissen, zwanen en andere vogels raken verstrikt in ons afval waar ze zonder onze hulp niet vrij van komen en een afschuwelijke dood door sterven. Hoeveel van die filmpjes moeten mensen zien voor ze hun egoïstische gemakzucht staken?! Van de talloze keren dat een dier gewond raakt door glas of blik e.d. zijn geen filmpjes 😦
Mens ruim toch je troep op! Neem je afval mee naar huis!

Behalve door afval raken dieren ook in de problemen door constructies van mensen.
Herten komen vast te zitten in een hek, jonge eendjes vallen in een put of worden weggeblazen door de sterke winden die veel voorkomen om de hoeken van hoge gebouwen. Dieren kunnen moeite hebben met voor mensen de gewoonste zaken van de wereld.
Gelukkig zijn er ook mensen die oplettend zijn en dieren in nood helpen.
Een facebook vriendin noemt ze steevast helden en filmpjes van reddingen van dieren door dit soort helden wisselen we actief uit.

Er zijn ook constructies waar simpelweg niet goed over na is gedacht. Zo heeft de stad Utrecht een paar jaar geleden een hoge stenen beschoeiing aangebracht langs de singels, waardoor geen dier zonder vleugels meer uit het water kan komen. Misschien is er wel over nagedacht en wil de gemeente het loslopen van honden in dit losloop gebied op deze manier ontmoedigen. Want houdt een loslopende hond maar eens uit het water met dit weer…
In het Griftpark (waar ik was voor een picknick) ontdekte ik deze week een constructie waar echt niet goed genoeg over na is gedacht. Er is daar een serie trapsgewijze waterbassins gemaakt waarvoor het water in het bovenste bassin wordt aangevoerd vanuit de grote vijver middels een klein gat in de betonnen constructie die de rest van het vijverwater tegenhoudt. In het bovenste terras zwom een jong waterhoentje. Een kuiken nog, dat panische geluiden slakend uit het water probeerde te komen. Daartoe wilde hij terug naar waar hij vandaan kwam; het kleine watervalletje in de opening in de betonnen wal. Niet alleen het watervalletje was onneembaar voor het kuiken, ook de betonnen wal was veel te hoog. Ouders waren nergens te bekennen. Die hadden kennelijk hun kuiken al opgegeven.
Ik niet, dus deed ik mijn best om het uitgeputte beestje te vangen. Het water is er nog geen halve meter diep, maar door diverse snijwonden aan de poten van mijn honden weet ik dat er allerlei afval op de bodem van het begroeide bassin kan liggen waar ik mijn blote voeten aan kon openhalen dus durfde ik het water niet in. Andere pogingen mislukten jammerlijk. Eerlijk gezegd ontdekte ik de leeftijd te hebben bereikt waarop je te langzaam wordt voor dat soort dingen.
Diverse voorbijgangers keken even en liepen weer door.
Ik begon actief op voorbijgangers te letten. En ja, daar zag ik een geschikte jonge man en vriendin met een prachtige Viszla. Ik rende op ze af en vroeg “Ben jij een held?” Zijn vriendin moest het voor hem in het Engels vertalen. Lacherig over mijn vraag liepen ze na enige uitleg mee. Terwijl de jongen allerlei opties actief overwoog, kon het meisje de Viszla kennelijk niet meer houden. De jachthond sprong in het water en dook bovenop het waterhoentje. Meer dan een minuut lang leek het er op dat het kuiken verdronken was.
Maar toen zagen we een deel van zijn koppie boven water uitsteken. Wat een slimme truc! om je te verstoppen voor belagers. Toen de jonge man hem bijna te pakken had, verstopte het kuiken zich nog een keer, maar nu wisten we wat ons te doen stond. Nou ja ons, de man.
Even later kon de man het kuiken loslaten in de vijver. Hij was dus echt een held!
Het waterhoentje verschool zich in de waterplanten aan de rand van de vijver. Ik hoop maar dat hij na uitrusten daaruit is gezwommen en zijn ouders aan de andere kant van de grote vijver heeft bereikt.