Begin van de lente

Een paar dagen geleden meldden de journaals dat de lente was begonnen.
Buiten vroor het vele graden.
Toch zou de lente zijn begonnen.
Ik ben opgegroeid met dat de lente begint op 21 maart.
Gewoon een datum op de kalender. Net als de andere jaargetijden.
Maar ineens bestaat er nu zoiets als een meteorologisch begin van een jaargetijde.
Wie heeft dat in vredesnaam bedacht en wat stelt dat voor?
Hoe kan ik als gewoon mens weten wanneer meteorologisch de lente begint?
Wat voor instrumenten heb ik daarvoor nodig?
Maar hoera, we hebben internet.
Je kunt gewoon een lijstje vinden.
Ik lees: “De Meteorologische seizoenen beginnen telkens op de eerste van de maanden maart, juni, september en december om de klimatologische berekeningen eenvoudig en uniform te houden. De Astronomische seizoenen beginnen rond de 21e van diezelfde maanden.”
Hoe ik het geleerd heb heet kennelijk astronomische seizoenen.
Die meteorologische moeten de berekeningen eenvoudig houden. Dus het is bedacht door meteorologen?
Als kind begon voor mij het voorjaar als ik voor het eerst met blote benen naar buiten mocht. Niet zelden viel een buitentemperatuur die daar geschikt voor was samen met mijn verjaardag, een paar dagen na het astronomische lentepunt.
De vreugdevolle her-innering aan met een nieuwe jurk en voor het eerst in vele maanden geen kousen aan de weg naar school lopen, kan ik nog steeds zo in mezelf oproepen.
Ik ben een lentekind. Maar houd tegenwoordig van alle seizoenen.
Ze zijn wat grilliger geworden door de klimaatveranderingen. Of door alle experimenten met geo-engineering. Of door allebei. De berekeningen daarover zijn niet eenvoudiger geworden.
Vroeger leefden mensen meer met de natuur en dus ook met de seizoenen.
Daar komen oude gezegdes vandaan zoals
maart roert zijn staart
en
april doet wat hij wil.
Kousen draag ik nog zelden of nooit. Broekdrager als ik ben geworden, zijn blote benen onder een jurk voor mij tegenwoordig vooral aan de orde bij zomerse temperaturen.
Achter mijn huis staat een Magnolia.
Sedert die daar op mijn 50e verjaardag geplant werd, heeft de mooie boom de gewoonte ontwikkeld om bijna elk jaar zijn eerste bloem te openen op mijn jaardag. Het cadeau ontroert me telkens weer en het aanschouwen van die eerste bloem vult mijn hart met dankbaarheid, ook als het een keer een dagje later is.
Voor mij begint de lente als de Magnolia bloeit.

20150411_094942

Advertenties

Helden

Zal ik mijn telefoon meenemen? vroeg ik me vanmorgen af toen ik op het punt stond mijn ‘leenhond’ naar huis te brengen. Hardleers als ik ben deed ik het niet. Geen gedachte komt voor niets bij je op weet ik en toch negeer ik de ingevingen nog steeds af en toe.
Aangekomen bij de Rembrandtkade had ik al spijt. Midden op het ijs zag ik een jonge man op zijn knieën zitten. Met een ijspriem was hij bezig een cirkel te hakken rond een vogel die daar vastgevroren zat.
“Oh wat goed!” riep ik hem toe. “Je bent een held!”
Hij wimpelde het compliment weg.
Ik dacht aan mijn Facebookvriendinnetje die graag filmpjes plaatst van dit soort helden die dieren redden. Als ik zo’n filmpje tegenkom, deel ik hem steevast met haar. Als ik mijn telefoon bij me had, zou ik een prachtig filmpje kunnen maken. Maar de jonge man was blij dat ik dat niet kan.
“Ik heb een hond bij me dus kan beter niet dichterbij komen, maar kan je wel helpen door een steen te zoeken of zo,” was mijn povere hulpaanbod.
“Ik denk dat het wel gaat lukken,” zei de held.
Het ijs was behoorlijk dik dus het kostte nog wel wat moeite. Vermoedelijk was de man speciaal thuis de ijspriem gaan halen en ook zijn handschoenen van een dik soort plastic leken speciaal voor de klus gemaakt. Uiteindelijk kon hij met die handschoenen in het water en de vogel met het uitgehakte ijs optillen en meenemen. Naar zijn huis vermoed ik waar hij ongetwijfeld goed voor haar zal zorgen (als ik het goed heb gezien voor zover dat gaat met zo’n steeds fladderend dier, was het een vrouwtjes merel). Toen hij met het diertje wegliep zag ik hem geruststellend zijn hand erop leggen, zoals hij dat ook een paar keer gedaan had tijdens het ijspikken om de vogel een beetje tot rust te brengen.
Ik hoop dat ze het redt, daar waar ze vast zat in het ijs had ik een bloederig stukje gezien.
Als u gaat wandelen in de buurt van bevroren water, neem een ijspik of iets wat daar op lijkt mee als u ook zo’n held wilt worden.
Of uw schaatsen, want dat het ijs dik genoeg is, in ieder geval daar, heeft de vogelredder wel bewezen.

Koud op Terschelling?

Veel van mijn familie en vrienden kunnen zich niet of ternauwernood voorstellen wat ik in deze tijd van het jaar op Terschelling te zoeken heb.
Kortweg: rust, ruimte, wandelen over weidse vlakten en door stille bossen, prachtige duinen. Eigenlijk hetzelfde als in andere jaargetijden. Dagen achtereen was het de hele dag zonnig, zodat alleen mijn kleding het verschil met de zomer aangaf. Hoewel, het strand mijd ik een beetje; een ruige wind bij een temperatuur van rond of zelfs iets onder het vriespunt, nodigt niet echt uit voor strandwandelingen. Maar in de luwte van duinen, bossen en valleien is het goed toeven.
Nee familie en vrienden, het is niet koud. Ik ben er op gekleed en bovendien loop je jezelf warm.
De hond geeft het voorbeeld, die rent en draaft dat het een lust is, als ze me passeert is het op de van koude stevige grond of een paard in galop langskomt. Wat een flinke prestatie is voor een hond van minder dan 20 kilo. Hoeveel ze precies weegt weet ik niet, het is een ‘leenhond’; ze is van een vriendin die zo aardig is me haar uit te lenen. Dat is bijzonder, zelfs als je in aanmerking neemt dat ik de hond al meer dan een jaar geregeld uitlaat en ook hebt verzorgd tijdens vakantie van haar baasje.
We kunnen het goed vinden, Goldie en ik. Ook al noemt haar bazin haar een ‘zeer zelfstandige hond’, of misschien juist daarom. Ze heeft vermoedelijk een jaar op straat geleefd voor ze van Bulgarije naar ons land kwam en heeft voor zichzelf moeten zorgen. Ze vertoont de kenmerken van een surviver. Ze luistert goed naar me, maar soms gaat ze er in volle vaart vandoor en dan zie ik haar niet meer. Ze komt altijd terug, doorgaans binnen vijf minuten.
Aanvankelijk dacht ik dat het jachtinstinct was waarmee ze achter konijnen, eekhoorns en vogels aanging. Gênant en lastig gedrag waardoor je tien keer na moet denken of je haar wel los kunt laten lopen. En er zijn in onze woonomgeving al zo weinig plekken waar dat mag… Dat heb ik haar kennelijk wel duidelijk kunnen maken, want ze had het al maanden niet meer gedaan. Tot hier op Terschelling. De eerste dagen was ze zo vaak uit zicht, dat ik het echt vervelend begon te vinden en haar ernstig heb toegesproken, daarbij beurtelings met mijn vingers naar mijn ogen en die van haar wijzend. Ook dat begreep ze kennelijk, want de derde dag bleef ze keurig in het zicht. Ze neemt nog steeds af en toe een spurt, maar ze blijft nu in beeld, ook al is dat soms nog maar bijna een stipje aan de horizon. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom ze dat doet.
Allereerst heeft dit hondje een gigantisch plezier in zo hard mogelijk rennen. Een vogel of een knaagdier is daarbij extra leuk. Niet om te vangen, maar om mee te spelen. Op een grote vlakte zag ik haar achter een vogel aan rennen die op lage hoogte voor haar uit bleef vliegen en toen Goldie even pauze nam kwam de vogel zelfs weer naar haar terug om haar uit te dagen,
Vanmorgen bij het Groene Strand was er (apart genoeg) geen vogel te bekennen, maar toch nam ze een spurt. Wat kan dat beest rennen! Ze rende tot ik haar bijna niet meer zag. Met mijn hand boven mijn ogen tegen de zon kon ik zien hoe ze op haar gemak langs de wadlijn kuierde, wat snuffelde en toen mijn kant uitkeek. Ik zwaaien.. en ja, daar keerde ze en kwam terug, nu in iets langzamer tempo.
Ineens wist ik: rennen is voor haar vrijheid.
Op de weidse stille vlakten van Terschelling voelt ze die vrijheid nog meer dan in natuurgebieden rond de stad waar ik haar uitlaat.
Ik herken dat verschil.
Hier geen geluiden van verkeersaders en stads gekrakeel, maar soms oorverdovende stilte. Lege vlaktes, duinlandschappen, bossen die me soms even laten voelen hoe het zou zijn om alleen op de wereld te zijn. Niet onverdeeld leuk. Maar in de wetenschap dat je weer terug kunt keren naar de wereld der mensenis het genieten van de ruige natuur, vooral samen met een hond.
De genadeloze vrijheid van de natuur laat zich nu extra voelen omdat het sedert gisteravond sneeuwt op de waddeneilanden. Vandaag wisselen zon en sneeuwbuien elkaar af.
Maar nee we hebben het niet koud op Terschelling.
Vrijheid is hartverwarmend.

Dieren en beschaving

In het ster reclameblok aandacht voor de slechte levens van varkens wiens vlees als kiloknallers verkocht wordt. Na de reclame de documentaire ‘Elephant family & me’ waarin Gordon Buchanan laat zien hoe zijn respect voor de dieren hem dichtbij een groep olifanten en zelfs een olifantmoeder en jong laat komen in de natuur van Kenia.
Buchanan is een man van beschaving in mijn optiek.
Die varkensfokker wiens varkens we zien lijden in het sterblok is dat in mijn ogen niet of nauwelijks.
Ik vraag me af of ik de kopers van kiloknallers ook minder beschaafd zou moeten noemen. Maar je zal maar weinig geld hebben en toch een stukje vlees willen eten.
In deze tijd waarin rechtse regeringen (in veel landen in de wereld!) ervoor zorgen dat de rijken steeds rijker en de armen steeds armer worden past het niet om armen te oordelen op hun koopgedrag.
Je zou misschien kunnen stellen dat vlees eten per definitie niet beschaafd is. Maar dat gaat me te ver. Dierlijke producten bevatten voedingsstoffen die niet in andere voedingsmiddelen voorkomen. Het gaat hierbij om ‘complete eiwitten’ en aminozuren. Er zijn mensen die sommige aminozuren níet zelf kunnen maken, zoals taurine en carnosine. Dit komt voor in rood vlees.
Ik wil het dus eigenlijk niet hebben nu over wel of geen vlees eten.
Wel vind ik het eerlijk gezegd een kwestie van beschaving als je je vleesconsumptie matigt. Omdat de vleesproductie een belasting is voor het milieu; voor een kilo vlees zijn meerdere kilo’s plantaardig materiaal nodig, maar vooral: omdat dieren een waardig leven verdienen.
Omdat we in de huidige tijd massaal uiterst onbeschaafd met dieren omgaan. Of we die nu gebruiken voor de vleesproductie, voor hun vacht of voor stofjes waar we medicijnen van maken of wat dan ook.
Megastallen, kleine grondoppervlakten, snavels en staarten inkorten en nog veel meer leed zouden we dieren niet mogen aandoen.
Zijn economische motieven nu echt richtinggevend voor onze vee industrie?
Ik denk dat er iets veel ernstigers onder ligt:
een absoluut gebrek aan respect voor dieren.
Lang is gedacht dat dieren geen gevoel hebben. De kerken ontkenden dat dieren een ziel hadden, om zo de mens het recht te geven om over dieren te beschikken.
Maar wie dieren in vrijheid bestudeerd zoals Buchanan, zal versteld staan over hun intelligentie, hun communicatie, hun zorgzame manier van met elkaar omgaan.
Leve dit soort documentaires, leve internet en de mobiele telefoon waardoor steeds meer filmpjes over dieren, vooral via sociale media, ons bewust maken van de gevoeligheden van dieren. We zien dieren soortgenoten wegslepen die door een auto zijn aangereden, eendenmoeders hulp inroepen als hun kroost in een put is gevallen, kraaien sleetje rijden op een dak m.b.v. een plastic dekseltje, apen een soortgenoot reanimeren die tegen een hoogspanningskabel op een station is gekomen, dolfijnen die elkaar helpen enz. enz..
Als je dieren bestudeert zou je zomaar tot de conclusie kunnen komen dat ze in feite beschaafder zijn dan wij. In deze tijd dat de roep om anders te kijken naar ons slavernij verleden steeds duidelijker klinkt, wordt het hoog tijd dat we de slavernij van dieren aan de kaak stellen. Al was het maar als teken van beschaving.
Zoals Buchanan laat zien: dieren zijn bijzonder. Wij kunnen nog veel van ze leren, o.a. hoe ze voor elkaar zorgen.

Slakken

Er zijn (amateur)tuinders die slakken verzamelen in een emmertje en die dan van tijd tot tijd legen in een stukje natuur. Er zijn tuinders die slakkengif strooien waarvan een deel zogenaamde eko-korrels. Slakken sterven er een nare langzame dood door. Ik zou waarschijnlijk tot die eerste categorie zijn gaan behoren als ik niet in het eerste jaar van mijn huidige woning een gruwelijke ervaring had opgedaan. Achter mijn huis grenst mijn minituintje aan andere tuinen middels een hoge muur. Op een vochtige nazomerse dag waren de stenen van die muur bijna onzichtbaar geworden door een overweldigende hoeveelheid huisjesslakken.
Ik vond en vind slakken prachtige dieren, maar van zo’n invasie liepen me de rillingen over de rug. Honderden en nog eens honderden slakken zaten daar op de muur bij mijn balkon-op-de-begane-grond zoals ik mijn minituintje al snel was gaan noemen.
Na ampel nadenken nam ik een vreselijk besluit. Ik heb de grote rubberen hamer gepakt waar je tentharingen mee de grond in hengst en ben gaan slaan. Slakkenvocht spatte op een gegeven moment in mijn oog. Mijn verdiende loon vond ik, maar ik ben doorgegaan tot er geen slak meer leefde.
Mijn motivatie voor deze moordpartij haalde ik uit de overtuiging dat zo’n overweldigend aantal slakken op amper 3 vierkante meter grond een teken was van volslagen ecologische onevenwichtigheid. En dat terwijl slakken een belangrijke schakel zijn in elk ecosysteem. Ze zijn de grote opruimers van planten. Zwakke planten helpen ze met afsterven. Wat de meeste tuinders niet begrijpen is dat de cultuurgewassen die ze telen door slakken worden aangezien voor zwakke planten.
Met al dat veredelen wat de mens heeft gedaan hebben we  zwakke rassen gecreëerd die we zo ongeveer moeten vertroetelen om tot volle wasdom te komen. Slakken erbij weghouden is dan ook een must om die gewassen nog zelf te kunnen consumeren. Oergewassen worden door slakken met rust gelaten tot de plant zelf begint met afsterven. Bij de meeste tuinders zijn dit uitsluitend nog kruiden zoals salie en tijm. Ik zou ook lavendel hebben genoemd, ware het niet dat daar inmiddels ook veel geknutselde versies van op de markt zijn die je meestal herkent aan een uitbundiger bloeiwijze.
Op mijn moestuin plet ik nog steeds toevallig opvallende slakken onder een steen of mijn laars. Ik blijf het de meest humane manier vinden, maar gelukkig word ik er niet van.
Recent nam ik mijn kleindochtertje voor het eerst mee naar de moestuin. Ik liet haar allerlei gewassen proeven wat ze heel interessant vond, maar het meest interessant vond ze iets dat ze zelf in het gras vond; een grote naaktslak.
Het diertje had zich meteen opgerold en mijn kleindochter bekeek hem in haar nog onhandige knuistje van zoveel mogelijk kanten. Ze kneep er een paar keer in. Ze verplaatste hem naar haar andere handje en keek met verbazing naar de slijmerige slakkenafscheidingen in haar lege knuistje.
Ik kreeg niet de indruk dat ze begreep dat ze een dier in haar handen had. Ik probeerde het haar duidelijk te maken door de slak even over te nemen en in het gras te zetten. Maar de uiterst langzame bewegingen waarmee de slak zich begon uit te strekken werden door mijn kleindochter niet herkend als dierlijk leven. Ik vermoed dat haar snelle, zestien maanden jonge hersens die zo ongelooflijk veel tegelijk leren, dat super langzame tempo niet konden volgen.
Misschien is dat ook wel een verklaring waarom de meeste tuinders niets voelen bij het doden van slakken. Toch zou ik eenieder willen aanraden om juist (het gedrag van) een slak eens uitgebreid te bestuderen. Een prachtige meditatieve bezigheid.
Ik zou ook eigenlijk wel tot die eerste categorie tuinders willen behoren; die de slakken vangen en elders uitzetten. Maar dan zie ik weer die muur voor me en besluit ik voor de meest humane manier die ik ken: één fikse klap.

 

 

 

Paardpad

Na een wandeling over de Boschplaat genoot ik van verrukkelijke venkel-courgettesoep in Heartbreak Hotel. Het is echter al meer dan twee uur geleden dat ik na die soep mijn wandeling voortzette door over het strand naar het westen te lopen. Het wordt tijd dat ik het strand verlaat, maar ik begin te vermoeden dat het strand te breed is om vanaf de waterlijn zicht te hebben op een pad door de duinen. De duinen doorsteken zonder pad is op Terschelling geen goed idee. Een paar dagen eerder zakte ik bij het beklimmen van een duin tot mijn kuiten in het zand, moest ik op mijn kont zittend een duin af.
Het strand is bijna geheel verlaten. Het afgelopen uur ben ik twee stellen met en een stel zonder hond tegen gekomen en ik ben een groepje mensen gepasseerd die aan het zeevissen waren.
In de verte zie ik een grote groep ruiters het strand opkomen. Lastig tellen op zo’n afstand, maar het zijn er zeker negen. Waar ze vandaan komen zou mijn pad door de duinen kunnen zijn, maar een mens heeft maar twee benen dus is de vraag of het ruiterpad ook voor mij geschikt is om te lopen. Ik loop door, nog meer in de verte zie ik een vlag, waarschijnlijk is dat paviljoen Kaap Hoorn.
Als ik ter hoogte van het ruiterpad ben, komt er een groep mensen vandaan lopen, ze hebben een wandelwagentje met peuter bij zich. Weliswaar dragen twee mannen dat wagentje tussen hen in, maar het lijkt me dat ze zoiets niet op een heel lang rul ruiterpad gedaan hebben.
Ik begin richting de duinen te lopen, het gebulder van de golven achter me latend. Wat een rust!
Als ik de groep passeer, reageert slechts een man, zo te zien de oudste, op mijn groet. Bij de duinrand gekomen besluit ik eerst een broodje en wat water te nuttigen. Dan zie ik de jongen met de hoed die bij de groep was en me opviel door zijn hippieachtig uiterlijk, terug lopen. Als hij mij bijna passeert groeten we elkaar.
“Weet je waar dit pad heen gaat?” vraag ik. “Pad heen?” herhaalt hij. Ik zie hem denken. “Dit paardpad,” zegt hij. Ik probeer het nog een keer. “Ja, maar waar komt het uit?” “Dit paardpad. Daar fietspad,” zegt hij na enig nadenken. “Thank you,” zeg ik. Dat ik uitgerekend aan een buitenlander de weg vraag.
Ik begin het duin op te klimmen via het paardpad. Het is behoorlijk rul, maar ik schort mijn oordeel op tot ik op de top van het duin het landschap kan overzien. Het duin is smal hier, niet ver achter de duinen zijn grote groene weides. Daar tussendoor zie ik een fietser rijden. Een verhard fietspad is een verlokkelijk vooruitzicht na al die tijd door zand gelopen te hebben. Eerst nog een stuk ruiterpad dat op de top van de duin een flink stuk smaller wordt. Er komen kennelijk veel paarden hier langs; ik zie zoveel poep liggen dat ik besluit mijn schoenen aan te trekken. Ook handig voor de takjes die even later het witte pad bruin kleuren.
Een man en vrouw passeren me tijdens hun klim het duin op. Hij groet terug, zij aarzelt. Aan de manier waarop mensen je groeten kun je veel aflezen. Op Terschelling onderscheidt het minimaal de eilanders van bezoekers. Eilanders groeten altijd. Open en duidelijk. Meer dan de helft van de gasten die ik op het fietspad groet, groet helemaal niet terug.
Naast het fietspad gaat het ruiterpad door. Er komt een groep ruiters over tegemoet lopen. Als ze bijna passeren blijf ik staan. De ruiters keuren me geen blik waardig. Ik knik de paarden toe. Ze knikken terug. De paarden zijn ook Eilanders.
paardpad

Nog een column over Terschelling –>

Honden adopteren

De dierenbescherming adverteert momenteel met tv spotjes over de oudere honden in de asiels.
Ik zou er zo een uitkiezen, ware het niet dat ik opzie tegen de dierenartskosten die toch snel aan de orde kunnen zijn als je een oudere hond opneemt. Ik vermoed dat meer hondenliefhebbers dat probleem hebben. Mensen nemen eerder een jongere hond uit het buitenland dan een oudere hond uit een Nederlands asiel.
Zo’n 200 stichtingen houden zich bezig met de opvang van zwerfhonden in het buitenland, het grootste deel daarvan houdt zich daadwerkelijk bezig met adoptie van honden.
Een dier uit het buitenland adopteren doe je vooral omdat het leed van een dier je emotioneert, omdat je wilt helpen, naast natuurlijk het fijn vinden om een hond te hebben.
Maar er zijn genoeg honden in Nederland die om een baasje verlegen zitten. Er komen alleen al elk jaar zo’n 25.000 dieren terecht in de Nederlandse asiels… Er worden meer dan 10.000 honden per jaar uit het buitenland gehaald, bijna net zoveel dus als er in de asiels zitten.
Sommige asiels melden periodes te kennen dat ze te weinig aanbod hebben om aan de vraag te voldoen. Dat zou het adopteren van een zwerfhond uit het buitenland rechtvaardigen. Maar er zitten andere periodes echt veel honden lang in asiels op een baasje te wachten.
De dierenbescherming is niet zo’n voorstander van zwerfhonden uit het buitenland hierheen halen, o.a. omdat de situatie voor honden in die landen er niet door verbetert. In tegendeel, het werkt het fokken van hondjes, vaak onder erbarmelijke omstandigheden, in de hand.

Momenteel logeert er een voormalig zwerfhondje uit Bulgarije bij mij. In huis een gigantische lieverd, buiten voor mij ook, maar daar heeft ze een gebruiksaanwijzing. Maar die is te hanteren, vooral als je de lichaamstaal van honden goed kent. Juist zwerfhonden hebben die meestal goed ontwikkeld, in tegenstelling tot sommige doorgefokte Nederlandse knuffelhonden.
Van mij zou ze altijd mogen blijven, maar uiteraard moet ze weer terug naar haar eigen baasje, over drie weken al. In de tussentijd is het genieten geblazen. Sedert het gedwongen vertrek van mijn vorige hond (o.a. deze column ging daarover) is het leeg in huis en wandel ik beduidend minder wat niet goed blijkt te zijn voor de beenspieren in mijn ouder wordende lijf.
Ik ga me eens buigen over oplossingen voor dierenartskosten.
Ik ga zeker bij het asiel in de buurt kijken. Juist in deze tijd van het jaar zijn er nog steeds malloten die hun hond stiekem over de hekken bij asiels zetten om met vakantie te gaan, altijd nog iets minder erg dan je hond zomaar ergens vastbinden. Misdadigers vind ik dat.
Ik sprak recent iemand die in korte tijd 5 verschillende honden in huis had. Zijn vrouw wilde per se een hond. En per se een pup. Maar na een paar maanden was er toch geen klik, vond de vrouw. Ze ging duidelijk voor het uiterlijk en snoezigheid van puppies, maar van opvoeden kwam niks terecht. Hij werkte te hard om er tijd voor te hebben, zij had er duidelijk geen kaas van gegeten. De man is nu bezig van haar te scheiden. Ik hoop dat ze daardoor ook geen geld meer zal hebben om puppies te kopen…

Een hond is geen gebruiksvoorwerp. Wie overweegt er eentje in huis te nemen, zal allereerst zeker moeten zijn van voldoende tijd om te trainen en de hond van beweging te voorzien. (ook kleine hondjes hebben veel beweging nodig!) We hebben het hierbij toch al gauw over minimaal twee uur per dag.
Je dient je goed te oriënteren op wat voor type hond bij je past (een jachthond bijv. kan maar op weinig plaatsen in de natuur los), er zijn grote verschillen in vachtonderhoud, realiseer je dat elke hond zorgt voor meer huishoudelijk werk en je dient bereid te zijn om veel te leren, zelf en met je hond. Met veel liefde en aandacht heb je aan elke hond die bij jou en je omstandigheden past een maatje voor het leven. Althans, zijn of haar leven…

  

Voor geïnteresseerden: Goed artikel over buitenlandse zwerfhonden in de NRC van 5 mei j.l.