Wespen

Een vriend van mij zou het liefst de elektrische vliegenmepper gebruiken als we samen in mijn stadstuintje zitten.  Hij is heel vaardig met dat ding en heeft in mijn huiskamer in de loop der jaren menige vlieg en mug ermee doodgeslagen. Daar heb ik gemengde gevoelens over maar ik snap dat hij dat graag doet. Maar buiten moeten die beestjes toch echt alle vrijheid hebben vind ik.
Samen buiten eten is momenteel niet echt een feestje. De vriend slaat steeds vliegen van zich weg. Dat zijn smerige beesten; ze schijnen als ze op je eten gaan zitten een stofje daarover uit te spugen vertelde de vriend onlangs.  Ik heb niet opgezocht wat voor stofje dat is maar als hij zo om zich heen slaat denk ik bij mezelf misschien is dat stofje nog wel ergens in je lijf goed voor en eet rustig door. 
Met wespen gaat dat niet. Als die met een groepje het op ons eten voorzien hebben kunnen we vanwege de paniek van mijn vriend beter naar binnen. En eerlijk gezegd wordt zo’n groepje mij soms ook teveel.

Een vriendin gaat in de wespentijd helemaal niet naar buiten. Ze is allergisch voor wespensteken en daarin is ze niet alleen.
Ik  ben nog nooit door een wesp gestoken, maar dat het pijn doet kan ik me heel goed voorstellen.
Toen mijn zoon een jaar of 8,9 was, zat er een keer een wesp op zijn blote schouder. Ik raadde hem aan stil te zitten en niet bang te zijn. Tot onze onaangename verrassing stak de wesp toch. Misschien was het al in een eerder stadium mis gegaan tussen zoonlief en die wesp, misschien was die wesp sowieso van een agressieve soort. Het was in de Ardeche en daar komen erg grote wespen voor. Dat jaar hoorden we ook diverse verhalen van mensen die ergens op een camping stonden en vanwege wespensteken in het ziekenhuis belandden. Tsja, met zulke grote joekels kijk ik ook extra uit. Toen daar een paar van in de Franse keuken kwamen, ben ik maar even in de huiskamer gaan zitten tot ze weg waren. Wat snel kan zijn als ze niks van hun gading vinden.

Als ik buiten ben let ik eigenlijk nooit zo op wespen of andere insecten. Als eentje me opvalt, neem ik soms nauwkeurig waar en constateer doorgaans dat ze best mooi zijn om te zien.
Dat geldt helemaal voor de hommels die elk jaar een nieuw nest maken in mijn spouwmuur. Hommels zijn zachtaardige dieren, als je ze niet lastig valt, vallen ze dat jou ook niet en doorgaans zijn ze al begin juli klaar met hun seizoen en zie je ze vrijwel niet meer.
Een wespennest daarentegen heb ik wel een keer weg laten halen. Met zoveel van die opdringerige beestjes is mijn stadstuintje gauw te klein.

Toen ik jaren her in mijn toenmalige grote woonkeuken een wesp op een keukenkastje zag zitten, stond ik voorzichtig op van mijn stoel aan de andere kant van de ruimte. Zodra ik stond kwam de wesp op ooghoogte in éen strakke rechte lijn op me af gesjeesd. Mijn mind schreeuwde: Terug jij! en midden in de lucht draaide hij zich om en zat weer op het kastje.

Een vriend was in diezelfde tijd minder gelukkig. Toen hij werd gebeld en de hoorn van de telefoon oppakte kreeg degene die belde ongeveer dit te horen: “Met Robe….aaaaaaaaaaaaaagggwaaaaaaaaai!” De wesp die kennelijk op de hoorn zat had hem in zijn lip gestoken. De opbeller is meteen op zijn motor gesprongen om te kijken wat er aan de hand was.

Het heeft zin om in deze tijd van het jaar vooral in huis goed je aandacht te houden bij wat je doet. En buiten gaan zitten zonder kijken is ook een afrader nu. Maar geldt zoiets niet het hele jaar? “Aandacht maakt alles mooier,” is een veel gehoorde reclameslogan momenteel.
Het ligt er maar aan wat voor aandacht.
Ik ben meer van de boeddhistische aandacht. Anders gezegd: van de liefdevolle aandacht vanuit verstilling en tevens verbinding met al dat is. Alles wat leeft mag er zijn en i.p.v. doodslaan zet ik insecten liever buiten.
Maar soms is die elektrische vliegenmepper best handig.

Advertenties

Waterhoentje

Het is weer de tijd van het jaar dat er veel wordt gepicknickt. Ellendig genoeg schijnt dat gepaard te moeten gaan met het achterlaten van afval op plekken waar dieren en vogels komen. Alleen al de filmpjes op internet waarin je dieren ziet die verstrikt zijn geraakt in plastic, zijn niet meer te tellen. Schildpadden, knaagdieren, vissen, zwanen en andere vogels raken verstrikt in ons afval waar ze zonder onze hulp niet vrij van komen en een afschuwelijke dood door sterven. Hoeveel van die filmpjes moeten mensen zien voor ze hun egoïstische gemakzucht staken?! Van de talloze keren dat een dier gewond raakt door glas of blik e.d. zijn geen filmpjes 😦
Mens ruim toch je troep op! Neem je afval mee naar huis!

Behalve door afval raken dieren ook in de problemen door constructies van mensen.
Herten komen vast te zitten in een hek, jonge eendjes vallen in een put of worden weggeblazen door de sterke winden die veel voorkomen om de hoeken van hoge gebouwen. Dieren kunnen moeite hebben met voor mensen de gewoonste zaken van de wereld.
Gelukkig zijn er ook mensen die oplettend zijn en dieren in nood helpen.
Een facebook vriendin noemt ze steevast helden en filmpjes van reddingen van dieren door dit soort helden wisselen we actief uit.

Er zijn ook constructies waar simpelweg niet goed over na is gedacht. Zo heeft de stad Utrecht een paar jaar geleden een hoge stenen beschoeiing aangebracht langs de singels, waardoor geen dier zonder vleugels meer uit het water kan komen. Misschien is er wel over nagedacht en wil de gemeente het loslopen van honden in dit losloop gebied op deze manier ontmoedigen. Want houdt een loslopende hond maar eens uit het water met dit weer…
In het Griftpark (waar ik was voor een picknick) ontdekte ik deze week een constructie waar echt niet goed genoeg over na is gedacht. Er is daar een serie trapsgewijze waterbassins gemaakt waarvoor het water in het bovenste bassin wordt aangevoerd vanuit de grote vijver middels een klein gat in de betonnen constructie die de rest van het vijverwater tegenhoudt. In het bovenste terras zwom een jong waterhoentje. Een kuiken nog, dat panische geluiden slakend uit het water probeerde te komen. Daartoe wilde hij terug naar waar hij vandaan kwam; het kleine watervalletje in de opening in de betonnen wal. Niet alleen het watervalletje was onneembaar voor het kuiken, ook de betonnen wal was veel te hoog. Ouders waren nergens te bekennen. Die hadden kennelijk hun kuiken al opgegeven.
Ik niet, dus deed ik mijn best om het uitgeputte beestje te vangen. Het water is er nog geen halve meter diep, maar door diverse snijwonden aan de poten van mijn honden weet ik dat er allerlei afval op de bodem van het begroeide bassin kan liggen waar ik mijn blote voeten aan kon openhalen dus durfde ik het water niet in. Andere pogingen mislukten jammerlijk. Eerlijk gezegd ontdekte ik de leeftijd te hebben bereikt waarop je te langzaam wordt voor dat soort dingen.
Diverse voorbijgangers keken even en liepen weer door.
Ik begon actief op voorbijgangers te letten. En ja, daar zag ik een geschikte jonge man en vriendin met een prachtige Viszla. Ik rende op ze af en vroeg “Ben jij een held?” Zijn vriendin moest het voor hem in het Engels vertalen. Lacherig over mijn vraag liepen ze na enige uitleg mee. Terwijl de jongen allerlei opties actief overwoog, kon het meisje de Viszla kennelijk niet meer houden. De jachthond sprong in het water en dook bovenop het waterhoentje. Meer dan een minuut lang leek het er op dat het kuiken verdronken was.
Maar toen zagen we een deel van zijn koppie boven water uitsteken. Wat een slimme truc! om je te verstoppen voor belagers. Toen de jonge man hem bijna te pakken had, verstopte het kuiken zich nog een keer, maar nu wisten we wat ons te doen stond. Nou ja ons, de man.
Even later kon de man het kuiken loslaten in de vijver. Hij was dus echt een held!
Het waterhoentje verschool zich in de waterplanten aan de rand van de vijver. Ik hoop maar dat hij na uitrusten daaruit is gezwommen en zijn ouders aan de andere kant van de grote vijver heeft bereikt.

Begin van de lente

Een paar dagen geleden meldden de journaals dat de lente was begonnen.
Buiten vroor het vele graden.
Toch zou de lente zijn begonnen.
Ik ben opgegroeid met dat de lente begint op 21 maart.
Gewoon een datum op de kalender. Net als de andere jaargetijden.
Maar ineens bestaat er nu zoiets als een meteorologisch begin van een jaargetijde.
Wie heeft dat in vredesnaam bedacht en wat stelt dat voor?
Hoe kan ik als gewoon mens weten wanneer meteorologisch de lente begint?
Wat voor instrumenten heb ik daarvoor nodig?
Maar hoera, we hebben internet.
Je kunt gewoon een lijstje vinden.
Ik lees: “De Meteorologische seizoenen beginnen telkens op de eerste van de maanden maart, juni, september en december om de klimatologische berekeningen eenvoudig en uniform te houden. De Astronomische seizoenen beginnen rond de 21e van diezelfde maanden.”
Hoe ik het geleerd heb heet kennelijk astronomische seizoenen.
Die meteorologische moeten de berekeningen eenvoudig houden. Dus het is bedacht door meteorologen?
Als kind begon voor mij het voorjaar als ik voor het eerst met blote benen naar buiten mocht. Niet zelden viel een buitentemperatuur die daar geschikt voor was samen met mijn verjaardag, een paar dagen na het astronomische lentepunt.
De vreugdevolle her-innering aan met een nieuwe jurk en voor het eerst in vele maanden geen kousen aan de weg naar school lopen, kan ik nog steeds zo in mezelf oproepen.
Ik ben een lentekind. Maar houd tegenwoordig van alle seizoenen.
Ze zijn wat grilliger geworden door de klimaatveranderingen. Of door alle experimenten met geo-engineering. Of door allebei. De berekeningen daarover zijn niet eenvoudiger geworden.
Vroeger leefden mensen meer met de natuur en dus ook met de seizoenen.
Daar komen oude gezegdes vandaan zoals
maart roert zijn staart
en
april doet wat hij wil.
Kousen draag ik nog zelden of nooit. Broekdrager als ik ben geworden, zijn blote benen onder een jurk voor mij tegenwoordig vooral aan de orde bij zomerse temperaturen.
Achter mijn huis staat een Magnolia.
Sedert die daar op mijn 50e verjaardag geplant werd, heeft de mooie boom de gewoonte ontwikkeld om bijna elk jaar zijn eerste bloem te openen op mijn jaardag. Het cadeau ontroert me telkens weer en het aanschouwen van die eerste bloem vult mijn hart met dankbaarheid, ook als het een keer een dagje later is.
Voor mij begint de lente als de Magnolia bloeit.

20150411_094942

Helden

Zal ik mijn telefoon meenemen? vroeg ik me vanmorgen af toen ik op het punt stond mijn ‘leenhond’ naar huis te brengen. Hardleers als ik ben deed ik het niet. Geen gedachte komt voor niets bij je op weet ik en toch negeer ik de ingevingen nog steeds af en toe.
Aangekomen bij de Rembrandtkade had ik al spijt. Midden op het ijs zag ik een jonge man op zijn knieën zitten. Met een ijspriem was hij bezig een cirkel te hakken rond een vogel die daar vastgevroren zat.
“Oh wat goed!” riep ik hem toe. “Je bent een held!”
Hij wimpelde het compliment weg.
Ik dacht aan mijn Facebookvriendinnetje die graag filmpjes plaatst van dit soort helden die dieren redden. Als ik zo’n filmpje tegenkom, deel ik hem steevast met haar. Als ik mijn telefoon bij me had, zou ik een prachtig filmpje kunnen maken. Maar de jonge man was blij dat ik dat niet kan.
“Ik heb een hond bij me dus kan beter niet dichterbij komen, maar kan je wel helpen door een steen te zoeken of zo,” was mijn povere hulpaanbod.
“Ik denk dat het wel gaat lukken,” zei de held.
Het ijs was behoorlijk dik dus het kostte nog wel wat moeite. Vermoedelijk was de man speciaal thuis de ijspriem gaan halen en ook zijn handschoenen van een dik soort plastic leken speciaal voor de klus gemaakt. Uiteindelijk kon hij met die handschoenen in het water en de vogel met het uitgehakte ijs optillen en meenemen. Naar zijn huis vermoed ik waar hij ongetwijfeld goed voor haar zal zorgen (als ik het goed heb gezien voor zover dat gaat met zo’n steeds fladderend dier, was het een vrouwtjes merel). Toen hij met het diertje wegliep zag ik hem geruststellend zijn hand erop leggen, zoals hij dat ook een paar keer gedaan had tijdens het ijspikken om de vogel een beetje tot rust te brengen.
Ik hoop dat ze het redt, daar waar ze vast zat in het ijs had ik een bloederig stukje gezien.
Als u gaat wandelen in de buurt van bevroren water, neem een ijspik of iets wat daar op lijkt mee als u ook zo’n held wilt worden.
Of uw schaatsen, want dat het ijs dik genoeg is, in ieder geval daar, heeft de vogelredder wel bewezen.

Koud op Terschelling?

Veel van mijn familie en vrienden kunnen zich niet of ternauwernood voorstellen wat ik in deze tijd van het jaar op Terschelling te zoeken heb.
Kortweg: rust, ruimte, wandelen over weidse vlakten en door stille bossen, prachtige duinen. Eigenlijk hetzelfde als in andere jaargetijden. Dagen achtereen was het de hele dag zonnig, zodat alleen mijn kleding het verschil met de zomer aangaf. Hoewel, het strand mijd ik een beetje; een ruige wind bij een temperatuur van rond of zelfs iets onder het vriespunt, nodigt niet echt uit voor strandwandelingen. Maar in de luwte van duinen, bossen en valleien is het goed toeven.
Nee familie en vrienden, het is niet koud. Ik ben er op gekleed en bovendien loop je jezelf warm.
De hond geeft het voorbeeld, die rent en draaft dat het een lust is, als ze me passeert is het op de van koude stevige grond of een paard in galop langskomt. Wat een flinke prestatie is voor een hond van minder dan 20 kilo. Hoeveel ze precies weegt weet ik niet, het is een ‘leenhond’; ze is van een vriendin die zo aardig is me haar uit te lenen. Dat is bijzonder, zelfs als je in aanmerking neemt dat ik de hond al meer dan een jaar geregeld uitlaat en ook hebt verzorgd tijdens vakantie van haar baasje.
We kunnen het goed vinden, Goldie en ik. Ook al noemt haar bazin haar een ‘zeer zelfstandige hond’, of misschien juist daarom. Ze heeft vermoedelijk een jaar op straat geleefd voor ze van Bulgarije naar ons land kwam en heeft voor zichzelf moeten zorgen. Ze vertoont de kenmerken van een surviver. Ze luistert goed naar me, maar soms gaat ze er in volle vaart vandoor en dan zie ik haar niet meer. Ze komt altijd terug, doorgaans binnen vijf minuten.
Aanvankelijk dacht ik dat het jachtinstinct was waarmee ze achter konijnen, eekhoorns en vogels aanging. Gênant en lastig gedrag waardoor je tien keer na moet denken of je haar wel los kunt laten lopen. En er zijn in onze woonomgeving al zo weinig plekken waar dat mag… Dat heb ik haar kennelijk wel duidelijk kunnen maken, want ze had het al maanden niet meer gedaan. Tot hier op Terschelling. De eerste dagen was ze zo vaak uit zicht, dat ik het echt vervelend begon te vinden en haar ernstig heb toegesproken, daarbij beurtelings met mijn vingers naar mijn ogen en die van haar wijzend. Ook dat begreep ze kennelijk, want de derde dag bleef ze keurig in het zicht. Ze neemt nog steeds af en toe een spurt, maar ze blijft nu in beeld, ook al is dat soms nog maar bijna een stipje aan de horizon. Ik begin steeds beter te begrijpen waarom ze dat doet.
Allereerst heeft dit hondje een gigantisch plezier in zo hard mogelijk rennen. Een vogel of een knaagdier is daarbij extra leuk. Niet om te vangen, maar om mee te spelen. Op een grote vlakte zag ik haar achter een vogel aan rennen die op lage hoogte voor haar uit bleef vliegen en toen Goldie even pauze nam kwam de vogel zelfs weer naar haar terug om haar uit te dagen,
Vanmorgen bij het Groene Strand was er (apart genoeg) geen vogel te bekennen, maar toch nam ze een spurt. Wat kan dat beest rennen! Ze rende tot ik haar bijna niet meer zag. Met mijn hand boven mijn ogen tegen de zon kon ik zien hoe ze op haar gemak langs de wadlijn kuierde, wat snuffelde en toen mijn kant uitkeek. Ik zwaaien.. en ja, daar keerde ze en kwam terug, nu in iets langzamer tempo.
Ineens wist ik: rennen is voor haar vrijheid.
Op de weidse stille vlakten van Terschelling voelt ze die vrijheid nog meer dan in natuurgebieden rond de stad waar ik haar uitlaat.
Ik herken dat verschil.
Hier geen geluiden van verkeersaders en stads gekrakeel, maar soms oorverdovende stilte. Lege vlaktes, duinlandschappen, bossen die me soms even laten voelen hoe het zou zijn om alleen op de wereld te zijn. Niet onverdeeld leuk. Maar in de wetenschap dat je weer terug kunt keren naar de wereld der mensenis het genieten van de ruige natuur, vooral samen met een hond.
De genadeloze vrijheid van de natuur laat zich nu extra voelen omdat het sedert gisteravond sneeuwt op de waddeneilanden. Vandaag wisselen zon en sneeuwbuien elkaar af.
Maar nee we hebben het niet koud op Terschelling.
Vrijheid is hartverwarmend.

Dieren en beschaving

In het ster reclameblok aandacht voor de slechte levens van varkens wiens vlees als kiloknallers verkocht wordt. Na de reclame de documentaire ‘Elephant family & me’ waarin Gordon Buchanan laat zien hoe zijn respect voor de dieren hem dichtbij een groep olifanten en zelfs een olifantmoeder en jong laat komen in de natuur van Kenia.
Buchanan is een man van beschaving in mijn optiek.
Die varkensfokker wiens varkens we zien lijden in het sterblok is dat in mijn ogen niet of nauwelijks.
Ik vraag me af of ik de kopers van kiloknallers ook minder beschaafd zou moeten noemen. Maar je zal maar weinig geld hebben en toch een stukje vlees willen eten.
In deze tijd waarin rechtse regeringen (in veel landen in de wereld!) ervoor zorgen dat de rijken steeds rijker en de armen steeds armer worden past het niet om armen te oordelen op hun koopgedrag.
Je zou misschien kunnen stellen dat vlees eten per definitie niet beschaafd is. Maar dat gaat me te ver. Dierlijke producten bevatten voedingsstoffen die niet in andere voedingsmiddelen voorkomen. Het gaat hierbij om ‘complete eiwitten’ en aminozuren. Er zijn mensen die sommige aminozuren níet zelf kunnen maken, zoals taurine en carnosine. Dit komt voor in rood vlees.
Ik wil het dus eigenlijk niet hebben nu over wel of geen vlees eten.
Wel vind ik het eerlijk gezegd een kwestie van beschaving als je je vleesconsumptie matigt. Omdat de vleesproductie een belasting is voor het milieu; voor een kilo vlees zijn meerdere kilo’s plantaardig materiaal nodig, maar vooral: omdat dieren een waardig leven verdienen.
Omdat we in de huidige tijd massaal uiterst onbeschaafd met dieren omgaan. Of we die nu gebruiken voor de vleesproductie, voor hun vacht of voor stofjes waar we medicijnen van maken of wat dan ook.
Megastallen, kleine grondoppervlakten, snavels en staarten inkorten en nog veel meer leed zouden we dieren niet mogen aandoen.
Zijn economische motieven nu echt richtinggevend voor onze vee industrie?
Ik denk dat er iets veel ernstigers onder ligt:
een absoluut gebrek aan respect voor dieren.
Lang is gedacht dat dieren geen gevoel hebben. De kerken ontkenden dat dieren een ziel hadden, om zo de mens het recht te geven om over dieren te beschikken.
Maar wie dieren in vrijheid bestudeerd zoals Buchanan, zal versteld staan over hun intelligentie, hun communicatie, hun zorgzame manier van met elkaar omgaan.
Leve dit soort documentaires, leve internet en de mobiele telefoon waardoor steeds meer filmpjes over dieren, vooral via sociale media, ons bewust maken van de gevoeligheden van dieren. We zien dieren soortgenoten wegslepen die door een auto zijn aangereden, eendenmoeders hulp inroepen als hun kroost in een put is gevallen, kraaien sleetje rijden op een dak m.b.v. een plastic dekseltje, apen een soortgenoot reanimeren die tegen een hoogspanningskabel op een station is gekomen, dolfijnen die elkaar helpen enz. enz..
Als je dieren bestudeert zou je zomaar tot de conclusie kunnen komen dat ze in feite beschaafder zijn dan wij. In deze tijd dat de roep om anders te kijken naar ons slavernij verleden steeds duidelijker klinkt, wordt het hoog tijd dat we de slavernij van dieren aan de kaak stellen. Al was het maar als teken van beschaving.
Zoals Buchanan laat zien: dieren zijn bijzonder. Wij kunnen nog veel van ze leren, o.a. hoe ze voor elkaar zorgen.

Slakken

Er zijn (amateur)tuinders die slakken verzamelen in een emmertje en die dan van tijd tot tijd legen in een stukje natuur. Er zijn tuinders die slakkengif strooien waarvan een deel zogenaamde eko-korrels. Slakken sterven er een nare langzame dood door. Ik zou waarschijnlijk tot die eerste categorie zijn gaan behoren als ik niet in het eerste jaar van mijn huidige woning een gruwelijke ervaring had opgedaan. Achter mijn huis grenst mijn minituintje aan andere tuinen middels een hoge muur. Op een vochtige nazomerse dag waren de stenen van die muur bijna onzichtbaar geworden door een overweldigende hoeveelheid huisjesslakken.
Ik vond en vind slakken prachtige dieren, maar van zo’n invasie liepen me de rillingen over de rug. Honderden en nog eens honderden slakken zaten daar op de muur bij mijn balkon-op-de-begane-grond zoals ik mijn minituintje al snel was gaan noemen.
Na ampel nadenken nam ik een vreselijk besluit. Ik heb de grote rubberen hamer gepakt waar je tentharingen mee de grond in hengst en ben gaan slaan. Slakkenvocht spatte op een gegeven moment in mijn oog. Mijn verdiende loon vond ik, maar ik ben doorgegaan tot er geen slak meer leefde.
Mijn motivatie voor deze moordpartij haalde ik uit de overtuiging dat zo’n overweldigend aantal slakken op amper 3 vierkante meter grond een teken was van volslagen ecologische onevenwichtigheid. En dat terwijl slakken een belangrijke schakel zijn in elk ecosysteem. Ze zijn de grote opruimers van planten. Zwakke planten helpen ze met afsterven. Wat de meeste tuinders niet begrijpen is dat de cultuurgewassen die ze telen door slakken worden aangezien voor zwakke planten.
Met al dat veredelen wat de mens heeft gedaan hebben we  zwakke rassen gecreëerd die we zo ongeveer moeten vertroetelen om tot volle wasdom te komen. Slakken erbij weghouden is dan ook een must om die gewassen nog zelf te kunnen consumeren. Oergewassen worden door slakken met rust gelaten tot de plant zelf begint met afsterven. Bij de meeste tuinders zijn dit uitsluitend nog kruiden zoals salie en tijm. Ik zou ook lavendel hebben genoemd, ware het niet dat daar inmiddels ook veel geknutselde versies van op de markt zijn die je meestal herkent aan een uitbundiger bloeiwijze.
Op mijn moestuin plet ik nog steeds toevallig opvallende slakken onder een steen of mijn laars. Ik blijf het de meest humane manier vinden, maar gelukkig word ik er niet van.
Recent nam ik mijn kleindochtertje voor het eerst mee naar de moestuin. Ik liet haar allerlei gewassen proeven wat ze heel interessant vond, maar het meest interessant vond ze iets dat ze zelf in het gras vond; een grote naaktslak.
Het diertje had zich meteen opgerold en mijn kleindochter bekeek hem in haar nog onhandige knuistje van zoveel mogelijk kanten. Ze kneep er een paar keer in. Ze verplaatste hem naar haar andere handje en keek met verbazing naar de slijmerige slakkenafscheidingen in haar lege knuistje.
Ik kreeg niet de indruk dat ze begreep dat ze een dier in haar handen had. Ik probeerde het haar duidelijk te maken door de slak even over te nemen en in het gras te zetten. Maar de uiterst langzame bewegingen waarmee de slak zich begon uit te strekken werden door mijn kleindochter niet herkend als dierlijk leven. Ik vermoed dat haar snelle, zestien maanden jonge hersens die zo ongelooflijk veel tegelijk leren, dat super langzame tempo niet konden volgen.
Misschien is dat ook wel een verklaring waarom de meeste tuinders niets voelen bij het doden van slakken. Toch zou ik eenieder willen aanraden om juist (het gedrag van) een slak eens uitgebreid te bestuderen. Een prachtige meditatieve bezigheid.
Ik zou ook eigenlijk wel tot die eerste categorie tuinders willen behoren; die de slakken vangen en elders uitzetten. Maar dan zie ik weer die muur voor me en besluit ik voor de meest humane manier die ik ken: één fikse klap.