Gehechtheid

Gehechtheid maakt je kwetsbaar.
Alles waar je je aan hecht kun je ook weer kwijtraken.
Alleen door onthechting stopt het lijden.
Ik weet het, word steeds beter in loslaten, maar geef het volmondig toe: Ik ben gehecht aan deze planeet.
Niet alleen gehecht, ik houd er van, ben er constant verliefd op. Onze prachtige planeet met haar onvoorstelbare schoonheid; gezien vanuit een ruimtestation als blauwe knikker in het heelal tot in de kleinste details van het leven op aarde dat ik zie op prachtige microscopische foto’s of nog net met het blote oog waarneembaar als ik op mijn buik in het gras lig. De schoonheid van het leven op Aarde doet af en toe pijn, zo schrijnend mooi is dat leven in al zijn verscheidenheid.

Ik behoor tot de generatie die in de hippietijd opgroeide. Als hippies waren we ervan overtuigd dat we de wereld mooier en liefdevoller konden maken. Het bewustzijn nam alleen maar toe en zou zorgen voor een betere wereld.

We leven nu in een tijd dat een omgekeerde beweging het geval lijkt te zijn.
Ik moet steeds vaker denken aan SF-films waarin de Aarde geschetst wordt na grote rampen en/of oorlogen. Grote delen van de Aarde zijn in die films onleefbaar en op wat rest strijden kleine groepen mensen met elkaar om het weinige dat de Aarde nog biedt om in leven te kunnen blijven.
Een toekomst die niet meer zo ver weg lijkt.
Alleen al die gedachte doet pijn.
Ja, dat krijg je als je ergens aan gehecht bent.
En als je verliefd bent en het onderwerp van je liefde lijdt.

Vandaag sprak ik iemand die een kunstenares is in het belijden van non-dualiteit.
Als je de wereld niet in balans ziet, maar als iets waarvan de ‘goede’ of de ‘slechte’ kant doorslaat, slaat er vermoedelijk nog wat in jezelf door, zei ze.
Zij ziet de wereld in een perfecte balans tussen de verschillende krachten.
Soms zie ik dat ook. Maar ik zie ook de schommeling tussen die verschillende krachten en … dat er maar zo weinig nodig is of net op het verkeerde moment slaat de schommel even door en hebben we zo’n Science Fiction filmlandschap.
Daar zal dan ook wel weer een goede reden voor zijn.
Alles is goed zoals het is.
Toch?

Nee, zegt mijn hart. Mijn verliefde hart.
Ik vrees dat onthechten daar weinig aan kan veranderen.
Ik weet ook niet of dat wel zo nodig is.
Deze pijn, deze zorg, zet me aan tot acties en gesprekken die ik anders niet zou voeren. Misschien is dat juist de bedoeling van mijn liefde voor onze prachtige planeet… Of het is mijn excuus voor gehechtheid.. Wie zal het zeggen?

Advertenties

Daar praten we niet over

Ruben Jacobs vergelijkt in een artikel in Brainwash het uit de weg gaan van gesprekken over de dood met hoe we niet met elkaar praten over de klimaatverandering.
Ik hoor niet tot die ‘we’, maar daardoor herken ik ook zo goed de reacties op feestjes e.d. als je begint over hoe de mensheid het leven op aarde verpest, niet alleen voor een groot aantal dieren en insecten, die allen met uitsterven worden bedreigd, maar ook voor onszelf. Ook mensen zijn een diersoort.
Als ik er over begin zijn er altijd mensen die aanhaken en oh wat vinden we het samen erg… Maar doen we meer dan de feestgangers die al snel hun hoofd afwenden, al dan niet na gezegd te hebben dat er toch niets aan te doen is?

Ik weiger te geloven dat er niets meer aan te doen is.
We hebben de zure regen gestopt, freons verboden (die de voornaamste oorzaak waren voor de gaten in de ozonlaag), maar in de stad waar ik woon is de lucht een van de vuilste van Europa en toch wil de regering de snelweg die rond de stad loopt weer eens verbreden.
Actievoerders gaan na 36 jaar op herhaling, toen ook vele bomen werden gekapt voor diezelfde weg. Het bos is al lang geen bos meer, eerder een beetje groot uitgevallen park met boerderijen er omheen. Er wordt lacherig gedaan over die ‘oude knarren die zo nodig moeten’. Omdat de strijd toen door bizarre juridische procedures is verloren?
Waar blijven de protesten van de jongere generaties?
Moeten die te hard werken of zo?
Of geloven die niet in protesten?
Gaan die misschien al uit van een ontwrichte wereld zoals we die in ontelbare science fiction films geschetst hebben gekregen? Die toekomst is dichterbij dan we durven denken…
Recent had ik een lekker ‘youtube’ dagje. Allemaal muziek gezien van de jongere generaties. Ze hebben in de muziek frontmannen en -vrouwen genoeg, van rappers tot leadsingers van bijvoorbeeld Imagine Dragons die zeggen waar het op staat en er wordt massaal bij meegezongen, maar of dat helpt?
Er zijn veel jongeren die met goede ideeën voor de toekomst bezig zijn, maar of een betere toekomst nou echt van technologische oplossingen moet komen?

Het wordt tijd dat de dominantste diersoort op aarde NU haar verantwoordelijkheid neemt. En de verantwoordelijkheid van de soort begint bij het individu!
Begin eens met consuminderen en stop met zaken kopen die slecht zijn voor het milieu bijvoorbeeld omdat ze maar kort meegaan maar waar wel veel energie voor is gebruikt. Koop geen zaken uit China omdat die goedkoop zijn, geen kleding uit India en nee zelfs niet uit Engeland omdat die zo leuk zijn. Koop geen groente die niet lokaal is geteeld. Je hoeft in de winter geen sperziebonen uit Egypte of citrus uit Zuid-Afrika of Israël. Vrachtverkeer is een grootverbruiker van brandstof!
Vliegveld Lelystad zou er niet hoeven komen als er minder vrachtverkeer op Schiphol was en we ons zouden beperken met over de wereld reizen.
Geloof niet meer in de vrije wereldhandel en dito markteconomie.
Goed beschouwd heeft het protectionisme van Trump een milieuvriendelijk kantje 😉
Klaag als consument over slechte kwaliteit bij de leverancier of fabrikant.
Denk niet, het kostte maar een paar euro of ik verdien genoeg om weer een nieuwe te kopen… We produceren met elkaar ongelooflijke hoeveelheden afval. Voor die spullen zijn bomen gekapt of is aardolie gedolven of hebben ovens gebrand enz. enz..
Elke week weer verbaas ik me over wat er voor de vuilnisman klaar staat; spullen die verkocht hadden kunnen worden via Marktplaats, of weggegeven hadden kunnen worden via een weggeeftafel, gratis op te halen sites of recycle winkels.

De klimaatverandering is niet onze enige zorg. Maar er zou nog zo enorm veel ten goede kunnen veranderen in de wereld als we niet zo fatalistisch bezig waren en… wereldwijd niet steeds dommer zouden stemmen.
En ja, praat met elkaar over je zorgen. Vertel elkaar over wat je doet om het milieu te ontlasten.
Na mijn vorige column en die over siliconen in haarproducten heb ik veel persoonlijke reacties gekregen waaruit bleek dat veel vrouwen om me heen al jaren die producten met siliconen vermijden zonder dat er ook maar eentje iets tegen me gezegd had! Ik had jaren eerder met die milieuvijandige en haarbeschadigende troep gestopt als zij me hadden geïnformeerd!

In de zestiger jaren hadden we een slogan:
Verbeter de wereld en begin bij je zelf.
Ik zou een nog ouder gezegde er aan toe willen voegen:
alle beetjes helpen

Twee fietsers

In de fietsstraat halen ze me in;
zij op een knaloranje fiets en met modern geknipt afrokapsel en bijpassende huidskleur, hij op een degelijke stadsfiets met grote rode fietstassen over zijn bagagedrager. Kort haar, bril, bleke kleur.
Je zou kunnen stellen dat de rode fietstassen goed passen bij haar oranje fiets, maar in mijn ogen vormen ze een onwaarschijnlijke combinatie. Niet alleen door hun totaal andere kledingstijl, maar vooral door de lichaamshouding. Die van haar is rechtop, fier en relaxed tegelijk. Je kunt aan haar levendigheid zien dat ze een opgewekt karakter heeft.
Hij heeft zo jong als hij is nu al een beetje een kromme rug, zijn schouders zijn opgetrokken.
Ze zijn bijna klaar met hun studie, of heel jonge docenten, schat ik in.
Terwijl ik achter ze blijf fietsen stel ik me ze voor, over 20 jaar.
Ik ken tenslotte wel meer onwaarschijnlijke combinaties, die heel gelukkig zijn met elkaar.
Zijn rug is nog krommer, hij oogt nog aangepaster.
Zij heeft na aanvankelijk hetzelfde saaie beroep als hij uit te hebben geoefend, gekozen voor minder carrière.
Ze zorgt voor hun twee kinderen en ze heeft een parttime job en daarnaast alle gelegenheid voor haar creatieve hobby’s. Als ze op het punt staat van haar hobby’s haar beroep te maken, krijgen ze ruzie omdat haar kleding bij een feestje van het bedrijf waar hij werkt te flamboyant is naar zijn smaak.
De verschillen beginnen haar nu zo op te breken dat ze nog geen jaar later een scheiding aanvraagt.

Of misschien vinden ze een modes en blijven ze dikke vrienden tot een van hen overlijdt. Opposites attract.

Het is een leuke prozaïstische oefening om willekeurige voorbijgangers voor te stellen als hoofdpersonen in een verhaal.
Je kunt van alles fantaseren over mensen die je toevallig op je pad even ziet in het voorbijgaan.

Maar zo kun je ook oordelen vellen, zelfs als je geleerd hebt dat niet meer te doen..

Ik ga wat langzamer fietsen.
Even later zie ik ze niet meer.

Zegeningen

Ik heb een vriend die niet mijn partner is, ik laat honden uit die niet mijn honden zijn, dagelijks komt er een poes op bezoek die niet mijn kat is, parttime verzorg ik een kind dat kleinkind is en ik zorg voor konijnen, poezen, honden en andere levende have tijdens de vakanties van diverse straat- en buurtbewoners.
Count your blessings 🙂
Maar gisteren nadat ik weer eens afscheid had genomen van een hond en een kat die ik een poos had verzorgd, viel het me ineens zwaar.
Ooit woonde ik samen, minimaal met kinderen, had zelf honden en katten.
De laatste hond is ruim anderhalf jaar geleden verhuisd wegens verregaande pesterijen van een mede straatbewoonster.
Sinds die tijd heb ik geen verplichtingen meer jegens levende wezens, anders dan die ik op vrijwillige basis voor korte periodes aan ga. Deze veranderde levensstijl valt bijna naadloos samen met dat ik dankzij onze goede sociale voorzieningen niet meer hoef te werken.
Ik moet niks meer, ik mag nog alleen maar.
Count your blessings.
Maar gisteren vond ik het ineens erg stil in huis en zag ik in de agenda voor deze week alleen afspraken om voor dieren te zorgen, 4 x met vrienden de warme maaltijd te genieten en een opening van een expositie.
Daarnaast heb ik genoeg te doen aan o.a. de organisatie van een straatfeest, mijn moestuin en werken aan het volgende boek.
Count your blessings.
Maar gisteren voelde mijn leven ineens saai.
Ik draai op routines en er zijn weinig echte uitdagingen.
Ik leef in het hier en nu maar heb daardoor af en toe moeite om feiten uit mijn geheugen te vissen die geen relatie hebben met dit moment.
Mijn zegeningen zijn tevens mijn valkuilen geworden.

En toch, ik heb eigenlijk niets te klagen.
De poes die niet mijn poes is ligt alweer uren gezellig bij me op het bureau en in de stilte die soms valt zet ik met éen aaitje haar motortje aan.
Wat een zegening om een poes als vriendin te hebben waar ik niet zelf mee naar de dierenarts hoef. Wat geweldig om met honden lange wandelingen te kunnen maken zonder dat ik aan vachtverzorging hoef te doen. Wat bijzonder toch dat zoveel dieren me op allerlei manieren opzoeken. Dankbaar voel ik me iedere keer als ik wat voor een dier mag betekenen.
Wat gezegend ben ik met zoveel vrienden om samen mee te koken en eten en lekkere lange knuffels mee uit te wisselen, met zo’n geweldig kleinkind waar ik een diepe liefde mee deel, een minnaar enz. enz.

Gisteren is niet vandaag. Het dipje is weer over.
Maar zo af en toe je realiseren dat er twee kanten aan dezelfde medaille zitten is nuttig. Al was het maar om creatief met deze levensfase te blijven omgaan. En mezelf van tijd tot tijd even op te schudden 😉
Even een andere omgeving helpt daarbij. Ik ben een paar dagen elders dus 🙂

L1115036

foto: Francis van Boxtel

Grootouder zijn

Graag liep ik met mijn eerste baby op mijn arm door het huis en dan keek ik mee waarnaar zij keek en benoemde dat. In het begin waren dat vooral lichtjes, later dingen die bewogen. Zo mooi om te zien hoe ze alles vol verwondering tot zich nam.
Met mijn tweede kind deed ik hetzelfde en ik genoot er minstens zo intens van. Maar ik had er minder tijd voor. Praatte mijn zoon daardoor later dan zijn zusje? of was het simpelweg het verschil tussen jongens en meisjes? Ik vermoed sterk het laatste, want ook mijn eerste kleindochter praat net zo snel als haar moeder.
Ze is nu net zo oud als toen haar moeder, 2 jaar en 4 maanden jong, huilend terugkwam van de speelhal waar we met 5 gezinnen aan woonden.
Ze zei letterlijk: “Ik snap het niet mam, ze leven in een heel andere wereld dan ik, maar daarom kun je toch wel aardig voor elkaar zijn?”
Met mijn kleindochtertje liep ik ook graag op de arm rond en volgde wat zij zag om dat te benoemen. In de tijd dat ze haar eerste woordjes begon te zeggen, ging haar aandacht vooral uit naar planten. Ze wilde ze graag aanraken, maar dat ging nog onbeholpen waardoor ze blaadjes knakte of misschien zelfs hele planten van de vensterbank dreigde te trekken. Dus legde ik haar uit dat ze planten zachtjes moet aanraken en liet haar daarbij zien hoe ze de planten kon aaien.
Een dag later wandelde ik met haar in een park waar ook een prachtige bloementuin wordt bijgehouden. Het hek daarvan stond toevallig open en met kleindochter in het wandelwagentje gingen we de tuin in. Ze raakte helemaal opgetogen. “Kijk!” riep ze uit en met haar arm zwaaiend met aan het uiteinde een uitgestoken vingertje naar alle kanten wijzend: “Aai! Aai! Aai! Aai!”
Tegenwoordig moeten we helemaal uitkijken wat je zegt, want ze hoort en ziet alles en neemt het echt ook allemaal over.
We gaan wekelijks samen naar mijn moestuin of ergens de natuur in. Hoewel ze een kletskous is, is ze dan heel stil. In de tuin helpt ze mee met poten en zaaien, we oogsten samen fruit en groenten en zo ongeveer het meest enthousiast ontvangen cadeautje dat ik haar dit jaar gaf is het kleine zwarte gietertje van 2 liter waarmee ze kan helpen de plantjes in de moestuin water geven.
Ondertussen praat ze tegen planten en insecten, bestudeert ze een slak of schrikt ze soms van een vogel of een wegspringende pad. Of ik hoor haar in zichzelf repeteren waar ze wel en niet mag lopen, dat ze voorzichtig moet zijn, ze de gieter schuin moet houden in de emmer water zodat de gieter vol loopt enz. enz.
Als we pauzeren in de tuin of ergens in de natuur na een wandeling, of soms zomaar in huis, gaat ze stil naast me zitten en zegt dan ineens zacht en liefdevol: “He oma..”
“He lieverd..”
Als ik nog meer geluk heb krijg ik ook nog een kusje of knuf.
De liefde is wederzijds en ik ben daar zo enorm dankbaar voor!
Ik besef dat ik geluk heb met zo’n lieve kleindochter en dat ik veel geluk heb gehad dat ik de tijd had mijn kinderen zelf op te voeden. Maar toen vonden we dat nog gewoon. Ik was een bommoeder avant la lettre en mijn dochter is nu een bammoeder. Ze is blij met alle momentjes die ze met haar dochter kan doorbrengen tijdens de vier dagen per week dat ze werkt. Ze genieten samen op de andere dagen vooral van lekker samen zijn, lummelend of dingen doend.
Begin van de middag kreeg ik een videocall van ze. Na een kort gesprekje met zijn drieën stelde dochterlief haar dochtertjelief voor dat zij met oma bleef praten en dan ging mama onder de douche.
Ik vind het toch zo heerlijk om op dit soort manieren als grootmoeder gebruikt te worden.
Soms denk ik dat het onnatuurlijk is dat alle generaties binnen een familie apart en zelfstandig wonen. De moderne communicatiemiddelen repareren dat een beetje 😉

Zomerse nonchalance

Een vriend van mij constateert al geruime tijd een toename van hufterig gedrag. En de groei is er nog niet uit als ik hem zo van tijd tot tijd hoor.
Het gaat hem daarbij vaak om gedrag in het verkeer.
Zo signaleerde hij twee mensen die vanuit de open raampjes van hun auto een enthousiast gesprek met elkaar voerden. Midden op een drukke kruising waardoor er verkeerschaos ontstond. En hij zag een groepje mensen dat op hun gemak met elkaar stond te praten op het fietspad. Zijn fietsbel gebruiken had geen enkel effect en toen hij er wat van zei werd hem toegebeten dat hij maar om hen heen moest fietsen.
Ik maakte prompt de volgende dag iets dergelijks mee, maar erom heen fietsen was op dat fietspad niet eens een mogelijkheid. (Dus maakte ik maar een grapje over vergaderen in het openbaar. Lachend gingen ze met hun fietsen aan de hand de stoep op.)
Maar is dat hufterig gedrag?
Een hufter is volgens Wikipedia iemand die zich bij herhaling niet conformeert aan de geldende sociale regels en omgangsvormen en zich daarmee schuldig maakt aan asociaal gedrag. Zo gedefinieerd moet ik helaas erkennen dat ook ik toename zie van hufterig gedrag. Op tal van plekken en in tal van situaties.
Maar toch, die nonchalance tegenover verkeersregels, het heeft ook wel iets relaxed.
En het past wel bij de zomer. Vooral zo’n zomer als deze die ons laat proeven van het klimaat dat voor onze regio voorspeld is.
De Utrechtse wijk Lombok heeft al jaren een mediterrane uitstraling. De winkeltjes zijn er leuk, maar de verkeerschaos is soms levensgevaarlijk voor fietsers en voetgangers. Dubbel parkeren lijkt men er normaal te vinden, om te wachten op iemand die winkelt of lekker even vanuit je autoraampje bij te keuvelen.
Ik vraag me nog steeds af, hoe erg is dat?
Voor mij persoonlijk erg genoeg om er niet graag meer doorheen te fietsen. Maar zegt dat niet vooral iets over mij? Een jongere vriendin fietst er graag heen om boodschappen te doen.
Nederland is een strak georganiseerd land. Naast alle verkeersregels die worden ondersteund met borden, wegbelijning, paaltjes, spiegels enz., barst het van de aanwijzingen over tal van andere zaken.
Toeristen negeren die doorgaans.
Dus ergeren we ons steeds meer aan toeristen die midden op de rijweg lopen en niet reageren op je fietsbel.
Er zijn vooral in de steden teveel toeristen, wordt nu steeds vaker gezegd.
Er zijn teveel wijken die een zuidelijke uitstraling hebben, vinden de mensen die op populistische partijen stemmen.
Het zijn vaak dezelfde mensen die graag een hoge schutting om hun tuin zetten of die tuin bestraten omdat ze geen zin hebben in onkruid wieden of zodat niemand ziet hoe hun badkleding er uit ziet.
Maar veranderen is niet tegen te houden. Veranderingen zijn er altijd geweest en wellicht is dit een tijd waarin het wel heel erg snel gaat met die veranderingen.
Het klimaat verandert, de hele wereld verandert.
We zullen er mee moeten dealen.
Misschien door een voorbeeld te nemen aan het langzamere tempo van mensen wier (familiaire) oorsprong een stuk zuidelijker ligt.
Met zo’n warme zomer gaat dat wellicht vanzelf.
Maar als we toch graag regeltjes fucken: kunnen die hufters die met de telefoon in de hand zitten te bellen op hun fiets worden beboet alstublieft?
Dan kunnen fietsers wellicht de regels die ze op de basisschool hebben geleerd weer gaan toepassen en hun hand uitsteken om aan te geven waar ze heen gaan?

Pen

Aan de rand van de stad komt een groep jongens me tegemoet fietsen over het fietspad. Ze dollen en joelen. Als ze net gepasseerd zijn hoor ik een jongen roepen: “Oh mijn pen!” Er volgt gelach en het groepje jonge tieners fietst door. De verliezer van de pen kijkt nog een keer achterom maar fietst dan ook door.
Ik zie de pen liggen op het fietspad.
Zo gaat dat dus, denk ik en na enige aarzeling loop ik een paar passen terug het fietspad op en pak de pen. Het is een blauwe Bic pen. Zulke pennen kocht ik, maar dan zwart schrijvend, voor mijn bedrijfje in per doos van 50 stuks voor een paar euro. Als het zo weinig kost is het je kennelijk ook niets waard. In mijn jeugd waren pennen duur en zou ik het niet in mijn hoofd hebben gehaald om die te laten liggen. Even los van dat we toen nog liefst met een vulpen schreven, vele malen duurder dan een ballpoint.
Maar ook nu zou ik het niet in mijn hoofd halen zo’n pen te laten liggen.
Zouden die jongens dan totaal geen besef hebben wat zo’n pen teweeg brengt in de natuur?
Ik geloof niet in de oplossing dat vervuilende zaken duurder moeten worden gemaakt.
Maar ik kan er met mijn pet niet bij dat de huidige jeugd geen moer lijkt te geven om hun leefomgeving. Ook volwassenen zie ik nog steeds slordig omgaan met hun afval.
Waar blijft de mentaliteitsomslag?
Wordt die bemoeilijkt omdat er nog steeds malloten zijn die de klimaatverandering pogen te ontkennen?

De pen schrijft prima.
Ik schrijf er o.a. mijn boodschappenlijstjes mee.
Dat doe ik op de achterkant van kassabonnen.
Want sedert de zelfscankassa’s in de supermarkt is de kassabon weer verplicht. Je hebt immers de code op die bon nodig om door het poortje naar buiten te kunnen.
Vernieuwingen zijn niet altijd goed voor het milieu.
Die zelfscankassa’s lijken handig, maar je verliest er een stukje persoonlijk contact door. Contactloos slaat niet meer alleen op betalen.
Het lijkt me de vervreemding van onze leefomgeving alleen maar in de hand te werken.

.