Turkije

Als ik vertelde over mijn voornemen naar Cappadocië te gaan kreeg ik meestal de vraag waar dat ligt en in mindere mate enthousiaste reacties van mensen die er ooit geweest waren over hoe prachtig het er is. Steevast kreeg ik vragen en opmerkingen erbij of het wel verstandig was in deze tijd naar Turkije te gaan.
Maar ik had goede redenen om wel te gaan en aangezien mijn beroep niet meer in mijn paspoort staat was ik niet al te bezorgd.
Dat Turkije niet meer populair is als vakantieland bleek al op Schiphol, waar ik in de boarding ruimte voor het vliegtuig naar Istanbul de enige bleek die geen Turks sprak. De meeste vrouwen droegen lange jassen en hoofddoekjes.
Bij de paspoortcontrole in Istanbul was maar één van de elf hokjes open voor zo’n 8oo passagiers, maar ik heb me laten vertellen dat dat niet te maken had met dat daar zoveel Turkse Nederlanders bij waren, maar dat de Turkse maatschappij waarmee we vlogen geen steekpenningen aan de douane wilde geven. Nadat er bijna rellen uitbraken ging een tweede hokje open maar dat kon niet meer verhelpen dat na drieënhalf uur in de rij staan ik mijn volgende vlucht naar Kayseri miste.
Na van het kastje naar de muur gestuurd te zijn zodanig dat ik het grote vliegveld in Istanbul wel drie keer helemaal gezien heb, werd ik uiteindelijk goed geholpen door de vliegmaatschappij en zat ik een halve dag te laat in een tweede vliegtuig met minder hoofddoekjes, maar niet minder Turks sprekenden.
Op Kayseri werd ik geweldig geholpen met het vinden van mijn bagage en vanaf dat moment kan ik alleen maar positieve ervaringen over mijn Turkijereis vertellen. Cappadocië bleek nóg mooier dan ik me had kunnen voorstellen van de plaatjes en de mensen aardig en uiterst gastvrij. Overal waar ik kwam werd ik uitgenodigd om mee te eten en toen ik de groet ‘MerHaba’ had geleerd werd ik ook altijd vriendelijk terug gegroet.
In het dorpje Uçhisar waar ik verbleef, bewogen de inwoners zich tien jaar geleden nog voort op ezels en met paard en wagen en waren de daken gekleurd van het drogen van fruit. Daarna heeft het toerisme hun leven veranderd. De meeste van de 3200 inwoners wonen nu in de nieuwbouw op de hoogvlakte, de grotwoningen zijn verlaten, de eraan gebouwde voorhuizen van zacht steen vervallen, behalve daar waar hotelketens de huizen hebben opgekocht en luxe ‘cave hotels’ hebben gebouwd.
Het roept gemengde gevoelens op.
De luxe hotels verhuren nu vooral aan de rijken van Turkije die er komen congresseren of vakantie houden. Maar de inwoners van Uçhisar die van de opbrengst van hun grotwoning een nieuwbouwhuis konden kopen, zijn niet meer zeker van hun inkomen als portier, tuinman of ander werk bij de hotels, nu buitenlanders het gebied nauwelijks meer bezoeken.
Overal komen weer moestuinen waar mensen hun eigen eten verbouwen.
In het nabij gelegen Göreme stijgen in de vroege ochtend nog maar enkele luchtballonnen op in plaats van de vele tientallen die de afgelopen jaren het luchtruim boven de valleien kleurden. De ijscoman maakt een variéténummer van zijn ijs scheppen, we zijn de eerste klanten in een uur. In alle winkeltjes hangt een portret van Atatürk. Het is stil in die winkeltjes, de terrassen zijn meestentijds leeg. Het verval is nog net niet begonnen, maar zit er aan te komen als er niet snel meer bezoekers komen. Toch zijn de meeste mensen hier optimistisch. Misschien omdat ze niet anders kunnen omdat ze anders nu al hun deuren moeten sluiten. Of misschien hebben ze gelijk. Cappadocië en tal van andere streken in Turkije zijn te mooi om als vakantiebestemming te schrappen.
Aan de mensen zal het niet liggen, maar of de politiek besef heeft wat de gevolgen zijn van het beleid…
Dat politiek, populistisch of niet, ver staat van het volk, is in steeds meer landen het geval. Misschien dat we door de gekte van machthebbers weer gaan beseffen wat de kracht van een volk kan zijn. Steeds meer mensen maken hun eigen keuzes in hun leven voor wat zij zelf belangrijk vinden en kiezen daarbij hun eigen samenwerkingen. De machthebbers horen steeds meer bij een manier van denken die niet meer van deze tijd is.

 

Liefdesbatterij

Mijn dochter noemde haar baby vaak een liefdesbatterij. Het was een prachtige, blije baby die er genoeg aan had om bij je te zijn en zodra je naar haar keek, je haar stralende lach schonk. Als ze je nog niet kende kon dat even duren, maar uiteindelijk kreeg iedereen die lief voor haar was haar volle lach. En waarom zou je niet lief zijn voor zo’n prachtig klein wezentje…
Ook de nu twee maanden jonge eerste kleinzoon van mijn broer is zo’n stralend kind. “Babietjes zijn heerlijk he,” verzuchtte mijn broer gelukkig bij een foto in de groepsapp van onze kleinkinderen. De foto toont een slapende baby met een grote glimlach op zijn gezicht.
Alle jonge levende wezens hebben een hoog knuffelgehalte. Ze zijn ook nog zo puur, zo alleen nog liefde. Nooit vergeet ik hoe ik voor het eerst een pup uitzocht. De puppies waren pas 8 dagen oud en hielden hun oogjes nog dicht. Er was nog helemaal geen sprake van al een keuze kunnen of hoeven maken, maar telkens als ik in de werpbak ging kijken bij moeder en kroost, ging hetzelfde hondje apart liggen. Uiteindelijk besloot ik dat ik die even vast wilde houden. Ik kreeg hem op mijn schoot; een klein crèmekleurig wolbaaltje, nauwelijks groter dan mijn hand. Uit dat kleine lijfje stroomde liefde mijn hele lijf in. Dat hondje was ook een liefdesbatterij.
Mijn dochter is stevig van plan haar dochtertje tot een heel en gelukkig en liefdevol mens te laten opgroeien. En ze doet het goed!
Ik herken dat plan van toen zij mijn baby was.
De meeste jonge ouders hebben prachtige wensen en goede voornemens voor hun kinderen.
Toch kan geen enkele ouder voorkomen dat hun kind nare ervaringen te verwerken krijgt, tot aan trauma’s toe. Trauma’s die patronen in hun persoonlijkheid veroorzaken die niet zelden hun hele verdere leven een rol spelen.
De oorzaak is niet alleen ‘de buitenwereld’.
Juist als ouder maak je fouten die keihard binnen kunnen komen bij je kind. Fouten waar je je op dat moment meestal niet van bewust bent.
Omdat je als ouder ook een kind was dat nare ervaringen opdeed die je vormde, patronen veroorzaakte.

Van mijn goede voornemens hoe ik mijn dochter zou opvoeden is veel terecht gekomen, maar de schade die mijn toen nog onbewuste patronen bij haar veroorzaakt hebben heeft daar veel van doorkruist en zal vermoedelijk ook weer repercussies hebben op haar dochter.
Zo zijn we al zolang de mensheid bestaat bezig.
De perfecte ouder bestaat niet, een kind geen psychische schade toebrengen is een illusie.
Ook niet in de betrekkelijke luxe van leven in een land dat een al meer dan 70 jaar lange periode van vrede beleeft.
Als ik stilsta bij al die kinderen die opgroeien in gebieden waar oorlog heerst, en alle psychische schade die dat toebrengt, vraag ik me af hoe het ooit goed moet komen met de mensheid.
De oorzaak van de dualiteit in de wereld ligt er duimendik bovenop.

Ik zie maar éen uitweg: blijven focussen op wat mooi en goed is. En hopen. En je best doen.
Mijn kleindochtertje werd 1 april een jaar en is nu een prachtige blije dreumes die in hoog tempo door het huis kruipt en is dus ook in hoog tempo aan het leren hoe ingewikkeld de wereld in elkaar steekt. Is ze net heel trots dat ze onder stoelen en tafel is doorgekropen, gaat ze onder zo’n stoel blij rechtop zitten…
We zeggen dan niet dat ze een domoor is. We begrijpen, leggen uit, pakken op en troosten.
Laten we het zo lang mogelijk liefdevol en veilig houden in haar leven.
En in het leven van iedereen.
We worstelen allemaal met dualiteit. In liefdevol voor elkaar zijn heffen we dat op. Al is het soms maar voor even…

Dick

Nooit meer even een praatje bij de Krommerijn met die geweldige lieve, warme belangstelling tonende kleine man waarvan ik me jarenlang afvroeg of ik nou echt met de grote Dick Bruna stond te praten. Zo’n lief en eenvoudig en wijs mens. De laatste keren zat hij, de wandelstok paraat om weer op huis aan te gaan. Niet eens op het Rietveldbankje, maar gewoon een bankje in de buurt van het hondenveld. Uit respect durfde ik nimmer naast hem te gaan zitten terwijl hij me van alles vroeg over mijn hond, of we simpelweg het weer en de natuur bespraken.
We kwamen meestal uit op relativerende en filosofische gedachten. Ze getuigden altijd van zijn liefdevolle zachte wijsheid.
Voor mijn kleindochtertje van nu 10 maanden kan ik nimmer nalaten iets van Nijntje speelgoed te kopen. Ze is er nu al verzot op. En wie niet?
Als eerbetoon aan deze grote kleine man ga ik alle Nijntjeboeken voor haar proberen te kopen.
Dick Bruna, bijzondere stadgenoot, de wereld mist je nu al…

Meer genieten

“Heb jij nog goede voornemens voor dit jaar?”
“Jazeker! Of eigenlijk die had ik. Want dat voornemen is al uitgekomen.”
“Wat was dat voornemen?”
“Om meer te genieten van het leven. En dat doe ik volop!
In de nieuwe auto die ik gekocht heb.”
Dit is bijna letterlijk de tekst van een gesprek in een radioreclame voor een bekend automerk.
Ook genieten is kennelijk een materiële bezigheid.

Hoe anders heb ik dat begrepen van o.a. mijn yoga- en meditatielessen. Daar spraken we over genieten als een innerlijke bezigheid.
Is de kick van rijden in een goede auto dat niet dan? Of de sensatie van de achtbaan? Oh zeker, het is fun!
Maar het is plezier dat je beleeft dankzij bezit, aan zaken die geld kosten, het heeft van alles te maken met commercie, om het over de belasting voor het milieu maar even niet te hebben. Ja en? denkt u misschien. Is die Marja zo’n milieufreak? Roomser dan de paus?
In december zag ik een tamelijk trending filmpje waarop twee amper lopende peutertjes samen het grootste plezier beleefden aan het spelen met een elastiekje; ze waren heel druk met onderzoeken wat ze er allemaal mee konden doen, zoals over een deurknop heen doen en hadden dikke pret. Het filmpje werd verspreid met de tekst: Bekijk eerst dit filmpje voor je dure kerstcadeau’s gaat kopen.
In derde wereldlanden hebben veel kinderen geen speelgoed, maar toch vermaken ze zich op straat met blikjes en ander zelfgemaakt speelgoed.
Is dat dure plastic speelgoed met batterijen echt educatiever dan een blokkendoos?
Wat ik leerde van o.a. mijn yoga en meditatiedocenten was een leven in eenvoud. Door eenvoudig te leven doe ik aan consuminderen. Ik koop slechts heel af en toe iets anders dan eerste levensbehoeften. Toch is mijn grootste probleem in mijn huis een teveel aan spullen, staan er diverse uitdagingen in mijn planning t.a.v. plekken in mijn huis, ja een hele kamer zelfs, die ik uit wil ruimen. Dat gaat langzaam bij mij, want wat ik niet meer gebruik gaat naar andere mensen die er nog wat aan hebben. Ik breng ze naar weggeeftafels en -winkels en grotere artikelen bied ik aan op gratis op te halen sites of soms voor geld op Marktplaats.
Daar beleef ik best wel een beetje plezier aan. Maar het is moeilijk kiezen waar ik het meeste plezier aan beleef: aan het weggeven of aan het feit dat ik weer met minder spullen toekan in mijn leven.

In eenvoud leven betekent dat je kunt genieten van de kleine dingen des levens. Van een glimlach, van blij zijn met iets dat je geleerd hebt, vrij zijn van zaken als jaloezie, hebzucht, kick zoeken. Tevreden zijn met dat wat je hebt, met wat is, in de zekerheid dat het universum zal voorzien in alles wat je nodig hebt.
Heb je die auto nodig? Misschien wel.
Krijg je een kick van die mooie dure auto? Geniet je ervan om in te rijden? Niks mis mee. Maar ga het alsjeblieft niet verwarren met genieten van het leven. Dat lekker autorijden je het gevoel geeft dat je leeft kan ik me ook voorstellen. Maar leven is meer dan hedonistisch genieten. Leven is meer dan (het nastreven van) genot.

Ik mag hopen dat die man uit de autoreclame toch respect heeft voor al wat leeft en een elektrische auto heeft gekocht, of op zijn minst een hybride…

Wat we willen

De radiopresentatrice kondigt een plaat aan over “peace and love, dat wat we allemaal willen in het nieuwe jaar”.
Is dat zo? Willen we allemaal vrede en liefde?

Er zijn machthebbers die daar anders over denken. Oorlog is goed voor hun business en dat geldt niet alleen voor de wapenindustrie. De machthebbers van nu zijn gevaarlijker dan die waar Machiavelli over schreef. Die hadden het nog over ‘verdeel en heers’. Die van nu gebruiken massapsychologische- en marketingtechnieken en complexe propagandatrucs om het volk om de tuin te leiden. Hardnekkig zijn de verhalen dat allerlei terroristische aanslagen goed bedachte theaterstukken zijn met echte en zelfs nep slachtoffers (foto’s in de Amerikaanse media van mensen die kennelijk bij meerdere aanslagen overlijden) die bedoeld zijn om de bevolking bang te maken en/of de aandacht af te leiden van andere zaken. Een bang volk kun je o.a. allerlei veiligheidsmaatregelen door de strot duwen die de privacy nog verder aantasten. (Privacy? Bestaat dat nog dan? Ach neem gewoon de volgende app). Ook de macht over de farmaceutische- en voedselindustrie schijnt een zorgvuldig bedacht scenario van machthebbers te zijn.  Waar of niet waar, er zijn duidelijk tal van  machthebbers  die minder baat hebben bij vrede dan bij oorlog. Er zijn er bij die democratisch zijn gekozen.

Wie kiezen zo slecht? Mensen die niet goed voorgelicht zijn misschien? Niet verder kijken dan hun neus lang is? Er komt steeds meer kritiek dat de huidige westerse mens teveel naar binnen i.p.v. naar buiten gericht zou zijn. Inderdaad schijnen steeds meer mensen niet meer het nieuws te volgen, laat staan achtergrondverhalen en documentaires tot zich te nemen. De jongere generaties kijken massaal liever tig afleveringen van een serie via Netflix dan dat ze lineair tv kijken en daarbij ook nog eens wat educatieve en informatieve inhoud tot zich nemen. Via Facebook krijg je vooral contact met gelijkgestemden en de harde werkers van nu zijn blij als ze zich thuis kunnen terugtrekken uit de wereld en zich richten op hun eigen familie, vrienden en entertainment. Carrières zijn steeds minder interessant zo niet onmogelijk (flexwerk, slechtere arbeidsvoorwaarden enz.) en werk wordt zo steeds minder iets waar je om immateriële redenen voor gaat en meer een middel voor een goed inkomen.
Het ik-gerichte lijkt steeds vaker niet zozeer een keuze maar een noodzaak die je in staat stelt om te gaan met hoe de samenleving is georganiseerd (survival of the fittest). Het is hard werken (en dan nog vaak de eindjes aan elkaar knopen) of buiten de boot vallen zoals tegenwoordig een uitkering hebben gezien wordt.
Het ‘navelstaren’ (mindfulness, yoga) is voor de werkers in onze samenleving een aan de massaal gepropageerde leefstijl tegenwicht biedende noodzaak geworden om rust te vinden, weer goed te kunnen slapen.
En dat is een goede zaak. Want met al dat naar binnen gerichte komt er ook aandacht voor gevoelens van onvrede, onrust, ongelukkig zijn, schaamte, onzekerheid e.d.
Want als we niet eerst in onszelf de problemen met het ervaren van liefde en vrede aanpakken, hoe kun je dat dan in de wereld om je heen? Emoties als haat, jaloezie en niet te vergeten angst zijn slechte raadgevers. Zolang je nog iemand misgunt dat hij of zij een mooiere auto heeft dan jij, of een beter salaris, of leukere kinderen of wat dan ook, is de vrede in jezelf niet bereikt. Zolang je bang bent dat vluchtelingen je materiële welvaart zullen verminderen of je morele waarden aantasten en ze daarom uit je land wilt weren, is het met de liefde in je leven nog niet goed gesteld.

Ik wens iedereen voor dit nieuwe jaar innerlijke vrede en liefde voor al wat is.

Woede en vergeving

Martha Nussbaum schreef een boek met die titel. In de boekomschrijving van de uitgever lees ik: “Nussbaum ontleedt ook het begrip vergeving kritisch en vindt een vergevende houding in de kern egoïstisch en weinig behulpzaam. De verongelijkte manoeuvreert zich immers in een moreel superieure positie, waarbij hij niet langer onder zijn woedegevoel lijdend, zichzelf de macht heeft toegekend om al dan niet gratie te verlenen en zo triomfeert.”
Maar is dat erg dan?
Lijden onder een woedegevoel -dat erkent Martha ook- is behoorlijk desastreus.
Oplettende lezers van mijn blog/columns zal niet ontgaan zijn dat ik de afgelopen periode te maken heb gehad met enorme pesterijen waardoor ik mijn hond een ander huis heb moeten bezorgen.
Nadat hij weg was kwam ik in een fikse rouwperiode terecht. De rouw was erger dan toen mijn vorige hond overleed. De dood is een onvermijdelijk bij het leven horend verschijnsel en ook al is het niet leuk om iemand waar je om geeft te verliezen aan de dood, je kunt niet anders dan aanvaarden dat het zo is. In het geval van het afscheid moeten nemen van mijn hond omdat dat beter voor hem was en voor tal van andere betrokkenen zoals mijn naaste buren, lag dat anders. Ik heb een jaar lang voor hem gezorgd, hem opgevoed van pup af aan en dat doe je in het idee dat je met een beetje geluk nog een lange tijd te gaan hebt samen. Mijn leven was er op ingericht, ik kon bijna niet wachten tot hij genoeg uitgegroeid was om urenlange wandelingen in de natuur te maken met hem. Feestjes vind ik dat; met je eigen hond door de natuur struinen. Voor mij zijn dat DE momenten dat je band met je viervoeter het meest voelbaar is. Je bent op elkaar ingespeeld, je weet van elkaar waar je interesses naar uitgaan. Bij Leonardo waren dat o.a. vogels. Hij zag en hoorde ze, ook de kleinste vogeltjes die hoog in een boom zaten en liet me dat weten waardoor ook ik ze opmerkte. De tweede keer dat ik bramen plukte kwam hij me helpen. Hij probeerde zijn grote bek een beetje te tuiten om de stekels te vermijden en als hij een braam geplukt had at hij die zelf met smaak op.
Kortom, ik mis hem. Dat hij een heel goede nieuwe plek heeft is een troost. Maar mijn leven is veranderd omdat hij er niet meer is. En gezien het feit dat ook met mijn vorige hond problemen waren door de pestkop, is een nieuwe hond geen optie.
Zo’n ingrijpend gevolg van getreiter kon ik moeilijk verteren. Ik werd er letterlijk en figuurlijk ziek van. Drie weken lang had ik maagpijn, daarna een kaakontsteking enz. Naast de rouw moest ik zien te dealen met gevoelens van onmacht en woede. In mijn hoofd kwamen tal van gedachten vol wraak, wrok en rancune. Het mededogen dat ik 30 jaar lang voor de ontspoorde vrouw heb gehad, was verdwenen. En komt ook niet meer terug. Ze geniet zo duidelijk van haar getreiter dat ik haar nu zie zoals ze is: een kwaadwillende vrouw.
Daar wil ik niks mee te maken hebben. En ik wil niet dat iemand met zulke gemene gedachten nog op wat voor manier dan ook vat op mij kan krijgen. Dat haar getreiter me mijn hond heeft gekost is al erg genoeg.
Dus moest ik een weg zien te vinden om van al die negatieve emoties in mezelf af te komen. Daartoe is een mooie weg: die van vergeving. De treiteraarster vergeven kan ik (nog?) niet. Maar ik kan mezelf vergeven dat ik haar niet kan vergeven.
Daardoor kan ik die destructieve emoties van wraak, wrok en rancune los laten.
Daar is niets superieurs aan. Het is bevrijdend.
Voor mij.
Ik kan weer verder met mijn leven. Hoe precies weet ik nog niet, daarvoor is er nu even teveel tegelijk veranderd. Maar ik weet wel dat ik mijn leven vorm kan geven vanuit vrije gedachten en een liefdevol hart. En dat pakt niemand mij af.

img-20161219-wa0004

 

Getreiter

“Het is als met kleptomanie,” zei iemand in de straat. “Zoals een kleptomane niet kan zonder stelen, zo kan deze vrouw niet zonder de spanning van het treiteren.”
De spreker woont nog niet zo lang in ons straatje, maar verwoordt bondig wat we al meer dan 31 jaar ervaren. Zo lang? Waarom is het dan nog niet gestopt?

“Mensen hebben het steeds over meer politie op straat,” zegt een auteur met goede connecties bij de politie, “maar als iedereen nou eens aangifte ging doen of officiële meldingen maakte, had de politie het een stuk makkelijker. Maar dat gebeurt dus heel weinig.”

Terwijl ik dacht dat het dossier bij politie en woningcoöperatie van deze vrouw misschien wel een meter dik is, blijkt het veel dunner door gebrek aan officiële klachten en aangiftes. Deels komt dat omdat vooral de eerste jaren klagers in gesprekken met de elkaar snel opvolgende wijkagenten nogal eens te horen kregen dat ze beter geen aangifte konden doen om de problemen niet verder te laten escaleren. Dat een van de eerste slachtoffers zo getreiterd werd dat ze na drie maanden in de psychiatrie belandde en nooit meer naar haar huis hier terugkeerde, staat niet in de dossiers. Dat de opvolgende bewoner familie is van de pestkop, was de woningverhuurder niet bekend, ondanks dat het familie in de eerste graad betreft. Volgens de woningcoöperatie komt dat omdat ze alleen naar de achternamen van de manlijke huurders kijken en niet naar de meisjesnamen van hun partners. Maar ik denk dat het beleid is (was?) om familieleden die bij elkaar in de buurt willen wonen die gelegenheid te geven en dat er toen nog te weinig dossiervorming was over de terroriserende  praktijken van die familieleden.

Bij de woningcoöperatie hebben ze speciale mensen in dienst die zich bezig houden met buren- en buurtoverlast. Samen met de wijkagenten en maatschappelijk werkers vormen ze sociale teams die inspringen als de overlast te extreem wordt. De vorige specialist bij de verhuurder aaste al jaren op een kans om de treiterkop aan te pakken, maar verder dan een waarschuwing dat bij een volgende melding ze uit huis gezet werd is het nooit gekomen. Het hielp twee jaar. Daarna begon ze langzaam maar zeker weer.
De nieuwe sociale onvrede specialist bij de verhuurder klaagt dat hij te weinig klachten krijgt uit onze straat e.o. om effectief te kunnen ingrijpen en dat uit het klachtenpatroon blijkt dat de treiterkop als de grond te heet onder haar voeten dreigt te worden, van slachtoffer wisselt. Zodoende is er steeds maar 1 klager tegelijk. Of ik niet kon zorgen dat mensen die, zeg pakweg de afgelopen anderhalf jaar gepest zijn, zich wilden verenigen. Al had hij er ‘maar’ 5, daar kon hij wat mee. Misschien zelfs zorgen dat er eindelijk psychische hulp komt voor die mevrouw. Ik wist er minstens 7. Maar de een heeft het veel te druk met het eigen bedrijf opbouwen, de ander was blij dat het opgehouden was en bang dat het weer zou beginnen, de derde had nadat zij de treiteraarster had aangesproken op ongewenst gedrag een bezoekje gekregen van haar best wel forse en behoorlijk intimiderende echtgenoot, twee anderen hadden de dreigbrieven die ze maandenlang gekregen hadden weggegooid en wilden er niets mee te maken hebben, een volgende dopte liever haar eigen boontjes…

Mijn ervaringen werpen voor mij een ander licht op de verhalen over buurtoverlast en sociale cohesie. Veel mensen kijken of lopen weg van problemen.
Als ik vertelde over de pesterijen jegens mijn hond, kreeg ik vaak het advies om gewoon de deur achter me dicht te trekken en me nergens wat van aan te trekken. Maar dat helpt niet als je hond getreiterd wordt met een hondenfluitje dat pijn doet aan zijn oren… Het stopt het geblaf niet waar je eigen buren last van hebben. En het helpt voor zoveel meer niet. Het is een illusie om te denken dat je achter je eigen deur gevrijwaard bent van ellende. Diverse verhuizingen in ons straatje vertellen daarover.
We creëren onze eigen pestkoppen door in onze schulp te kruipen. Pas als vele mensen tegelijk ergens last van hebben, wordt er iets van sociale cohesie zichtbaar…
Ik vrees dat dit mechanisme op veel maatschappelijke problemen van toepassing is. In het kleine herken ik het grote…

Ik gun iedereen een comfortabele, veilige en intieme woonplek. Prettig wonen is een levensvoorwaarde. Slachtoffers van inbraak of geweld in hun woning hebben vaak grote problemen met hun gevoelens van veiligheid in hun eigen huis. Dat gold ook voor mijn hond die daardoor niet meer bij me kon blijven wonen.
Helaas, de wereld houdt niet op bij je voordeur… hoe graag we ons ook in die illusie willen koesteren en hoever je met de visualisatie daarvan ook kunt gaan… Zelfs je idee van afgescheiden zijn van anderen is een illusie…