phpd

Het kleine Schillertheater in de Utrechtse Minrebroederstraat heeft een illustere geschiedenis die eeuwen terug voert. Als ‘Plaets-Royale’ was het een logement dat o.a. in 1766 onderdak bood aan de toen 9-jarige Mozart en zijn vader. Het had vele andere bestemmingen zoals feestzaal voor het Utrechtse studentencorps en danszaal.
De huidige theaterbestemming is vooral te danken aan Hennie Oliemuller die er dertig jaar lang cabaretavonden organiseerde. Tegenwoordig wordt het beheerd door een stichting met als doel het knusse theatertje voor culturele doeleinden te behouden.
Tijdens zo’n culturele activiteit viel me op hoe ongedwongen de sfeer steevast is in het theater. De kleinschaligheid zorgt voor een intimiteit die uitnodigt tot informele presentaties.
Dat werd die avond, georganiseerd door Taalpodium, extra in de hand gewerkt door gebeurtenissen die het programma van de avond onverwacht aanvulden. Met name dat erelid Fred Penninga een paar uur eerder een koninklijk lintje had ontvangen was een gebeurtenis die om aandacht vroeg. Fred vertelde omstandig en humorvol hoe hij iets heel anders verwachtte toen hij ter stadhuize arriveerde en wat er allemaal gebeurde. Hij werd uitgebreid gefeliciteerd en alle aanwezigen leken zichtbaar te genieten van dit voor Fred zo bijzondere feit. Het leek of zijn blijdschap afstraalde op het vergrijzende ledenbestand en hun aanhang.
Dat het aanvankelijke programma uitliep was vanzelfsprekend en toen het eindelijk pauze was ging bijna iedereen op weg naar het kleine buffet dat als het ware in een zijkamertje gesitueerd is. Overal vormden zich groepjes mensen die geanimeerd met elkaar praatten en bijna en passant op weg waren naar het zijkamertje. De ons kent ons sfeer ademde mensen in en het theater uit.
Na enige aarzeling schaarde ik me niet bij de montere rij. De avond was al flink gevorderd en het deel na de pauze veelbelovend met veel namen van dichters die nog zouden optreden. Echter de volgende ochtend zou de wekker om 06:30 gaan en dus begaf ik mij naar een ander klein kamertje dat in de buurt van de uit- en ingang dienst doet als garderobe. De garderobe heeft een kleine desk waarachter een garderobejuffrouw niet zou misstaan, maar ik kan me niet heugen daar ooit iemand te hebben zien staan. Doorgaans dien je je zelf achter die balie te begeven om je jas op te hangen. De doorgang aan de zijkant van de balie laat met moeite een persoon door en dat de meeste mensen hun jas pal bij die doorgang hangen maakt de opening nog smaller. Ook de ruimte achter de balie is ronduit krap.
Kennelijk waren er meer mensen die besloten hadden in de pauze weg te gaan. Voor me ging een grijze mevrouw door de smalle opening achter de balie en achter mij ging een zwartharige vrouw net als ik keurig wachten tot de mevrouw klaar zou zijn.
De grijze mevrouw zocht en en vond haar jas in de uiterste hoek waar ook ik mijn jas had hangen. Ik kon het niet laten en vroeg brutaal maar zo vriendelijk mogelijk:
“Ach, u staat nu toch bij mijn jas. Zou u die misschien ook kunnen pakken? Die lange zwarte daar.”
“Ja natuurlijk,” zei de mevrouw maar ik kreeg toch spijt van mijn verzoek. De vrouw had duidelijk moeite met haar arm omhoog reiken en probeerde door de jas vast te pakken en naar boven te bewegen die van het haakje te laten vallen.
Ik putte me uit in verontschuldigingen. “Sorry mevrouw, ik had geen idee dat u er moeilijk bij kon komen, ik doe het zo zelf wel, neem me alstublieft niet kwalijk.”
“Ik kan wachten hoor tot u daar klaar bent met uw eigen jas, ik heb de tijd”.
Maar de vrouw poogde onverdroten door en gaf me uiteindelijk de jas over de balie aan. Terwijl ze haar eigen jas begon aan te trekken, nog steeds in de krappe ruimte achter de balie, verontschuldigde ze zich. Ze had problemen met een schouder.
De vrouw achter me passeerde me en ging demonstratief bij de doorgang staan. De grijze mevrouw verontschuldigde zich alweer en nam haar jas mee naar de smalle ruimte voor de balie zodat de andere mevrouw haar jas kon pakken. Samen stonden we onze jassen aan te trekken, terwijl ze vertelde over wat voor problemen ze had met haar gewrichten in het algemeen en haar schouder in het bijzonder. Om haar ongemakkelijke gevoel te verlichten zei ik dat ik alle begrip had voor wat er net gebeurde, ik was zelf ook niet de jongste meer tenslotte.
“Oh heeft u ook PHPD?” vroeg de vrouw.
“PHPD?”
“Ja, Pijntje Hier, Pijntje Daar”, lachte ze.
“Haha, die houden we erin!” zei ik.
Gezamenlijk liepen we naar buiten.
Zij naar de bus op het Janskerkhof, ik naar mijn fiets waarmee ik ook dezelfde richting op zou gaan. Ze vond het duidelijk jammer dat ons gesprek stokte toen ik mijn fiets bereikte.
Ik bood haar bijna aan achterop te gaan zitten, maar dat kan natuurlijk niet meer als je PHPD hebt.

Advertenties

Muse

Vanaf de eerste keer dat ik de muziek van Muse hoorde vond ik het geweldig. En velen vinden dat met mij. Gisteravond werd er op tv een registratie van een concert in Rome op 6 juli 2013 uitgezonden. De tv aangesloten op de geluidsinstallatie en op de laptop de teksten erbij gehaald.
Die teksten van frontman en muzikale duizendpoot Matthew Bellamy zijn minstens zo goed als de muziek en maken duidelijk dat hij zich over allerlei onrechtvaardige zaken in de wereld opwindt. Vaak cynisch: “Koop een eiland (…) koop een oceaan!”
In Uprising:
“They’ll try to push drugs that keep us all dumbed down
And hope that we will never see the truth around”
De wanhoop en boosheid gilt Matthew met zijn falsetstem de microfoon in:
“I’m lost, crushed, cold and confused
With no guiding light left inside”
In Supremacy:
“Wake to see
Your true emancipation is a fantasy
Policies
Have risen up and overcome the brave
Greatness dies
Unsung and lost, invisible to history
Embedded spies
Brainwashing our children to be mean”

Muse is een duidelijke exponent van hun eigen generatie; verontwaardigd, nauwelijks meer gelovend in een goede afloop van een wereld die geregeerd wordt door hebzucht. Verzet is nodig maar hoe doe je dat?
“Love is our resistance” zingt Bellamy.

In mijn vorige column schreef ik over een andere generatie die ook geloofde in de kracht van liefde, de hippies. Ook die generatie vond (h)erkenning bij de muziek van hun frontmannen. Er was nog minder verontwaardiging. Misschien kwam dat omdat die generatie de eerste westerse was die massaal ging blowen en een ‘tevreden roker is geen onruststoker’.
De huidige generatie jongeren rookt en slikt van van alles. Ik kan de namen van al die spullen nauwelijks meer bijhouden, laat staan de werking. Die generatie lijkt te zeggen: het maakt niet meer uit wat we doen, alles gaat toch naar de kloten.
Waar Bellamy nog oproept haast te maken met verzet en met hoge falset uitroept “we’ll win” en “We will be victorious (so come on)” lijken jongeren van nu het verzet bij voorbaat kansloos te achten.
Zorg maar voor je zelf (en de mensen waar je van houdt) en leidt een zo leuk mogelijk leven is het motto. Een leven waarbij je je ogenschijnlijk aanpast en in je vrije tijd helemaal los gaat.

Het kan ook wat gelijkmatiger. Zonder de hoge pieken en dalen van allerlei druggebruik en door je zo min mogelijk aan te passen bijvoorbeeld. Door waar maar kan niet mee te doen aan wat er allemaal bedacht is om het ‘gewone volk’ onder de duim te houden.

Ik las recent deze strijdkreet:

Wees revolutionair: eet ecologisch en lokaal!

.

Hippies

Ernst Jansz vatte in DWDD samen wat een hippie was en ik betrapte mezelf erop dat ik van oor tot oor zat te grijnzen. “Ik was een hippie en ben dat misschien nog steeds,” zong Ernst even later en ik besefte weer ten volle dat ik een kind ben van die tijd. Recalcitrant waren we, maar op een optimistische manier. We wisten zeker dat we de wereld gingen veranderen.
Nu, 50 jaar later, weten we dat niet meer zo zeker.
In gesprekken met vrienden wordt de laatste tijd nog wel eens geponeerd dat het in de wereld ‘altijd zo geweest is en wel altijd zo zal blijven’.
Het gaat in die gesprekken over de huidige situatie in de wereld, met steeds meer geschifte machthebbers en uitbuiting van het ‘gewone volk’. De verhouding tussen goed en kwaad zou onveranderlijk zijn.
“Goed en kwaad bestaan
als ze in jezelf bestaan
Niets is positief
Niets is negatief
tot je er zelf een etiket opplakt”
zei mijn eerste yoga- en meditatie lerares.

Wij hippies hadden niet alleen slogans als ‘make love, not war’ en ‘beter langharig dan kortzichtig’, maar ook ‘verander de wereld en begin bij je zelf’. We dachten dat het een besmettende werking zou hebben. Misschien is dat ook wel zo. Er zijn heel veel lieve mensen in de wereld. Mensen die bezig zijn de wereld een beetje beter en mooier te maken.
Maar maak je de wereld een beetje beter door alleen maar te zorgen dat je eigen leven vol Licht en Liefde is, een voorbeeld voor wie dat wil zien?
Als je niet vrij bent, als je leeft in een oorlogsgebied, kun je dan nog zorgen dat je eigen leven er een is van Liefde en Licht?

In de zestiger- en zeventiger jaren hadden protesten en demonstraties enorme uitwerkingen. In onze tijd lijken de machthebbers demonstraties te hebben ingecalculeerd als een niet te vermijden kwaad en werd in ons land de uitslag van het enige door het volk verlangde referendum vrijwel genegeerd. De nieuwe Nederlandse regering vindt het referendum een niet goed werkend instrument dat weer moet worden afgeschaft.
Er zijn meer dan 400.000 handtekeningen opgehaald en er moet nu toch een referendum komen over een deel van de nieuwe wet op de inlichtingendiensten; de zgn. ‘sleepwet’. CDA-leider Buma zegt openlijk de uitslag van dat referendum naast zich neer te zullen leggen. De arrogantie van de macht is ronduit schrijnend.
Sedert het raadgevend referendum in 2005 is ingevoerd, zijn er pas twee geweest. Hoe kun je dan stellen dat het een niet werkend instrument is?
Het heeft er alle schijn van dat machthebbers bang zijn geworden voor gevolgen van volksraadplegingen zoals de Brexit.

Demonstraties zijn er tegenwoordig van voor- en tegenstanders. In Catalonië zijn de verhoudingen ongeveer 50-50. Die paar mensen meer rechtvaardigden geen onafhankelijkheidsverklaring. Maar de machthebbers in Madrid kunnen het opsluiten van ministers van de tot voor kort legitieme Catalaanse regioregering ook niet rechtvaardigen.

Bij de opkomst van het internet noemden sommige mensen zich zippies. De digitale hippies droomden van een wereld zonder grenzen. Overheden doen er alles aan die digitale wereld in hun greep te krijgen. Zonder grenzen? Maar dan wel met maximale mogelijkheden om het volk te controleren!
En te manipuleren. Via socia media bijvoorbeeld. Want fake-news is een feit, ook bij het beïnvloeden van verkiezingen.

Het zijn complexe tijden.
Die vragen om mensen die ooit begonnen zijn zichzelf te veranderen, Die nu bewust zijn. Die gezorgd hebben dat hun eigen leven ok is.
En die daar met elkaar grenzeloos over communiceren op socia media.
Zo kunnen we elkaar blijven informeren over wat er mis gaat in de wereld. De echte feiten uitwisselen.
In dat licht moeten we ons wellicht meer zorgen maken over wat overheden toevoegen aan socia media i.p.v. daaruit extraheren…
De vraag wie de zoekresultaten bepalen wordt steeds prangender…
Ik vrees dat je alleen bezig houden met je eigen leven niet volstaat. Alles aanvaarden zoals het is, zonder etiketten plakken is mooi. Maar de dingen zien zoals ze zijn is niet hetzelfde als ze zo willen laten.
Hippies wilden de wereld veranderen door bij zichzelf te beginnen. Maar dat was pas het begin…

Mooi he

Ze is die dag op de kop af 16 maanden jong. Lopen doet ze nog niet los, maar communicatie heeft al haar aandacht en ze is er voorlijk mee.
We bezoeken een speeltuin die meedoet aan de mode van constructies van waterbassins en pompen waar in combinatie met zand eindeloos speelplezier te beleven valt. De installatie in deze speeltuin is gigantisch. Ik bedien een van de pompen en zij loopt heen en weer langs een vier meter lange waterbaan om aan beide zijden daarvan met haar handje het water op te vangen.
Een paar keer komen er jongens even pompen, spelen, pluggen in en uit bassins doen. 6, 7 jaar zijn ze en mijn kleindochtertje vindt ze heel interessant. Als ze haar passeren zegt ze wat tegen ze, maar ze hebben geen aandacht voor zo’n dreumes met een taaltje dat ze niet goed verstaan.
Er is ook een jongen die alleen speelt. Met een plug in het bovenste bassins stopt hij het water dat richting mijn kleindochter loopt. Ze vindt het niet erg. Ze kijkt gebiologeerd toe hoe hij het water via een andere waterbaan naar een schoepenrad leidt dat er door gaat draaien. Bij het weggaan passeert hij haar, ze zegt wat tegen hem, maar ook hij negeert haar. Ze kijkt heel beteuterd.
“Zal ik weer gaan pompen?” vraag ik . “Ja!” zegt ze blij en daar gaan we weer door met hetzelfde spelletje van heen en weer lopen en haar handje onder de straaltjes houden.
Dan komt de jongen met de bril weer terug. Mijn kleindochter ziet hem aankomen, gaat op haar hurken en neemt met kikkersprongetjes een supersnelle spurt naar het schoepenrad. Ze gaat er pal naast zo rechtop mogelijk zitten, wacht tot de jongen in de buurt is en steekt dan haar vingertje uit naar het schoepenrad en zegt luid en duidelijk “Mooi he?!”
“Ja!” zegt de jongen.
Stralende lach op het gezicht van mijn kleindochter. Het is haar gelukt contact te maken.

Ik vertelde dit voorval aan vrienden waarvan er natuurlijk weer een paar begonnen over ‘nieuwetijdskinderen’.
De kinderen van nu zijn wellicht slimmer dan de kinderen van vorige generaties, maar vermoedelijk is dat door de eeuwen heen het geval. We worden steeds slimmer, we weten steeds meer. Er is zelfs een evolutietheorie over, de wet van Haeckel: de ontogenie is een herhaling van de fylogenie.
En sommige kinderen zijn op sommige vlakken extra slim. Ook mijn dochter was snel met haar taalontwikkeling. Toen die nog geen twee jaar was, zong ze al tien sinterklaasliedjes helemaal perfect.
We woonden in een schakelflat en hadden samen met nog vier andere flatwoningen de beschikking over een grote woonhal. Volgens de verhuurder pasten wij qua profiel niet zo goed bij de andere gebruikers van die woonhal, maar ik vond het al geweldig dat er nog twee gezinnen jonge kinderen hadden.
Mijn dochtertje kwam op een dag huilend terug van de woonhal die we tot een soort speelhal hadden bestempeld en waar ze met de buurkinderen gespeeld had. Ze zei letterlijk: “Mam, ze leven in een heel andere wereld als ik, maar daarom kan je toch wel aardig voor elkaar zijn?!”
2 jaar en vier maanden jong.
Daar is deze dreumes van 1 jaar en 4 maanden een waardige dochter van.

Familiefoto

Als ik tegenwoordig foto’s zie van steden overal in de wereld, valt me steeds meer op hoeveel ruimte zo’n stad in beslag neemt. In mijn jonge jaren was Londen al zo groot als de provincie Utrecht, nu is Londen een onafzienbare hoeveelheid bebouwing. Steden die eerst in een vallei of een baai lagen, liggen nu ook tegen de hellingen op en verder. Hellingen zijn soms volledig afgegraven.
In het Turkse Cappadocië zag ik steden die allemaal jonger leken dan tien jaar. In Kayseri en Nevsehir zag ik vrijwel uitsluitend hoogbouw. Turkije lijkt vast besloten de bevolkings- en stedengroei op die manier op te vangen. In China is de soms eeuwenoude laagbouw in de meeste steden al vervangen door torenflats. En ook in ons land neemt de hoogbouw toe al lijken we vooreerst alle kantoren en aanverwanten in hoge gebouwen te hebben gestopt. In nieuwbouwwijken zoals Houten en de vinexlokatie Leidsche Rijn in Utrecht vind je veel nieuwe laagbouw, maar vaak vernuftig samengebouwd met appartementencomplexen van 3 of meer woonlagen.

“Dan maar de lucht in” heeft een nieuwe betekenis gekregen. We zullen wel moeten als we nog wat groen over willen houden op de wereld.
Of.. we zouden het bewustzijn moeten hebben dat we een eind moeten maken aan de bevolkingsgroei. Maar hoe doe je dat? De éenkindspolitiek van China is alweer jaren verlaten en in islamitische landen wordt net zoals vroeger hier door elkaar beconcurrerende pastoors en dominees, aangemoedigd om veel kinderen te krijgen.
De economie is gebaseerd op groei die in feite nog uitsluitend te realiseren valt door bevolkingsaanwas.

Terwijl steeds meer filosofen, spirituele goeroes en andere weldenkers van de meest uiteenlopende pluimage tot ruimtevaarders zoals André Kuipers toe, pleidooien houden om de aanwas van de diersoort mens te stoppen, gaat de bevolkingsgroei in steeds hoger tempo door.
Hoe dat kan?

Deze bijna 40 jaar oude familiefoto ter illustratie:

Familiefoto

Welke familie heeft zo’n foto niet? In dit geval is de padre familias al overleden , maar de madre familias zit zoals gebruikelijk pontificaal in het midden. Tijdens haar leven heeft ze deze familie zien ontstaan en groeien. Van deze familie waren ‘maar’ 4 generaties in leven. Nu we steeds ouder worden is 5 niet ongebruikelijk.
De madre familias op deze foto begon met drie eigen kinderen. Maar zelfs al zou elke vrouw die kinderen wil niet meer dan twee kinderen baren, dan zou zo’n familiefoto er nauwelijks anders uitzien inclusief het gegeven dat er steeds meer vrouwen geen kinderen baren.

Vorige week zag ik een documentaire over de mug. Volgens specialisten gaat dat diertje voor grote rampen zorgen. Vermoedelijk bedenkt Moeder Aarde nog wel meer dingen om de plaag van het enige roofdier zonder ernstige vijanden te stuiten. En ondertussen is dat roofdier ook nog steeds zelf zijn ergste vijand, getuige de grote hoeveelheid oorlogen in de wereld…

.

.

.

p.s. wie als eerste, mij nooit ontmoet hebbende, raadt wie op de foto ik ben, trakteer ik op koffie met gebak 😉

 

 

.

Turkije

Als ik vertelde over mijn voornemen naar Cappadocië te gaan kreeg ik meestal de vraag waar dat ligt en in mindere mate enthousiaste reacties van mensen die er ooit geweest waren over hoe prachtig het er is. Steevast kreeg ik vragen en opmerkingen erbij of het wel verstandig was in deze tijd naar Turkije te gaan.
Maar ik had goede redenen om wel te gaan en aangezien mijn beroep niet meer in mijn paspoort staat was ik niet al te bezorgd.
Dat Turkije niet meer populair is als vakantieland bleek al op Schiphol, waar ik in de boarding ruimte voor het vliegtuig naar Istanbul de enige bleek die geen Turks sprak. De meeste vrouwen droegen lange jassen en hoofddoekjes.
Bij de paspoortcontrole in Istanbul was maar één van de elf hokjes open voor zo’n 8oo passagiers, maar ik heb me laten vertellen dat dat niet te maken had met dat daar zoveel Turkse Nederlanders bij waren, maar dat de Turkse maatschappij waarmee we vlogen geen steekpenningen aan de douane wilde geven. Nadat er bijna rellen uitbraken ging een tweede hokje open maar dat kon niet meer verhelpen dat na drieënhalf uur in de rij staan ik mijn volgende vlucht naar Kayseri miste.
Na van het kastje naar de muur gestuurd te zijn zodanig dat ik het grote vliegveld in Istanbul wel drie keer helemaal gezien heb, werd ik uiteindelijk goed geholpen door de vliegmaatschappij en zat ik een halve dag te laat in een tweede vliegtuig met minder hoofddoekjes, maar niet minder Turks sprekenden.
Op Kayseri werd ik geweldig geholpen met het vinden van mijn bagage en vanaf dat moment kan ik alleen maar positieve ervaringen over mijn Turkijereis vertellen. Cappadocië bleek nóg mooier dan ik me had kunnen voorstellen van de plaatjes en de mensen aardig en uiterst gastvrij. Overal waar ik kwam werd ik uitgenodigd om mee te eten en toen ik de groet ‘MerHaba’ had geleerd werd ik ook altijd vriendelijk terug gegroet.
In het dorpje Uçhisar waar ik verbleef, bewogen de inwoners zich tien jaar geleden nog voort op ezels en met paard en wagen en waren de daken gekleurd van het drogen van fruit. Daarna heeft het toerisme hun leven veranderd. De meeste van de 3200 inwoners wonen nu in de nieuwbouw op de hoogvlakte, de grotwoningen zijn verlaten, de eraan gebouwde voorhuizen van zacht steen vervallen, behalve daar waar hotelketens de huizen hebben opgekocht en luxe ‘cave hotels’ hebben gebouwd.
Het roept gemengde gevoelens op.
De luxe hotels verhuren nu vooral aan de rijken van Turkije die er komen congresseren of vakantie houden. Maar de inwoners van Uçhisar die van de opbrengst van hun grotwoning een nieuwbouwhuis konden kopen, zijn niet meer zeker van hun inkomen als portier, tuinman of ander werk bij de hotels, nu buitenlanders het gebied nauwelijks meer bezoeken.
Overal komen weer moestuinen waar mensen hun eigen eten verbouwen.
In het nabij gelegen Göreme stijgen in de vroege ochtend nog maar enkele luchtballonnen op in plaats van de vele tientallen die de afgelopen jaren het luchtruim boven de valleien kleurden. De ijscoman maakt een variéténummer van zijn ijs scheppen, we zijn de eerste klanten in een uur. In alle winkeltjes hangt een portret van Atatürk. Het is stil in die winkeltjes, de terrassen zijn meestentijds leeg. Het verval is nog net niet begonnen, maar zit er aan te komen als er niet snel meer bezoekers komen. Toch zijn de meeste mensen hier optimistisch. Misschien omdat ze niet anders kunnen omdat ze anders nu al hun deuren moeten sluiten. Of misschien hebben ze gelijk. Cappadocië en tal van andere streken in Turkije zijn te mooi om als vakantiebestemming te schrappen.
Aan de mensen zal het niet liggen, maar of de politiek besef heeft wat de gevolgen zijn van het beleid…
Dat politiek, populistisch of niet, ver staat van het volk, is in steeds meer landen het geval. Misschien dat we door de gekte van machthebbers weer gaan beseffen wat de kracht van een volk kan zijn. Steeds meer mensen maken hun eigen keuzes in hun leven voor wat zij zelf belangrijk vinden en kiezen daarbij hun eigen samenwerkingen. De machthebbers horen steeds meer bij een manier van denken die niet meer van deze tijd is.

 

Liefdesbatterij

Mijn dochter noemde haar baby vaak een liefdesbatterij. Het was een prachtige, blije baby die er genoeg aan had om bij je te zijn en zodra je naar haar keek, je haar stralende lach schonk. Als ze je nog niet kende kon dat even duren, maar uiteindelijk kreeg iedereen die lief voor haar was haar volle lach. En waarom zou je niet lief zijn voor zo’n prachtig klein wezentje…
Ook de nu twee maanden jonge eerste kleinzoon van mijn broer is zo’n stralend kind. “Babietjes zijn heerlijk he,” verzuchtte mijn broer gelukkig bij een foto in de groepsapp van onze kleinkinderen. De foto toont een slapende baby met een grote glimlach op zijn gezicht.
Alle jonge levende wezens hebben een hoog knuffelgehalte. Ze zijn ook nog zo puur, zo alleen nog liefde. Nooit vergeet ik hoe ik voor het eerst een pup uitzocht. De puppies waren pas 8 dagen oud en hielden hun oogjes nog dicht. Er was nog helemaal geen sprake van al een keuze kunnen of hoeven maken, maar telkens als ik in de werpbak ging kijken bij moeder en kroost, ging hetzelfde hondje apart liggen. Uiteindelijk besloot ik dat ik die even vast wilde houden. Ik kreeg hem op mijn schoot; een klein crèmekleurig wolbaaltje, nauwelijks groter dan mijn hand. Uit dat kleine lijfje stroomde liefde mijn hele lijf in. Dat hondje was ook een liefdesbatterij.
Mijn dochter is stevig van plan haar dochtertje tot een heel en gelukkig en liefdevol mens te laten opgroeien. En ze doet het goed!
Ik herken dat plan van toen zij mijn baby was.
De meeste jonge ouders hebben prachtige wensen en goede voornemens voor hun kinderen.
Toch kan geen enkele ouder voorkomen dat hun kind nare ervaringen te verwerken krijgt, tot aan trauma’s toe. Trauma’s die patronen in hun persoonlijkheid veroorzaken die niet zelden hun hele verdere leven een rol spelen.
De oorzaak is niet alleen ‘de buitenwereld’.
Juist als ouder maak je fouten die keihard binnen kunnen komen bij je kind. Fouten waar je je op dat moment meestal niet van bewust bent.
Omdat je als ouder ook een kind was dat nare ervaringen opdeed die je vormde, patronen veroorzaakte.

Van mijn goede voornemens hoe ik mijn dochter zou opvoeden is veel terecht gekomen, maar de schade die mijn toen nog onbewuste patronen bij haar veroorzaakt hebben heeft daar veel van doorkruist en zal vermoedelijk ook weer repercussies hebben op haar dochter.
Zo zijn we al zolang de mensheid bestaat bezig.
De perfecte ouder bestaat niet, een kind geen psychische schade toebrengen is een illusie.
Ook niet in de betrekkelijke luxe van leven in een land dat een al meer dan 70 jaar lange periode van vrede beleeft.
Als ik stilsta bij al die kinderen die opgroeien in gebieden waar oorlog heerst, en alle psychische schade die dat toebrengt, vraag ik me af hoe het ooit goed moet komen met de mensheid.
De oorzaak van de dualiteit in de wereld ligt er duimendik bovenop.

Ik zie maar éen uitweg: blijven focussen op wat mooi en goed is. En hopen. En je best doen.
Mijn kleindochtertje werd 1 april een jaar en is nu een prachtige blije dreumes die in hoog tempo door het huis kruipt en is dus ook in hoog tempo aan het leren hoe ingewikkeld de wereld in elkaar steekt. Is ze net heel trots dat ze onder stoelen en tafel is doorgekropen, gaat ze onder zo’n stoel blij rechtop zitten…
We zeggen dan niet dat ze een domoor is. We begrijpen, leggen uit, pakken op en troosten.
Laten we het zo lang mogelijk liefdevol en veilig houden in haar leven.
En in het leven van iedereen.
We worstelen allemaal met dualiteit. In liefdevol voor elkaar zijn heffen we dat op. Al is het soms maar voor even…