Twee fietsers

In de fietsstraat halen ze me in;
zij op een knaloranje fiets en met modern geknipt afrokapsel en bijpassende huidskleur, hij op een degelijke stadsfiets met grote rode fietstassen over zijn bagagedrager. Kort haar, bril, bleke kleur.
Je zou kunnen stellen dat de rode fietstassen goed passen bij haar oranje fiets, maar in mijn ogen vormen ze een onwaarschijnlijke combinatie. Niet alleen door hun totaal andere kledingstijl, maar vooral door de lichaamshouding. Die van haar is rechtop, fier en relaxed tegelijk. Je kunt aan haar levendigheid zien dat ze een opgewekt karakter heeft.
Hij heeft zo jong als hij is nu al een beetje een kromme rug, zijn schouders zijn opgetrokken.
Ze zijn bijna klaar met hun studie, of heel jonge docenten, schat ik in.
Terwijl ik achter ze blijf fietsen stel ik me ze voor, over 20 jaar.
Ik ken tenslotte wel meer onwaarschijnlijke combinaties, die heel gelukkig zijn met elkaar.
Zijn rug is nog krommer, hij oogt nog aangepaster.
Zij heeft na aanvankelijk hetzelfde saaie beroep als hij uit te hebben geoefend, gekozen voor minder carrière.
Ze zorgt voor hun twee kinderen en ze heeft een parttime job en daarnaast alle gelegenheid voor haar creatieve hobby’s. Als ze op het punt staat van haar hobby’s haar beroep te maken, krijgen ze ruzie omdat haar kleding bij een feestje van het bedrijf waar hij werkt te flamboyant is naar zijn smaak.
De verschillen beginnen haar nu zo op te breken dat ze nog geen jaar later een scheiding aanvraagt.

Of misschien vinden ze een modes en blijven ze dikke vrienden tot een van hen overlijdt. Opposites attract.

Het is een leuke prozaïstische oefening om willekeurige voorbijgangers voor te stellen als hoofdpersonen in een verhaal.
Je kunt van alles fantaseren over mensen die je toevallig op je pad even ziet in het voorbijgaan.

Maar zo kun je ook oordelen vellen, zelfs als je geleerd hebt dat niet meer te doen..

Ik ga wat langzamer fietsen.
Even later zie ik ze niet meer.

Advertenties

Zegeningen

Ik heb een vriend die niet mijn partner is, ik laat honden uit die niet mijn honden zijn, dagelijks komt er een poes op bezoek die niet mijn kat is, parttime verzorg ik een kind dat kleinkind is en ik zorg voor konijnen, poezen, honden en andere levende have tijdens de vakanties van diverse straat- en buurtbewoners.
Count your blessings 🙂
Maar gisteren nadat ik weer eens afscheid had genomen van een hond en een kat die ik een poos had verzorgd, viel het me ineens zwaar.
Ooit woonde ik samen, minimaal met kinderen, had zelf honden en katten.
De laatste hond is ruim anderhalf jaar geleden verhuisd wegens verregaande pesterijen van een mede straatbewoonster.
Sinds die tijd heb ik geen verplichtingen meer jegens levende wezens, anders dan die ik op vrijwillige basis voor korte periodes aan ga. Deze veranderde levensstijl valt bijna naadloos samen met dat ik dankzij onze goede sociale voorzieningen niet meer hoef te werken.
Ik moet niks meer, ik mag nog alleen maar.
Count your blessings.
Maar gisteren vond ik het ineens erg stil in huis en zag ik in de agenda voor deze week alleen afspraken om voor dieren te zorgen, 4 x met vrienden de warme maaltijd te genieten en een opening van een expositie.
Daarnaast heb ik genoeg te doen aan o.a. de organisatie van een straatfeest, mijn moestuin en werken aan het volgende boek.
Count your blessings.
Maar gisteren voelde mijn leven ineens saai.
Ik draai op routines en er zijn weinig echte uitdagingen.
Ik leef in het hier en nu maar heb daardoor af en toe moeite om feiten uit mijn geheugen te vissen die geen relatie hebben met dit moment.
Mijn zegeningen zijn tevens mijn valkuilen geworden.

En toch, ik heb eigenlijk niets te klagen.
De poes die niet mijn poes is ligt alweer uren gezellig bij me op het bureau en in de stilte die soms valt zet ik met éen aaitje haar motortje aan.
Wat een zegening om een poes als vriendin te hebben waar ik niet zelf mee naar de dierenarts hoef. Wat geweldig om met honden lange wandelingen te kunnen maken zonder dat ik aan vachtverzorging hoef te doen. Wat bijzonder toch dat zoveel dieren me op allerlei manieren opzoeken. Dankbaar voel ik me iedere keer als ik wat voor een dier mag betekenen.
Wat gezegend ben ik met zoveel vrienden om samen mee te koken en eten en lekkere lange knuffels mee uit te wisselen, met zo’n geweldig kleinkind waar ik een diepe liefde mee deel, een minnaar enz. enz.

Gisteren is niet vandaag. Het dipje is weer over.
Maar zo af en toe je realiseren dat er twee kanten aan dezelfde medaille zitten is nuttig. Al was het maar om creatief met deze levensfase te blijven omgaan. En mezelf van tijd tot tijd even op te schudden 😉
Even een andere omgeving helpt daarbij. Ik ben een paar dagen elders dus 🙂

L1115036

foto: Francis van Boxtel

Grootouder zijn

Graag liep ik met mijn eerste baby op mijn arm door het huis en dan keek ik mee waarnaar zij keek en benoemde dat. In het begin waren dat vooral lichtjes, later dingen die bewogen. Zo mooi om te zien hoe ze alles vol verwondering tot zich nam.
Met mijn tweede kind deed ik hetzelfde en ik genoot er minstens zo intens van. Maar ik had er minder tijd voor. Praatte mijn zoon daardoor later dan zijn zusje? of was het simpelweg het verschil tussen jongens en meisjes? Ik vermoed sterk het laatste, want ook mijn eerste kleindochter praat net zo snel als haar moeder.
Ze is nu net zo oud als toen haar moeder, 2 jaar en 4 maanden jong, huilend terugkwam van de speelhal waar we met 5 gezinnen aan woonden.
Ze zei letterlijk: “Ik snap het niet mam, ze leven in een heel andere wereld dan ik, maar daarom kun je toch wel aardig voor elkaar zijn?”
Met mijn kleindochtertje liep ik ook graag op de arm rond en volgde wat zij zag om dat te benoemen. In de tijd dat ze haar eerste woordjes begon te zeggen, ging haar aandacht vooral uit naar planten. Ze wilde ze graag aanraken, maar dat ging nog onbeholpen waardoor ze blaadjes knakte of misschien zelfs hele planten van de vensterbank dreigde te trekken. Dus legde ik haar uit dat ze planten zachtjes moet aanraken en liet haar daarbij zien hoe ze de planten kon aaien.
Een dag later wandelde ik met haar in een park waar ook een prachtige bloementuin wordt bijgehouden. Het hek daarvan stond toevallig open en met kleindochter in het wandelwagentje gingen we de tuin in. Ze raakte helemaal opgetogen. “Kijk!” riep ze uit en met haar arm zwaaiend met aan het uiteinde een uitgestoken vingertje naar alle kanten wijzend: “Aai! Aai! Aai! Aai!”
Tegenwoordig moeten we helemaal uitkijken wat je zegt, want ze hoort en ziet alles en neemt het echt ook allemaal over.
We gaan wekelijks samen naar mijn moestuin of ergens de natuur in. Hoewel ze een kletskous is, is ze dan heel stil. In de tuin helpt ze mee met poten en zaaien, we oogsten samen fruit en groenten en zo ongeveer het meest enthousiast ontvangen cadeautje dat ik haar dit jaar gaf is het kleine zwarte gietertje van 2 liter waarmee ze kan helpen de plantjes in de moestuin water geven.
Ondertussen praat ze tegen planten en insecten, bestudeert ze een slak of schrikt ze soms van een vogel of een wegspringende pad. Of ik hoor haar in zichzelf repeteren waar ze wel en niet mag lopen, dat ze voorzichtig moet zijn, ze de gieter schuin moet houden in de emmer water zodat de gieter vol loopt enz. enz.
Als we pauzeren in de tuin of ergens in de natuur na een wandeling, of soms zomaar in huis, gaat ze stil naast me zitten en zegt dan ineens zacht en liefdevol: “He oma..”
“He lieverd..”
Als ik nog meer geluk heb krijg ik ook nog een kusje of knuf.
De liefde is wederzijds en ik ben daar zo enorm dankbaar voor!
Ik besef dat ik geluk heb met zo’n lieve kleindochter en dat ik veel geluk heb gehad dat ik de tijd had mijn kinderen zelf op te voeden. Maar toen vonden we dat nog gewoon. Ik was een bommoeder avant la lettre en mijn dochter is nu een bammoeder. Ze is blij met alle momentjes die ze met haar dochter kan doorbrengen tijdens de vier dagen per week dat ze werkt. Ze genieten samen op de andere dagen vooral van lekker samen zijn, lummelend of dingen doend.
Begin van de middag kreeg ik een videocall van ze. Na een kort gesprekje met zijn drieën stelde dochterlief haar dochtertjelief voor dat zij met oma bleef praten en dan ging mama onder de douche.
Ik vind het toch zo heerlijk om op dit soort manieren als grootmoeder gebruikt te worden.
Soms denk ik dat het onnatuurlijk is dat alle generaties binnen een familie apart en zelfstandig wonen. De moderne communicatiemiddelen repareren dat een beetje 😉

Zomerse nonchalance

Een vriend van mij constateert al geruime tijd een toename van hufterig gedrag. En de groei is er nog niet uit als ik hem zo van tijd tot tijd hoor.
Het gaat hem daarbij vaak om gedrag in het verkeer.
Zo signaleerde hij twee mensen die vanuit de open raampjes van hun auto een enthousiast gesprek met elkaar voerden. Midden op een drukke kruising waardoor er verkeerschaos ontstond. En hij zag een groepje mensen dat op hun gemak met elkaar stond te praten op het fietspad. Zijn fietsbel gebruiken had geen enkel effect en toen hij er wat van zei werd hem toegebeten dat hij maar om hen heen moest fietsen.
Ik maakte prompt de volgende dag iets dergelijks mee, maar erom heen fietsen was op dat fietspad niet eens een mogelijkheid. (Dus maakte ik maar een grapje over vergaderen in het openbaar. Lachend gingen ze met hun fietsen aan de hand de stoep op.)
Maar is dat hufterig gedrag?
Een hufter is volgens Wikipedia iemand die zich bij herhaling niet conformeert aan de geldende sociale regels en omgangsvormen en zich daarmee schuldig maakt aan asociaal gedrag. Zo gedefinieerd moet ik helaas erkennen dat ook ik toename zie van hufterig gedrag. Op tal van plekken en in tal van situaties.
Maar toch, die nonchalance tegenover verkeersregels, het heeft ook wel iets relaxed.
En het past wel bij de zomer. Vooral zo’n zomer als deze die ons laat proeven van het klimaat dat voor onze regio voorspeld is.
De Utrechtse wijk Lombok heeft al jaren een mediterrane uitstraling. De winkeltjes zijn er leuk, maar de verkeerschaos is soms levensgevaarlijk voor fietsers en voetgangers. Dubbel parkeren lijkt men er normaal te vinden, om te wachten op iemand die winkelt of lekker even vanuit je autoraampje bij te keuvelen.
Ik vraag me nog steeds af, hoe erg is dat?
Voor mij persoonlijk erg genoeg om er niet graag meer doorheen te fietsen. Maar zegt dat niet vooral iets over mij? Een jongere vriendin fietst er graag heen om boodschappen te doen.
Nederland is een strak georganiseerd land. Naast alle verkeersregels die worden ondersteund met borden, wegbelijning, paaltjes, spiegels enz., barst het van de aanwijzingen over tal van andere zaken.
Toeristen negeren die doorgaans.
Dus ergeren we ons steeds meer aan toeristen die midden op de rijweg lopen en niet reageren op je fietsbel.
Er zijn vooral in de steden teveel toeristen, wordt nu steeds vaker gezegd.
Er zijn teveel wijken die een zuidelijke uitstraling hebben, vinden de mensen die op populistische partijen stemmen.
Het zijn vaak dezelfde mensen die graag een hoge schutting om hun tuin zetten of die tuin bestraten omdat ze geen zin hebben in onkruid wieden of zodat niemand ziet hoe hun badkleding er uit ziet.
Maar veranderen is niet tegen te houden. Veranderingen zijn er altijd geweest en wellicht is dit een tijd waarin het wel heel erg snel gaat met die veranderingen.
Het klimaat verandert, de hele wereld verandert.
We zullen er mee moeten dealen.
Misschien door een voorbeeld te nemen aan het langzamere tempo van mensen wier (familiaire) oorsprong een stuk zuidelijker ligt.
Met zo’n warme zomer gaat dat wellicht vanzelf.
Maar als we toch graag regeltjes fucken: kunnen die hufters die met de telefoon in de hand zitten te bellen op hun fiets worden beboet alstublieft?
Dan kunnen fietsers wellicht de regels die ze op de basisschool hebben geleerd weer gaan toepassen en hun hand uitsteken om aan te geven waar ze heen gaan?

Pen

Aan de rand van de stad komt een groep jongens me tegemoet fietsen over het fietspad. Ze dollen en joelen. Als ze net gepasseerd zijn hoor ik een jongen roepen: “Oh mijn pen!” Er volgt gelach en het groepje jonge tieners fietst door. De verliezer van de pen kijkt nog een keer achterom maar fietst dan ook door.
Ik zie de pen liggen op het fietspad.
Zo gaat dat dus, denk ik en na enige aarzeling loop ik een paar passen terug het fietspad op en pak de pen. Het is een blauwe Bic pen. Zulke pennen kocht ik, maar dan zwart schrijvend, voor mijn bedrijfje in per doos van 50 stuks voor een paar euro. Als het zo weinig kost is het je kennelijk ook niets waard. In mijn jeugd waren pennen duur en zou ik het niet in mijn hoofd hebben gehaald om die te laten liggen. Even los van dat we toen nog liefst met een vulpen schreven, vele malen duurder dan een ballpoint.
Maar ook nu zou ik het niet in mijn hoofd halen zo’n pen te laten liggen.
Zouden die jongens dan totaal geen besef hebben wat zo’n pen teweeg brengt in de natuur?
Ik geloof niet in de oplossing dat vervuilende zaken duurder moeten worden gemaakt.
Maar ik kan er met mijn pet niet bij dat de huidige jeugd geen moer lijkt te geven om hun leefomgeving. Ook volwassenen zie ik nog steeds slordig omgaan met hun afval.
Waar blijft de mentaliteitsomslag?
Wordt die bemoeilijkt omdat er nog steeds malloten zijn die de klimaatverandering pogen te ontkennen?

De pen schrijft prima.
Ik schrijf er o.a. mijn boodschappenlijstjes mee.
Dat doe ik op de achterkant van kassabonnen.
Want sedert de zelfscankassa’s in de supermarkt is de kassabon weer verplicht. Je hebt immers de code op die bon nodig om door het poortje naar buiten te kunnen.
Vernieuwingen zijn niet altijd goed voor het milieu.
Die zelfscankassa’s lijken handig, maar je verliest er een stukje persoonlijk contact door. Contactloos slaat niet meer alleen op betalen.
Het lijkt me de vervreemding van onze leefomgeving alleen maar in de hand te werken.

.

Rouwkaart

Zolang ik hier woon (zie vorige column ;-)) verwart de post mijn straat met een andere, tien minuten lopen hier vandaan. Ondanks de zeer afwijkende postcode krijg ik van tijd tot tijd post bezorgd voor mensen in die andere straat met hetzelfde huisnummer.
Met zelf de post daar in de bus stoppen ben ik jaren her al gestopt. Ik zet met grote letters de juiste straatnaam en verkeerd bezorgd op de envelop en stop hem in de bus van post.nl.

Donderdag ontving ik een rouwkaart.
Na de schrik van wie is er nu weer dood? volgt de opluchting dat de kaart niet voor mij bestemd is. Ja, de mens is een egoïstisch wezen.
Maar niet geheel zonder empathie en dus besluit ik de envelop die niet is dicht geplakt, open te maken. Niet uit nieuwsgierigheid, maar uit betrokkenheid. Immers, als het een uitnodiging voor een begrafenis of crematie of wat voor uitvaart dan ook is, is het misschien wel zo slim om te weten of dat al spoedig is. In dat geval wil ik de kaart zelf herbezorgen i.p.v. de omweg via de post besluit ik. Die stap is ook minder groot dan tot een aantal jaren geleden; wegens verminderen van het aantal brievenbussen ligt de dichtstbijzijnde bus inmiddels ongeveer halverwege mijn straat en die waarmee door slordig handschrift verwarring kan ontstaan.
Hoewel ik vermoed dat ik er vanwege medemenselijkheid niet aan ontkom, wil ik toch even checken of dat herbezorgen nodig is. Het kan tenslotte ook een bedankje zijn voor het bijwonen van een reeds voorbije uitvaart.
Ik krijg een soort klap in mijn gezicht als ik de kaart zie.
Voorop prijkt de foto van een prachtige blondine. Haar naar achteren in een staartje, een stralende lach onder helderblauwe kijkers. Ze is prachtig. En naar mijn schatting hooguit 24 jaar. Misschien jonger.
In een hartvorm aan de binnenkant worden prachtige eigenschappen van de mooie jonge vrouw opgesomd. Ze heet Lisa. Mooie lieve Lisa. Ik voel me een voyeur. Ik wil het niet lezen. Ik kijk naar de datum: de uitvaart is over 5 dagen. Meer hoef ik niet te weten en eigenlijk ook dat niet meer. Ik had al besloten.
Tijdens mijn fietstochtje naar het studentenhuis blijven mijn gedachten gaan naar wat er gebeurd kan zijn met de prachtige Lisa.
Zelfmoord? Zo’n prachtige meid? Met zoveel mooie eigenschappen?
Een ziekte?
Een ongeval?
Een misdrijf?
Ik zal het nooit weten.
Ik heb de tekst op de kaart niet gelezen.
Het gaat me niet aan.
Wel kijk ik op het rijtje brievenbussen of ik de naam van de geadresseerde zie staan. Maar ik zie geen Stijn. En ook de achternaam die ik net als de straatnaam nauwelijks kan lezen niet.
Ik bel aan bij een van de twee bellen zonder naambordje. Niemand reageert.
De tweede probeer ik niet. Ik besef dat ik aanbel uit nieuwsgierigheid. Want het is niet nodig; er is éen brievenbus voor alle studenten.
Ik hoop dat Stijn niet op een ander nummer woont en de kaart tijdig ontvangt.
Stijn en alle andere vrienden en vriendinnen en familie van Lisa: ik wens jullie in gedachten en vanuit mijn hart veel sterkte.

Paardenbloementijd

Buiten zie je waar je maar kijkt de vrolijk gele kopjes van Paardenbloemen.
Dat viel mijn kleindochtertje van net twee ook op, en zorgde voor de volgende conversatie bij de bushalte gisteren:
“Welke kleur heeft de bus?”
“Blauw!”
“Echt waar?”
Ze moest lachen en wees op de parkeermeter:
“Nee-hee, dat is blauw!” zei ze.
“Wat heeft de bus dan voor kleur?”
“Rood!”
“Nee toch!?”
Ze wees op iets in de straat dat rood was.
De bus kwam er ondertussen aan.
“Wat voor kleur heeft de bus?”
“Paardenbloem!”
Met haar op de arm liep ik de bus in.
“Chauffeur,” vroeg ik, “weet u wat voor kleur uw bus heeft?”
“Blauw!” zei de buschauffeur.
“Nee hoor, Paardenbloem!”

Het inspireerde me tot deze haiku:

Voorjaar met de bus
geel te abstract voor dreumes
kleur is ´paardenbloem!´

Het is duidelijk Paardenbloementijd. Voor mij is dat de tijd in het voorjaar om extra te ontgiften. Dat kan o.a. met behulp van paardenbloemen. De natuur zorgt voor alles op de juiste tijd.
Wie zaken rigoureus aan wil pakken of meer wil weten over Paardenbloemen verwijs ik graag naar deze site
Ik houd het zelf simpel: ik pluk wat jonge bladeren van de planten rozet en verwerk die in salades en ik gebruik de bloemen voor een lekker watertje.
Dat doe je zo:
Pluk de bloemen pal onder de steel bijvoorbeeld door daar met twee nagels af te knijpen. Zo voorkom je dat je delen van steeltjes mee plukt. Want het enige echt (licht) giftige aan de Paardenbloem is het sap in zijn stelen.
Doe de bloemen in een kan of pot met afsluitbaar deksel, giet er ruim water overheen en zet weg in de koelkast.
Je kunt twee keer per etmaal het water afgieten om te drinken. Giet al het water er af, want dan kun je de pot of kan opnieuw vullen. Je kunt dan drie dagen dezelfde bloemen blijven gebruiken en krijgt ook kleine (nuttige) verschillen in werking en smaak. Lekker dorstlessend is het altijd.

20150427_122451