Kosmisch existentialisme

Een boekje met zo’n titel moet welhaast wetenschappelijk zijn. Ik kreeg het van een vriendin te leen met de waarschuwing me niet te laten weerhouden door het taalgebruik van de schrijver: Dr.M. Lietaert Peerbolte, die het inmiddels vergeelde boekje de ondertitel ‘een psychisch-energetische inleiding’ meegaf.

Ondanks haar waarschuwing liet ik me na een eerste blik op de tekst toch weerhouden. Gelukkig heeft mijn vriendin vele regels rood onderstreept en zo heb ik gedurende een jaar toch een aantal van schrijvers woorden tot me genomen.

Vanmorgen viel mijn oog op deze onderstreepte zin: “Welk genie in de menselijke historie heeft werkelijk kans gezien richtlijnen te geven, die tegelijkertijd zowel de menselijke samenleving als het kosmisch ervaren op een hoger peil zouden kunnen brengen in de zin van: meer geluksgevoel, meer vredelievendheid, meer respect voor de medemens?”

Grappig dat juist deze zin me nu opvalt, want mijn gedachten gingen vanmorgen naar religieuze leiders zoals de recent overleden Vietnamese zenmeester Thich Nath Hanh.

Zulke leiders zijn er door de eeuwen heen altijd geweest. Deze ‘genieën’ bevonden zich eeuwenlang in kleine religieuze groeperingen waar ze hun leer verkondigden aan ingewijden die volgens allerlei rituelen en leefregels de doelen van hun leiders nastreefden.

Maar in onze tijd is er een groot verschil met vroegere geestelijke leiders. Niet langer is hun kennis esoterisch of voorbehouden aan ingewijden of specifieke kasten.

In feite begon de verandering met de inval van China in Tibet. Tibetaanse boeddhisten vluchtten hun land uit, waaronder ook hun geestelijk leider de Dalai Lama, die sedertdien in India leeft. Maar ook andere ontwikkelingen speelden een rol. Hippies trokken naar het oosten en laafden zich in ashrams aan woorden van goeroes. De Beatles vonden Maharishi Mahesh, Thich Nath Hanh adviseerde Maarten Luther King, de Dalai Lama sprak met vrijwel alle wereldleiders. Maar ook tal van boeken kwamen naar het westen, zoals het Tibetaanse Boek over leven en sterven van een van de vele rinpoches die in het westen hun nieuwe thuis vonden.

Kennis die was voorbehouden aan de hogere kaste van de Brahmanen, kwam beschikbaar voor wie maar wilde.

Een mooi voorbeeld is het Gayatri Mantra. Ooit alleen gereciteerd door Brahmanen, nu bij tal van boeddhistische cursussen door eenvoudige leerlingen.

De Gayatri Mantra komt uit het Sanskriet en is een eeuwenoud gebed om je te helpen ontwaken uit de illusie van de 3D wereld. Daarbij helpt het ook om dichter bij jezelf te komen en te focussen op wie je echt bent.

Aum
Bhur Bhuvah Svaha
Tat Savitur Varenyam
Bhargo Devasya Dheemahi
Dhiyo Yo nah Prachodayat

Zo klinkt het als Tibetaanse monniken het reciteren

Op internet zijn diverse vertalingen te vinden, ik kies nu voor deze:

Door de ervaring van het leven heen is ‘Dat’
De wezenlijke natuur die het bestaan verlicht
De aanbiddelijke Ene
Mogen allen, door subtiel en meditatief intellect
De schittering van het verlicht gewaarzijn bewust worden

Nog even een citaat uit het boekje: “De huidige cultuur dwingt tot verraad aan het eigen innerlijk van de mens en tot projectie van dit innerlijk op de goddelijke voorzienigheid. Dit is in wezen ontmenselijking.”

U kunt die cultuur doorbreken. In de Brahmaanse traditie deden ze dat o.a. door het Gayatri Mantra 108 keer achter elkaar op te zeggen…

3,5 procent

In al het gekrakeel rond Corona worden andere berichten snel over het hoofd gezien.

Toch zijn op de hele wereld mensen bezig om de grootste milieuramp ooit, door sommige klimaatverandering genoemd, proberen te bestrijden. Daar zijn ontelbare wetenschappers bij betrokken, die op allerlei terreinen onderzoek doen. Sommige wetenschappers zoeken het in technologische oplossingen, maar er zijn er ook die meer holistisch kijken.

Die laatste soort wetenschappers wordt nogal eens geciteerd door organisaties als Avaaz en SumofUs die nog steeds geloven dat via wereldwijde enquêtes veranderingen kunnen worden afgedwongen. Ik heb daar steeds meer twijfels bij, aangezien het wereldwijde machtsnetwerk onverdroten doorgaat met hun plannen uitvoeren. Maar er worden zeer interessante bevindingen gemeld via die enquêtes. Zoals deze:

“Als we 50% van de aarde beschermen tegen gebruik door mensen, kan ons ecosysteem zich stabiliseren en regenereren en kan het leven op aarde zich herstellen.“

23 December stuurde Avaaz een bericht de wereld in dat wetenschappers van Harvard zouden hebben ontdekt dat als 3,5 procent van de wereldbevolking zich op geweldloze, vredige wijze tegen iets uitspreekt, de verandering nagenoeg gegarandeerd is.

Het doet me denken aan wat Maharishi Mahesj, de grondlegger van de Transcendente Meditatie, kortweg TM, al jaren geleden beweerde. Deze yogi die veel aanhang had onder beroemde mensen, zoals in de zestiger en zeventiger jaren de Beatles, had een theorie over als er maar genoeg mensen mediteerden, criminaliteit zou afnemen en wereldvrede dichterbij kwam.

In 1974 stelde Maharishi dat er een meetbare coherentie van vredig bewustzijn in een samenleving zou komen als TM door een relatief klein aantal mensen (1% van de bevolking) in die samenleving werd beoefend. Dit fenomeen werd door aanhangers het ‘Maharishi Effect’ genoemd. Naar aanleiding van dit ‘Maharishi Effect’ ondernam Maharishi in 1975 een reis naar 5 continenten en sprak op grote bijeenkomsten om de “Dageraad van de Tijd van Verlichting” aan te kondigen, de aankondiging van het allereerste begin van een tijd van harmonie op basis van bewustzijnsontwikkeling door meditatie.

Daarom is Nederland, waar de Maharishi zijn laatste jaren sleet in Vlodrop, vermoedelijk zo’n vredig landje. Immers, hier mediteert minstens 1% van de bevolking regelmatig. Sinds 2004 is Paul Gelderloos de nationale directeur van de TM-beweging in Nederland. “Mijn doel is het samenbrengen van grote groepen mediterende mensen om meer zuiverheid in de atmosfeer te brengen en op die manier de wereld te verbeteren.”

Gisteren overleed zenmeester Thich Nhat Hanh, die wereldwijd bekend staat als grondlegger van Mindfullness. Hij was een vredesactivist pur sang die er van uitging dat als je een staat van innerlijke vrede bereikt, dat ook bijdraagt aan de wereldvrede.

In feite eenzelfde boodschap als Mahesj, maar net even anders verwoord en met andere technieken uitgedragen.

Ook de Tibetaanse geestelijk leider de Dalai Lama hangt dit soort gedachten aan. In feite gaan alle grote boeddhistische leermeesters er van uit dat innerlijke vrede en verhoogd bewustzijn bijdragen aan verbeteren van de wereld.

Het Grote Ontwaken nadert volgens al die leermeesters. Dat is een hoopvolle gedachte in deze duistere tijden.

Laten we in Liefde en vrede helpen anderen ook wakker te worden. Misschien komen we dan snel aan die 3,5 procent…

Kerstfilms

RTL8 begon al een week voor Sints verjaardag met het uitzenden van kerstfilms, minstens twee per avond zelfs, onder het motto ‘christmas channel’. Allemaal van Amerikaanse origine, mierzoete romantische verhalen en compleet met overdone kerstversiering.

Ik ben niet zo’n tv-kijker, als ik kijk is dat vaak terwijl ik andere dingen doe op mijn laptop. Kerstfilms bleken daar heel goed bij te passen. Geloof het of niet, maar ik heb bijna elke avond minstens één film bekeken op het ‘christmas channel’. Hoewel ik het er niet mee eens ben dat al voor Sinterklaas met kerstuitzendingen wordt begonnen, heb ik er toch met veel plezier naar gekeken. Troostrijke voorspelbare sprookjes, een geweldige remedie tegen al het slechte nieuws in de wereld.

Ik ben niet zo goed in kerst vieren, maar door de films heb ik er nu echt zin in. Vooral de familiespirit trekt me dit jaar bijzonder aan. Te triest voor woorden dat onze regering vindt dat we ook met kerst maar met kleine gezelschappen mogen zijn. Vraag me af of veel mensen zich daaraan zullen houden, vermoedelijk wel, als ik tenminste afga op alle corona-angstige mensen die ik her en der tegenkom. De angst is er goed ingestampt de afgelopen twee jaar.

Met veel of weinig mensen.. wat je ook doet, maak een feestje van je kerst zou ik zeggen.

Ik heb een kerstboompje gekocht, een kleintje, maar wel groter dan voorgaande jaren. Ik kocht nieuwe ledlampjes en heb vandaag de boom versierd met mijn kleindochter van vijf. Op zijn Amerikaans daarbij lekkere ‘hot chocolate’ voor haar gemaakt. “Heb je ook marshmallows?” vroeg ze tot mijn verbazing.

(tekst gaat verder onder de foto)

Behalve de kerstboom heb ik nog meer kerstversieringen in mijn huiskamer aangebracht en terwijl ik dit schrijf schitteren overal om me heen kerstlichtjes,

Volgende week draag ik weer een steentje bij aan een oude familietraditie. De traditie van het bakken, of eigenlijk koken van kersttulband heb ik al jaren geleden van mijn vader overgenomen, die het nog een paar jaar volhield na het overlijden van mijn moeder. Het familierecept stamt nog van mijn opa en misschien zelfs van mijn overgrootvader. Maar dat kan niemand meer bevestigen, ook mijn vader leeft niet meer. Het recept zal ik ter zijner tijd doorgeven aan mijn nazaten.

De smaak van de tulband, die mijn vader trouw pal voor kerst kwam bezorgen, is mijn meest zoete kerstherinnering.

“Kerstherinneringen zijn als lichtjes, die je weer bij jezelf brengen,” zei een van de hoofdpersonen uit zo’n kerstfilm.

Ik wens jullie allemaal een liefdevolle kersttijd waarbij veel mooie nieuwe herinneringen ontstaan.

Zo oud als je je voelt

“Mam, je bent bejaard!”

Mijn dochter is niet altijd complimenteus. Een paar jaar geleden stonden we in een lift op weg naar mijn hoogbejaarde vader. De lift had niet echt een flatterende spiegel. “Jee, wat een oude kop krijg ik ineens,” zei ik. Dochterlief meteen: “Je bent ook oud!”

In een telefoongesprek met mijn dochter bleek weer dat ik een dag achterliep. Vorige week liep ik steeds een dag voor. Volgens mijn dochter is het tijd voor zo’n digitale klok die behalve de tijd ook nog de datum, maand en dag van de week aangeeft. Maar daar heb ik genoeg instrumenten voor in huis, van laptop tot krant en tv. Ik hoef ook geen hoger bed of andere aanpassingen in mijn huis.

Het probleem is volgens mij ook niet dat ik bejaard ben, maar dat ik heel erg gewend ben in het nu te leven. Dat wordt ook steeds makkelijker als je met pensioen bent, je moet niets meer, maar mag des te meer. Mijn dagen lijken daardoor ook erg op elkaar. Dat is geen klacht, maar de constatering van mijn vrijheid: ik mag bijna elke dag van het jaar helemaal zelf bedenken en beslissen wat ik met mijn tijd doe. Mijn enige reguliere verplichting is het uitlaten van mijn hond en dat doe ik met groot plezier. Vooral onze lange wandelingen door de natuur beschouw ik elke keer weer als een geschenk. Afspraken voor leuke ontmoetingen en activiteiten staan in mijn papieren agenda, die ik voor ik ga slapen altijd even raadpleeg, al was het maar om te weten of ik een wekker moet zetten. Meestal hoeft dat niet.

Een paar weken terug moest ik het rolgordijn in mijn slaapkamer vervangen. Decennialang had ik voor dat grote schuine dakraam helemaal niets hangen, waardoor ik o.a. heerlijk bij volle maan in het maanlicht sliep. Maar je wordt wat lichtgevoeliger als je ouder wordt en gezien mijn neiging om op onregelmatige tijden te gaan slapen, werd een rolgordijn nuttig. Ik koos destijds voor een donkerroze, waardoor ik ’s ochtends wakker werd in een prachtige roze gloed. Dat gordijn was van een duur merk, hetzelfde als van het dakraam, dan verwacht je niet dat het maar een paar jaar meegaat, dus kon ik voor een nieuwe net zo goed in voordeliger prijsklassen gaan zoeken.

Helaas kon ik in de voordelige prijzen geen roze vinden en in een opwelling koos ik voor een verduisterend gordijn.

Vreemd genoeg sliep ik de eerste dagen erg kort. Mijn lijf was kennelijk gewend aan het roze licht. Een vriendin raadde aan een klein kiertje open te houden, maar als ik de deur van de slaapkamer openlaat komt er van de gang ook dag- en maanlicht zodat ik een beetje zonder klokkijken kan inschatten hoe laat het is.

Na een paar nachten van slechts 3 a 4 uur was het ineens raak: ik sliep bijna 12 uur aan één stuk en werd pas rond het middaguur wakker…

Nog steeds slaap ik sindsdien als ik geen wekker zet 8 a 10 uur. Dat vergt eigenlijk dat ik ’s avonds vroeger naar bed ga, maar dat ben ik mijn hele leven nog niet gewoon 😉

Het vaste slapen vergt ook dat ik de tijd neem om goed wakker te worden, dus begin ik dan maar met mijn post en andere berichten op mijn telefoon te bekijken. Ook niet echt een goed idee, want voor ik het weet is de ochtend voorbij als ik uit bed kom.

Alweer: ik klaag niet. In tegendeel: ik heb me in geen jaren zo fit gevoeld!

Maar ik vind het dus niet gek dat ik af en toe even niet meer weet welke dag van de week het is.

Natuurlijk laat mijn lijf af en toe middels phpd’s weten dat ik ouder word. Maar daar leef ik dan gewoon naar. Niets aan de hand. Ik voel me blijer, vrijer en gelukkiger dan ooit. Tenzij je me in een hokje probeert in te delen. Wat voor hokje of etiket iemand me ook op wil plakken, ik word daar altijd even treurig van.

Als ik me ooit bejaard ga voelen, laat ik mijn haar wel grijs worden 😉

Testen voor toegang

In juni kocht ik kaartjes voor de ‘limited edition’ van de Nacht van de Poëzie. Er zou twee keer dezelfde voorstelling van drie uur worden opgevoerd. Om een beetje in stijl te blijven koos ik voor de editie die om half twaalf zou beginnen. De organisatie liet weten dat als de coronamaatregelen op 2 oktober zodanig veranderd waren dat er misschien toch een ‘normale’ Nacht kon plaatsvinden, ze dat zouden doen en dat mijn goedkopere kaartjes geldig zouden blijven. Twee weken voor de Nacht ontving ik een vreugdevolle e-mail van de organisatie, het ILFU, dat ze alles in het werk ging stellen om een vrijwel ‘normale’ Nacht te organiseren. Met een schok realiseerde ik me echter dat er sprake zou zijn van testen voor toegang. Omdat de 38e Nacht voor de Poëzie de eerste zou worden voor mijn vriendin besloot ik geen spelbreker te zijn en probeerde een afspraak te maken voor een test. Dat moest nog even wachten, want kon pas twee dagen later.

Afgelopen zaterdag was ik ruim voor de afgesproken tijd bij de testlocatie op het Godebaldkwartier in Utrecht om tot mijn verrassing een zeer lange rij wachtenden aan te treffen. In plaats van half twee stond ik om tien voor twee bij een loket waar ik mijn afspraakbevestiging en ID moest laten zien. Met mondkapje op. Een ridicule eis aangezien in de lange rij niemand een mondkapje op had en dat ook niet hoefde.

Al om 14:09 kreeg ik een sms dat mijn testuitslag er was en mij daarover een e-mail was gestuurd. Die e-mail is nooit gearriveerd.

Mijn vriendin die om 15:00 getest was, ontving wel een e-mail, maar toen ze op een van mijn computers de link in de mail aanklikte, kwam ze wel bij een scherm dat vertelde dat ze een negatieve testuitslag had, maar niet bij de QR-code. Daags ervoor had ze nog met de GGD gebeld om te checken of het mogelijk was zonder de coronacheckapp de QR-code op te vragen. Dat kon, zei de GGD medewerkster. Maar wat we ook probeerden, de code bleek niet opvraagbaar.

Ik had ondertussen contact met een helpdesk die het probleem van de niet-gearriveerde e-mail oploste door me een speciale url op te geven: https://resultaat.testenvoortoegang.org. Inderdaad kwam ik langs die weg en het ingeven van o.a. lange codes uit mijn testafspraak bij mijn testuitslag. Ook negatief gelukkig. Maar net als mijn vriendin kreeg ik niet voor elkaar om de QR-code op te vragen. Laat staan dat we die konden printen of op een of andere manier zichtbaar maken.

We probeerde van alles, mijn vriendin probeerde ook nog een helpdesk maar kreeg te horen dat het te druk was en of ze over een paar uur terug kon bellen… Hoe konden we dan over een paar uur in Tivoli-Vredenburg toegang krijgen?? We kregen steeds opnieuw codes via sms, maar ik kreeg een steeds vervelender voorgevoel. De vrouw die mijn test had afgenomen had mij verteld dat de QR-code opvragen alleen met de coronacheckapp kon. Aanvankelijk wilde ik nog geloven wat er in allerlei voorlichting staat en wat de GGD tegen mijn vriendin had gezegd. Inmiddels hadden we het scherm dat ons vertelde dat onze testen negatief waren uitgeprint, maar ik was er niet gerust op dat ons dat toegang zou verschaffen. Immers, je moet per se een QR-code laten zien. Dus bleven we door proberen. Maar steeds in de laatste fase, het opvragen van de QR-code, liepen we vast. Ik zal u verder besparen hoe we steeds meer vloekend en tierend van alles probeerden om de QR-code te krijgen. Uiteindelijk besloot ik om te doen wat ik absoluut niet wilde: ik installeerde de app op mijn telefoon en… vijf minuten later was mijn QR-code daarin zichtbaar.

Toen mijn vriendin ook zover was, was het inmiddels 6 uur.

Ons plan om half zeven bij Tivoli-Vredenburg te zijn, zou alleen nog haalbaar zijn geweest als we zonder maaltijd de deur uit waren gegaan. Maar kapot als we waren van al het gedoe kozen we voor bijkomen bij een goede zelf bereide maaltijd. Pas om vijf voor acht waren we bij Vredenburg. De eerste twee dichters hadden we toen al gemist.

Gelukkig maakten de overige dichters en entr’acts tijdens de Nacht van de Poëzie veel goed.

Dat de bars om 24:00 moesten sluiten werd creatief opgevangen door je aan te bieden tasjes te geven waar je voor twaalven gekochte drankjes en hapjes in kon doen. Helaas waren de meeste hapjes voor twaalven al uitverkocht. Meer wanklachten zul je van mij over de Nacht niet horen. In tegendeel: het was een geweldig feest en de vele al dan niet bedekte of literaire of humorvolle kritiek op de coronamaatregelen werd door de zaal enthousiast ontvangen. Net als het komisch gebrachte verzoek om niet te gaan dansen tijdens het swingende nachtelijke optreden van Thijs Boontjes show- en dansorkest. Na afloop werd vrolijk afgesproken dat hoe de reacties op dat optreden waren onder ons zouden blijven 😉

Maar nog steeds vraag ik me af het überhaupt mogelijk is om zonder coronacheckapp de QR-code van testen voor toegang te verkrijgen. Als iemand daarin geslaagd is, hoor ik het graag. Tot zo lang kan ik kiezen tussen een niet-werkend systeem of de zoveelste leugen.

Vegan

In Steenwijk stapten diverse fietsers met fiets op de trein. Ook in het halletje waar ik tot dusver samen met mijn hond het rijk alleen had, werden twee fietsen neergezet. Gelukkig posteerden de bezitters daarvan zich bij de fiets, want mijn hond begon al versneld adem te halen, een eerdere treinreis was een fiets omgevallen, zoiets vergeet hij nooit meer.

Naast mij op een klapstoeltje kwam een meisje zitten. Ik schatte haar een jaar of 14, 15, maar ze was ouder, want ze reisde naar Leeuwarden, waar ze een opleiding voedingstechnologie volgt. Alleen dat woord al, voedingstechnologie, geeft volgens mij aan wat er mis mee is. Goed voedsel wordt in mijn optiek gemaakt van pure, natuurlijke ingrediënten, de enige techniek die daar bij te pas komt is die van mijn fornuis.

Ik zag een fietser al instemmend knikken en ik kon het niet laten het meisje te bevragen naar de technieken die ze leerde. Die zijn nodig om te zorgen dat er voldoende voedsel voor iedereen is, sputterde ze tegen. Maar ik stak een betoog af over alle ziekmakende ingrediënten die de voedingsindustrie meent te moeten toevoegen aan ons voedsel en dat vers voedsel, liefst lokaal geteeld en verkocht ook veel beter is voor het milieu.

Het was duidelijk allemaal bekend bij de steeds meer instemmend knikkende fietser, maar nieuw voor het meisje. Ik kreeg al bijna medelijden met haar en besloot haar te vragen even op mijn hond te letten zodat ik op het toilet beter kon afstemmen op het enorme leeftijdsverschil. Maar toen ik terugkwam had ze een weerwoord. Ze had een heel leuke opdracht, vertelde ze. Ze moest iets bedenken waardoor kruiden beter en langer houdbaar zouden worden.

“Die methodes zijn er al: drogen of eventueel minder milieuvriendelijk vriesdrogen,” stelde ik.

Ze deed nog een dappere poging weerstand te bieden. Dankzij de voedingstechnologie kon er nu meer vegan, beweerde ze. De voedingstechnologie zorgt voor baconsmaak, vissmaak, eiersmaak, vervanging van eiwitten enz..

Ja, vegan is ineens heel populair in de voedingsindustrie. Ze zien weer een nieuw verdienmodel en het populair maken daarvan is vooral een kwestie van marketingtechnieken, heeft niets te maken met de mensen gezonder willen laten eten. Immers als je vegetarisch of veganistisch wilt eten, kan dat zonder technologie. Maar daar heb je wel wat meer kennis van voedsel voor nodig dan bij de gemiddelde Nederlander het geval is.

Vegetariërs en veganisten hebben al decennia, zo niet eeuwenlang gezond kunnen eten door hun eiwitten te vervangen door peulvruchten, paddenstoelen enz. Maar de moderne vegetariër wil kennelijk een ‘vleesvervanger’ geproduceerd door de voedingsindustrie, als we de marketingslogans van de industrie moeten geloven. Die vleesvervangers zitten vol chemicaliën, gemodificeerde, gehydrogeniseerde of hoe dan ook bewerkte voedingsmiddelen, om het over problemen met de teelt van voedingsmiddelen als soja (tofu) nog maar niet te hebben.

Een kennisje maakte afgelopen jaar “Lekker plantaardig’: de eerste ‘vegan scheurkalender’. Een geweldig initiatief dat ik van harte steun. De recepten probeer ik van tijd tot tijd uit en mijn ervaringen deel ik met haar, zodat ze die desgewenst weer kan verwerken in de volgende editie.

Ik leer er veel van en dat komt mijn creativiteit bij vegetarisch koken ten goede.

Maar sommige recepten weiger ik te maken. Want wat moet ik met een ‘vegan tonijnsalade’ of een ‘eiersalade zonder ei’?

Ik begrijp wel dat dit soort aanduidingen worden gebruikt om beginnende vegetariërs en veganisten over de streep te helpen met minder vlees en zuivel eten, maar tegelijkertijd begrijp ik dat op deze manier gepromoot, we vooral te maken hebben met een soort vegan mode. Vegan is hip, maar moet vooral niet te moeilijk zijn kennelijk.

Dat heeft de voedingsindustrie goed begrepen.

Ik durf zomaar ongecontroleerd te beweren dat ze vast wel op de een of andere manier de opleiding van het meisje uit Steenwijk sponsoren. Dat dacht die instemmend knikkende fietser in de trein ook.

Koffiezetten

In veel warme landen gebeurt het nog steeds: koffiezetten door koffie in een mok of kan te doen, opschenken met kokend water, even laten staan, eventueel roeren en dan niet meer bewegen om geen koffieprut naar binnen te krijgen bij het drinken. Het achterblijvende drab zou een bron van informatie zijn voor waarzeggers e.d. 😉

Maar de evolutie schreed voort, en zo ontwikkelden we het koffiefilter. Na de witte koffiefilters werden het ongebleekte bruine en heden ten dagen zijn er nog steeds mensen die zweren bij filterkoffie als zijnde de meest smaakvolle die een thuiszetter kan maken.

De percolator deed zijn intreden en in de horeca werd de filterkoffie vervangen door grote apparaten waar espresso mee gezet kan worden en de thuis koffiezetter raakte enthousiast van de senseopads. Die weer werden opgevolgd door de machines met cupjes van aluminium.

Vooruitgang heet dat. Maar is het dat wel?

Die filters verteren nog op composthopen, maar die senseopads hoor je al niet meer in de kliko te gooien en die aluminium cupjes zijn ronduit slecht voor het milieu.

Opvallend is dat de vervuilende ontwikkeling in een heel hoog tempo verliep. Marketingtechnieken doen hun werk goed.

De ontwikkeling rond koffiezetten kun je zien als symptomatisch voor veel ontwikkelingen in onze ‘moderne’ maatschappij.

Gemak siert de mens schijnt het, maar de gevolgen van die gemakzucht zijn gigantisch. Die ‘drabkoffie’, drinkt misschien wat ongemakkelijk (als je het niet gewend bent te drinken althans), maar het zetten gaat snel en de smaak is voortreffelijk en per kopje naar ieders wil aan te passen of met een speciale pot kun je het drab ook nog naar beneden duwen.

Ik noemde al de marketingtechnieken, die zo’n vijftig jaar geleden aan hun opmars begonnen. Maar waarom laten mensen zich daardoor zo makkelijk meesleuren in allerlei ontwikkelingen en gedrag waarvan we met een beetje nadenken kunnen weten dat het een schijnvooruitgang is. Waarom doen zoveel mensen in onze samenleving mee met het gecreëerde consumentisme? Moet je echt de nieuwste smartphone, de grote tv, die afwasmachine die niemand in je gezin wil uitruimen? Is het zo gezellig om met een kant en klaar maaltijd uit de supermarkt of via een bezorgdienst met een bord op je schoot voor de tv te zitten i.p.v. een zelfbereide maaltijd met zijn allen aan tafel te nuttigen? Moet je echt die drukke baan en je ontspanning zoeken in uitgaan en bij grote evenementen?

Als we iets hebben kunnen leren van de coronatijd is het hoe belangrijk het is om tijd te hebben voor elkaar.

Overheden zien ons liever niet meer massaal bij elkaar scholen. Maar gaat het dan om besmetting met virussen of omdat we elkaar al dan niet met bewustzijnsverruimende muziek erbij kunnen besmetten met ideeën en inzichten?

Vrij zijn is meer dan iets wel of niet mogen. Vrij zijn, echt vrij zijn, is bewust zijn (van) wie je bent en wat je voor elkaar betekent, wat je met elkaar verbindt. Daar hoeft je huis en jij niet met de laatste trends voor mee te doen. Trends die vooral goed zijn voor god economie. Een economie die zelfs blijkt te zijn doorgegroeid de afgelopen tijd…

Een economie die zou krimpen? Ja en? Nu gaan grote delen van ons belastinggeld naar het in stand houden van een vervuilende manier van denken en leven.

Yoga

Veertig jaar geleden kreeg ik mijn eerste les in yoga en meditatie van Rita Beintema. Ze noemde het geen meditatie, maar stilzitten. Na de eerste keer stilzitten realiseerde ik me dat ik zoiets spontaan al vaker deed, alleen nooit zo lang.

Bij de derde les zag ik mezelf ineens als een stipje beneden zitten. Het was even opletten om niet in het vliegtuig te stappen 😉

Ik memoreer vaak een uitleg van Rita n.a.v. het stilzitten:

“Gedachten zijn als een trein.
Het is nu misschien nog een sneltrein
Maar als je zelf op het perron blijft staan en je observeert de trein
zul je merken dat de trein steeds langzamer gaat rijden
En kun je steeds beter elke wagon waarnemen.
Een gedachte is als een wagon.
De kunst is om niet in te stappen”

Een aantal jaren later kreeg ik yogales van Engelse Sheila. Gewoon, in het buurthuis. We deden elke week de ‘zonnegroet’ en de volgende dag had ik vreemde spierpijnen, vooral in mijn heupen en bovenbenen. Ook elke week.

“Nou Marja, dan is het nu kiezen,” zei Sheila. “Of je accepteert dat je vanaf nu langzaam stijver wordt, of je gaat elke dag yoga doen.” Ik was pas 35 en vond de keuze niet moeilijk. Een half jaar later vroeg Sheila of ik haar bij een les in een andere groep kon vervangen. De vervangingen werden de basis voor latere yogalessen die ik zelf aan kleine groepjes heb gegeven.

Ik volgde ook een aantal meditatiecursussen bij wat toen nog heette “The Friends of the Western Buddhist Order” (Nu Triratna Buddhist Community). Van Vasjragita leerde ik o.a. de metta bhavana meditatie. Ik heb nog een paar keer meegedaan aan yoga- en meditatiegroepjes. Eentje maar éen keer, de yogalessen leken er op gymnastiek. Een seizoen raja yoga heeft aan mijn eigen dagelijkse oefeningen wel een paar waardevolle asana’s kunnen toevoegen.

Van vrienden die vipassana retraites deden, leerde ik de volgorde om de dingen aan te gaan; waarnemen, benoemen, accepteren en loslaten.

Goede leermeesters leren je hoe je eerlijk omgaat met jezelf, met emoties (ook een gedachte) en met de wereld om ons heen.

Uiteindelijk heb ik het meest geleerd via mijn eigen dagelijkse discipline. En van ontelbare mensen die op mijn pad kwamen en elk op hun eigen manier wat te leren hadden. Mijn grootste leermeester is niet in de stof, dat wist ik al vijftig jaar, maar wie het is werd vorige week zowaar bevestigd.

Vanmorgen zat ik zoals gebruikelijk voor de aanvang van mijn dagelijkse yoga op mijn hometrainer. In mijn hoofd al sinds gisteren Euphoria, de song die in 2012 één werd bij het Eurovisie songfestival. Ik besloot het nummer op mijn smartphone en bluetooth speaker op te zetten in de uitvoering van Floor Jansen.

En nog een keer en nog een keer in de uitvoering van Loreen met lyrics zodat ik eindelijk begreep waar het nummer over gaat. Tranen van vreugde en liefde stroomden over mijn wangen, beroerden mijn hele wezen.

Ik heb wat te vieren vandaag. Niet dat ik veertig jaar bewust beweeg met yoga en mediteer, want 40 is ook maar een getal.

Ik vier in het diepst van mijn hart dat ik mag zijn wie ik ben. Daar ben ik zo dankbaar gelukkig ontroerd om.

Kankermongool

Met een vriend wandel ik over het jaagpad langs de Krommerijn. We lopen meer achter dan naast elkaar. Het pad is amper een meter breed, opzij gaan voor een jogger is soms al lastig. Maar ineens staan we in de brandnetels omdat een jongen op een scootertje er dwingend langs wil. Net als we door willen lopen komt er nog een scootertje aan, nu met twee jongens erop en nog dwingender. “Het fietspad is daar,” wijs ik. Meteen is het kankermongool dit en wat mot je nou dat en zal ik jou kankermongool eens in het water gooien? Het is niet tegen mij, maar tegen mijn vriend. Met enige moeite weerhoud ik hem ervan te reageren en de jongens verdwijnen snel uit het zicht. Gelukkig.

Twee dagen later wandel ik ’s avonds laat met mijn hond en krijg ineens een onveilig gevoel. Aanvankelijk snap ik de reden niet, maar dan dringt tot me door dat ik in de verte het geluid van meerdere scootertjes hoor. Ik zie het gezicht van de scheldende duorijder op het jaagpad weer voor me. Ik heb nog nimmer zo’n van haat vertrokken gezicht gezien en al helemaal niet van zo dichtbij. Met ogen die vuur leken te schieten.

Mijn vriend is 1.90, fors gebouwd en goed getraind, de jochies zijn klein en wegen minder dan de helft van mijn vriends gewicht. Hij maakt vaker dit soort situaties mee. Misschien begonnen ze meteen te schelden en dreigen omdat hij op hen imposant overkomt? Een soort aanval is de beste verdediging? Maar diezelfde vriend heeft meer van dit soort verhalen. Zoals over een bezoek aan een supermarkt op het Utrechtse Kanaleneiland. Zes jongens kwamen daar zonder mondkapje binnen, hielden zich niet aan afstand, noch onderling noch naar andere bezoekers. Toen hij eerst een medewerker en later de caissière bevroeg of ze daar niks van zeggen, reageerden ze beiden hetzelfde: “Ach meneer, dat heeft geen zin.” Mijn vriend belde later met de bedrijfsleider, die zich in dezelfde bewoordingen uitliet. De politie doet ook niets vertelde de bedrijfsleider. In andere winkels in het centrum gebeurt hetzelfde. Het winkelpersoneel wordt dus ronduit geterroriseerd.

Ik denk aan de aardige vrouw van de snackbar in de buurt, die jaren geleden ook mee ging doen met de toen opkomende trend van thuisbezorgen. Ze had o.a. een op het oog aardige jongen uit de buurt als bezorger aangenomen die al snel begon met haar te terroriseren. Hij ging gewoon ergens op een hoek staan wachten tot het eten koud was zodat degene die het besteld had niet hoefde te betalen om haar zo af te persen. Met heel veel moeite kwam ze uiteindelijk van hem af. Niet lang daarna werd hij loverboy, ik noem het nog gewoon pooier. Ik zag hem een keer in een rustig straatje een mooi donkerblond meisje trainen in verleidelijk langs de weg staan. Dat deze jongen het verkeerde pad op ging, verbaasde me niets. Als jong jochie reed hij me bijna van de sokken toen ik mijn deur uit wilde gaan. Hij was met volle vaart de stoep opgereden met een brommer waar hij nog lang niet de leeftijd voor had. Ik riep hem achterna: “Hee, je reed me zowat omver! Stop eens!” Hij stopte. En… draaide zich zo dreigend mogelijk om en riep allerlei verwensingen naar mijn hoofd, kankerhoer was daarbij duidelijk favoriet. Ik werd eerlijk gezegd razend en rende op hem af, maar hij koos het hazenpad.

Was hij toen nog enigszins een uitzondering, verbale agressie is nu schering en inslag. Agressie tegen mannen, minachting tegen vrouwen. Ze komen veel voor in de criminaliteitscijfers. Maar als je zulke dingen constateert, ben je aan het discrimineren. Maar wie discrimineert er nu eigenlijk?

Waarom weet ik wel wanneer het ramadan is en suikerfeest, maar geven te vroeg buiten gezette vuilniszakken na christelijke feestdagen precies aan waar Marokkaanse mensen wonen? (Overigens herken je zo ook studentenhuizen.) Waarom staat er voor hun huis nooit een gft bak? Zie je ze nooit bij afvalscheidingsstations? Waarom kan ik leuk omgaan met Marokkaanse gezinnen, maar groeten de zonen me nooit terug? Als we nu eens ophouden een andere kant op te kijken, maar bijvoorbeeld massaal gaan groeten, of we nu worden teruggegroet of niet, zou dat helpen?

Ik constateer een wij-zij denken dat de tegenstellingen alleen maar lijkt aan te scherpen. Als de jochies een vrouw krijgen, gaat het irritante gedrag meestal over, maar kunnen we daarop wachten?

Onbezorgdheid

Een paar decennia geleden hadden mijn partner en ik een running gag als we weer eens zagen hoe iets tot in de puntjes geregeld was: “Daar is over nagedacht,” lachten we dan tegen elkaar. Toen was het nog leuk. Nu zijn veel zaken niet meer tot in de puntjes geregeld, maar overgereguleerd. Dat geldt voor particulieren, bedrijven en de overheid. Vanuit de behoefte aan alles in de hand houden, heeft de overheid zelfs een constante overbezorgde, wantrouwende houding ontwikkeld met uitwassen als de toeslagenaffaire tot gevolg.

Een volk krijgt de leiders dat ze verdient.

Ons volkje bestaat voor een groot deel uit controlfreaks die alles in de hand willen houden. We zijn vanuit wantrouwen calculerende burgers geworden. De digitale media helpen ons daarbij. We kijken niet meer naar de lucht als we overwegen naar buiten te gaan, maar op een app die vertelt hoe laat en hoe hard het gaat regenen en we worden sacherijnig als die app het fout heeft. We trotseren niet meer het weer maar krijgen codes rood, oranje en geel op ons afgevuurd.

Veel meesters en juffen zijn blij dat ouders nu niet meer de school in mogen. Het bemoeizuchtige en/of veeleisende gedrag van menig ouder vroeg veel tijd en tactisch vermogen van de leerkrachten.

We vaccineren kinderziektes weg en blijven alle gevolgen daarvan negeren of ontkennen en denken nu een pandemie onder controle te krijgen met een vaccin dat volgens recente bevindingen vermoedelijk niet langer bescherming biedt dan je eigen immuunsysteem ontwikkelt door het krijgen van het virus: ca 5 maanden.

We zijn zo overgeorganiseerd, dat we nauwelijks meer verschillen van hoe het in China toegaat. In China hanteren ze indoctrinatie, gewelddadige controle en recenter een door computers gestuurd sociaal puntensysteem om de bevolking onder controle te houden, hier zijn we vooral kuddevolk geworden door zelf om regulering te vragen. Onze leiders hoeven niet veel meer te doen dan angst te zaaien en hupsakee, we accepteren de zoveelste vrijheid inperkende maatregel.

Eerder trof deze column van Toine Heijmans me diep. Vanwege dit woord: onbezorgdheid. Onbezorgdheid, we waren het al kwijtgeraakt voor de corona crisis. Door die crisis leren zelfs jonge mensen af om onbezorgd door het leven te kunnen gaan.

Toch lijkt me éen van de meest probate middelen om gezond te blijven, onbezorgd kunnen genieten van het mooie dat het leven ons allemaal te bieden heeft. Liefst in vrijheid.