Vrije wil

De mens heeft een vrije wil.
Woon je in een vrij land, dan mag je daarmee doen wat je wil, mits het niet ten koste van anderen gaat. In dat laatste zit wellicht de crux.
Hoe vrij kun je zijn in een wereld die overduidelijk lijdt onder de ongebreidelde vermeerderingsdrift van de meest dominante diersoort op aarde; de Mens?

Bijna zes jaar; van oktober 2006 tot maart 2012, sprak Yvonne Hagenaar-Ratelband met grote regelmaat lezingen in voor een internet radiostation. Deze 220 radiolezingen van elk bijna een uur heb ik allemaal gehoord. Al was het maar opdat ik de korte omschrijving ervan kon maken voor het archief dat ik er voor haar van aanlegde.
Wat mij het meeste opviel aan wat ze in al die lezingen te melden had, was dat we vrij zijn om ons leven in te richten zoals we zelf willen. Welk onderwerp ze ook besprak, die vrijheid is haar heilig. Wat je ook doet, wat je ook kiest, dat mag je. De consequenties ervan zijn ook voor jou. Ieder het zijne of hare.
Dat kun je opvatten als ongebreideld individualisme.
Maar als je de lezingen beluistert, zul je merken dat Yvonne ook oproept om je te verbinden. Dat doet ze o.a. door in korte meditaties tijdens de lezingen te vragen je te verbinden met bijvoorbeeld het middelpunt van de Aarde of met de Zon, met de Liefde, met je navel.
Je mag doen wat je wilt, maar je bent verbonden met alles wat is. Wie dat echt begrijpt, kan ook zaken als ‘The Law of Attraction’ begrijpen. Deze universele wet ligt ten grondslag aan o.a. ‘The Secret’, het bestseller zelfhulpboek uit 2006 dat werd geschreven door Rhonda Byrne en vooral via Oprah Winfrey zo’n populair boek werd.
Er zijn ondertussen ontelbare boeken die je uitleggen hoe die ‘Law of Attraction’ werkt en er zijn ook veel vloggers die je dat uitleggen in filmpjes op Youtube en hun eigen websites. Dat is mooi en helemaal als zelfhulp. Maar hoe zit het dan met die verbinding? Met die verantwoordelijkheid die je hebt voor je keuzes?
Het heeft er alle schijn van dat collectief gezien individuele zelfzuchtigheid zorgt voor een collectieve ‘Law of Attraction’ en dat we als mensheid als geheel zullen oogsten wat we gezaaid hebben.

Jaren geleden leerde ik: Verander de wereld en begin bij jezelf.
Moet die wereld dan veranderen?
JA!
Als wij het niet doen, doet Moeder Aarde het zelf wel.
Maar willen we daarop wachten?
Willen we echt wachten tot bijna alle diersoorten, insecten en planten zijn uitgestorven, groene gebieden zijn veranderd in woestijnen, grote natuurrampen vele miljoenen mensen doden? Of zorgen we met spoed ervoor dat de ontbossing van het Amazonegebied stopt, de experimenten met geo-engineering worden gestaakt, de fossiele brandstoffen alleen nog gebruikt gaan worden om duurzame plastic producten te maken zoals zonnepanelen en nemen we met gezwinde spoed tal van andere milieusparende maatregelen waarvan milieudeskundigen al decennia terug tevergeefs riepen dat ze moesten worden uitgevoerd om rampen te voorkomen.
Of hoort u nog steeds tot de mensen die denken dat het wel meevalt, die niet geloven dat er sprake is van een snel verlopende klimaatverandering, of denkt u heel egoïstisch, ‘het zal mijn tijd wel duren!’ Ik weet natuurlijk niet hoe oud u, lezer, bent, maar die tijd zou nog wel eens tegen kunnen vallen. De veranderingen gaan snel en ook nog steeds sneller. Dat zou zomaar zo snel kunnen gaan dat ook u nog tijdens uw leven de gevolgen daarvan merkt, uw ontkenning niet meer werkt.

De rat

Bij een klimplant op een hoek snuffelt mijn hond. Hij doet dat meestal bij die hoek. Het is typisch zo’n hoekje dat de ene na de andere hond wil markeren met zijn geur. Maar iets aan zijn gedrag doet me kijken waaraan mijn hond snuffelt. Het blijkt een rat. Het diertje ligt half verscholen onder de klimplant op zijn of haar zij en mijn hond heeft zijn neus er ongeveer tegenaan. Ik trek hem terug. Hij is niet gebeten gelukkig.
Samen bestuderen we de rat. Hij heeft het duidelijk moeilijk; haalt met moeite adem en lijkt de situatie met ons gelaten te verdragen. Dat laatste verontrust me nog meer dan die ademhaling, waarschijnlijk is dit een stervende rat. Verbeeld ik het me nou of vraagt het dier om hulp? Maar wat voor hulp dan? Moet ik hem uit zijn lijden verlossen? Maar hoe doe ik dat dan? Met mijn wandelstok gaat me dat vast niet lukken. Moet ik op zoek naar een steen?
Maar wat voor voorbeeld geef ik mijn hond dan?
Ik besluit dat we doorlopen naar het park waar de hond even kan rennen en zijn behoefte doen. Kan ik ondertussen nadenken.

Aan het begin van het park is een milieukundige bezig met monsters nemen van het grondwater. Het blijkt niet te gaan om het grondwaterpeil maar om de verontreiniging en die is kennelijk fors. “Maar eigenlijk is dat in alle steden het geval,” vertelt de milieukundige.
“Het wordt alleen maar erger met al die stoffen die door geo-engineering over ons uitgestort worden,” zeg ik. De milieukundige kijkt me even onderzoekend aan. Ik denk oh jee, die kijkt of ik gek ben of twijfelt over wat hij zal zeggen. Het blijkt het laatste. Hij geeft een soort verontschuldigend glimlachje en zegt: “Inderdaad”.
Misschien heeft de rat wel verontreinigd water gedronken of anderszins gif binnen gekregen.
Terwijl ik met de hond ons ‘rondje park’ loop realiseer ik me dat ratten zelden gewaardeerd worden en mensen er van gruwen als ze hen op straat tegenkomen.
Soms als ik ’s avonds langs riviertje de Minstroom loop, hoor ik de ene plons na de andere; ratten die van de oever het water inspringen omdat wij eraan komen. Daarom wil ik mijn hond wel inenten tegen de ziekte van Weil.
Ratten kunnen het ook niet helpen dat ze ziekte overbrengers zijn. Maar om nou die rat op te pakken en naar de dierenarts te brengen, gaat mij ook weer te ver.

Op de terugweg blijkt de rat nog steeds op dezelfde plek. Even denk ik dat hij is overleden, maar hij ligt niet meer op zijn zij, maar als een normale rat op zijn poten en buik. Wanneer hij ons in de gaten krijgt, probeert hij weg te komen. Maar hij komt maar een paar centimeter vooruit en valt dan weer om op zijn zij.
Uit dat hij nu wel poogt voor ons weg te vluchten, leid ik af dat hij ietsje vooruit is gegaan sedert we hem drie kwartier geleden voor het eerst zagen, maar ben me tegelijkertijd ervan bewust dat zo positief denken me wel goed uitkomt. Ik heb met het dier te doen, maar kan het niet opbrengen om zijn einde te bespoedigen.
Ik ben een lafaard als het op het doden aankomt. Ondanks alle dode dieren en mensen die ik in mijn leven gezien heb, kan ik de dood zelf maar met moeite in de ogen kijken en durf ik zieke diertjes nauwelijks op te pakken, laat staan een genadeklap te geven.
Een stervende hommel, na lang aarzelen en geprobeerd te hebben of ik hem om kan keren, a la, maar een stervende rat? Wie ben ik om te oordelen over het levenseinde van een dier? Een dier dat ik goed ken en waar ik verantwoordelijk voor ben, ja daarvoor neem ik uiteindelijk soms zo’n besluit, maar laat het dan wel door een dierenarts uitvoeren en hoop ondertussen dat het niet nodig zal zijn en het dier een natuurlijke dood sterft.
Jao, de hond in mijn boek “Ja..?Oh!”, had dat goed begrepen. Jao ging ’s avonds om 11 uur zelf, i.p.v. op de met de dierenarts afgesproken tijd van 11 uur de volgende ochtend. Ik was daar heel dankbaar voor, maar het duurde meer dan een uur voor ik hem durfde aan te raken.

Ik moet opschieten, heb een afspraak en kan die moeilijk voor de deur laten staan. Ik laat de rat aan zijn of haar lot en de stedelijke vervuilde natuur over.

50 jaar geleden

We herdenken deze zomer twee spectaculaire gebeurtenissen die 50 jaar geleden kort na elkaar plaatsvonden; na alle aandacht voor de eerste stappen op de maan komt er nu waarschijnlijk aandacht voor het legendarische festival Woodstock dat in 1969 van 15-18 augustus werd gehouden.
Nog nooit waren zoveel mensen bij elkaar geweest op een festival (“by the time we got to Woodstock, we were half a million strong” zongen Crosby, Stills, Nash & Young niet veel later)
Een nieuwe generatie vierde dat er een heel nieuw tijdperk aan zat te komen.
Ik hoor bij die generatie die in de zestiger jaren volwassen werd. Ik was een en al optimisme over een betere toekomst. Weliswaar moesten er nog wel wat hobbels genomen worden, zoals ook het rapport van de Club van Rome begin zeventiger jaren waarschuwde, maar met alle liefde voor en in de wereld zouden we dat wel voor elkaar krijgen.
Maharishi Mahesh verkondigde dat als er maar genoeg mensen aan meditatie deden, misdaad zou afnemen en deze goeroe van The Beatles en grondlegger van de TM meditatie presenteerde daar zelfs statistieken over.
We, zeg mijn generatie, geloofden erin dat we de wereld konden veranderen.
“Verander de wereld en begin bij jezelf” was de slogan. We gingen daartoe massaal navelstaren, blowen en in mindere mate LSD gebruiken om ons bewustzijn te verruimen en politiek waren we met een gigantische democratiseringsgolf bezig.

Nu 50 jaar later is er van die vrijheid en liefde niet veel meer terug te vinden.
Op de stranden is topless inmiddels weer not done.
Rechtse en zelfs rechts-extremistische politici leiden regeringen die niet terugdeinzen voor openlijke leugens en worden in feite aangestuurd door grootkapitalisten. Inmiddels is vrijwel al het geld in de wereld in handen van een kleine elite terwijl ‘gewone’ burgers ook in ons land steeds meer sappelen om rond te komen.
Angst zaaien is sedert ‘9/11′ super populair bij regeringen waardoor mensen zich allerlei vrijheidsbeperkende veiligheidsmaatregelen door de strot laten duwen.
Terwijl we in de negentiger jaren nog dachten dat de culturele revolutie doorging op internet en dat zou zorgen dat de grenzen in de wereld vervaagden, worden er weer op tal van plaatsen in de wereld hoge hekken gebouwd.
Ondertussen zorgen hebzucht, egoïsme maar ook apathie ervoor dat de juiste maatregelen om de klimaatveranderingen die door ’s mensen toedoen zijn veroorzaakt te beperken, niet genomen worden.

Door de ruimtereizen zijn we gaan zien hoe klein en kwetsbaar het blauwe knikkertje is waar we met zoveel mensen op leven. Wij hippies dachten dat de mensheid ook daar wakker door zou worden en tijdig de maatregelen zou nemen om alle levensvormen op onze mooie planeet te behouden.
Liefde en positiviteit zouden het winnen van domheid en hebzucht.
Het lijkt er niet meer op.
Maar dat is een pessimisme waar ik me tot de dag van vandaag weiger aan over te geven.
Wat wij hippies al lang begrepen is inmiddels bevestigd door de wetenschap: we bestaan uit sterrenstof.
“We are stardust” zongen CSNY.
“And we got to get ourselves back to the garden.”

Ondanks alle hebzucht en manipulatie is er voor wie goed luistert en kijkt:
“everywhere a song and a celebration”.
Laten we daar aanstekelijk van genieten.

Zo erg is het niet

Op mijn vorige column reageerde een lezer met een opmerking over ‘reacties als “zo erg is het niet”’. Die uitspraak hoor ik inderdaad vaker als ik vertel over allerlei vormen van uitbuiting en misleiding.
De laatste zin van die column was:
‘Op de vrije markt worden burgers massaal verhandeld.’ Ik had het niet over de seksmarkt en de slavenhandel, maar over de economische waarde die u als burger hebt.
U bent
huurder,
koper,
consument,
zieke,
bezoeker,
werknemer,
premiebetaler,
abonnee,
enz. enz.

Rond de eeuwwisseling was er op internet een soort zeepbel ontstaan die in elkaar stortte toen World Online met allerlei hooggespannen verwachtingen en valse beloften onder leiding van Nina Brink de beurs opging.
Terwijl wij (NoPapers, ’s werelds eerste digitale uitgeverij, inmiddels ter ziele) in 1990 door het land reizend om op allerlei plekken onze visie te geven op internet en uitgeven, vaak te horen kregen dat we ‘veel te vroeg’ waren, was er nog geen 10 jaar later een grote hype ontstaan en was Internet ineens big booming business.
Grote commerciële, meesttijds internationaal opererende partijen waren druk bezig allerlei kleine en vaak idealistisch begonnen bedrijfjes op te kopen. De waarde van die bedrijven werd bepaald aan de hand van abonnees en andere relaties. Zo werd de waarde van een provider geschat aan de hand van het aantal abonnees waarbij elke abonnee 2000 waard was. B2B oftewel Business to business relaties deden maar liefst 12.000. Guldens, dat wel, maar nog steeds kregen wij niet uitgerekend hoe je zulke bedragen als opkopend bedrijf ooit terug kon verdienen.

Nog niet zo lang geleden had vastgoed een waarde die in relatie stond met de grondprijs, maar dat is inmiddels voor de zgn. ‘stenenschuivers’ veel minder belangrijk dan hoe er met het vastgoed object te speculeren valt.
Kun je een huurwoning verhuren aan mensen met een hoog inkomen of moet je je houden aan zogenaamd sociale huur? Het verschil hoef ik niemand voor te rekenen en bovendien heeft de Volkskrant dit weekend net een uitgebreid artikel gepubliceerd met een analyse van de woningmarkt.

Mijn punt is en blijft dat er aan u, brave burger, geld te verdienen valt en dat dat ook op uitgebreide schaal gebeurt. Terwijl u 385 euro eigen risico moet betalen als u wat mankeert, maken de zorgverzekeraars woekerwinsten. Terwijl u met moeite anderhalf uur huishoudelijke hulp per week kunt krijgen via het WMO loket en die hulp heel hard moet werken voor weinig geld, worden de bureau’s die de thuiszorg leveren met forse winsten doorverkocht door hun eigenaren. Terwijl u twijfelt of u uw kind wel voor al die kinderziektes wilt laten vaccineren, komt Big Pharma alweer met de volgende vaccinatie aan waarvan ze vindt dat het ministerie van Volksgezondheid die in het landelijk vaccinatieprogramma moet opnemen en mag uw kind niet naar het kinderdagverblijf als u niet alle entingen laat geven. Terwijl u zich afvraagt of u wel mobiel wilt bankieren zijn er steeds meer bedrijven waar u niet meer cash kan betalen en worden uw bankgegevens als interessante data doorverkocht aan marketingbedrijven e.d.. Terwijl u nog niet weet of u wel in een zichzelf besturende auto wilt stappen, worden zulke auto’s als een van de argumenten genoemd waarom het 5G netwerk snel uitgerold moet worden, negerend dat er steeds meer onderzoeken bijkomen die aantonen dat de straling van 5G ziekmakend zou zijn en er ook nog eens vele duizenden antennes bij moeten komen.

De rechter heeft in juni de overheid teruggefloten op het stikstofbeleid en dat heeft gevolgen voor tal van luchtvervuilende projecten. Zo heeft de Raad van State afgelopen week beslist dat er in Amelisweerd niet verder gekapt mag worden en dus de A27 niet verbreed en zo zijn er meer zaken.
Het wachten is nu op welke manier de liegende en bedriegende overheid daar onderuit gaat komen, want er moet natuurlijk verdiend worden aan die projecten. Er zal vast wel weer iemand gaan roeptoetereren dat anders de economie stagneert o.i.d..
Ja stel je voor dat we minder ziek zouden worden…

Er zijn zoveel misstanden, er is zoveel uitbuiting, dat het bijna niet te geloven is. “Zo erg is het niet”, is misschien wel een manier om jezelf voor de gek te houden, een vorm van troost. Want veel mensen hebben het gevoel dat ze aan de ongelijkheid en uitbuiting en leugens enz. toch niets kunnen veranderen. Dan is “zo erg is het toch niet?” een manier om je eigen leventje zo goed mogelijk te laten verlopen, op een zo positief mogelijke manier te dealen met ‘de omstandigheden’.

Vrije markt

Vrije markteconomie heet het maar wat is daar eigenlijk vrij aan?
Het barst van de regelgeving en die is sedert de propagandisten van de vrije markt aan de macht zijn alleen maar toegenomen. En die regelgeving heeft nu een nieuwe bevolkingsgroep ten gevolge: de economisch daklozen.

Slachtoffers van het economisch stelsel dus. Er is een stelsel van regelgeving ontstaan dat meer en meer begint te lijken op een vernuftig systeem om de burger zoveel mogelijk uit te buiten.
Onder het mom van een ‘lang gewenste’ regelgeving tegen scheefwonen zijn de huren geprivatiseerd en onder het mom van nog meer regels over o.a. winsten en belasting zien woningcoöperaties zich gedwongen sociale huurwoningen te verkopen. In binnensteden kunnen grootkapitalisten ongebreideld hun speculatieve gang gaan waardoor woningen onbetaalbaar zijn geworden, winkelhuren vele malen over de kop gingen enz. enz..
In die winkelsector kunnen kleine winkels niet alleen vanwege de hoge huren nauwelijks hun hoofd boven water houden. De zevendaagse winkelopenstelling maakt winkeliers tot slaven en soms zelfs slavendrijvers doordat ze winkelpersoneel in de vorm van zzp-ers maar een habbekrats kunnen betalen.
In allerlei andere sectoren is de uitbuiting ook steeds zichtbaarder:
De kosten voor de zorgverzekering blijven stijgen terwijl de verzekeringsmaatschappijen recordwinsten boeken.
In de gezondheidszorg lopen de zorgverleners aan de leiband van de verzekeraars die de protocollen bepalen. Het wachten is op de eerste kraamvrouw en baby die overlijden omdat de zorgverzekeraars van alles eisen om een keizersnee (en dus langere ziekenhuisopname) te voorkomen. Of andere slachtoffers omdat het ziekenhuis in de buurt gesloten is.
Er worden nieuwe maatregelen overwogen voor ouders die vaccinaties weigeren, ze kunnen nu al niet meer terecht bij de meeste kinderdagverblijven.
Je wordt vanaf volgend jaar automatisch orgaandonor tenzij je actie onderneemt om te kennen te geven dat je dat niet wilt.

Ondertussen worden onder het mom van onze veiligheid juist angsten aangewakkerd,
wil een minister dat er minder festivals komen om te kunnen bezuinigen op politie-inzet,
worden gegevens over waarschijnlijke gezondheidsschade door 5G verdoezeld,
prachtige landwegen verpest door het kappen van bomen,
moet u om rond te komen fulltime werken en mag u dat blijven doen tot u doodgaat want de pensioengerechtigde leeftijd schuift nog steeds verder op.
(Het nieuwe pensioenakkoord is zo’n typisch voorbeeld van een manipulatieve overheid: eerst iets afpakken en dan een klein beetje teruggeven zodat mensen denken dat er iets gewonnen is.)
En dan is mijn opsomming nog maar een topje van een gigantische ijsberg.

Hoezo vrij? Wie is er vrij?

Op de vrije markt worden burgers massaal verhandeld.

Nonchalance

Hoe haalt u de kroontjes van de aardbeien? Met een mesje of draait u ze er af met uw vingers?
Als kind zag ik nooit iemand met een mesje de kroontjes eraf halen.
Waren we toen minder bang voor vieze vingers? Of zijn de zo ongeveer industrieel geteelde aardbeien te vaak onrijp waardoor we graag het wit wegsnijden gelijk met het kroontje? Ik zie mijn gasten echter ook mijn prachtige geheel gerijpte smaakvolle aardbeien van eigen teelt toppen. Ik zie dat met lede ogen aan. Met een mesje verdwijnt er heel wat aardbei bij het afval. Gelukkig zijn mijn wormen in de wormentoren er blij mee.

Een tv-kok zag ik van een paprika een hele schijf afsnijden om het kleine steeltje te verwijderen.
Diverse tv-koks zie ik van uien aan twee kanten hele schijven wegsnijden.
In gedachten zie ik Willem de Ridder op de Hitweek/Aloha burelen waar hij ook woonde, bezig een ui te pellen en snijden. Willem verkende in die tijd, eind zestiger jaren, het macrobiotische koken en dat begon duidelijk met alle aandacht voor elk ingrediënt. Na het zorgvuldig pellen en verwijderen van de worteltjes en de harde kern aan de andere kant, sneed hij de ui perfect op de nerven.
Alles wat Willem kookte was zo smaakvol dat het je papillen streelde.
Willem kookte met aandacht en liefde.

Een gast die mij wilde helpen met koken vroeg ik of ze het laatste restje zout uit mijn zoutpot in een zoutvaatje wilde doen. Ik wilde de pot leeg hebben om af te kunnen wassen en weer te vullen met een royale hoeveelheid zout. Het kostte haar duidelijk moeite. Ik vroeg of dat iets met haar reumatische aandoening te maken had, maar ze bekende nooit te pielen met restjes maar het gewoon weg te gooien.
Als zout nou veel duurder was dan het is, zou ze dat dan nog doen vraag ik me af.

Zouden ze in arme landen ook paprika’s en uien zo grof behandelen en restjes voedsel van allerlei aard weggooien? Zouden de winkels daar ook zoveel weggooien?
Er wordt vaak beweerd dat we rijk zijn dat we zo makkelijk aan voedsel kunnen komen.
Maar ik zie steeds vaker hoe arm we in wezen zijn.
Door al dat gemak zijn we iets kwijt geraakt; de dankbaarheid voor wat moeder Aarde ons geeft.

We gaan haastig door het leven, er moet zoveel.
We hebben de rust niet om wezenlijke aandacht op te brengen voor al wat is.
Je ziet het in de parken en andere recreatiegebieden aan het afval wat er wordt achtergelaten. Je ziet het aan hoe we met dieren en elkaar omgaan.
Als we rustiger aan zouden doen, verdienen we minder geld, maar hebben we meer tijd om aandacht op te brengen voor al dat is. We zouden dan ook minder consumeren, wat goed zou zijn voor Moeder Aarde.
En wat goed is voor Moeder Aarde, is ook goed voor al wat leeft.
Wat de Aarde ons schenkt, is duur noch goedkoop, het zijn geen economische objecten, spinazie noch kip is een ‘mooi product’ zoals tv-koks dat graag noemen. Het is wat Moeder Aarde doet; ze schenkt leven en dat wat het in leven houdt. Dat verdient, nee vereist respect en is iets om dankbaar voor te zijn.
Als we dat massaal zouden doen, zou er een heel ander klimaat, in alle betekenissen van dat woord, op aarde heersen.

Glimlachen

Net gebeurde het weer: terwijl ik buiten loop kruist mijn blik die van een andere vrouw en ze glimlacht naar me. Ik glimlach terug.
Waarom doen we dat eigenlijk?
Waar komt die gewoonte vandaan?
Wanneer begon het me op te vallen? Sinds wanneer doe ik er aan mee? In mijn jongere jaren was het fenomeen me onbekend.
Ik zoek op internet naar de reden waarom vrouwen naar elkaar glimlachen.
Er blijken diverse onderzoeken gedaan te zijn naar waarom vrouwen glimlachen. Althans, dat schrijven tal van columnisten en bloggers, maar de bronnen van die onderzoeken kan ik niet een twee drie vinden.
Er zou een onderzoek zijn naar de verschillen tussen het glimlachen van vrouwen en mannen. Vrouwen zouden meer glimlachen dan mannen en sneller glimlachen tegen hoger geplaatsten. Alsof ze willen behagen.
Er is veel te vinden over de betekenis van glimlachen in het kader van sociale en seksueel getinte contacten.
Vrouwen kunnen ook een glimlach geven als ze in een seksueel ongemakkelijk situatie zitten. Dat is niet handig, want mannen vinden een glimlach van een vrouw vaak flirterig.
Als ik zo al die blogs en columns lees krijg ik de indruk dat vrouwen tal van ongemakkelijke situaties proberen op te lossen met een glimlach.
Maar voelen we ons dan ongemakkelijk als onze blikken elkaar op straat kruisen?
Zou het iets te maken kunnen hebben met dat vrouwen in een korte blik vaak al een oordeel hebben over het uiterlijk van de ander? Voelen we ons daarop betrapt misschien? En geven we daarom elkaar een verontschuldigend glimlachje?
Ik heb met yoga en meditatie jarenlang geoefend op het niet oordelen. Ooit toen ik dacht dat ik daar flink mee gevorderd was, kwam er op straat een jonge vrouw mijn kant uit lopen. Ik nam waar, signaleerde o.a.: aubergine geverfd kort haar en een haarspeldje dat moest voorkomen dat een haarlok voor haar gezicht zou vallen. Benoemen is geen oordelen. Maar nadat we elkaar gepasseerd waren, uiteraard na een kort glimlachje en ik de hoek om ging, betrapte ik me op de gedachte: “Stom speldje!” Daar was het oordeel weer! 😦
Glimlachen we dan al dan niet onbewust naar elkaar om ons bij voorbaat te verontschuldigingen voor een mogelijk oordeel?
Vrouwen die ernstig kijken worden slechter beoordeeld lees ik. Waarom moet een vrouw toch altijd glimlachen? Een vrouw die dat niet doet wordt vaak beoordeeld als een ‘bitch’ en menig blogger deelt haar zielenroerselen over dit fenomeen.
Zouden we dus naar elkaar glimlachen om te zeggen ik ben geen bitch?
Het zijn meestal heel voorzichtige glimlachjes, misschien ietwat onzeker? Ben ik onzeker als ik begin met zo’n glimlachje?
Toen ik begon mee te doen met dat geglimlach dacht ik eigenlijk heel simpel dat het een teken was van solidariteit. Of even delen van hoe leuk je het vindt dat je er bent. Dat je geniet van het leven, van je vrouw zijn.

Vorige week kreeg ik in het voorbijgaan ineens zo’n lachje van een man. Een veel jongere man, dus kan me nauwelijks voorstellen dat er een erotische bedoeling achter zat. Ik liep met mijn hond door het park te genieten van de mooie natuur en het prachtige weer en voelde me licht en blij. Toen mijn blik die van die man kruiste en hij glimlachte, zag ik dat als een vorm van herkenning van die blijheid die ook hem op dat moment bevangen had.
Conclusie: We glimlachen naar elkaar om vreugde te delen.
In ieder geval is dat meestal de reden waarom ík glimlach naar een onbekende die mijn pad kruist, man of vrouw.