Stinkende gouwe

Een vriendin vertelde dat ze als kind heel veel wratjes had en haar moeder haar daarom meenam naar een natuurgenezer die op zijn beurt haar meenam naar zijn enorme wilde kruidentuin en haar wees op een plantje. Als ze het steeltje doormidden brak kwam er oranjekleurig sap tevoorschijn dat ze op haar wratjes moest smeren. De wratjes verdwenen er snel door en zijn nooit meer teruggekomen.
Ze vertelde het verhaal omdat ze het leuk vond dat er zo’n plantje bij haar in een van haar plantenbakken opgekomen was. Ongezien wist ik meteen welk kruid ze bedoelde; Stinkende gouwe. Op zijn latijns Chelidonium.
“Raar he dat zo’n plantje kan helpen,” zei ze.
Maar ik vind dat niet raar. Veel raarder is dat de farmaceutische industrie zich kon ontwikkelen doordat ze zogenaamde werkzame stofjes uit planten zijn gaan extraheren. De wetenschap onderzocht welke stoffen verantwoordelijk waren voor genezing en dan werden die uit de plantjes gehaald. Deze manier van denken beheerst tot op de dag van vandaag de ‘moderne’ geneeskunde. Zo ernstig zelfs, dat artsen bij hun opleiding vooral les krijgen in de werking van farmaceutische geneesmiddelen en hun bijwerkingen en nauwelijks les in bijvoorbeeld voeding.
De natuurlijke kruidengeneesmiddelen mogen dankzij lobby’s van de farmaceutische industrie en organisaties als de vereniging tegen kwakzalverij en andere sceptici niet eens meer verkocht worden met een vermelding waartoe ze dienen op de verpakking.
Maar feit is dat de volledige planten geen bijwerkingen geven en de extracten wel.
Komen die farmaceuten en artsen nou nooit eens op het idee dat geneeskunde niet een kwestie is van een stofje voor elke kwaal, maar dat genezen tot stand komt dankzij holistische principes?
Het wetenschappelijke antwoord op de vraag waarom de ene mens of het ene dier vatbaar is voor een ziekte en de andere niet, komt meestal niet verder dan dat er sprake is van verschil in weerstand.
Door de ziekte te isoleren en niet meer te beschouwen als iets wat deel is van de persoon die deze ziekte heeft, mis je verbanden die soms op verbazend eenvoudige wijze voor genezing kunnen zorgen.
Waarom krijg je geen bijwerkingen van Stinkende gouwe of van kamille, maar wel van de uit kamille geëxtraheerde stof?
Omdat het holistische principe ook geldt in planten. Het gaat niet alleen om die ene stof, het gaat om de hele plant en hoe de delen daarvan gebruikt kunnen worden, om bijvoorbeeld met het gebroken steeltje dat oranjekleurige sap op je wratjes te smeren.

In de natuur gaat het om het totaal en de onderlinge verbindingen.
Ecologen weten dat en proberen overheden te bewegen tot maatregelen om ecosystemen te beschermen. Biologen doen ook zoiets, imkers ook, maar de meeste mensen missen het plaatje van het totaal.
Dat totaal is ook groot: de Aarde zelf is één groot ecosysteem dat als zodanig niet los te zien is van het stelsel van planeten om ons heen. Maar als je oog hebt voor de kleine dingen in de natuur zie je juist via het kleine de samenhang.
De van de natuur vervreemde verstedelijkte mens gelooft vaak nog steeds heilig in de kennis van de moderne dokter en verwacht voor elke kwaal een pilletje of iets dergelijks.
Dat genezing begint door goed naar jezelf te kijken en luisteren is voor hen nog vaak ‘zweverig geklets’. Laat staan dat er dan bereidheid is om ‘aan je zelf te werken’.

Als een vogel vruchten eet, verspreid hij de pitjes, al dan niet via zijn ontlasting. Zaadjes van planten verspreiden zich o.a. via vachten van dieren of door de wind, alles werkt met alles samen.
De mens bewerkt de grond met chemicaliën, graaft hele eilanden af voor grondstoffen voor bijvoorbeeld smartphones, stookt fossiele brandstoffen op, laat de bevolkingsaanwas van mensen ongebreideld groeien en is nu zelfs aan het experimenteren met het weer waardoor ook windrichtingen veranderen. Wij mensen zorgen met dit soort zaken voor klimaatverandering en sterke vermindering van de biodiversiteit. Veel soorten sterven uit, dieren, insecten, planten. Het hele ecosysteem verandert. Straks is er misschien geen Stinkende gouwe meer om op je wratjes te smeren.

Advertenties

Volhouden

“Werk je nog?” vroeg ik een kennis die ik op straat tegenkwam.
“Nee, ik heb een burn-out. Ik heb het niet volgehouden,” antwoordt ze met enige schroom.
Ze is ruim 66 en over niet al te lange tijd krijgt ze eindelijk haar AOW en daarvoor het officiële afscheid van haar werk.
Ze had administratief werk, maar ook dat kan teveel worden als je ouder wordt. De dagelijkse verplichtingen, het constante keurslijf, er kunnen allerlei emotionele belastingen ontstaan op het werk en je moet maar mee in dat steeds hogere werkritme waar ook steeds meer jongere mensen op afbranden.
En oudere mensen krijgen ook nog allemaal PHPD (pijntje hier, pijntje daar).
Teun van de Keuken noemde in zijn jongste column in de Volkskrant de mens de nieuwe plofkip. Er moet zo hard gepresteerd worden dat zelfs de tijd voor eten er bij inschiet waardoor de mens al snel grijpt naar snacks en slecht voedsel. Naast gezonder voor je lichaam is een goede lunchpauze ook gezonder voor je geest doordat je even afstand kan nemen van je werk. Diëtisten pleiten voor rustig zittend de tijd nemen voor je maaltijden die uit de hele schijf van vijf moeten bestaan, maar voor zo’n ontbijt is geen tijd en zulk voedsel vind je ook steeds minder in de kantine op je werk.
Bezorgers van de diverse besteldiensten moeten binnen vastgestelde tijdseenheden uw pakketjes bij u thuis bezorgen zodat u niet de hele dag thuis hoeft te blijven en door kunt werken en in tal van andere beroepen moeten ook de ‘targets’ gehaald worden.
In het kader van 5 mei zag ik op Facebook allerlei posts over of we nou echt zo vrij zijn als ons wordt voorgehouden, sommigen noemden daarbij de huidige organisatie van werk ronduit slavenarbeid.
Er zijn gemene trucs uitgehaald onder de diverse kabinetten Rutte en zelfs al in kabinetten daarvoor. Onder het mom van bezuinigingen en decentralisatie zijn in tal van beroepen enorme aantallen ontslagen gevallen waardoor nu een gebrek aan mensen is ontstaan.
Het meest schrijnende voorbeeld vind ik nog steeds de zorg. De mensen die nu worden ingehuurd krijgen minder zekerheden en (nog) lager betaald dan hun ontslagen voorgangers.
In het onderwijs leidt het gebrek aan mensen tot nog meer overbelasting van het personeel dat nog niet met een burn-out thuiszit.
Als je ziek bent, bepaalt de zorgverzekeraar waar je wel of niet recht op hebt. Ondertussen betalen we steeds meer voor de zorg en moeten we meer belasting betalen op elementaire zaken als voeding wat o.a. betekent dat producten van de voedingsindustrie die barsten van stoffen die niet goed voor ons zijn, goedkoper zijn geworden dan verse producten. Als je al tijd zou hebben voor het bereiden van een verse maaltijd moet je daar dus ook nog extra voor betalen.

De term volhouden vind ik een alarmerende term om je werk mee te duiden. Maar inderdaad, dit is niet lang meer vol te houden.

Verraad

Witte donderdag werd voor de elfde keer The Passion opgevoerd op weer een nieuwe locatie en in een nieuwe versie. Knap hoor hoe dat elk jaar weer mogelijk blijkt met steeds weer andere bestaande songs. Het is een mooie traditie geworden. Weer zagen we hoe het volk een misdadiger verkoos vrij te laten in plaats van Jezus en hoe Pilatus die liever had gezien dat het volk anders had gekozen, meende dat hij zijn handen in onschuld waste.
Achteraf denken mensen wel vaker dat ze hun handen in onschuld wassen. “Wir haben es nicht gewusst” zeiden vele Duitsers na de Tweede Wereldoorlog. De meeste dictators komen aan de macht door democratische verkiezingen. En niet te vergeten door manipulatie waar mensen vaak met ogen open intrappen.
Tegenwoordig heet manipulatie vaak nepnieuws, maar eigenlijk is het oude wijn in nieuwe zakken. Vroeger ging het over propaganda, met net zo goed verdraaide feiten of minimaal de betekenis van feiten als nu in nepnieuws.
Als je naar een ander wijst, wijzen er meer vingers naar jezelf en als je goed kijkt naar de ontstaansgeschiedenis van nepnieuws kun je ook zien wie de grootste gebruikers ervan zijn. Maar ook dat is natuurlijk geen wet van Meden en Perzen.
Er is ook een verschil met misleidende propaganda: wat nepnieuws verspreiders vooral bereiken, is dat mensen wantrouwend worden over de informatie die ze ontvangen en dat is nou juist de bedoeling.
Door internet leken aanvankelijk grenzen te vervagen en zou alle kennis voor iedereen beschikbaar komen. Dat laatste is gelukt, maar dat is machthebbers natuurlijk een doorn in het oog.
Kennis is macht leerde ik als kind al op de lagere school, nu basisschool.
Stel je voor dat het volk wakker wordt!
De kennisstroom is niet meer te stuiten, dus wat moet je dan? Juist ja, de kennis corrumperen. Welke informatie is waar en welke niet?
Het zou ook vervelend zijn dat je op sociale media als Facebook vooral de meningen krijgt te zien van gelijkgestemden. Het zou inderdaad wel fijn zijn als er wat meer tegengeluiden door Zuckerbergs algoritmen konden komen, maar goed beschouwd is de veiligheid van gelijkgestemden een prima wapen tegen nepnieuws. Immers, van mensen die je kent weet je wat je er aan hebt.

Zou het volk nu ook nog steeds kiezen voor Barabas?
Ik vrees dat er in ruim 2000 jaar nog weinig veranderd is. Dat de boodschap van Licht en Liefde slecht begrepen wordt in deze door hebzucht geregeerde wereld.
Judas verraadde zijn meester die hij liefhad met een kus.
Verspreiders van onwelgevallig nieuws worden van heel vervelende zaken beschuldigd. Klokkenluiders heten weer verraders, Julian Assange een landverrader.

Per keer dat we kiezen voor Barabas verraden we de Liefde. De Liefde die juist in deze paastijd probeert de (innerlijke) weg te wijzen naar wat waarheid is.

Verdeeldheid creëren

Onze samenleving is in betrekkelijk korte tijd een stuk minder relaxt geworden. Voor de oorzaak wordt vaak naar immigranten verwezen, maar ik denk dat het veel genuanceerder ligt dan populistische politici ons willen doen geloven.
Buitenlanders roemen nog steeds de relaxte aard van de Nederlandse bevolking, maar toeristen zijn kennelijk anders dan mensen die hier komen wonen. Wellicht hebben toeristen voor dat ze geld in het laadje brengen.
Ik heb altijd geleerd dat een goed voorbeeld goed doet volgen. Kennelijk zijn we niet meer in staat om het goede voorbeeld te zijn.
We hebben het steeds drukker gekregen en vermoedelijk zijn veel mensen daardoor minder relaxed.
En als je gestrest bent is het met je verdraagzaamheid vaak slecht gesteld.

Maar er is nog iets. Er wordt sinds 9/11 overal in de wereld angst gezaaid. Het lijkt een onderdeel van een verdeel en heers politiek van (rechtse?) politici en regeerders. Het trieste is, dat deze politiek goed lijkt te werken en wel in alle lagen van de bevolking en bij alle bevolkingsgroepen.
Wie angstig is, heeft behoefte aan mensen om zich heen die je kunt vertrouwen. Wat vreemd is wordt argwanend bekeken.

Sociale media krijgen de schuld van dat mensen vooral in meningen denken, in voor en tegen iets zijn i.p.v. compromisdenken. Nog niet zo lang geleden was ons zgn. poldermodel een voorbeeld voor heel de wereld. Maar deze politiek van compromissen sluiten is naar de schroothoop verwezen en in plaats daarvan kwamen de politici die goed waren in oneliners. Nu is de grootste partij een club mensen geworden die ook heel beperkt denkt maar er een sausje van welbespraaktheid overheen gooit. Met veel mooie woorden bepleiten ze fascistische idealen van een ‘boreale’ samenleving. Allerlei niet witte groepen in de samenleving haasten zich deze week om te vertellen dat het beeld dat geschetst wordt van onaangepaste immigranten niet klopt. In tegendeel, de ruime meerderheid van hen past prima in de Nederlandse samenleving. Het beeld dat de angstzaaiers, vaak geholpen door de media, schetsen van niet aangepasten, betreft in de praktijk meestal rebellerende jongeren of geflipte personen.
Rebellerende jeugd is van alle tijden, mafkezen, gevaarlijk en ongevaarlijk, eveneens. Die laatste categorie groeit echter wel. De hoge eisen die de maatschappij stelt aan mensen speelt daarbij een rol. We moeten steeds harder werken en apparatuur en organisaties worden steeds ingewikkelder. Door de complexiteit van apparatuur groeit de noodzaak van specialismen, wat makkelijk kan leiden tot eenzijdige kennis en focus. De toenemende bevolkingsdruk overal in de wereld en de manier waarop de economie is georganiseerd zorgen voor een schaalvergroting die organisatiestructuren complexer maken dan ooit, wat gevoelens van vervreemding in de hand werkt.
Het wordt bij dit alles steeds moeilijker om in het gareel te lopen.
Als je dan ook nog niet vertrouwd wordt, je achternaam voldoende is om moeite te hebben met werk vinden en meer van dat soort discriminatoire zaken, zoek je vanzelf je veiligheid binnen je eigen groep.

Al vele jaren kom ik geregeld met een hond bij de grote hondenspeelweide in het Wilhelminapark. Eén van de leuke dingen daaraan vond ik dat alle mensen ongeacht rangen, standen en type hond bij elkaar stonden en elkaar met raad en daad bijstonden over hun honden.
Met mijn nieuwe hond, of eigenlijk al met die ervoor, zie ik daar verandering in komen. De verandering blijkt de laatste tijd in te houden dat er twee groepen ontstaan. Ze staan ver van elkaar verwijderd aan de lange kant van de speelweide.
De tweedeling gaat hier over verschillende tegenstellingen:
-arm en rijk;
-mensen die een hondenuitlaatservice inschakelen en zij die dat niet doen;
-mensen die de commando’s van de hondencursusgever hebben overgenomen en zij die proberen echt hun hond te begrijpen;
-mensen die over de kleine dingen in het leven praten en mensen die de wereldproblemen bespreken;
en als ik even doordenk kan ik wellicht nog meer tegenstellingen opnoemen.
Persoonlijk vind ik het wel interessante groepsprocessen om te zien welke gemeenschappelijke noemers elkaar opzoeken. Tegelijkertijd vind ik het een treurigmakende ontwikkeling. Nog even en ik moet kiezen bij welk groepje ik ga staan. Maar ik wil niet kiezen. Mijn hele leven al ga ik om met mensen van alle rangen en standen, ik praat met daklozen en directeuren, met hondenbezitters en hondenhaters. Ik ga niet kiezen. Ik kan er voor kiezen om minder naar het park te gaan. Maar de vraag is of dat een keuze zou zijn, of het gevolg van een proces van uitstoting.

Tegen stemmen

Recent vond ik een pamflet in mijn bus van duur geplastificeerd papier. Op de witte voorkant een rood stopbord met daarop de tekst: ‘Stop crematorium St. Barbara’. Even dacht ik dat het stopbord een sticker was die ik los moest maken, zulk papier was het dus. Maar het is kennelijk de bedoeling dat ik het hele A4 voor mijn raam zou hangen. Ik ga dat niet doen.
Sint Barbara is een rooms-katholieke begraafplaats aan de rand van oostelijk Utrecht. Ik heb er diverse uitvaarten van familie en vrienden meegemaakt en daarvan liepen er een paar vreemd af doordat de meest naasten van de overledene vroegtijdig de koffie met cake bijeenkomst verlieten om het stoffelijk overschot van hun geliefde naar elders te begeleiden voor de crematie. Dat elders was dan meestal Nieuwegein. Bij die gelegenheden vroeg ik me al af waarom Sint Barbara niet ook een crematorium kon hebben. Met de huidige technieken kan de rook daarvan geen enkele hinder meer veroorzaken.
Apart genoeg zag ik de afgelopen tijd bij een paar huizen zo’n pamflet voor een raam, steevast bij mensen die zelf een open haard of iets dergelijks hebben.

Ik moest door dit pamflet denken aan pamfletten die ik vorig jaar op elektriciteitskastjes en lantaarnpalen in de buurt van een hondentoilet zag hangen: ‘Geen fietstrommel op het hondentoilet’ stond er op. Dat hondentoilet ligt op de hoek van een drukke straat en een iets stillere in een woonwijk en… tegenover een snackbar en vrijwel naast een kinderspeelplaats. Ik heb menige zomer als ik bijna kokhalzend in de buurt van dat toilet liep, me verbaasd over dat zo’n stankoverlast gevende plek daar mag bestaan. Mijn honden mogen van mij niet op een hondentoilet, de gezondheidsrisico’s zijn veel te groot. Er bestaat al opruimplicht, waar zijn die stankplekken dan voor nodig?
Komisch genoeg stond de fietstrommel al twee vierkante meter van het hondentoilet in beslag te nemen, toen ik de pamfletten er pal naast ontwaarde.

Twee voorbeelden waaruit blijkt dat er altijd verschillen van mening bestaan over wat dan ook. Wat wie dan ook bedenkt aan verandering, er is altijd wel iemand tegen.
Daarom is democratie ook zo’n groot goed.
Het is niet ideaal, maar tot nu toe kunnen we niets beters bedenken. Ik zie een samenleving nog niet georganiseerd worden volgens, bijvoorbeeld, het consent model van de sociocratie.
Hoewel.. als je goed kijkt hoe onze kabinetten tot besluitvorming komen, gaat het wel degelijk om consent. Er was een tijd dat we regeringen hadden die zo goed waren in consent bereiken dat het een naam kreeg; het poldermodel. Toegegeven; het was meer goed compromissen sluiten dan consent bereiken, maar de besluiten werden breed gedragen.
Het poldermodel is naar de schroothoop verwezen. Maar inmiddels roepen veel politieke partijen op om naast elkaar in plaats van tegenover elkaar te staan. Om op zoek te gaan naar verbinding in plaats van tegenstellingen. Het zal tijd worden na al die jaren waarin het normaal lijkt te zijn geworden om vooral een mening te hebben. Tegenwoordig ben je voor iets of tegen iets, compromissen zoeken lijkt in het dagelijks leven steeds ongebruikelijker.
Door die polarisatie zijn mensen meer bezig met waar ze tegen zijn dan waar ze voor zijn. Met al dat nepnieuws en gemanipuleer en angst zaaien is het ook makkelijker om ergens tegen te zijn. Want als je ergens voor wilt zijn, moet je vaak een alternatief kunnen verzinnen.
Als je tegen kunt zijn, kun je lekker je boosheid of gevoelens van onmacht ventileren. Ergens voor zijn betekent vaak dat je positief moet proberen te zijn.
Er zijn meer politieke partijen die haat en tweespalt zaaien dan ooit. Je herkent ze niet aan hun namen. Democratie in de naam vrijwaart niet van manipulatie. Vrijheid in de naam kun je kennelijk hebben zonder dat je eigen organisatie democratisch is.
Daarom: denk zelf!
En kijk bij uw stemkeuze naar waar u voor bent in plaats van tegen. Naar doelen die opbouwen in plaats van afbreken.