Verliefdheid

Mijn ex was de mening toegedaan dat verliefdheid niets anders is dan geilheid. Voor hem was dat wellicht zo, maar ik zie dat anders.

Ik ben in mijn leven vele malen verliefd geweest en ik heb daarvan geleerd dat het een gevoel is, een emotie, zoals elke andere emotie. En emoties mogen er zijn, altijd. Of het nu gaat om vreugde, verdriet of boosheid, een emotie is er altijd met een reden en door dat gevoel er helemaal te laten zijn, valt er steevast iets te leren. Er helemaal laten zijn, is iets anders dan je emoties op een ander botvieren. Als ik boos ben op iemand, kan ik kiezen: val ik die ander lastig met mijn boosheid, ga ik tekeer of wat dan ook, of houd ik het bij mezelf, kijk naar waarom ik boos ben. En al dat dan echt door die ander komt, zeg ik op een rustige manier wat me boos maakt(e), wat meestal bij die emotie neerkomt op dat ik aangeef waar mijn grens ligt of nog simpeler, dat ik het er niet mee eens ben, er niet van gediend ben of daar anders over denk.

Van alle emoties is verliefdheid misschien wel de meest complexe.

Verliefdheid heeft ontegenzeggelijk met aantrekkingskracht te maken. Maar aantrekkingskracht is niet per definitie een kwestie van geilheid.

Ik kan me aangetrokken voelen tot zowel mannen als vrouwen, maar ik ben van het soort dat niet geil wordt van een vrouw. Toch kan ik me ineens sterk aangetrokken voelen door een vrouw. Omdat ze bijzonder is, lief, aandachtig of wat dan ook dat ik in haar geval heel aantrekkelijk vind. Die aantrekking zorgt bijna altijd voor het ontwikkelen van een diepe vriendschap. Daar moet ik dan wel in investeren, maar als de aantrekking wederzijds is komt die investering vroeg of laat van twee kanten.

Bij mannen ligt dat voor mij complexer.

Vorig jaar nog, werd ik tot mijn verrassing ineens verliefd op een man. Bij onze eerste kennismaking voelde ik meteen een klik en al bij de tweede keer was geheel duidelijk dat we veel gemeen hadden, onze ideeën over veel zaken zorgden er zelfs voor dat we makkelijk dingen aanvulden van wat we elkaar vertelden. Ik vond onze gesprekken uiterst prettig en al snel kwamen daar wandelingen bij. Maar wat moest ik in vredesnaam met die verliefde gevoelens? Ik ben heel tevreden met mijn single zijn sinds mijn relatie zes jaar geleden werd beëindigd en zit bepaald niet te wachten op allerlei ingewikkeldheden rond het starten van een nieuwe. Gelukkig bleek hij daar ook helemaal geen behoefte aan te hebben en al snel herkende ik mijn gevoelens als hetzelfde bij vrouwen: de potentie van een diepe vriendschap.

Voor het zover was moest ik langs de opvatting van mijn ex heen en ik kwam tot de conclusie dat ik er niet aan moest denken om met deze man seks te hebben. Daarmee was de verliefdheid duidelijk geworden en kon ik gewoon blij zijn met de nieuwe ontwikkelende vriendschap.

Ik voel me een gezegend mens met tal van mooie vriendschappen met uiteenlopende types. En met het geleerde vermogen om emoties er altijd te laten zijn en te kunnen beschouwen, benoemen en desgewenst weer los te kunnen laten.

Hoe anders ligt dat voor mensen die emoties uit de weg gaan. Ik voel compassie voor mensen die de emotie verliefdheid uit de weg gaan, wat meestal te maken heeft met angst om gekwetst te worden, niet zelden gebaseerd op een nare ervaring met een relatie of soms zelfs teruggaand tot iets in hun jeugd.

Verliefdheid is een vreugdevolle emotie. Het kan pas lastig worden als je daar andere emoties zoals verlangens (naar iets wat je niet hebt bijvoorbeeld) aan gaat koppelen Een verlangen naar intimiteit is volkomen legitiem natuurlijk, maar wordt lastig als het niet wederzijds is of de beleving van intimiteit ver uiteenloopt.

Ben je verliefd, dan heb ik eigenlijk maar éen advies: laat je gevoelens bij jezelf toe en onderzoek ze, bijvoorbeeld door er over te mediteren en als je dan nog steeds vindt dat je die gevoelens moet uiten: veel plezier ermee. Ik gun je een positieve reactie, maar ook een nee kan heel bevredigend en leerzaam zijn.

.

Medeschepselijkheid

Als ik het zoals in mijn vorige column heb over ‘Mensen Sporen niet’, wat ben ik dan eigenlijk aan het doen? Ben ik aan t oordelen? Waar haal ik het lef vandaan om te oordelen over anderen. Wie denk ik wel niet dat ik ben om dat te doen? Terecht reageert Loes Flendrie op die column dat het ook nog wel eens heel anders zou kunnen liggen dan ik denk.

Zulke columns, komen net als die daarvoor over ‘Verdeel en heers’ voort uit wanhoop. Wanhoop die het Utrechtse bandje de Megafoons al uitschreeuwde eind zeventiger jaren: “De wereld is een puinhoop, het is de vraag of dat goed afloopt”.  Wanhoop die voortkomt uit mijn grote Liefde voor de wereld en alles wat daarop leeft.  Wanhoop die soms leidt tot boosheid die eigenlijk weer het verdriet camoufleert.  Het zijn allemaal poginkjes om mensen aan het denken te zetten, wakker te maken.

In ‘De verwondering’  vertelt Hans Bouma over zijn gene toen hij zich in de zeventiger jaren door o.a. het rapport van de Club van Rome realiseerde dat hij de natuur tot dan toe gezien had als een soort decor. Ook Hans Bouma probeert met woorden en acties, zoals binnenkort weer een vredesdienst voor dieren, mensen wakker te maken. Vanmorgen kijkend  naar die uitzending van vandaag en luisterend naar de prachtige verwoordingen die Bouma aan zijn betrokkenheid geeft, realiseer ik me weer eens het dilemma waar ik me dagelijks voor geplaatst zie.  Reageer ik met boosheid of met Liefde? Reageer ik met wanhoop of met begrip? Reageer ik of haal ik in compassie mijn schouders op? Zeg ik wat of laat ik het?

Recent ging het tijdens een etentje over warmtepompen. Het blijkt dat om de aardwarmte te kunnen gebruiken er soms honderden meters in de grond geboord wordt om de leidingen aan te leggen. Het wordt gepresenteerd als een milieuvriendelijke manier van verwarmen.  Intuïtief wist ik, dat is ook niet goed. Hans Bouma gaf me vanmorgen het argument daarvoor toen hij vertelde over hoe bomen onder de grond met elkaar communiceren.  Bomen zijn geworteld in de aarde, de mens leeft daarop. Als de mens rekening wil houden met zijn medeschepselen, zou het wellicht een goed idee zijn om ons aan die verdeling te houden. 

Maar hoe krijgen we onze medemensen nu zo ver dat ze zich weer deel van de schepping gaan voelen en van daaruit hun verantwoordelijkheid als kroningen van de schepping weer in Liefde gaan dragen voor al onze medeschepselen?  Ook dit was weer een poginkje daartoe.

 

 

 

 

Metta

Begrijpen wat spirituele leraren zeggen is niet altijd eenvoudig. Er ontstaan makkelijk misverstanden over ‘alles nemen zoals het is’, ‘loslaten’, ‘niet-doen is ook een keuze’ enz. Maar wie niets doet, zal ook niet(s helpen) veranderen.

De metta bhavana is een eeuwenoude meditatievorm die verloopt volgens diverse stadia en die je helpt je zelf te ontwikkelen, alsmede je relatie met anderen en de wereld.  Ik geef hem bij deze graag door.

Metta betekent zoiets als liefdevolle warmte, hartsenergie, compassie

In het eerste stadium bouw je liefde op voor je zelf.
In het tweede stadium stuur je de ‘metta’ naar een goede vriend of vriendin.
In het derde stadium stuur je de ‘metta’ naar een kennis.
In het vierde stadium naar iemand waar je moeite mee hebt of die dat met jou heeft.
In het vijfde stadium naar de mensen/ruimte om je heen, de straat, wijk, de stad waar je in bent of nog verder.

Het is aan te bevelen om voor je begint met de meditatie eerst een poosje stil te zitten waarbij je je concentreert op je ademhaling en je gedachten tot rust laat komen en daarna voor de totale metta bhavana meditatie van 5 fasen minimaal 10 minuten uit te trekken.

Misschien ontwikkel je wel genoeg metta om de hele aarde lief te hebben…