Paardpad

Na een wandeling over de Boschplaat genoot ik van verrukkelijke venkel-courgettesoep in Heartbreak Hotel. Het is echter al meer dan twee uur geleden dat ik na die soep mijn wandeling voortzette door over het strand naar het westen te lopen. Het wordt tijd dat ik het strand verlaat, maar ik begin te vermoeden dat het strand te breed is om vanaf de waterlijn zicht te hebben op een pad door de duinen. De duinen doorsteken zonder pad is op Terschelling geen goed idee. Een paar dagen eerder zakte ik bij het beklimmen van een duin tot mijn kuiten in het zand, moest ik op mijn kont zittend een duin af.
Het strand is bijna geheel verlaten. Het afgelopen uur ben ik twee stellen met en een stel zonder hond tegen gekomen en ik ben een groepje mensen gepasseerd die aan het zeevissen waren.
In de verte zie ik een grote groep ruiters het strand opkomen. Lastig tellen op zo’n afstand, maar het zijn er zeker negen. Waar ze vandaan komen zou mijn pad door de duinen kunnen zijn, maar een mens heeft maar twee benen dus is de vraag of het ruiterpad ook voor mij geschikt is om te lopen. Ik loop door, nog meer in de verte zie ik een vlag, waarschijnlijk is dat paviljoen Kaap Hoorn.
Als ik ter hoogte van het ruiterpad ben, komt er een groep mensen vandaan lopen, ze hebben een wandelwagentje met peuter bij zich. Weliswaar dragen twee mannen dat wagentje tussen hen in, maar het lijkt me dat ze zoiets niet op een heel lang rul ruiterpad gedaan hebben.
Ik begin richting de duinen te lopen, het gebulder van de golven achter me latend. Wat een rust!
Als ik de groep passeer, reageert slechts een man, zo te zien de oudste, op mijn groet. Bij de duinrand gekomen besluit ik eerst een broodje en wat water te nuttigen. Dan zie ik de jongen met de hoed die bij de groep was en me opviel door zijn hippieachtig uiterlijk, terug lopen. Als hij mij bijna passeert groeten we elkaar.
“Weet je waar dit pad heen gaat?” vraag ik. “Pad heen?” herhaalt hij. Ik zie hem denken. “Dit paardpad,” zegt hij. Ik probeer het nog een keer. “Ja, maar waar komt het uit?” “Dit paardpad. Daar fietspad,” zegt hij na enig nadenken. “Thank you,” zeg ik. Dat ik uitgerekend aan een buitenlander de weg vraag.
Ik begin het duin op te klimmen via het paardpad. Het is behoorlijk rul, maar ik schort mijn oordeel op tot ik op de top van het duin het landschap kan overzien. Het duin is smal hier, niet ver achter de duinen zijn grote groene weides. Daar tussendoor zie ik een fietser rijden. Een verhard fietspad is een verlokkelijk vooruitzicht na al die tijd door zand gelopen te hebben. Eerst nog een stuk ruiterpad dat op de top van de duin een flink stuk smaller wordt. Er komen kennelijk veel paarden hier langs; ik zie zoveel poep liggen dat ik besluit mijn schoenen aan te trekken. Ook handig voor de takjes die even later het witte pad bruin kleuren.
Een man en vrouw passeren me tijdens hun klim het duin op. Hij groet terug, zij aarzelt. Aan de manier waarop mensen je groeten kun je veel aflezen. Op Terschelling onderscheidt het minimaal de eilanders van bezoekers. Eilanders groeten altijd. Open en duidelijk. Meer dan de helft van de gasten die ik op het fietspad groet, groet helemaal niet terug.
Naast het fietspad gaat het ruiterpad door. Er komt een groep ruiters over tegemoet lopen. Als ze bijna passeren blijf ik staan. De ruiters keuren me geen blik waardig. Ik knik de paarden toe. Ze knikken terug. De paarden zijn ook Eilanders.
paardpad

Nog een column over Terschelling –>

Advertenties