Twee fietsers

In de fietsstraat halen ze me in;
zij op een knaloranje fiets en met modern geknipt afrokapsel en bijpassende huidskleur, hij op een degelijke stadsfiets met grote rode fietstassen over zijn bagagedrager. Kort haar, bril, bleke kleur.
Je zou kunnen stellen dat de rode fietstassen goed passen bij haar oranje fiets, maar in mijn ogen vormen ze een onwaarschijnlijke combinatie. Niet alleen door hun totaal andere kledingstijl, maar vooral door de lichaamshouding. Die van haar is rechtop, fier en relaxed tegelijk. Je kunt aan haar levendigheid zien dat ze een opgewekt karakter heeft.
Hij heeft zo jong als hij is nu al een beetje een kromme rug, zijn schouders zijn opgetrokken.
Ze zijn bijna klaar met hun studie, of heel jonge docenten, schat ik in.
Terwijl ik achter ze blijf fietsen stel ik me ze voor, over 20 jaar.
Ik ken tenslotte wel meer onwaarschijnlijke combinaties, die heel gelukkig zijn met elkaar.
Zijn rug is nog krommer, hij oogt nog aangepaster.
Zij heeft na aanvankelijk hetzelfde saaie beroep als hij uit te hebben geoefend, gekozen voor minder carrière.
Ze zorgt voor hun twee kinderen en ze heeft een parttime job en daarnaast alle gelegenheid voor haar creatieve hobby’s. Als ze op het punt staat van haar hobby’s haar beroep te maken, krijgen ze ruzie omdat haar kleding bij een feestje van het bedrijf waar hij werkt te flamboyant is naar zijn smaak.
De verschillen beginnen haar nu zo op te breken dat ze nog geen jaar later een scheiding aanvraagt.

Of misschien vinden ze een modes en blijven ze dikke vrienden tot een van hen overlijdt. Opposites attract.

Het is een leuke prozaïstische oefening om willekeurige voorbijgangers voor te stellen als hoofdpersonen in een verhaal.
Je kunt van alles fantaseren over mensen die je toevallig op je pad even ziet in het voorbijgaan.

Maar zo kun je ook oordelen vellen, zelfs als je geleerd hebt dat niet meer te doen..

Ik ga wat langzamer fietsen.
Even later zie ik ze niet meer.

Advertenties