Lente in aantocht

We vertrekken voor onze dagelijkse grote wandeling om 14:15. Een zorgvuldig gekozen tijdstip om op de vrijdagmiddag tussen de drukte van lunchwandelaars en de uitstroom van vroeg naar hun weekend lonkende kantoormensen, rustig te kunnen wandelen. Maar vandaag blijft het druk met lopende, fietsende en op hun gemak een praatje houdende mensen. Waar ik kijk zijn werklieden bezig, o.a. met verbouw of steigers bouwen, ik zie schilders die met pen en papier in de hand een voorgevel inschatten voor hun nieuwe offerte, tuinlieden snoeien struiken en klimplanten. In het stadspark is het bijna zo druk als op een zonnige zondagmiddag.
Alleen al de weersvoorspelling van een lenteachtig weekend schijnt genoeg te zijn om mensen zich zo te gaan laten gedragen, ook al is het nu nog zwaar bewolkt.
In het natuurpark nestelen de meerkoeten onverdroten op hun vertrouwde nest tussen het riet. Dat jaar in jaar uit hun kroost zodra ze dat riet verlaten door snoeken naar beneden wordt getrokken, vorig jaar zelfs van twee nesten geen kuiken ouder dan twee weken is geworden, schijnt ze niet tot verhuizen te kunnen aanzetten. Ook elders in het natuurpark zie ik op mij bekende plekken diverse nestelende paren van allerlei soorten watervogels.
De wind komt uit de richting van de naast het natuurpark geleden provinciale weg waar het al zeer druk is halverwege deze vrijdagmiddag, maar ondanks dat verkeerslawaai hoor ik overal de meest uiteenlopende vogelgeluiden waarvan ik vermoed dat er veel baltsgeluiden bij zijn.
Bij het water rond het fort is het een enorm gekrakeel. Ik zie tot mijn vreugde dat er weer Canadese ganzen in het zeer brede water zijn neergestreken. Twee jaar geleden streek er ook al een paar neer, vorig jaar heb ik ze gemist maar nu zijn het vele paren tegelijk! Dit is kennelijk zeer tegen de zin van de grauwe ganzen. Deze succesrijke soort heeft de afgelopen jaren van bijna elk watertje in het natuurpark bezit genomen en vermoedelijk dachten ze hun gebied weer te kunnen uitbreiden. Meestal zijn grauwe ganzen zeer coöperatief, maar deze hoeveelheid van de prachtige zwarthalzige ganzen staat ze kennelijk niet aan. Ik ben nu al benieuwd welke watervogels ik hier volgende week zal aantreffen.
Ondertussen gaan de ritsen van mijn dikke winterjas steeds verder naar beneden en is mijn hond heel druk met snuffelen. Vaak blijft hij achter om een plek heel uitgebreid te bestuderen. Hij reageert niet op roepen en fluiten en dus zijn het vrijwel zeker sporen van loopse teefjes waar hij met alle aandacht mee bezig is. Als ik uiteindelijk beslis hem aan te lijnen, passeren we even later zo’n teefje en heb ik al mijn kracht nodig om hem mee te krijgen.
Ja, de lente is in aantocht.

Advertenties

Eendenstand

In stadsvijvers en natuur vennen zie ik steeds minder eenden.
Jonge eendjes verdwijnen als sneeuw voor de zon.
De meeste eendenmoeders zien hun kroost binnen een week verdwijnen, ongeacht of ze er nu 12 of 7 hadden om mee te beginnen. Veel eendenkuikentjes verdwijnen onder water, door een snoek of een rat. En ook reigers en katten doen zich graag tegoed aan de kleine pluizenbolletjes..
Nu komt dit bij veel watervogels voor. Het meerkoetenpaar dat al jaren hetzelfde nest bevolkt in een ven in het natuurpark heeft van twee nesten dit jaar alleen van de laatste 1 jong over gehouden. Een ander paar had zelfs dat geluk niet.
Succesrijke watervogels zijn in mijn waarnemingen de ganzen. De grauwganzen verzamelen zich en maken zwemtochten met alle volwassen ganzen aan de buitenkant, de jongen veilig in het midden. Ook de nijlganzen zijn heel succesrijk in nageslacht in leven houden.
Tijd dus om mijn subjectieve indruk dat de gans talrijker wordt dan de eend te checken bij de echte kenners.

Het blijkt inderdaad een subjectieve waarneming, typerend voor het beperkte gebied waarin ik dat doe.
Er zijn wel wat verschuivingen in de eenden- en ganzenstand, maar over het geheel genomen gaat het goed met alle watervogels in Nederland, zowel de overwinteraars als de broedvogels en wordt het aantal eenden in ons land niet minder. Wel heb je succesrijke soorten, zoals de krakeend die al decennia in aantal toeneemt en minder succesrijke zoals de zomertaling.
De resultaten van mijn waarnemingen in en rond Utrecht Oost worden veroorzaakt door een aantal factoren, waarvan met name:
– de verbossing van de natuurgebieden. Hierdoor wordt o.a. de diepte van het water minder wat voor sommige eendensoorten problemen oplevert met de voedselvoorziening.
– lokale aspecten van bedreiging door bezoekende mensen en andere diersoorten zoals honden en katten.
Hoewel subjectief, vrees ik dat mijn ervaringen wel exemplarisch zijn. De verhalen bijvoorbeeld over onverlaten in het park die eenden, ja zelfs hun kuikens met stenen of blikjes bekogelen zijn hardnekkig. Net als de verhalen over eenden die zich dood houden. Een paar jaar geleden zag ik een Spaanse jachthond met een eend in zijn bek. Zijn eigenaresse, een aankomend dierenarts, bevrijdde de eend die niet dood bleek maar een effectieve manier benutte om aan zijn belager te ontkomen; verstijven. Ze vloog kort na haar bevrijding het water in.
Het kan ook anders:
Mijn hond is geen jachthond en getraind. Twee jaar geleden stak een moedereend met kroost het voetpad over waar ik met mijn hond aan kwam lopen. Respectvol bleven we samen op nog geen twee meter afstand kijken naar de overtocht van moeder en toen nog voltallig kroost. Een week later had ze toch nog maar 2 jongen over.

Een paar dagen geleden zag ik een moedereend en een kraai samenwerken in het wegjagen van een kat in het park.
Ze waren -in ieder geval dit keer- heel succesrijk in hun samenwerking.

(met dank aan Wigle Braaksma)