Pijnbestrijding

Vorig jaar bracht ik 17 uur door in een Turks ziekenhuis met een vriendin die haar arm op twee plaatsen had verbrijzeld. Om dat te kunnen repareren moest een specifieke kunststof uit een grote stad komen. Dat ging kennelijk niet meer nadat de lokale orthopedisch chirurg de complexe breuken op foto’s bestudeerd had. Dat was aan het eind van de avond. Het materiaal zou de volgende dag uiterlijk rond het middaguur arriveren.
Het lange wachten op de operatie was een hel voor mijn vriendin. Diverse botsplinters drukten op zenuwbanen; wat artsen en verpleging ook probeerden, de pijn was nauwelijks te verdoven. Ze deed haar best niet steeds te schreeuwen van de pijn, ze was gigantisch stoer, mijn vriendin, maar die voor haar zo helse nacht zullen we beiden nooit meer vergeten.

Hoewel deze ervaring met het belang van pijnstilling nog vers in mijn geheugen ligt, erger ik me aan een televisiereclame voor een pijnstiller die je zo bij de drogist kunt halen en die als groot voordeel heeft dat je hem ook als een zalf kunt krijgen om de pijn in spieren en gewrichten te verlichten. Dat is een goede zaak, maar ik erger me aan deze zin: “Dan voelt u niets meer”, zegt een stem in de reclame. Als je niets meer voelt kun je weer gewoon bewegen alsof er niets aan de hand is, is de boodschap.
De vraag is of dat wel altijd zo verstandig is.
Pijn is een signaal dat er iets aan de hand is. Door de pijn te voelen ga je vanzelf je beperken, geen bewegingen maken die niet goed voor je zijn.
We hebben in de moderne samenleving een cultuur dat je voor elk wissewasje een pilletje moet kunnen krijgen of een zalfje om te smeren. We zijn medicijn verslaafd. Pijnstillers horen samen met slaapmiddelen tot de meest verslavende medicijnen.
Het lijkt me zinnig om daar spaarzaam mee om te gaan.
Dan hoef je bij minder ernstige zaken als verbrijzeling van bot geen zware pijnstillers te slikken, maar kan een aspirine al voldoende werken (weet ik o.a. uit eigen ervaring).
Onze medicijn verslaving is inmiddels zo groot, dat resten van medicijnen al in het oppervlaktewater en zelfs in ons drinkwater worden teruggevonden.

In de vee industrie wordt ook rustig doorgegaan met preventief allerlei medicamenten aan dieren geven. Al begin 80-er jaren was algemeen bekend dat door het preventief geven van antibiotica aan vee de werkzaamheid van deze middelen voor de mens zou afnemen. Inmiddels is dat al zover. Mensen zijn jarenlang of zelfs chronisch ziek door bacteriƫn die niet meer goed te bestrijden zijn, gaan weer bijna dood aan longontsteking omdat de antibiotica niet werkt en nog veel meer ellende.

We krijgen inmiddels te maken met de pijn over niet geluisterd hebben naar de milieuactivisten en -organisaties. Geld was (en is?) belangrijker dan een toekomst waarin onze gezondheid goed zou kunnen blijven.
Dat geldt niet alleen voor de vee industrie waarvan steeds meer mensen roepen dat de grote hoeveelheid dieren bij elkaar op kleine oppervlakten een steeds groter gevaar voor de volksgezondheid vormen. Dieren massaal afmaken lijken we al ‘normaal’ te zijn gaan vinden šŸ˜¦
Maar wat doen we als er echt een epidemie onder de mensen uitbreekt van een ziekte die niet te bestrijden valt? Moeten we dan ook mensen gaan ‘ruimen’?
Onze lucht is vervuild, onze grond, ons voedsel, ons water. Onze lichamen zijn steeds zieker en onvruchtbaarder.
De vraag dient zich aan of die pijn ooit nog te bestrijden valt.

Advertenties