Mainstream

Er wordt nogal wat gefoeterd op de mainstream media, in kringen waar dat veel gebeurd vaak MSM genoemd. De mainstream media zouden aan de leiband lopen van regeringen en meedoen aan al het gelieg en gedraai waar onze overheid al vele jaren in uitblinkt.

Ik kan niet ontkennen dat dit soort zaken gebeuren. Zo herinner ik me een uitzending van het Nos-journaal waarin beweerd werd dat Poetin op een vraag van de Nos-verslaggevers geen antwoord had willen geven. Het bijbehorende beeld was dat van een weglopende Russische president. Ik weet niet meer waar het over ging, Poetin was in Nederland om zijn toen nog hier wonende dochter te bezoeken en de verslaggevers maakten van dat moment gebruik.

Een week of drie later gaf de cameraman van dat item blijk van gewetenswroeging. Hij postte op social media de oorspronkelijke beelden: Poetin was in een goede bui en gaf een uitgebreide reactie, het hele item bleek wel een kwartier te duren.

Dit is dus ronduit manipulatieve nieuwsvoorziening geweest en dit soort dingen gebeuren ongetwijfeld nog. Maar dat wil niet zeggen dat alle journalisten die bij de mainstream media werken niet deugen.

Daar werken ook zeer integere en goed opgeleide mensen, maar die hebben soms grote moeite om hun werk te kunnen doen. Bijvoorbeeld: informatie van de overheid krijgen, vergt niet zelden een enorm uithoudings- en doorzettingsvermogen. Zo las ik in de Volkskrant een paar weken geleden over een verzoek dat journalisten al drie (!) jaar geleden hadden gedaan over inzage in specifieke overheidsstukken. Ze waren zelfs naar de rechter gestapt die had bepaald dat de overheid die stukken ter beschikking moest stellen. maar ze hebben die tot op de dag van vandaag niet gekregen. In diezelfde editie een relaas van een columnist die graag een bepaald debat in de Tweede Kamer wilde bijwonen maar als niet-parlementair redacteur daar accreditatie voor moest aanvragen. De aanvraag werd pas gehonoreerd nadat het debat geweest was.

Het zijn rare tijden als het gaat om informatievoorziening. Fake news, feiten die worden afgedaan alsof het fake news betreft, feiten die als leugens afgedaan worden en leugens die als feiten gepresenteerd worden.

Journalistiek is nog nooit zo ingewikkeld geweest als in deze tijd.

Maar het gemanipuleer met informatie is niet van vandaag of gisteren.

Zo herinner ik als de dag van gisteren hoe ik als jonge undercoverjournalist in 1970 met een story kwam over meiden die in de prostitutie belandden na verslaafd te zijn gemaakt. Ik kwam op het spoor daarvan omdat er een poos veel hash verkocht werd met opium erin. Wat vreemd was, omdat opium duurder was dan hash.

I.p.v. dat het stuk geplaatst werd, moest ik op het bureau van de hoofdredacteur komen waar ook de toenmalige hoofdcommissaris van politie aanwezig bleek. Samen legden de heren me uit dat het artikel niet geplaatst kon worden omdat het teveel onrust zou veroorzaken. Twee jaar later kwam de Volkskrant met een artikel over wat toen meteen heroïneprostitutie heette. Betrof het in 1970 nog maar enkele meiden, twee jaar later ging het om tientallen slachtoffers. Ik kan er nog steeds boos over worden, temeer daar het niet plaatsen van het stuk voor mij heel nare gevolgen had.

Iedereen mag zich journalist noemen. Maar journalist is desondanks een serieus, moeilijk en soms gevaarlijk vak. Het eerste dat ik op de School voor de Journalistiek leerde, was dat objectieve journalistiek niet bestaat. Veel van de opleiding ging over hoe je desondanks tot zo betrouwbaar mogelijke informatie komt.

Er zijn nu veel mensen die -al dan niet onbetaald- werken voor wat meestal alternatieve of onafhankelijke media worden genoemd. Soms is hun informatie van groot belang. Maar net zo vaak wordt die informatie bijeen gegaard door mensen die nooit als journalist zijn opgeleid. Het maakt het er allemaal niet eenvoudiger op om als lezer of zelfs kijker te weten wat waar is en wat niet.

Betrouwbare, goed opgeleide journalisten zijn harder nodig dan ooit. Je vindt ze zowel bij msm als onafhankelijke media.

.

Iedereen journalist

Aan het begin van de turbulente jaren zeventig bezocht ik de School voor de Journalistiek. Je kwam niet zomaar op die school, er gingen uitgebreide toelatingsexamens aan vooraf en daarna moest je maar afwachten of je ingeloot werd. Dat laatste probleem had ik niet. Ik was al enige jaren werkzaam in de journalistiek en had daarbij de noodzaak van meer scholing ervaren en dat werd gehonoreerd met een ‘automatische’ toelating.
De school, destijds gevestigd in een oud gebouw in de Utrechtse Palmstraat, was de eerste formele opleiding in journalistiek en werd in het vak met de nodige scepsis bekeken. Tot dan toe werd journalistiek beschouwd als een roeping, een vak waar je voor ging, wat je door vallen en opstaan leerde en waarbij je als je geluk had feedback kreeg van een ervaren journalist die inmiddels zijn dagen sleet als redacteur.
Ik wilde me graag scholen in tv-journalistiek, maar telkens als ik was ingeschreven voor een semester werd belangrijke apparatuur uit de studio ontvreemd. Uiteindelijk zou ik mijn tv-semester jaren later als extraneus doen en vooral de cameratechniek kreeg daarbij uitgebreide aandacht, om te beginnen het zgn. witten’. Door je camera te richten op een A4 wit papier, kon je de zgn. ‘witbalans’ instellen, waardoor de kleuren van je opnames die je na het ‘witten’ maakte, konden gaan overeenstemmen met die in de werkelijkheid.
Kom daar nu nog eens om: Je pakt simpelweg je smartphone en begint te filmen en het apparaat regelt geheel automatisch de belichting.
In de beginjaren van Internet riep internetjournalist Francisco van Jole tegen eenieder die dat wilde horen dat uiteindelijk iedereen zijn eigen omroep werd.
Willem de Ridder begon al snel Ridderradio en bedacht daarna dat iedereen zijn eigen tv-journalist kon worden bij wdro.tv (Willem de Ridder Omroep). Hij hield eens een pleidooi tegen me over de voordelen van ongemonteerde interviews, waar hij zelf zich inmiddels een grootmeester in betoont. Ik werd er behoorlijk door geënthousiasmeerd en zou wellicht inmiddels ontelbare interviews bij wdro hebben geplaatst, ware het niet dat de plaatsingsprocedures niet helemaal goed werken en de systeembouwer naar het buitenland is verhuisd en kennelijk geen echte opvolger heeft. Het nadeel van vrijwilligerswerk maar het toont ook aan dat een omroep runnen, zelfs een digitale, toch geen sinecure is. Een systeem runnen kost tijd, kennis en.. geld.
Hoe groot voorstander ik ook ben van niet knippen en plakken met interview beeldmateriaal, simpelweg vanaf éen camerastandpunt een lang gesprek vastleggen kan saai worden en niet toereikend. Ter vergelijking twee interviews: met Guus Lieberwerth, en een gesprek met Eveline Bijkerk. Het eerste gesprek is gefilmd door een professionele cameraman en daarna intensief gemonteerd met beelden van de natuurlijke omgeving waarover gesproken wordt, het tweede mist elke vorm van context. Het verschil tussen professie en amateur.

Wat voor de technische aanpak geldt, geldt ook inhoudelijk. Een goed gesprek voeren en vastleggen vergt voorbereiding. Je echt verdiepen in de ander, met volle aandacht luisteren, indien nodig of zinvol de juiste vragen stellen. Het lijkt simpel, maar het is een vak. Misschien heb je een speciaal talent voor dat soort gesprekken, misschien heb je talent om journalist te worden.
Journalist is een onbeschermd beroep, iedereen die zichzelf journalist wil noemen mag dat. Maar jezelf zo noemen is één ding. Een goede journalist zijn een tweede.
Dankzij amateur video verslagen komen zaken aan het licht die anders misschien verborgen waren gebleven, maar niet elk amateurfilmpje is journalistiek.
Met de nieuwe media en de smartphone kan iedereen vlogger worden. Of tv-journalist. Maar niet elke vlogger wordt populair.

Van de vele mensen die de afgelopen decennia afstudeerden aan een van de journalistieke opleidingen in ons land, zijn de meeste geen journalist geworden of gebleven. Het is een veeleisend vak. En niet alleen vanwege factchecking (zie vorige column).
“Betrouwbare journalisten selecteren en plaatsen informatie in een context. Zij hebben spelregels en passen hoor- en wederhoor toe”. Deze zin staat op de flap van het in oktober uitgekomen boekje: ‘Iedereen journalist‘ van Roeland Schweitzer en Willem Wansink. Een bondig boekje, leerzaam voor iedereen die overweegt het woord journalist op zichzelf van toepassing te verklaren. De gelijknamige  driedelige documentaireserie van de NTR is een aanrader voor eenieder die denkt dat journalist een uitstervend vak zou zijn…
Steeds meer mensen hebben alleen nog social media als nieuwsbron. Nergens wordt zo gemanipuleerd met ‘de waarheid’ als in de social media. Goede journalisten zijn daar hard nodig.