Zondagsgebed

Deze mooie zondagmorgen word ik langs natuurlijke weg wakker. Als ik de rolgordijnen omhoog doe, zie ik dat de zon haar best doet door het wolkendek te schijnen. Een uur later is de lucht blauw en geniet ik van het zonlicht door mijn ramen. Na zoveel natte, donkere dagen is het een groot genot het zonlicht in volle kracht waar te nemen.
Ik ben niet alleen uitgerust wakker geworden, maar ook zeer geïnspireerd. Ik schrijf een stuk aan mijn boek, bel een vriend om hem te bedanken voor ons laatste gesprek, dat heeft bijgedragen aan dat ik nu aan dit boek bezig ben. Ik schrijf een vergelijkbaar dankwoord aan de uitgeefster die ik maanden geleden sprak en wiens woorden en ideeën het proces voor dit boek in gang hebben gezet. Ik schrijf nog wat mailtjes en stukken aan het boek en dan besef ik dat het tijd wordt dat ik wat glazen lauw water tot me neem. Ik doe er een grapefruit achteraan en ga naar de kamer waar een zacht donkergroen tapijt mijn dagelijkse yoga ondersteunt. Het zonnige weer maakt dat ik zin heb mijn spieren met dansen op te warmen. In de oude cassettespeler zit al weken een cassettebandje, maar het is zo lang geleden dat ik die afspeelde dat de muziek een verrassing is. Betere dansmuziek had ik me niet kunnen wensen.
Als ik twee songs later begin met het serieuzere rekken en strekken voel ik ontroering opkomen. Ontroering over de schoonheid van het leven. En dankbaarheid over al wat me gegeven wordt en is, waardoor ik nu sinds een week met dit boek bezig kan zijn.
En dan knapt er iets.
Ik begin te huilen.
Ik huil met hart en ziel.
Mijn hart huilt om de wereld. Onze prachtige wereld, onze prachtige aarde, die heel bijzondere schepping. Snikkend begin ik te bidden.
God help us!
Help all the beings!
Help the Earth
Help the animals.
They are all so beautiful
The world is so beautiful
Please help us save the Earth and all what lives

Ik weet ook niet waarom ik altijd als ik dit soort jankpartijen heb in het Engels begin te bidden. Maar ik bid, met hart en ziel en ik bid door.
Het oude cassettebandje speelt Belfast Child van de Simple Minds.
De tranen stromen over mijn wangen, ik snik tot in het diepst van mijn wezen.
God wat houd ik van de Aarde!
De Simple Minds zingen
“..that’s flesh and blood
All the girls are crying but all’s not lost
The streets are empty, the streets are cold
Won’t you come on home
Life goes on
One day we’ll return here
When the Belfast Child sings again”

Ik neem me voor de rest van mijn leven alleen nog maar mensen te willen inspireren het goede te doen.

Advertenties

Wat we willen

De radiopresentatrice kondigt een plaat aan over “peace and love, dat wat we allemaal willen in het nieuwe jaar”.
Is dat zo? Willen we allemaal vrede en liefde?

Er zijn machthebbers die daar anders over denken. Oorlog is goed voor hun business en dat geldt niet alleen voor de wapenindustrie. De machthebbers van nu zijn gevaarlijker dan die waar Machiavelli over schreef. Die hadden het nog over ‘verdeel en heers’. Die van nu gebruiken massapsychologische- en marketingtechnieken en complexe propagandatrucs om het volk om de tuin te leiden. Hardnekkig zijn de verhalen dat allerlei terroristische aanslagen goed bedachte theaterstukken zijn met echte en zelfs nep slachtoffers (foto’s in de Amerikaanse media van mensen die kennelijk bij meerdere aanslagen overlijden) die bedoeld zijn om de bevolking bang te maken en/of de aandacht af te leiden van andere zaken. Een bang volk kun je o.a. allerlei veiligheidsmaatregelen door de strot duwen die de privacy nog verder aantasten. (Privacy? Bestaat dat nog dan? Ach neem gewoon de volgende app). Ook de macht over de farmaceutische- en voedselindustrie schijnt een zorgvuldig bedacht scenario van machthebbers te zijn.  Waar of niet waar, er zijn duidelijk tal van  machthebbers  die minder baat hebben bij vrede dan bij oorlog. Er zijn er bij die democratisch zijn gekozen.

Wie kiezen zo slecht? Mensen die niet goed voorgelicht zijn misschien? Niet verder kijken dan hun neus lang is? Er komt steeds meer kritiek dat de huidige westerse mens teveel naar binnen i.p.v. naar buiten gericht zou zijn. Inderdaad schijnen steeds meer mensen niet meer het nieuws te volgen, laat staan achtergrondverhalen en documentaires tot zich te nemen. De jongere generaties kijken massaal liever tig afleveringen van een serie via Netflix dan dat ze lineair tv kijken en daarbij ook nog eens wat educatieve en informatieve inhoud tot zich nemen. Via Facebook krijg je vooral contact met gelijkgestemden en de harde werkers van nu zijn blij als ze zich thuis kunnen terugtrekken uit de wereld en zich richten op hun eigen familie, vrienden en entertainment. Carrières zijn steeds minder interessant zo niet onmogelijk (flexwerk, slechtere arbeidsvoorwaarden enz.) en werk wordt zo steeds minder iets waar je om immateriële redenen voor gaat en meer een middel voor een goed inkomen.
Het ik-gerichte lijkt steeds vaker niet zozeer een keuze maar een noodzaak die je in staat stelt om te gaan met hoe de samenleving is georganiseerd (survival of the fittest). Het is hard werken (en dan nog vaak de eindjes aan elkaar knopen) of buiten de boot vallen zoals tegenwoordig een uitkering hebben gezien wordt.
Het ‘navelstaren’ (mindfulness, yoga) is voor de werkers in onze samenleving een aan de massaal gepropageerde leefstijl tegenwicht biedende noodzaak geworden om rust te vinden, weer goed te kunnen slapen.
En dat is een goede zaak. Want met al dat naar binnen gerichte komt er ook aandacht voor gevoelens van onvrede, onrust, ongelukkig zijn, schaamte, onzekerheid e.d.
Want als we niet eerst in onszelf de problemen met het ervaren van liefde en vrede aanpakken, hoe kun je dat dan in de wereld om je heen? Emoties als haat, jaloezie en niet te vergeten angst zijn slechte raadgevers. Zolang je nog iemand misgunt dat hij of zij een mooiere auto heeft dan jij, of een beter salaris, of leukere kinderen of wat dan ook, is de vrede in jezelf niet bereikt. Zolang je bang bent dat vluchtelingen je materiële welvaart zullen verminderen of je morele waarden aantasten en ze daarom uit je land wilt weren, is het met de liefde in je leven nog niet goed gesteld.

Ik wens iedereen voor dit nieuwe jaar innerlijke vrede en liefde voor al wat is.

Roos van Jericho

Vorige week overleed mijn eerste grote liefde. Ik moest het uit de krant vernemen, want we hadden vrijwel geen contact meer. De laatste keer dat ik hem zag was bijna 20 jaar geleden, tijdens een feestje van een gezamenlijke relatie. Zodra we begonnen te praten was het alsof de tijd had stil gestaan. We zaten op een tafel, samen een eiland tussen de feestgangers.
Praten over de wereld en wat voor vreemde zaken daarin plaats vinden, we waren elk op onze eigen manier nog steeds activistisch journalist. Praten over persoonlijke dingen deden we niet veel. Net als toen ik 17 was, hij bijna 4 jaar ouder. Een paar keer eerder had ik gedacht verliefd te zijn, maar zodra ik hem ontmoette wist ik pas wat dat was. We zaten in dezelfde scene, hielden van dezelfde muziek, dezelfde dingen, deden blowend en wel ons ‘ding’, want werk voelde nooit als werk, maar over gevoelens zeiden we weinig tot niets, blikken moesten volstaan. We schrijven 1968, hét jaar waarin de ‘Love generation’ tot bloei kwam en mijn hele leven in een enorme stroomversnelling verliep. Zo’n razende vaart had mijn leven dat ik eind dat jaar wegliep uit het huis van mijn geliefde, van de hippie scene in Amsterdam, wegliep van huis en met een jongen die me voor het eerst van mijn leven een koe van dichtbij liet zien.
In weemoed geregeld denkend aan mijn grote liefde die ik versmaad had in ruil voor meer rust.
Door het bericht van zijn dood en door foto’s bij die berichten waaronder diverse uit ‘onze’ tijd, kwamen alle herinneringen terug, elk detail, elk moment, dat we met z’n tweeën gedeeld hadden, elke blik en… voelde ik weer wat ik voor hem voelde.
Of beter gezegd: voel.
De afgelopen dagen hebben me geleerd dat Liefde nooit echt sterft.