Stenen verleggen

De linden bloeien. In sommige straten komt hun zoete parfum je tegemoet waaien. Als de wind niet te hard waait tenminste, dat doet hij vandaag helaas wel.
In het park pluk ik lindebloesem. Minder dan andere jaren, want de bomen zijn vergeven van een kleverig goedje, vermoedelijk van een insect. Mijn handen plakken helemaal als ik een hoeveelheid ter grootte van een mok heb geplukt.
Dichtbij de bomen staat langs het pad een reclame bord van de Ex Bunker. De naam is exact wat het is maar van binnen is het al een paar jaar een kleine expositieruimte.
Met mijn plastic tasje met bloesem steek ik een grasveldje over en probeer me buiten de bunker op de hoogte te stellen van wie er exposeert. Een video gaat over bunkers en ik leg geen verband met de expositie. Onterecht zou blijken.
Achter de deuropening zit een lange jonge man.
“Ben jij de kunstenaar?” vraag ik, want meestal is dat bij deze maandelijkse exposities het geval.
Hij is een vrijwilliger die op de zaak past. Ik loop een metertje naar links en zie de lens van een projector. “Videokunst dus?” vraag ik retorisch. De blonde jongeman knikt. Ik sta op een vierkante meter grind en kijk de donkere ruimte in. Welke spannende sensatie gaat me nu weer hier bezorgd worden?
Na het grind komt een deurbreed en bijna vierkant stuk hout op de vloer waarop ik mijn voeten zet met het doel de expositieruimte in te lopen. Maar ik hoor steentjes vallen. Even denk ik dat het bij de expositie hoort, maar als ik twee keer heen en weer loop van de houten plank naar de grindbak besef ik dat het mijn schoenen zijn. De kleverige spullen van de bomen zijn kennelijk niet alleen op mijn handen maar ook onder mijn zolen terecht gekomen.
Zonder die vallende steentjes zou ik zo de donkere ruimte ingelopen zijn, maar pas nu krijg ik te horen dat dat niet de bedoeling is en dat ik het moet kunnen zien vanaf die bijna vierkante houten plank. Het is maar een kleine ruimte dus dat moet kunnen.
Als mijn ogen wennen aan het duister zie ik een glanzende vloer met allerlei kunstig gestapelde grote kiezels.
De video aan de rechter wand vertoont een man in een roeiboot waaraan twee touwen zijn gebonden waarmee hij een in het water staande bunker probeert vooruit te trekken.
De expo is van de hand van Jacob Oosting verneem ik en heeft als titel meegekregen: Verleg een steen.
Dankzij de plaaggeesten van de lindebomen heb ik heel wat stenen verlegd vandaag.

Advertenties

Plukken

Elk jaar pluk ik lindebloesem van dezelfde bomen. Ze staan met z’n drie├źn in het park en hun takken hangen elk jaar een stukje lager zodat het plukken steeds eenvoudiger gaat. Het is een tijdrovend werkje en ondertussen komen mensen van allerlei rangen, standen en pluimage langs. Iedereen kijkt. Sommigen openlijk verbaasd. Een enkeling, meestal een vage kennis, vraagt wat ik sta te doen. Plukken, evident toch?
Ze bedoelen eigenlijk waarom ben je dat aan het doen? Wat ga je er mee doen? Wat is het dat je staat te plukken? Ik laat ze graag een beetje raden.
Er zijn nog steeds niet zoveel mensen die kruidenthee drinken merk ik, en nog minder van lindebloesem.
En maar heel weinig mensen kennen namen van bomen, laat staan die van de Linde.
En zelf plukken? Dat doe je toch niet als stadsmens?
Fruit en noten van bomen en struiken worden in de stad nog vooral geplukt door mensen van niet-Nederlandse origine. De Nederlanders die plukken of rapen in en rond de stad hebben bijna altijd een uitkering.
Je zou bijna gaan denken dat zelf oogsten is voorbehouden voor mensen met lage inkomens. Of zouden anderen er geen tijd voor hebben?
Stedelijk groen wordt steeds meer uitgebreid met eetbare soorten. Wie dat ook gaan plukken en oogsten, het lijkt me in ieder geval goed voor minder vervreemding van de natuur en ons voedsel.

Twee jaar geleden kwam ik in de herfst het park in en zag de drie linden beschenen door de zon, waardoor hun geel geworden bladeren van goud leken. Terwijl ik ze stond te bewonderen lieten de drie bomen ineens gelijktijdig veel van die bladeren los. Een wondertje, want het was volkomen windstil op dat moment. En een wondertje van schoonheid, die dwarrelende gouden bladeren die schitterden in de zon. Nog steeds denk ik dat de bomen die ik telkens bedank voor hun bloesem, mij op die manier verwelkomden.