Hekken

Heel toevallig zag ik mijn nieuwe buurman met minstens twee meter lange latten de tuin in sjouwen, kennelijk bedoeld om een schutting te bouwen tussen onze percelen. Onze tuinen zijn van het formaat balkon op de begane grond en zo’n hoge schutting zou het toch al beperkte aantal zonuren op mijn badlaken groot grasveldje tot kwartiertjes reduceren.
We hadden elkaar nog niet gesproken, dus dat kon een pittige kennismaking worden met mijn nieuwe buurman. Met mijn vriendelijkste gezicht maakte ik dat ik buiten kwam.
Ik stelde me voor, we schudden elkaar de hand en maakten een praatje over onze huizen. En ja, die gelakte latten waren bedoeld voor de schutting. En nee, het was niet de bedoeling dat hij die doormidden ging zagen. Die hoogte was volgens mijn nieuwe buurman nodig om te zorgen dat hun hond niet mijn tuin in kwam. Die hond was een behoorlijk uit de kluiten gewassen Duitse herder, die Buster bleek te heten. “Mooi beest”, zei ik welgemeend. Ik had er geen bezwaar tegen als hij mijn tuin in kwam. Maar Buster was een gevaarlijke hond volgens buurman, die latten waren echt nodig. In stilte maakte ik contact met Buster, onderwijl buurman vertellend dat ik zelf ooit een Duitse herder had gehad. Buurman keek me ongelovig aan,  daar was ik in zijn ogen kennelijk geen type voor en allengs werd Buster in zijn woorden een steeds onmogelijker hond. Terwijl we praatten bleef ik in stilte contact maken met Buster. “Kom maar hier jongen,” zei ik uiteindelijk zachtjes. Rustig haalde ik Buster aan die binnen no time volkomen tot rust bij mijn voeten ging liggen en daarmee buurmans laatste argument om de latten niet doormidden te zagen ontnam. Ik had er een vriend bij en meer dan een meter schuttinghoogte minder.
Dit voorval is vele jaren geleden, maar ik denk er vaak aan terug als ik zie hoe mensen overal hoge schuttingen en muren bouwen.
Eigenlijk zijn ze net als honden, ze zetten hun territorium af. De palen en hekwerken zijn hun geurvlaggetjes.
Wat in het klein gebeurt, gebeurt in het groot ook weer. We hebben kennelijk weinig geleerd van de voormalige Berlijnse muur. Hele woonwijken worden ommuurd om mensen het idee van veiligheid te bieden. In steden als Londen betekent dit dat het steeds moeilijker wordt om in een enigszins rechte lijn van het ene naar het andere stadsdeel te komen. Terwijl de wereld steeds overzichtelijker wordt en de globalisering blijft toenemen wordt het op steeds meer plaatsen in de wereld moeilijker en moeilijker om van het ene naar het andere land te komen. Families en geliefden worden gescheiden, alleen met pasjes en urenlange controles kun je aan de andere kant van zo’n muur of metershoog hekwerk komen.
Sedert we vanuit de ruimte daar naar kunnen kijken, beseffen we wat een klein en kwetsbaar bolletje onze planeet is. Dat was in 1968, maar de mens gaat desondanks door met zijn expansiedrift.
Tegenlicht gisteravond ging over het Antropoceen, het tijdperk van de mens.  Over zowel wetenschappelijk aantoonbare als voor een groot deel nog onbekende en complexe samenhang der ‘dingen’ waardoor we met zijn allen dienen samen te werken om het leven op onze kwetsbare moeder Aarde leefbaar te houden.
Daar passen geen muren bij.
Daar heb je wereldburgers voor nodig.
Mensen die beseffen dat we allemaal met elkaar te maken hebben, niet alleen mensen, maar al wat leeft.
Maar zolang de mens primitief zijn energie steekt in zijn territorium verdedigen, met en zonder geweld, en toe blijft geven aan zijn expansiedrift, blijft het aantal levensvormen in hoog tempo afnemen.
Dieren kunnen niet door die hekken.