Alles is goed

Bij een van de toegangen van het natuurpark staat naast een bruggetje een verlaten scootmobiel. Ik kijk om me heen, vanaf het bruggetje kan ik een groot deel van het natuurpark overzien, maar geen mens te bekennen.
Ik ben niet ongerust. De eigenaresse van de scootmobiel komt hier al jaren en in die tijd hebben we diverse gesprekken gevoerd. De eerste keer over de indruk die zo’n verlaten scootmobiel op mij en anderen maakte.
Ze heeft er wat op bedacht: aan de achterkant van de rugleuning heeft ze met 2 knijpers een geplastificeerd briefje opgehangen.
Daarop staat met grote letters
‘ALLES IS GOED’
en daaronder:
“Ik ben even wandelen of zit op een bankje te genieten van het uitzicht of drink een kopje koffie.
Je hoeft niet de politie te bellen, alles is goed.
Maar wil je wel met je handen van mijn scootmobiel afblijven!”

Mensen met een scootmobiel kunnen meestal nog wel lopen, maar niet lang. Of alleen met heel veel aandacht erbij en de ondersteuning van een stok.  De vrouw van de verlaten scootmobiel loopt heel bedachtzaam, alsof ze lessen in Mindfulness in de praktijk brengt.
‘Iedere stap is vrede’ heet een boek van de van oorsprong Vietnamese zenmeester Thich Nhat Hanh die wordt gezien als de grondlegger van Mindfulness. Beroemd zijn zijn lessen in schrijden, maar loop meditaties horen bij elke boeddhistische cursus of yoga onderricht.

De meeste mensen wandelen in gezelschap. Al kletsend over van alles en nog wat, hele disputen kunnen al wandelend worden aangegaan. Ook ik vind het af en toe gezellig om met een vriend of vriendin in de natuur te wandelen. Ik kan dan niet nalaten om hun aandacht te vestigen op de natuur om ons heen, meestal zien ze dat nauwelijks, sommigen kijken, gefocust als ze zijn op het gesprek, zelfs meer naar de grond voor zich dan om zich heen.
Hoe anders is dat met mijn hond; hij ziet alles wat er gebeurt in de natuur en door zijn focus zie ik meer dan als ik alleen loop. We stappen stevig door of wandelen heel rustig, naar gelang we zin hebben en wat er te zien is. Ik zou ook kunnen gaan schrijden, bewust zijn van elke stap, dan zou ik wellicht nog veel meer van alle details in de natuur kunnen genieten, het micro leven tussen het gras waarnemen.

Mijn huidige hond doet hetzelfde als mijn vorige hond: bij het betreden van het natuurpark blijft hij even staan en kijkt langzaam om zich heen. Alsof hij de natuur indrinkt met elke ademhaling. Ik herken dat, doe hetzelfde.
“Om werkelijk te leven, moeten we terugkeren naar het nu. Het voertuig dat ons naar het heden terugbrengt is onze bewuste ademhaling” (citaat uit de teaser van het boek ‘Iedere stap is vrede’)

De benenwagen is ook een voertuig.  Bedachtzaam lopen in de natuur, dan is alles weer goed.

 

 

 

Advertenties

Natuurpark

In mijn stukjes hier heb ik het zo vaak over een natuurpark waar ik geregeld kom, dat ik vanmorgen een fotoreportage daarvan heb gemaakt.
Je vindt het hele fotoalbum op mijn facebook pagina

Natuureducatie

Zonnig weer en vrije dagen is een aantrekkelijke combinatie om de natuur in te trekken. Dit lange weekend blijken veel kinderen met en zonder ouders het natuurpark aan de rand van de stad te hebben uitgekozen. De eerste kinderen die ik zie schat ik tussen de 8 en 10 jaar. Ze zijn bezig met vissen in de vijver die dient als kraamkamer voor veel vissoorten. Kinderen weten zulke dingen meestal niet. Maar snoeken wel en dat die daar zitten trekt al jaren veel jeugd aan. Ik werp een blik op hun professioneel ogende equipement; die hebben ze vermoedelijk geleend van een oudere broer. Ik besluit hun plezier niet te vergallen, zeg niks en vertrouw er op dat eventueel gevangen vissen worden terug gezet.

Maar daar komt het volgende kind aan gesjeesd. Op een mountainbike crost hij door het veld waar het hele jaar door allerlei bloemsoorten bloeien, waaronder de Grote Ratelaar. Om hem heen blaft en dolt een Vizsla. Ik bedenk dat we blij mogen zijn dat de hond dolt met de jongen, want een jachthond als de Vizsla in deze tijd van het jaar hier los laten lopen lijkt me niet erg bevorderlijk voor de broedende dieren en de recent geborenen. De neiging van de hond om zigzaggend over het land te lopen op zoek naar wild lijkt me überhaupt een reden om een hond in een natuurpark aan te lijnen. Ik spreek de jongen aan en zeg dat het de bedoeling is dat hij op de paden blijft en dat er zeldzame planten door zijn wielen vernield worden.  De jongen reageert niet en fietst ‘gewoon’ verder door het groen. Ik krijg geen steun van de vader van de jongen die me verstoord aankijkt. “U kunt er een boete voor krijgen,” zeg ik zo ferm mogelijk. Ik ben verbaasd dat uit mijn mond te horen komen. “Dat zal dan wel,” zegt de vader en draait me de rug toe. Er is afgelopen jaar al een eerste fietsluis aangebracht, daar zal het niet bij blijven vrees ik…

Een stukje verder zijn drie kinderen aan het voetballen op het moerassige veldje. Plaggen vliegen door de lucht. Een middelmaat hond, type poedel, rent met de kinderen mee. Een moeder staat er lachend bij te kijken. Ik besluit nu eerst de ouder aan te spreken. “U weet dat dit park niet bedoeld is om er te voetballen? Uw kinderen zijn aan het spelen op een veldje waar zeldzame orchideeën groeien.  Zou u zo vriendelijk willen zijn ze van het veld te halen?” “Dat wist ik niet”, zegt de vrouw. “Bij elke ingang in het park staat een bord waarop staat dat u alleen op de paden mag komen,” zeg ik. “Als uw kinderen willen voetballen, kunt u o.a. in het Wilhelminapark terecht.”
“Maar daar mogen ze ook niet overal komen.”
Alsof dat zou moeten kunnen…

Nog geen minuut later zie ik het volgende stel kinderen door het groen rennen. Hun ouders lopen arm in arm over het pad. Een eindje achter hen zie ik een groepje mensen met een picknickkleed in de weer.
Ik heb er genoeg van. Ik krijg ineens meer begrip voor de ecoloog die hier de scepter zwaait. Hij staat bij vaste bezoekers bekend als iemand die redeloos kwaad kan worden over het gebrek aan respect voor dit kleine gebiedje natuur waar hij samen met tientallen vrijwilligers probeert een zo goed mogelijk natuurlijk evenwicht te creëren met een grote soorten diversiteit.
Dat hij geen vertrouwen heeft in mensen die zeggen dat hun hond op het pad blijft en zich ook anderszins geroepen voelt om een soort politieagent te spelen, snap ik na deze wandeling wel.

Sterker nog ik ben verbijsterd over het domme egoïsme waarmee ouders hun kinderen in een natuurpark laten spelen. Waarschijnlijk hebben die ouders zelf nooit natuureducatie gehad. Toch is een natuurpark daar de uitgelezen plek voor…
Fietsen, ballen en andere sporten horen niet thuis in zo’n klein natuurgebiedje. We willen toch niet dat natuur in Nederland straks vooral bestaat uit grasland waar je op kunt spelen, sporten en picknicken…

Boterzuur

Het beheren van een natuurpark bestaat uit vele dilemma’s. Het begint al met de bezoekers; ze zijn het bestaansrecht van zo’n park, maar ook de bedreigers er van. Grote kans immers dat bij veel bezoekers het wild verdwijnt, om het over vandalisme en het achterlaten van afval maar niet te hebben…
Moet je weiden maaien of juist wild laten groeien? De jongste opvatting is dat 2 x per jaar maaien zorgt dat er meer diversiteit aan planten ontstaat of blijft bestaan. Maar de ecoloog in ‘ons’ natuurpark is telkens voor er gemaaid wordt druk in de weer met bamboestokjes met rood-witte linten eraan om aan te geven welke planten niet gemaaid mogen worden.
Van welk materiaal maak je de paden? En hoe breed mogen die zijn? Zet je bankjes neer? Dan moet je ook prullenmanden neer zetten maar wie leegt die dan? Het rijdend materieel van de stadsreiniging kan niet over die smalle paden. Paden toch breder maken dan of de bankjes weg?
Moet je bomen kappen of juist oud laten worden? Omdat natuurpark Bloeyendael een grienden landschap is mogen de bomen niet groot worden want dan zou er verbossing gaan plaatsvinden.
Met zoveel watertjes zijn er ook vele bruggetjes. In de ruim tien jaar dat ik geregeld in Bloeyendael kom, heb ik zo om het jaar een deel van het bruggenbestand vervangen zien worden. 5 jaar lijkt de maximale levensduur van deze bruggetjes. Er is al eens strijd geleverd met de provincie die vindt dat voetgangersbruggen opvallend wit moeten zijn. Maar daar is de ecoloog tegen. Dus zijn de bruggetjes van geïmpregneerd hout. Volgens de bouwers van de bruggetjes dienen deze elk jaar schoon gespoten te worden zodat er minder verweer plaats vindt. Maar dat gebeurt niet. Laat staan dat er een nieuwe onderhoudslaag op gekwast wordt.
Ik spreek er de ecoloog op aan. Volgens hem is dat schoonspuiten niet elk jaar nodig. En.. de bruggen zijn dit keer geïmpregneerd met boterzuur. “Let maar op,” zegt hij enthousiast, “als het warm weer wordt volgend jaar dan ruik je dat nog”. Volgens hem kunnen de bruggen dankzij boterzuur 20 jaar mee.
Ik hoop het maar, want de natuur krijgt door al het grote materieel dat ingezet wordt bij het vervangen van de bruggetjes elke keer een fikse optater, waarvan ik me eerlijk gezegd afvraag of die niet erger is dan die bruggen net als in andere parken geregeld te schilderen. Groen misschien i.p.v wit?
En iedere keer nieuw hout voor nieuwe bruggetjes lijkt me weinig met duurzaamheid te maken te hebben. Maar het hele bruggetjesdilemma gaat daar natuurlijk over 😉

Bloeyendael-brug