De verkeerde discussie

Aan de praattafels op televisie gaat het nog steeds vaak over dat er zoveel veranderd is sedert 9/11, de moord op Pim Fortuyn (6 mei 2002) en vooral sedert die op Theo van Gogh (2 november 2004). Dan gaat het gesprek over hoe die moorden mede oorzaak zijn van dat bevolkingsgroepen steeds verder uit elkaar gedreven worden. Dat soort gesprekken werken, onbedoeld wellicht, mee aan dat van elkaar vervreemden.
Er was weer zo’n soort discussie in DWDD op 6 december over ‘De stand van het land’. Het draaide om de vraag: Hoe kon het ooit zo tolerante Nederland veranderen in een multi-cultureel drama?

Barbara Baarsma, hoogleraar marktwerking- en mededingingseconomie aan de UvA had het in dit verband zoals vaker over het belang van onderling vertrouwen. Volgens haar is dat toegenomen, maar waar baseert ze dat op? En vertrouwen tussen wie of welke groepen?
De onderklasse van de samenleving heeft de overheid nooit vertrouwd.
“In Den Haag zijn het allemaal zakkenvullers” is een uitspraak die ik lang geleden al van taxichauffeurs en vele anderen mocht optekenen.
Het is er niet beter op geworden.
Steeds meer feiten komen aan het licht dat er inderdaad op regeringsniveau nogal wat zakkenvullers rondliepen en ongetwijfeld nog steeds lopen. Ook wordt steeds duidelijker hoe politici, hoe goedwillend ze soms ook zijn begonnen, uiteindelijk als ze deelnemen aan de regering, door macht gecorrumpeerd worden.
Ook de middenklasse en hoger opgeleiden moeten zo langzamerhand toegeven dat er iets schort aan de relatie overheid-burger. Dat gaat nog schoorvoetend.
Als je mensen kent die op leidinggevende posities zitten heb je de neiging om andere leidinggevenden in bescherming te nemen. Zoals beschaafde mensen altijd denken dat andere mensen ook beschaafder zijn dan ze zijn.

Misschien zou het aan die tv discussietafels meer moeten gaan over vertrouwen. Niet omdat het kabinet Rutte III als motto heeft ‘vertrouwen in de toekomst’, maar omdat de burger zijn eigen overheid niet meer kan vertrouwen (zie vorige column Beerput Nederland)
Misschien zouden we deze vragen eens moeten stellen:
Hoe voorkomen we dat overheden als de onze vervreemding in feite stimuleren
en wel door in hoofdzaak 2 feitelijkheden:
1. meewerken aan het creëren van een angstcultuur waardoor burgers zowel tegen elkaar worden opgezet als bij voorbaat monddood worden gemaakt
2. met allerlei stiekeme agenda’s in feite lak hebben aan de burger.

Nog een paar vragen:
Hoe zorgen we ervoor dat de burger niet meer gemanipuleerd wordt
en democratie niet steeds meer een farce blijkt?

Wezenlijke normen en waarden, zoals er zijn voor elkaar, zijn meer te vinden bij de zogenaamde onderklasse dan bij de machthebbende lagen van de bevolking. Of zie ik dat verkeerd? Hebben misschien alle lagen en groepen in de samenleving met elkaar gemeen dat ze vooral solidair zijn met hun eigen groep en is dat juist waarom de kloof steeds groter wordt?
Maar hoe komt het dan toch dat juist die onderklasse stemt op machthebbers die het beste kunnen liegen en uiteindelijk niet het beste met hen voor hebben?
Hoe zouden we dat kunnen veranderen?

Wellicht heeft Barbara Baarsma gelijk en moeten we beginnen met elkaar weer vertrouwen. Maar waar begint dat? Bij het touwtje uit de deur waar Jan Terlouw al eens voor pleitte?
Bij 1,4 miljard dividend belasting kwijtschelden aan internationals terwijl je vader of moeder lang op de wachtlijst staat voor een verpleeghuis en de gewone verzorgingstehuizen het koken van eten voor hun bewoners niet meer ‘rendabel’ vinden?
Hoe leer je weer vertrouwen als je vertrouwen steeds opnieuw beschaamd wordt?

Advertenties

Weggooien

Of ik even het wandelwagentje kan vasthouden zodat het niet kiept. Het is een speciaal wandelwagentje, een zgn. doggy ride. Ze vervoert er haar hoog bejaarde teckel in die ze nu gaat pakken om de terugreis te kunnen aanvangen. Ze heeft veel boodschappen in het karretje waardoor het gewicht teveel een kant op gaat. Bij die boodschappen een nieuwe koekenpan. Vanmorgen is haar oude koekenpan gevallen. Hij was wel vaker gevallen, maar ze was er een beetje aan verknocht, maar nu was hij toch echt kapot.
Ik herken dat. Heb al lang een nieuwe koekenpan, maar gebruik nog steeds de oude waarbij ik elke veertien dagen een schroefje moet aandraaien anders valt het handvat er af. De nieuwe koekenpan is net een andere maat en van ander materiaal, we moeten nog aan elkaar wennen. Never change a winning team, maar soms kan het niet meer anders.
Ik heb enige mate van bewondering voor mensen die zaken die beschadigd zijn rücksichtlos weggooien. Alles in hun huis is heel en functioneel, ze hebben nooit uitpuilende kasten maar zijn de eersten die hun kast of lade te vol vinden en dan efficiënt opruimen.
Ik was zo’n type dat die mooie mok of bord waar een klein stukje van af is, toch weer afwast en terug in de kast zet. Was, want sedert iemand die trainingen gaf aan kantinedames me vertelde hoe servies met een barst of andere beschadiging bacteriën verzamelt en hoe hij die bij trainingen onder een vergrootglas liet zien waarbij de dames gruwden, weet ik dat het te onhygiënisch is.
Maar andere zaken zijn nog steeds wel ergens goed voor. Ooit. Misschien. De zolder getuigt van deze misplaatste zuinigheid. Hoewel, ook weer niet helemaal misplaatst, want vanuit milieu oogpunt gezien is weggooien wat nog goed is een slechte zaak. Daarom vind ik al die weggeefwinkels, -tafels en gevelkastjes zo’n uitkomst. Wat je niet meer nodig hebt kun je daar een goede bestemming geven. Er blijkt altijd wel iemand gebaat bij wat jij weggooit.
Ik breng nu elke week iets weg naar zo’n weggeefplek. Mijn huis wordt steeds ruimer… Dat voelt lekker, ook ruimer in mij.
Wie weggeeft wat je niet meer nodig hebt is niet alleen aan het opruimen. Je zorgt er ook voor dat je vertrouwen kan groeien. Het vertrouwen dat het leven, het universum, God of hoe je het ook maar noemen wilt, zorgt dat alles op je pad komt wat je nodig hebt.
We hebben veel minder nodig dan we denken. Ik ben op vakanties steeds weer verbaasd hoe tevreden ik ben met wat ik in mijn koffer heb en wat ik op mijn bestemmingen aantref.
Overbodige zaken zijn ballast, illustraties van je onzekerheid over de toekomst. Die onzekerheid zit in onze westerse, materie gerichte cultuur ingebakken.
In de tijd dat Portugezen en Spanjaarden aan het koloniseren waren vroeg een Indiaanse medicijnman een keer aan zo’n Zuid-Europese handelsman: “Waarom kap je toch zoveel bomen? En waar breng je die naartoe met je schip?”
“Die neem ik mee om voor de toekomst van mijn zoon te kunnen zorgen.”
“Eigenaardig,” zei de medicijnman. “Wij laten de bomen juist staan omdat we vertrouwen dat moeder aarde zo kan zorgen voor de toekomst van onze zonen”.

Terschelling

Goed beschouwd is de Friesland, de grote veerboot die me naar Terschelling brengt, met zijn ruimte voor o.a. 1100 passagiers en 100 auto’s niet in verhouding met de kleinschaligheid van dit eiland. Ook de meeste huisjes zijn klein. De huisjes in het havenplaatsje West-Terschelling hebben allen maar twee woonlagen wat een vriend die ik een vanuit het hoge duin gemaakte overzichtsfoto toestuur de kwalificatie ‘Madurodam’ ontlokt.
Pas als ik een fietstocht over het eiland maak zie ik hier en daar drie en enkele gebouwen met zelfs vier woonlagen. Het zijn bijna allemaal moderne hotels. Er zijn zichtbaar ook een aantal rijken op dit eiland neergestreken. Hun grote villa’s detoneren niet in het landschap, maar wijken wel opvallend af van de toon en kleur van de rest van dit eiland. Die toon ademt bescheidenheid. Je hoeft ook niet veel ruimte in te nemen als natuur om je heen je ruimte biedt. Het is te hopen dat die natuur niet volgebouwd wordt, maar de tendens daartoe is in de duinen wel zichtbaar.

Vanaf een duin in Oosterend, de uiterste plek waar nog bebouwing is, kan ik goed zien hoe smal het eiland eigenlijk is. Rechts strak groen, door schapen begraasd weideland met daarachter de waddijk, links de duinen met daarachter goed zichtbaar de druk bevaarde Noordzee. Dit uitzicht valt me ten deel na tal van andere landschappen en fraaie vergezichten. Het donkere bos, duinlandschappen, prachtige luchten, machtig mooi lijnenspel fietsend over de waddijk.
In de pittoreske dorpjes met hun kleine huisjes laat ik me op zonovergoten terrasjes verwennen met lekkernijen van het eiland, zoals de cranberry cheesecake.
Het leven is goed hier.
20150828_135144
Het grootste deel van de fietstocht steekt een in Midsland gekocht droogrekje uit mijn fietstas. Zouden mensen me daardoor aanzien voor een ‘local’ of een ‘loco’? Het maakt niet uit, als je hier vriendelijk een praatje maakt, krijg je altijd een vriendelijk woord terug. Ontspannen en relaxt zijn lijkt hier de volksaard.

’s Ochtends bij de fietsenverhuur koos ik voor de eenvoudigste fiets, 3 versnellingen, fietstassen erbij, de borg is een tientje. Ik hoef me niet te legitimeren alleen het adres waar ik verblijf op te geven. We maken grapjes over dat ik de fiets toch niet op de veerboot meekrijg en ik roem de kleinschaligheid hier. Ik pin 17,50. Als ik meld dat ik niet voor sluitingstijd terug zal zijn krijg ik instructies hoe de fiets in te leveren en… krijg meteen mijn borg van een tientje contant terug.
Deze blijk van vertrouwen is blijmakend en ik bedank de twee mannen hartelijk daarvoor. Als ik wegfiets blijk ik een duurdere categorie fiets mee gekregen te hebben, een met 7 versnellingen.

Wonen in een omgeving waar de menselijke maat nog regeert zorgt kennelijk ook voor vertrouwen in de medemens.