Afvallen

Was ik nog aan het nadenken hoe ik hier zou schrijven over hoe ik 11 kilo ben afgevallen zonder enig dieet, was daar deze week de uitzending van de Keuringsdienst van Waarde over gemodificeerd zetmeel.

Het wordt gemaakt van maismeel of aardappelmeel en wellicht nog meer. Je kunt er, blijkt uit die uitzending, dus ook lijm van maken. Dat wist ik nog niet. Wat ik wel wist is dat als gemodificeerde ingrediënten op het etiket stonden van een of ander product van de voedingsindustrie, ik daar niet tegen kon. Op zijn minst word ik een kwartier of iets langer na het nuttigen van zo’n product moe.

Er staan nog meer bewerkingen op etiketten: er wordt gehydroliseerd, gehydrogeniseerd, ontsloten, geëxtraheerd, gluten verwijderd en nog tal van andere bewerkingen van gewone voedingsmiddelen. Als er bakkersgist op staat, zit er in dat bakkersspul meer dan gist, zo zit er o.a. broodverbetermiddel in, maar dat hoeft niet vermeld te worden. Over alle toevoegingen al dan niet als E-nummers vermeld heb ik het dan nog niet eens.

Zo’n 15 jaar geleden was ik na het stoppen met roken in een half jaar tijd 20 kilo aangekomen. En ik zweer, niet door meer te gaan eten of snoepen. In tegendeel, ik was een gewaarschuwd mens, want slechts een enkeling komt niet aan na stoppen met roken. De meeste stoppers zien na een poos de weegschaal 8 tot 20 kilo meer aangeven. Dus dronk ik lauw water voor ik ging eten, nam water als ik zin kreeg in lekkers, maar ik had de hoofdprijs.

Wat ik ook probeerde, die 20 kilo bleef.

Tot ik het verband legde tussen moe worden met als ik iets van de voedingsindustrie genuttigd had. Een paar keer nam ik de proef op de som door een paar weken niets kant-en klaars of geprefabriceerds uit de supermarkt te kopen en alles wat ik at zelf van verse producten te bereiden. Brood bak ik al jaren zelf.

Telkens ging na een week of drie de weegschaal iets naar beneden. Maar ik hoefde maar een diepvriespizza te nemen of een toetje en hupsakee, daar was die een of twee kilo weer terug.

Begin vorig jaar gooide ik het roer radicaal om: geen enkel product van de voedingsindustrie kwam meer mijn huis in. Wel pure producten, zoals melk, joghurt, boter, kaas, groenten en fruit, maar niets met vreemde bewerkingen of -namen en ook geen vreemde suikers zoals maltrose-dextrose of glucosestroop e.d.

Het resultaat: ik ben 11 kilo lichter inmiddels, zonder dat ik minder ben gaan eten. Ik eet gewoon waar ik zin in heb, steeds vaker ook vegan, ik eet volop als dikmakers bekend staande noten, bonen, aardappels, verse friet en lekker zelfgebakken brood met gezond beleg. Dat kan ook pindakaas van 100% pinda’s zijn, al dan niet met een laagje tomatensambal erop. Ik eet zelfs af en toe zelfgebakken taartjes en -koekjes e.d. met suiker!

Heel af en toe neem ik nog iets ‘lekkers’ mee uit de super, maar controleer dan wel het etiket.

Als iets me, ook weer door die uitzending van de Keuringsdienst duidelijk is, is dat al die stofjes alleen maar bedoeld zijn om zo goedkoop mogelijk te produceren. Het voorbeeld van de met gemodificeerd zetmeel en weinig andere ingrediënten geproduceerde ‘tomatensoep’ in de uitzending van de KvW spreekt boekdelen.

Gewone bewerkingen kunnen nuttig zijn om voedingsmiddelen te bewaren zoals invriezen, koken, pasteuriseren en fermenteren en kan ook zorgen voor een hogere beschikbaarheid van voedingsstoffen. Maar dit soort bewerkingen worden steeds meer aangevuld met of zelfs vervangen door industriële ultrabewerkingen.

Ook in de voedingsindustrie is het geld dat regeert.

Vegan

In Steenwijk stapten diverse fietsers met fiets op de trein. Ook in het halletje waar ik tot dusver samen met mijn hond het rijk alleen had, werden twee fietsen neergezet. Gelukkig posteerden de bezitters daarvan zich bij de fiets, want mijn hond begon al versneld adem te halen, een eerdere treinreis was een fiets omgevallen, zoiets vergeet hij nooit meer.

Naast mij op een klapstoeltje kwam een meisje zitten. Ik schatte haar een jaar of 14, 15, maar ze was ouder, want ze reisde naar Leeuwarden, waar ze een opleiding voedingstechnologie volgt. Alleen dat woord al, voedingstechnologie, geeft volgens mij aan wat er mis mee is. Goed voedsel wordt in mijn optiek gemaakt van pure, natuurlijke ingrediënten, de enige techniek die daar bij te pas komt is die van mijn fornuis.

Ik zag een fietser al instemmend knikken en ik kon het niet laten het meisje te bevragen naar de technieken die ze leerde. Die zijn nodig om te zorgen dat er voldoende voedsel voor iedereen is, sputterde ze tegen. Maar ik stak een betoog af over alle ziekmakende ingrediënten die de voedingsindustrie meent te moeten toevoegen aan ons voedsel en dat vers voedsel, liefst lokaal geteeld en verkocht ook veel beter is voor het milieu.

Het was duidelijk allemaal bekend bij de steeds meer instemmend knikkende fietser, maar nieuw voor het meisje. Ik kreeg al bijna medelijden met haar en besloot haar te vragen even op mijn hond te letten zodat ik op het toilet beter kon afstemmen op het enorme leeftijdsverschil. Maar toen ik terugkwam had ze een weerwoord. Ze had een heel leuke opdracht, vertelde ze. Ze moest iets bedenken waardoor kruiden beter en langer houdbaar zouden worden.

“Die methodes zijn er al: drogen of eventueel minder milieuvriendelijk vriesdrogen,” stelde ik.

Ze deed nog een dappere poging weerstand te bieden. Dankzij de voedingstechnologie kon er nu meer vegan, beweerde ze. De voedingstechnologie zorgt voor baconsmaak, vissmaak, eiersmaak, vervanging van eiwitten enz..

Ja, vegan is ineens heel populair in de voedingsindustrie. Ze zien weer een nieuw verdienmodel en het populair maken daarvan is vooral een kwestie van marketingtechnieken, heeft niets te maken met de mensen gezonder willen laten eten. Immers als je vegetarisch of veganistisch wilt eten, kan dat zonder technologie. Maar daar heb je wel wat meer kennis van voedsel voor nodig dan bij de gemiddelde Nederlander het geval is.

Vegetariërs en veganisten hebben al decennia, zo niet eeuwenlang gezond kunnen eten door hun eiwitten te vervangen door peulvruchten, paddenstoelen enz. Maar de moderne vegetariër wil kennelijk een ‘vleesvervanger’ geproduceerd door de voedingsindustrie, als we de marketingslogans van de industrie moeten geloven. Die vleesvervangers zitten vol chemicaliën, gemodificeerde, gehydrogeniseerde of hoe dan ook bewerkte voedingsmiddelen, om het over problemen met de teelt van voedingsmiddelen als soja (tofu) nog maar niet te hebben.

Een kennisje maakte afgelopen jaar “Lekker plantaardig’: de eerste ‘vegan scheurkalender’. Een geweldig initiatief dat ik van harte steun. De recepten probeer ik van tijd tot tijd uit en mijn ervaringen deel ik met haar, zodat ze die desgewenst weer kan verwerken in de volgende editie.

Ik leer er veel van en dat komt mijn creativiteit bij vegetarisch koken ten goede.

Maar sommige recepten weiger ik te maken. Want wat moet ik met een ‘vegan tonijnsalade’ of een ‘eiersalade zonder ei’?

Ik begrijp wel dat dit soort aanduidingen worden gebruikt om beginnende vegetariërs en veganisten over de streep te helpen met minder vlees en zuivel eten, maar tegelijkertijd begrijp ik dat op deze manier gepromoot, we vooral te maken hebben met een soort vegan mode. Vegan is hip, maar moet vooral niet te moeilijk zijn kennelijk.

Dat heeft de voedingsindustrie goed begrepen.

Ik durf zomaar ongecontroleerd te beweren dat ze vast wel op de een of andere manier de opleiding van het meisje uit Steenwijk sponsoren. Dat dacht die instemmend knikkende fietser in de trein ook.

Vuil

Straatvuil is volgens sommigen een bejaarden onderwerp. Jeugd zul je er inderdaad zelden over horen en dat lijkt me een deel van het probleem. Tenzij die jeugd met een puppy over straat loopt. Want dan merk je pas goed hoe erg het gesteld is met de troep op straat. Mijn pup vond de eerste weken op ongeveer elke meter bestrating wel iets van zijn gading. Plastic dopjes, verpakkingsmaterialen, lege blikjes en koffiebekers, babysokjes, handschoenen, touwtjes enz. enz.. Na twee maanden hard trainen waren we eindelijk zover dat hij het meeste op commando weer los liet, maar papieren zakdoekjes en alles wat zelfs maar in de verte riekte naar eten moest ik nog steeds uit zijn bek zien te halen voor hij het misschien doorslikte. Hele sokken van een grote mannenmaat slikte hij door… We hebben geluk gehad dat hij die na een paar dagen weer uitkotste, als zo’n kunststof sok vast was komen te zitten in zijn darmen was de ellende niet te overzien geweest.
Mijn hond is nu tien maanden en “ahah!” en “viesbah” volstaan meestal en zo niet werkt het commando “los”. Nog slechts een enkele keer moet ik iets uit zijn bek halen.
Ik denk geregeld aan vissen en andere (zee)dieren waarbij niemand in de buurt is om ze te leren van plastic en andere troep af te blijven, laat staan het tijdig uit hun bek te halen.
Ik vraag me af: waarom is de mens zo’n vervuilend wezen?
Dat plastic zakjes nu een beetje geld kosten zorgt er zoals verwacht voor dat er minder daarvan over straat zwerven. Maar nog steeds barst het van andere plastic zakjes en bakjes waar broodjes, salade of god mag weten wat in heeft gezeten. Vooral lunchverpakkingen zijn veel op straat te vinden. Dat lijkt me toch vooral een mentaliteitskwestie al is de rol van vogels die zaken uit prullenbakken halen ook niet gering. Dat vogels veel plastic en andere gezondheid schadende troep binnen krijgen lijkt me evident, dat ze afvalmaterialen in hun nesten verwerken is niet alleen grappig.
Legio zijn de filmpjes op internet waarbij (zwem)vogels en allerlei andere diersoorten bevrijd worden van afval van de meest uiteenlopende materialen.
Bouwafval, netten e.d. buiten beschouwing latend, lijkt een belangrijk deel van het zwerfvuil probleem te beginnen bij onze veranderde leefgewoonten. Ik zie al jaren schooljeugd bij bushaltes hele zakken chips e.d. verorberen, al lopend (een stukje van) de verpakking van een candybar of ander snoepgoed laten vallen…
Op mooie dagen is het afval dat in de parken achterblijft van picknicks zo exorbitant dat de hoeveelheid prullenbakken nimmer toereikend zal zijn en er grote schoonmaakploegen in de vroege ochtenduurtjes de schade proberen te beperken. De in de vijver gegooide flessen en bekers zijn dan al lang naar de bodem gezakt.

Het broodtrommeltje lijkt aan een revival begonnen te zijn, maar niet zodanig dat er niet hele volksstammen zaken die moeten doorgaan voor een lunch bij supermarkten, bakkers en horeca aanschaffen, met alle verpakkingen vandien. Niet alleen de verpakkingsindustrie maar vooral de voedingsindustrie vaart er wel bij. Van de producten van de voedingsindustrie is gevoeglijk bekend dat het steeds minder met echte voeding te maken heeft.
Wanneer gaan we inzien dat de troep die we achterlaten het gevolg is van hoe we onszelf vervuilen?