De verdwenen compostbak

Sinds twee jaar heb ik een nieuwe tuin op het moestuin complex waar ik al meer dan veertig jaar tuinier.  Het was het eerste moestuincomplex midden in een stad en is idyllisch gelegen aan weerszijden van een riviertje, omzoomd met knotwilgen. De ligging middenin een woonwijk vergt hekken en sloten, zonder dat zou veel van het werk van de circa zestig tuinders als sneeuw voor de zon verdwijnen.

Bij mijn nieuwe tuin erfde ik een grote compostbak. Hoewel groot voorstander van zelf composteren was ik daar toch blij mee, want zieke planten doe je niet op je composthoop en evenmin takken van bramen, waar er veel van groeien in deze tuin.

Zo’n twee maanden geleden was de compostbak ineens verdwenen. Op de plek waar hij had gestaan, stonden twee oude vierkante bakken, zo te zien voormalige vuilnisbakken en de binnenkant liet zich aanzien als gebruikt voor groenafval of minivijver. Mijn eerste gedachte was daarom een medetuinster die veel van dit soort bakken heeft en ik er voor aanzag mijn bak ‘geleend’ te hebben. Maar mijn bak stond niet op haar tuin.

Dus ging ik alle andere tuinen af, maar ook daar was mijn bak niet te vinden. Het is een opvallende bak, ik heb er een megagrote sticker opgeplakt met het vignet van ‘Worldpeace is possible’.  Zou iemand die tekst hebben uitgelegd als dat ik tolerant genoeg was om te kunnen accepteren dat de bak meegenomen kon worden?

Bij de compostophaaldag struinde ik de drie plaatsen af waar door onze tuinders bakken kunnen worden neergezet, maar ook daar was de bak niet bij. Ik plaatste een appje in onze gezamenlijke appgroep, bracht de rare vervanging ter sprake in de ledenvergadering, maar niemand wist van iets.

De eerste weken na de verdwijning hield ik het gevoel dat de bak ‘vanzelf’ een keer terug zou komen. Maar toen na een maand een van de twee witte bakken ook weer weg bleek, besloot ik dat ik moest accepteren dat hij gestolen was.

Tot vandaag.

Ik kwam komend uit een supermarkt een medetuinster tegen, degene aan wie ik het eerst gedacht had. Ze vertelde doodleuk dat zij de bak had. Nee, niet op de tuin, ze had hem meegenomen naar huis. Nee, ook niet voor zichzelf, ze gebruikte de bak om iemand die veel papier en andere troep in zijn huis had, te helpen met het verwijderen daarvan. Haar huis is ruim een kwartier lopen van ons complex vandaan, ik probeerde me voor te stellen hoe ze de halve binnenstad moest zijn doorgelopen met de grote bak. Hoe zou mijn, tamelijk nieuwe, bak tegen al dat belasten en reizen op zijn twee wielen bestand zijn?

“Ik wil hem terug!” stelde ik. Maar dat bleek moeilijk, want ze had hem nog nodig. Ja ik ook, de snoei van verdorde takken had ik inmiddels al uitgesteld. Dat betekent in het nieuwe jaar een hoop werk dat in korte tijd gedaan moet worden voor de planten (goed voor 17 kilo bramen vorig jaar!) weer beginnen met uitlopen. Ze bood aan me te gaan helpen met snoeien volgend jaar. Nee, ik doe het graag zelf.  Nou, dan kon ik die takken toch op een hoop leggen. Nee, dan moet ik twee keer mijn handen proberen te vrijwaren van geprikt worden. Dan leg je ze op mijn tuin, stelde ze voor. Nee, dat is me teveel werk, moet ik met die takken gaan lopen slepen, mij niet gezien. Tot dan toe bleef ik nog rustig maar beslist. “Ik wil gewoon mijn bak terug!”.

Nou ze wilde hem eigenlijk houden, stelde ze. Ik kon toch de gemeente bellen voor een nieuwe bak?! Omgekeerde wereld. Hier knapte er iets bij mij. Hoe kwam ze erbij?! Ik heb bij mijn huis een kleine kliko, dan ga ik de gemeente toch niet vragen om een grote? Ja maar die kon ik wel krijgen, zij niet omdat ze in de binnenstad woont. “Dat is niet mijn probleem. Mijn probleem is dat jij zonder te vragen mijn bak meeneemt, niet eens een briefje neerlegt of zo en er zonder meer vanuit gaat dat ik wel eventjes een nieuwe ga bestellen.”

Nou ze was hevig teleurgesteld in mij, ze had mij ingeschat als iemand die niet moeilijk zou doen. Boos liep ze weg. Om even later weer terug te komen om te beweren dat ze wel vier keer een briefje had neergelegd, maar die telkens verregend waren. Ik kwam de afgelopen maanden nog twee keer per week op mijn tuin, geen briefje gezien.

Vervolgens ging ze omstandig uitleggen welke hulp haar overbuurman van haar kreeg. Ik moest toch kunnen begrijpen hoe belangrijk het was dat ze die man hielp. Iemand met zo’n sticker op de bak moest dat toch kunnen begrijpen, maar volgens haar hoor ik kennelijk ook bij de mensen die wel mooie woorden hadden maar geen mooie daden. Ik probeerde het met uitleggen hoe uniek die megagrote sticker was en dat ik hem ook daarom terug wilde hebben.

Maar ik moest me geen zorgen maken, die sticker zat er nog op. Ik probeerde nog een keer dat ik de bak echt terug wilde hebben.

“Ja je krijgt hem ook terug, dat was ik ook van plan, maar het duurt gewoon veel langer dan ik dacht.”

Ok, wanneer krijg ik hem terug dan? Ja dat wist ze niet.

“Ik wil hem voor het nieuwe jaar terug!” probeerde ik nog. Nou ze wist niet of dat ging lukken.

Ok, dan heb ik hem in januari terug! besloot ik. Ze leek daar blij mee, maar begon toen opnieuw over dat ze gedacht had dat ik niet moeilijk zou doen. En ze had spijt dat ze het me verteld had.

Ik legde nog een keer uit dat je niet iets langdurig leent zonder overleg en schetste alle mogelijkheden die ze daartoe had kunnen benutten. Maar die mogelijkheden heeft ze niet. Ze wil niets met de wereld te maken hebben en heeft dus ook geen e-mail, daarom geen ledenlijst, daarom geen telefoonnummers of adressen en ze was me niet meer tegengekomen op de tuinen.

‘WorldPeace is possible’, als een groot deel der mensheid deze gedachte zou affirmeren, zou het werkelijkheid worden. Maar of het ooit zover komt…?